Foto Ilya van Marle
De eerste keer dat Saskia Rijtema (37) in een helikopter stapte na de veiligheidscursus hield ze haar hart vast. ‘Zit m’n pak goed? Hoor ik nou een gek geluid? Ik moet wel zorgen dat ik aan het raam zit!’ En dat terwijl de civiel ingenieur tijdens een stage toch al enige malen volkomen ontspannen per helikopter naar een booreiland of installatieschip was gevlogen. ‘Zo’n cursus is heel belangrijk, maar ik moest het idee dat je binnen twee minuten dood bent als je in zee stort wel weer even los leren laten.’ Rijtema, een frisse verschijning in een industrieel pand, stelt het vrolijk vast.
De technisch projectleider bij offshore installatiebedrijf Heerema Marine Contractors (HMC) is een van de drie kanshebbers om Nederlands Ingenieur van het Jaar 2008 te worden. Een prijs die wordt uitgereikt door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI NIRIA. De winnaar krijgt de eretitel, die vooral ‘in het wereldje bekend is’, voor een belangrijke technische prestatie.
In ruil daarvoor is hij of zij een jaar lang de Nederlandse ambassadeur van de techniek. Met als voornaamste taak: meer mensen de techniek in lokken. ‘Niet dat ik op tournee moet langs middelbare scholen, hoor. Het gaat meer om praatjes op congressen of open dagen van hogescholen’, vertelt Rijtema in de lobby van het Leidse kantoor van HMC, dat wel iets wegheeft van een scheepswerf. ‘Een beetje somber hè, al dat grijs?’ Ze fluistert het, alsof ze de architect niet wil beledigen. Ze kijkt over haar schouder en vult dan aan: ‘Ze willen natuurlijk de associatie met offshore oproepen.’
Die gedachte wordt ondersteund door een miniatuurversie van een van HMC’s kraanschepen die de hal opsiert. Het schip heeft de omvang van een kleine badkuip. Minimensjes ter grootte van een half vingerkootje benadrukken de immense proporties.
Kunt u kort uitleggen wat HMC doet? Komt er iemand van een oliemaatschappij langs, bladert hij door de catalogus en zegt: doe ons maar dat platform en die pijpleiding?
|
Wie is Saskia Rijtema? |
‘Niet helemaal. Wij maken die boorplatformen of pijpleidingen niet zelf, dat doet weer een ander bedrijf. Wij denken hoogstens mee, omdat wij wel de uiteindelijke installatie op zee van het platform of de pijpleiding zullen doen. Wij fabriceren het gereedschap dat nodig is voor de installatie en de bemanning van één van onze drie kraanschepen doet de daadwerkelijke installatie.’
Rijtema studeerde Civiele Techniek aan de TU Delft. Haar afstudeerrichting was offshore technologie, ‘de techniek van de diepe zee: boorplatforms installeren, pijpen leggen, dat soort dingen’. Sinds haar afstuderen in 1997 werkt ze bij HMC en nu is zij genomineerd voor de ingenieursprijs. De commissie selecteerde haar voornamelijk op de technische complexiteit van haar laatste project. Maar ze kan alleen winnen als ze ‘in begrijpelijke mensentaal’ en binnen een beperkte tijd kan uitleggen wat ze precies gedaan heeft.
En zal dat lukken?
‘Nee! Nou ja, ik heb het al moeten doen, voor een filmpje dat op de dag van de uitreiking door een jury zal worden beoordeeld. Ik heb het nog niet gezien, maar vrees het ergste. Want ik kan het nog beter in drie dagen uitleggen dan in drie minuten.’
En als u voor het Klokhuis nou eens zou moeten uitleggen wat het project inhield?
(lacht) ‘Poeh, dat kan dus eigenlijk niet… ‘Heel basaal gezegd moesten we voor een boorplatform van BP in de Golf van Mexico een aantal lasnaden van pijpleidingen verstevigen. De oliemaatschappij wil natuurlijk niet dat er olie gaat lekken, dus voor de zekerheid vroegen ze ons om die pijpleidingen nog veiliger te maken. Daarvoor hebben we die pijpleidingen van de bodem moeten halen, ze vervolgens bovenwater gelast en weer teruggelegd. En ik was de technisch verantwoordelijke voor dit project.’
Dat klinkt eigenlijk heel helder.
‘Ja. Maar nu lijkt het simpel, terwijl het juist heel complex was. Het is een precair en secuur werkje, dat gedeeltelijk onder water wordt uitgevoerd, door op afstand bestuurde robots, en gedeeltelijk boven water, aan boord van het kraanschip.
