
Pensioenfondsen zijn overgeleverd aan de nukken van de beurzen. Als het tegenzit, is bijsturen onmogelijk. Dan resteert afstempelen.
‘Het korten van pensioenen is onvermijdelijk vanwege de grote afhankelijkheid van de bewegingen op de financiële markten. Andere manieren om bij te sturen als het tegenzit, zijn er niet. Het is wel jammer dat het nu met zo’n schok wordt geïntroduceerd. Zo’n ingrijpende verandering moet je zorgvuldig invoeren en uitleggen’, zegt Guus Boender.
Boender (54) is een van de toonaangevende denkers over pensioenen in Nederland. Hij is oprichter van Ortec Finance, een bureau dat pensioenfondsen adviseert bij het maken van toekomstplannen. Boender is hoogleraar risicomanagement aan de VU in Amsterdam. Verder is hij betrokken bij de commissies die de regering adviseren over het pensioenstelsel.
Boender is niet verrast door de ingreep van De Nederlandsche Bank (DNB). De toezichthouder dwong deze week veertien fondsen te korten op de pensioenrechten. Deze unieke maatregel leidde tot verontwaardiging. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de pensioenen.
Hoe is het veel bejubelde Nederlandse pensioenstelsel zo in de problemen geraakt?
‘Dat heeft drie oorzaken: de rente, de aandelenkoersen en de stijgende levensverwachting. De rente is de afgelopen jaren gedaald en daardoor zijn de verplichtingen van pensioenfondsen gestegen. Die rentedaling is deels het gevolg van het monetaire beleid. Centrale banken hebben de rente verlaagd om de recessie te verjagen. Dat is wellicht tijdelijk, maar er zijn ook structurele oorzaken. Er is wereldwijd een overschot aan spaargeld. De Chinezen sparen als gekken. Ook dat drukt de rente.’
Komen meer fondsen in de problemen?
‘Het verschil tussen fondsen die moeten korten en fondsen die dat niet hoeven te doen, is klein. Het scheelt maar een paar procentpunten dekkingsgraad. De kans is groot dat veel andere fondsen dat eind dit jaar ook moeten doen als de rente laag blijft.’
Tegenstanders van de grote invloed van de rente op de dekkingsgraden, zoals Dick Sluimers van APG, vinden dat we niet de juiste rentemaatstaf gebruiken.
‘Ik geloof niet dat een andere rente de oplossing is. Elk alternatief is subjectief. Niemand kan met droge ogen beweren dat de lage rente alleen maar het gevolg is van het ingrijpen van de centrale banken. We moeten rekening houden met een structureel lagere rente. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader staatsobligaties kocht met een coupon van 12,75 procent. Als dat je ijkpunt is, is de huidige rente absurd laag. Probleem is dat niemand weet wat de rente gaat doen.’
Kunnen de pensioenfondsen de premie niet gewoon wat verhogen?
‘Het premiewapen is bot geworden. Als je kijkt naar de totale loonsom en het bedrag dat in pensioenfondsen zit, zie je dat. De loonsom is ongeveer 250 miljard euro. Pensioenfondsen hebben ruim 600 miljard in kas. Om een daling van het pensioenvermogen met 1 procent goed te maken heb je bijna 2 procent van de loonsom nodig. Die verhouding verslechtert nog verder. Over dertig jaar is het pensioenvermogen viermaal zo groot als de loonsom. Dat laat zien dat een premieverhoging geen zoden aan de dijk zet. In het verleden was bijsturen met de premie een fluitje van een cent. Nu heeft het nog een beetje effect, maar in de toekomst is het volstrekt onmogelijk.’
Waar moeten we het dan van hebben?
‘Van het rendement. Daardoor is de afhankelijkheid van de financiële markten is enorm toegenomen. Bovendien zijn de fluctuaties veel groter geworden omdat pensioenfondsen moeten werken met de marktwaarde van hun bezittingen en hun verplichtingen. Pensioenfondsen hebben te maken met allerlei scenario’s met combinaties van rente en aandelen. Ik ben geen econoom en geen voorspeller, maar ik weet wel dat fondsen ook rekening moeten houden met een scenario waarin de rente zo laag blijft.
