Foto: Ilya van Marle
Acteur Marcel Musters (49) wil altijd rollen waarin hij uitbundig kan zijn: schreeuwen, huilen, lachen. Alleen zo kan hij in het dagelijks leven de controle bewaren. 'Mensen zijn kwetsbaar, hoor. Je mag blijk zijn dat je niet gek wordt.'
De première van Vox Populi op het Nederlands filmfestival, wanneer is die nou ook alweer precies? Marcel Musters bladert door zijn agenda. Elke bladzijde staat volgepakt met hanenpoten waarin horizontaal en diagonaal talloze afspraken zijn genoteerd. ‘Ik weet het echt niet meer... Ik ben helemaal niet bezig met dat festival. Erg hè? Ieder jaar neem ik me voor een paar dagen vrij te nemen om lekker films te kijken in Utrecht, maar ik krijg het niet voor elkaar. Ik ben met te veel dingen tegelijk bezig.’
Hij somt op: ‘Ik ben momenteel heel hard aan het repeteren voor het toneelstuk Sexappeal. Daarnaast ben ik ook nog aan het draaien, ik zit in twee tv-series, Sterke verhalen uit Zoutvloed, een Twin Peaks-achtige jeugdserie. De tweede is een vervolg op Ik ben Willem, ook voor de jeugd. Daarbij ben ik net klaar met Taartman, een film onder regie van Annemarie van de Mond en ik ben met nog iets bezig... Wat was het nou? O wat stom! Ik weet het niet meer... Ik ben het even helemaal kwijt.’
Pas zo’n drie kwartier later, als het gesprek inmiddels heel ergens anders over gaat, schiet het hem te binnen. ‘Oooo, natuurlijk, Annie MG! Ik zit in de televisieserie over het leven van Annie M.G. Schmidt, hoe kon ik dat nou vergeten? Zo’n leuk project.’
Musters ontvangt zijn bezoek thuis, in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. Een lichte bovenwoning. Aan de muur hangen talloze affiches en foto’s van voorstellingen en films waarin Musters speelde. ‘Je zou het misschien niet zeggen, maar ik probeer het hier thuis zo overzichtelijk en georganiseerd mogelijk te houden. Ik heb al zoveel chaos in mijn hoofd, als mijn huis dan ook nog rommelig is, word ik gek.’
|
Wie is Marcel Musters? |
In Vox Populi, die volgende maand in première gaat, speel je de minister-president. Hoe bereid je je voor op zo’n rol?
‘Niet echt eigenlijk. Regisseur Eddy Terstall wilde graag dat ik een linkse president zou spelen, een mix tussen Wouter Bos en Jan Marijnissen. Ik heb gewoon de tekst geleerd en het vrij intuïtief aangepakt. Het moest een bourgondisch type worden. Nou, zo zie ik er sowieso wel uit. Daarnaast sprak ik met een licht Brabants accent en zo kreeg die rol al snel gestalte.’
Dat klinkt wel heel makkelijk. Moet je zo’n rol niet een beetje meer invoelen?
‘Ja, maar dat ging vanzelf. In de film word ik bijvoorbeeld geïnterviewd door Pauw en Witteman. Als je opeens strak in het pak tegenover die twee in de studio zit en zij bejegenen je als een politicus, dan bén je minister-president.’
Hoe voelt dat?
‘Het is best raar. Jeroen Pauw is volgens mij zelfs iets jonger dan ik en in die studio realiseerde ik me: ik ben tegenwoordig een middelbare man. Ik speel het niet alleen, ik bén het nu ook. Ik ben niet meer het jongetje dat ik me diep van binnen nog wel voel.’
Je valt nu in de categorie mijnheren.
‘Ja. Dat is een raar besef. Het is zo gek te zien dat mijn generatie momenteel de macht heeft. Waar je vroeger tegenaan schopte, dat ben je nu zelf. Mijn vrienden zijn directeuren of zitten in de politiek, ik ben zelf artistiek leider van een theatergezelschap.’