‘Je moet gereedschap bedenken om de pijpleiding op te pakken, je moet bedenken hoe je kunt voorkomen dat de pijpleiding gaat schuiven als je hem oppakt, enzovoort. En dat is nog het relatief eenvoudige gedeelte. Het moet vooral op zeer hoog tempo gebeuren. Binnen een jaar tijd moesten we alles ontwikkelen, fabriceren, testen, naar de offshore locatie brengen, installeren én uitvoeren.
‘De klant wil het altijd zo snel mogelijk. Zij hadden een aantal dagen van de schepen ingekocht en op die datum moesten wij gewoon klaar zijn. Mij is alleen die datum en het probleem verteld en veel succes.’
Zegt u dan niet: dat is onmogelijk?
‘Ja, maar dan zeggen zij: het moet toch gebeuren. Zo gaat dat eigenlijk bij elk project. Dat is de vaste rolverdeling. Zij hebben haast, wij willen meer tijd. Omdat fouten maken ongeoorloofd is, wordt alles extreem goed getest en sluiten we elk risicovol scenario uit. Je wilt namelijk geen olieramp of gasexplosie, want de schade zou immens zijn.
‘Maar elke dag dat er niet wordt gepompt loopt een oliemaatschappij miljoenen dollars aan inkomsten mis. Dit boorplatform is bijvoorbeeld ontworpen om 250 duizend olievaten per dag te produceren, naast gas. Reken maar uit om hoeveel geld het dan gaat, met een prijs van 60 dollar nu, maar een tijdje geleden nog van 100 dollar per vat.’
Waarom is een jaar tijd eigenlijk weinig voor een project?
‘Om een voorbeeld te geven: voor dit project hebben we één van onze drie kraanschepen, de Thialf, die je in kleine versie beneden in de hal hebt gezien, speciaal laten ombouwen. (Bedachtzame stilte) ‘Wacht, ik laat wat plaatjes zien, dan wordt het vast duidelijker.’
Op een groot scherm bladert Rijtema door een powerpointpresentatie. In een razend tempo. Woorden als spar, jacket, topside en mooringlijnen vallen – respectievelijk drijvend platform, onderbouw van een platform, bovenstuk van een platform en ankerkabels die een platform met de zeebodem verbinden.
Rijtema heeft met haar team van 30 ingenieurs heel veel nieuwe techniek ontwikkeld voor de Thunder Horse, het BP-platform waarvoor ze het project uitvoerde. Ze bedacht software waarmee het hele onderwater-proces aan boord in realtime kon worden gevolgd. Verder gebruikte ze voor het eerst verankeringsdraden van kunststof, in plaats van het veel zwaardere staal. ‘Met kunststof kun je naar dieper water, want het weegt niks. Dat zijn echt revoluties in de offshoretechniek. Ik heb dat niet bedacht hoor, dat heeft de klant gedaan. Wij hebben het alleen toegepast.’
Zelf is Rijtema drie tot vier weken per jaar offshore. Inmiddels is ze moeder van twee zoontjes en probeert ze haar afwezigheid thuis zo kort mogelijk te houden. In het verleden was ze regelmatig vier, vijf weken achtereen aan boord van een van de kraanschepen om direct betrokken te zijn bij de installaties. Nu blijft ze maximaal twee weken.
Hoe is het leven op een platform of kraanschip?
‘Nou, ik verblijf gelukkig zelden op een platform. Diensten lopen daar zelden parallel, waardoor zij net gaan boren als jij wilt slapen. En het eten is vaak rampzalig. Ze houden van friet en hamburgers, zeker in de golf van Mexico, daar zitten de Amerikanen. Wij hebben aan boord bijvoorbeeld ook Maleisiërs, dus dan maakt de kok rijsttafels. Dat is toch net wat lekkerder, haha.’
Is een boorplatform nóg meer een mannenbolwerk dan een schip?
‘Eigenlijk niet. Bij ons op de kraanschepen werken nauwelijks vrouwen, op de platforms wel. Degenen die wassen, strijken en koken zijn voornamelijk vrouwen; dat zijn fulltime banen op een platform.’
U bent een vrouw in mannenwereld.
‘Ik was de eerste vrouw op mijn afdeling bij HMC, maar het worden er steeds meer.’
En aan boord?
‘Wij hebben nu 1 vrouw op de schepen, in de machinekamer, en we hebben wel eens een vrouwelijke stuurman gehad, maar dat is het.
‘Ik ga graag aan boord. Op kantoor werk je echt naar een installatie toe. Dan wil ik ook gewoon meekijken: gaat het werken of niet? En ik vind het niet erg om de enige vrouw te zijn. Ik merk het niet zo.