‘Ik heb duizend keer gehoord dat het Japan-scenario (lage rente en jarenlang geen economische groei, red.) in Europa nooit zal voorkomen. De laatste tijd hoor ik andere geluiden. Voorspellingen zijn omgeven met ongekend veel onzekerheden.’
Veel pensioenbestuurders zeggen dat pensioenen een kwestie van de lange termijn zijn en dat we moeten wachten op betere tijden.
‘Dat is een menselijke reactie. Stel, je bent bestuurder van een pensioenfonds en de koersen dalen. Dan komt er een moment waarop de vraag op tafel ligt of je een deel van je aandelen zal verkopen. Dan denk je: laat ik nog even wachten. Later zie je dat je beter had kunnen verkopen. Dat geldt ook voor de lage rente. Die kun je ook vastzetten.
‘Vergelijk het met de hypotheekrente. Je hebt een hypotheek met een variabele rente. De rente stijgt naar 10 procent en je kunt je het niet veroorloven dat deze nog verder oploopt. Dan komt je bank met een voorstel die hoge rente voor tien jaar vast te zetten. Daar moet je niet aan denken. Je wilt wachten tot de rente weer daalt.
‘Het is begrijpelijk dat fondsbestuurders geen aandelen willen verkopen die zijn gedaald in koers en de rente niet willen vastzetten op een laag niveau. Toch moeten ze op enig moment ingrijpen om het risico op een verdere daling van de dekkingsgraad te af te dekken.’
Er zijn toch van tevoren afspraken gemaakt over dit soort zaken.
‘Ja, maar in de praktijk verliest de risicomanager het vaak van de beleggers. Als de dekkingsgraad daalt, zegt de risicomanager dat er aandelen moeten worden verkocht. De belegger wil dat niet. Die zegt dat het zonder aandelen niet mogelijk is te herstellen. Probleem is dat pensioenfondsen zich kunnen veroorloven onder de 100 procent te duiken.
‘Bij verzekeraars zie je dit niet. Als de solvabiliteit, die is vergelijkbaar met de dekkingsgraad, van een verzekeraar onder de 100 procent zakt, is de verzekeraar failliet. Die zal er alles aan doen om dat te voorkomen.’
Hoe moet het verder met de pensioensector?
‘We moeten accepteren dat we afhankelijk zijn van de financiële markten. We hebben geen keus. Pensioenfondsen moeten vertellen aan de deelnemers welk deel van het pensioen gegarandeerd is en welk deel onzeker. Ze zouden kunnen werken met een harde ondergrens van bijvoorbeeld 70 procent van het pensioen. Een harde ondergrens werkt disciplinerend. Het is alleen lastig uit te leggen aan de deelnemers.
‘Nu denken deelnemers dat het nominale pensioen honderd procent zeker is. Dat is niet zo. Dat zie je nu pensioenfondsen moeten gaan korten. Werknemers en gepensioneerden moeten weten waar de grens ligt. Als die grens in zich komt, moet een fonds risico’s afdekken door te verkopen of te werken met derivaten. Dat moet mechanisch gebeuren, zodat er geen discussie ontstaat over afwachten of verkopen.’
Pensioenbestuurders hebben het altijd over solidariteit. Is die belangrijk?
‘Ja, solidariteit is van belang. Je wilt een pensioensysteem dat de scherpe kanten vijlt van de conjuncturele golven. Het is niet te verdedigen dat iemand die met pensioen gaat een lager pensioen krijgt als de beurs laag staat, terwijl iemand die een paar jaar later met pensioen gaat méér krijgt als de koersen hoger staan. Dat kun je voorkomen door buffers aan te leggen in goede tijden.’
EscenicId: 766524
Op de Nederlandse snelwegen stond vanmiddag op het hoogtepunt 831 ...
Sommige mensen opperen dat een opgeruimd bureau zorgt voor effectiever en ...
40 procent van de werknemers wil liever niet werken voor een werkgever die ...
De werkloosheid onder westerse en niet-westerse allochtonen is het ...
Een Italiaanse vrouw kon het niet meer aanzien dat haar zoon zonder werk ...