Valt er nog wel ergens tegenaan te schoppen? Voor je het weet schop je nu een vriendje voor zijn schenen.
‘Daar trek ik me niets van aan, denk ik. Nou jááá, ik heb ook niet echt vrienden in de politiek, hoor. Ik heb moeite met politiek, vind het een dubieus bedrijf.’
Hoe bedoel je dat?
‘Als ik naar Nova kijk, realiseer ik me telkens weer dat politiek gewoon een spel is dat je moet spelen. Ik snap best dat dat nodig is, maar ik heb er een raar gevoel bij.’
Dat spel hoort misschien bij leidinggeven. Jij zult als artistiek leider ook mensen moeten bespelen.
‘Ja, dat is zo. En daar heb ik ook geen moeite mee. Ik kan wel iets gedaan krijgen bij mensen als het moet, maar dan wel op een directe, persoonlijke manier.’
Waarom staat het je dan tegen als politici dat doen?
‘Ik doorzie het spel denk ik te goed. Ik vind het te doorzichtig.
‘Ik zou volgens mij zo de politiek in kunnen gaan. En dan zou ik het nog goed doen ook.
‘Boris van der Ham, Kamerlid van D66, was ooit acteur. Die heb ik vroeger nog zien spelen. Opeens zat hij in de politiek en toen zag ik hoe hij als politicus gebruik maakt van het besef dat hij heeft van hoe hij overkomt. Hij speelt gewoon een rol. En als híj dat doet, dan doen alle politici dat tot op zekere hoogte. Maar goed, het kan blijkbaar niet anders.’
Je bedoelt: je kijkt naar een bordkartonnen decor, het is niet echt.
‘Precies. Ik geloof niet dat iemand oprecht politicus wil worden alleen maar voor de goede zaak. Het ego speelt een enorm grote rol. Je bént iemand als je in de politiek zit, dat is een belangrijke drijfveer.’
Waarom wil iemand dan acteur worden? Vanuit overtuiging of vanwege zijn ego?
Lacht. ‘Natuurlijk speelt dat ego bij acteurs ook mee. Op het moment dat ik me als kind realiseerde dat ik ooit dood zou gaan, dacht ik: dan moet ik er in ieder geval voor zorgen dat ze me niet vergeten. Ik wilde beroemd worden, want dan zouden ze onthouden wie ik was.’
Wil je nog steeds graag zo gezien worden?
‘Nu ik op werkgebied zo’n beetje bereikt heb wat ik wilde bereiken, wordt dat minder.’
Dan moet je een tevreden mens zijn.
‘Dat weet ik niet. Weet je wat het is? Het is hartstikke mooi dat ik goede rollen krijg aangeboden, dat ik met mijn eigen theatergezelschap Mugmetdegoudentand vaak succesvolle voorstellingen maak, dat is allemaal fantastisch. Maar ik vind het wel zwaar.’
Wat is daar zwaar aan?
‘Het leven. Ik vind het leven erg zwaar. Ik heb de laatste jaren ervaren dat mensen zomaar opeens dood kunnen zijn, ook al zijn ze nog jong. Dood en ziekte hebben niets met rechtvaardigheid te maken. Ik vind het heel moeilijk daarmee te dealen. Ik ben ook bang dat die nare gebeurtenissen me veranderen.’
Hoe zou het je veranderen?
‘Als je een paar keer iets heel ergs meemaakt, loop je het risico dat je gaat denken: wat kan mij het allemaal nog schelen, we gaan toch allemaal dood. Je gaat datgene relativeren waar je als jong mens voor vecht: leven, gezien willen worden, iets neerzetten. Je moet zo oppassen dat je niet cynisch wordt. Ik wil dat het er allemaal toe doet.’
Wat moet er precies toe doen?
‘Dat is moeilijk te beantwoorden. Ik voel in me een bepaalde drive, een soort levenskracht. Je zou het ook doodsangst kunnen noemen. Als ik die drift kwijt zou zijn, ben ik verloren.’