‘Het lijkt me erger om op een schip met alleen maar vrouwen te zitten. Als mannen zich ergens aan storen, dan krijg je het één keer te horen, vervolgens schud je elkaar de hand en is het weer prima. Dat vind ik heel gemakkelijk, heldere communicatie. Bij vrouwen is er altijd meer emotie en ze broeden meer. Niet alles wordt uitgesproken, terwijl je wel merkt dat er iets aan de hand is. Dan moet je weer praten en aan boord is dat toch lastiger. Als ik zoiets op kantoor heb, ga ik naar huis, klaag ik tegen m’n vriend en ben ik het kwijt. Op het schip kun je geen kant op.
‘De jongens aan boord zijn ook hartstikke lief. De eerste keer dat ik zwanger was, hebben ze mijn hele hut versierd, met speelgoed, kleertjes, beschuit met muisjes en My Little Pony-gordijnen. Op een vlag stond: welkom op de Thialf, Adje Atlantis. Zo hadden ze mijn ongeboren kind gedoopt.’
Hoe komt het, denkt u, dat vrouwen zo weinig voor techniek kiezen?
‘Dat vind ik ook gek, want het is zo leuk. Ik vind ingenieur ook helemaal geen typisch mannenberoep. Misschien bestaat er nog steeds een beetje een verkeerd beeld van de techneut. Ik zou bijvoorbeeld nooit zomaar aan mijn auto gaan sleutelen voor de lol. Bij veel jongens zie je dat wel, die vinden dat prachtig. De techniek van een auto of brommer op zich vind ik ook mooi, maar van het kluswerk word ik niet warm. Ik kan het snappen, berekenen en ontwerpen, maar ik hoef het niet in elkaar te zetten. En ik vermoed dat veel vrouwen er zo over denken.
‘Soms wordt er wel eens gedacht, sleutel je graag aan een brommer, dan ga je techniek studeren. Maar dat is een verkeerde gedachte, want als TU’er zit je helemaal niet met je handen in de modder, je staat aan de theoretische kant.’
Saskia Rijtema als ingenieur van het jaar. Het zou wel een mooie paradox zijn, want op de middelbare school had ze in haar ‘pretpakket’ geen enkel bètavak. Na het vwo ging ze in Nijmegen ontwikkelingsstudies studeren met de gedachte om ooit ‘ergens vanuit een hutje op de Afrikaanse hei mensen te gaan helpen’. ‘Ik was nogal bevlogen op de middelbare school. Protesteren, actievoeren, geld inzamelen. Stickers uitdelen tegen Coca Cola bijvoorbeeld. Die gingen in de jaren tachtig over op het gebruik van andere zoetstoffen dan suikerriet, waardoor kleine suikerrietboeren en fabrieksarbeiders in de Filippijnen al hun inkomsten op slag verloren. Met de actie hoopten we mensen bewust te maken en zo de druk op te voeren, in de hoop dat Coca Cola maatregelen zou nemen om de kleine boeren er bovenop te helpen.’
Heeft u ook actiegevoerd tegen Shell indertijd?
Lacht. ‘Nee, dat zou wel grappig zijn geweest omdat Shell nu een belangrijke opdrachtgever is. Maar ik was meer op hongersnood en armoede gericht. Ik wilde ook per se ergens in Afrika gaan wonen na mijn studie.’
Wanneer hield dat op dan?
‘Eigenlijk direct toen ik ging studeren. Vanaf dat moment zag ik mezelf steeds minder letterlijk in een primitief hutje in the middle of nowhere wonen. En ik vond wel dat ik dat moest willen. Want ik wilde absoluut niet zo’n ontwikkelingswerker worden in een keurig Nederlands kantoorpand die vanuit zijn bureaustoel zou roepen: geef iedereen een koe en dan is het opgelost.
‘Dus toen moest ik wat anders zoeken. Ik heb vervolgens bij allerlei studies vakken gevolgd. Bestuurskunde, bedrijfswetenschappen, psychologie, communicatie. Allemaal interessant, maar meer ook niet. Leuk voor je algemene ontwikkeling, dacht ik dan. Maar ik zocht meer.’
Iets waarvan uw hart sneller ging kloppen?
‘Ja. Ja. Dus toen besloot ik dat het iets met de zee moest worden. Als kind was ik al gefascineerd door de kracht van de zee. Dat heb ik altijd gehouden. Als het stormt ga ik het liefst bij zee lopen, om te zien hoe de golven op de kust stukslaan. De kracht die daar achter zit is zo indrukwekkend, daar wilde ik wel iets van begrijpen. Ook de gedachte daar iets te bouwen of neer te zetten fascineerde me. Misschien zit dat ook wel een beetje in iedere Nederlander, door de Deltawerken.
‘Zo kwam ik op offshore technologie uit. Ik heb ook nog wel overwogen om fysische oceanografie te studeren, met getijden en stromingen en zo, maar een gesprek met een decaan over Civiele Techniek aan de TU haalde me over. Hij was zo verbaasd dat ik zonder bètaverleden dacht deze studie te gaan doen... Dat maakte iets in me los.
‘Iedereen verklaarde me voor gek, behalve mijn moeder. Die zei: als je het leuk vindt, ben je er vast goed in. Het klinkt simpel, maar ik geloof echt dat het zo werkt. Bij mij in elk geval, ik was zo enthousiast. De examencommissie heeft me daarom tijdelijk toegelaten en ik bleek goed genoeg.’
En daarna wist u meteen: dit is het?
‘Ja, gek genoeg wel. Ik wist ook al direct wat mijn specialisatie moest worden. Dat vonden mijn medestudenten maar vreemd, maar mij gaf het rust. Als ik eenmaal iets weet en wil, dan kan ik daar vrij makkelijk volledig voor gaan.’
Was u een uitzonderlijke student?
‘Nou, ik had geen tienen. Maar wat mij bijzonder maakt, is denk ik dat ik wiskundige vergelijkingen heel goed kan visualiseren. Zoals iemand die noten leest en meteen de muziek hoort, zo lees ik een formule en zie ik hoe de zee beweegt. Dat kan niet iedereen die in Delft heeft gestudeerd. Je kan dan wel die formule oplossen, maar niet iedereen kan hem direct visualiseren.
‘Dat is ook aan boord heel praktisch. Soms komen technici op zo’n schip en dan beginnen ze allemaal formules op het bord te schrijven en dan zit de bemanning met vraagtekens in de ogen te kijken. Als jij formules heel goed kan oplossen, maar ze niet kan vertalen, ze niet beeldend kan maken, dan weten zij niet wat ze moeten doen. Ik kan dat vrij goed, daarom ben ik ook geschikt voor dit werk.’
U bent op uw plek bij HMC?
‘Heel erg. Bij veel bedrijven of ingenieursbureaus zijn technici een klein radertje in een heel groot rad. Die zien niet eens wat ze ooit bedacht hebben. Dat lijkt me verschrikkelijk. Ik ga aan boord en zie letterlijk uitgevoerd worden wat we bedacht hebben. Een beetje als een architect die zijn gebouw ziet. Het is allemaal heel groots met veel nieuwe dingen die nog nooit gedaan zijn. Daar ben ik best trots op.’
Is uw industrie conjunctuurgevoelig?
‘Ja. Daar werd ik me direct van bewust toen ik hier kwam werken. Na een jaar werd ik ontslagen omdat het slecht ging met de markt. Daarna werd ik heel snel weer aangenomen. Nu proberen ze de klappen wat meer op te vangen met tijdelijke krachten en dergelijke, maar het blijft natuurlijk een cyclische markt.’
En nu met de kredietcrisis? En de dalende olieprijzen?
‘We merken het nog niet, maar ik zou me wel kunnen voorstellen dat dat gaat komen. Je ziet dat oliemaatschappijen op een keerpunt zitten. Ze moeten eerst minder gaan boren en produceren. Als de olieprijs begint te dalen, dan merken wij dat meestal twee jaar later. Het is dus nooit een totale verrassing.’
Dus op het moment dat u veel moet betalen bij de benzinepomp bent u tevreden?
‘Ha ha, nou, nee, maar mijn vriend roept dat ook wel eens.’
Is hij in dezelfde sector werkzaam?
‘Nee, hij heeft hier in Leiden rechten gestudeerd, maar niet afgemaakt. Nu werkt hij als taxichauffeur en doet hij de lerarenopleiding aardrijkskunde. Hij vindt het prachtig wat ik doe.
‘Het is heel wisselend wat mensen ervan vinden. Mijn zus snapt bijvoorbeeld werkelijk niet wat ik leuk vind aan mijn werk, hoewel ze wel heel trots op me is. Zij is psychiater. Ik heb mijn familie wel eens meegenomen naar de Thialf en mijn zus vond het maar een smerig schip. Als ik foto’s laat zien van een installatie, bladert zij er snel doorheen tot ze een foto ziet waar ik opsta. ‘Oh, hier sta je leuk op!’
Terug naar boven, naar de homepage