Je koestert je drift.
‘Ergens wel, terwijl er ook een kantje aan zit dat ik helemaal niet leuk vind van mezelf.’
Wat dan?
‘Ik kan soms zo pushy zijn. Ik wil het goed doen, kan daar erg op hameren.’
Gedrevenheid wordt door veel mensen gezien als deugd. Dus wat is er mis mee?
‘Ik wil juist meer evenwicht en ontspanning. Dat is mijn grootste doel. Dat wil ik echt.’
Lig jij wakker van je werk?
‘Nee, maar ik word wel heel vroeg wakker. Dan zit ik om zes uur rechtop in mijn bed.’
Dat valt onder de categorie wakker liggen.
‘Ja, hè? En dat zijn dingen die ik helemaal niet wil. Maar ik klaag niet, hoor, want ik vind ook dat ik hartstikke leuk werk heb, ik doe het heel graag. Veel vrienden van mij kregen rond hun dertigste, veertigste twijfels over hun baan, lieten zich omscholen en zo. Dat heb ik nooit gehad.’
Jij bent toch eerst psychiatrisch verpleegkundige geweest?
‘Ja maar dat was van mijn zeventiende tot mijn tweeëntwintigste. Ik wist toen al dat ik niet mijn hele leven dat werk wilde doen.’
Waarom niet?
‘Ik denk dat die geldingsdrang een rol speelde. Ik had de fantasie dat ik een beroep zou vinden waarin ik mezelf helemaal kwijt zou kunnen. In de psychiatrie kun je heel veel leren, maar het is zwaar werk, er is weinig tijd, weinig geld. Dat is in de loop van de jaren alleen nog maar erger geworden. Overigens denk ik er tegenwoordig weleens over om weer een jaartje de psychiatrie in te gaan. Ik heb nu meer te bieden dan toen.’
Wat kun je nu beter dan als 17-jarige?
‘Ik heb meer meegemaakt en zou nu letterlijk en figuurlijk veel meer een steun voor die mensen kunnen zijn. Dat is uiteindelijk ook het enige wat je in de psychiatrie kunt betekenen: een steun zijn voor mensen die de bocht zijn uitgevlogen.
‘Je moet niet de illusie hebben dat je patiënten kunt genezen. Daarvoor is het allemaal te heftig. Mensen zijn kwetsbaar, hoor. Je mag blij zijn als je aan de goede kant van de lijn staat. Je mag blij zijn dat je niet gek wordt.’
Kun je je voorstellen dat je aan de andere kant van die lijn terecht komt?
‘Vroeger dacht ik dat me dat nooit zou overkomen. Maar nu denk ik er anders over. Ik snap best dat iemand helemaal doordraait of de brui eraan geeft. Ik heb het bijvoorbeeld nu heel druk. Het kost me ontzettend veel moeite om naast mijn werk nog gewoon te leven. Om boodschappen te doen, mensen terug te bellen, mijn rekeningen te betalen. Hele simpele dingen, die een hele klus kunnen zijn.
‘Ik ben zelf heel precies, ik hou het goed bij, maar ik kan me voorstellen dat je een paar heftige dingen meemaakt, en dat je dan denkt: fuck it, ik hou ermee op, ik doe het niet meer. Dat je de boel laat gaan en zelf ontspoort.’
Ben je zelf zo precies omdat je bang bent dat je ontspoort?
‘Ja. Ik weet hoe makkelijk dat kan gebeuren. Ik moet geordend zijn in mijn dagelijks leven. Dat heb ik nodig. Vroeger was mijn huis één grote puinhoop, tot ik me realiseerde dat ik toch echt zelf het dopje op mijn tandpasta moet doen, omdat het anders niet gebeurt. Ik moet de controle houden.’
Geldt dat ook voor je emoties?
‘Misschien. Het lukt alleen niet altijd even goed. Ik ben een aardig, harmonieus mens, maar tot op zekere hoogte. Ik kan heel gemeen uit de hoek komen, van me af slaan. Ik kan ook erg streng zijn. Bij ons op kantoor bij de Mug kan ik echt tekeer gaan als iets niet goed geregeld is. Dan zie ik de mensen gewoon bang van me worden. Ik vind dat geen prettige kant van mezelf. Ik vind het erg fijn als mensen enigszins redelijk kunnen blijven.’
Maar onredelijkheid doet het wel weer leuk op het toneel.
‘Ja, daar kan veel meer.’
Probeer je je emoties dan niet te veel te onderdrukken voor een acteur?
‘Nee, op het toneel helemaal niet. Doordat ik op het toneel sta en avond aan avond allerlei emoties kan tonen, heb ik het in mijn dagelijks leven niet meer zo nodig om daar uitdrukking aan te geven.
‘Keihard ruzie maken, iets waar ik echt een hekel aan heb, hoef ik niet meer als ik elke avond boos mag zijn in een rol. Ik zorg er ook altijd voor dat ik rollen heb waarin ik kan schreeuwen, huilen, lachen, al die uitbundigheid. Ik hoef dat in mijn leven niet meer kwijt.’
Wanneer wist je zeker dat je het acteren onder de knie had?
‘Tien jaar nadat ik van de toneelschool kwam. Met de toneelschool erbij heeft het me vijftien jaar gekost voor ik begreep waar het om gaat op het toneel.’
Wat voor inzicht kreeg je toen?
‘Ik geneerde me altijd heel erg voor van alles, waarschijnlijk vooral voor wie ik ben. Ik kwam er achter dat je als acteur geen zelfcensuur moet hebben als je speelt, je moet het met volle overgave doen en ook al je mooie en slechte kanten durven tonen. Ieder mens heeft die. Het is heel slecht als je aan een acteur ziet dat hij zich geneert, dat hij weerstand voelt om zijn lelijke kanten te laten zien.’
Ken je nu geen schaamte meer?
‘Wat ik zo leuk vind is dat het publiek juist graag je nare kanten ziet. Je krijgt er als acteur zelfs complimenten over als je heel geloofwaardig een afschuwelijk type speelt. In Sexappeal speel ik een charmante maar viezige, oversekste man. Als het lukt zullen mensen dat geweldig vinden. terwijl je als acteur een akelig kantje uit jezelf naar boven haalt, dat enorm vergroot en er iets vreselijks van maakt. Juist daar kijken mensen graag naar.
‘In het gewone leven probeer je je nare kanten vooral te maskeren. Maar bij een film of in een toneelstuk vinden mensen het fijn om echt bij een ander naar binnen te mogen kijken.’
Toneelspelen is het voortdurende overwinnen van je schaamte.
‘Ik schaam me in het dagelijks leven veel meer dan op het toneel. Daar ben ik min of meer de schaamte voorbij. Hoewel; ik zal nooit bloot op het toneel gaan staan. Dat zou ik namelijk niet zonder gêne kunnen.’
Bloot is de grens.
‘Ja. Ik ben in films wel bloot gegaan. Maar toen was ik slanker. Nu zou ik dat echt niet doen.’
Misschien is het wel je ultieme bevrijding.
‘Nou nee, ik ken mijn grenzen, ik zou er doodongelukkig van worden. En dan zou ik op het toneel dus precies datgene zijn wat ik zelf zo verschrikkelijk vind om naar te kijken: een acteur met schaamte. Erger is er niet.’
|
Over Mugmetdegoudentand
Het stuk gaat over drie artiesten op leeftijd die auditie doen voor de rol van hun leven en hunkeren naar erkenning. ‘Ik moet zeggen dat Hanneke het vol overgave doet. Het gaat er ruig aan toe. Ik moet haar stevig vastpakken, in haar billen knijpen, haar kussen en ga maar door, maar ze vindt het allemaal prima. Ze is bijna zeventig, maar ze stort zich hier in als een jong meisje. Prachtig.’ |
Terug naar boven, naar de homepage