‘Ik wil winnen, bij alles wat ik doe’

14/04/2009

‘Ik wil winnen, bij alles wat ik doe’

Pieter Vink krijgt als topscheidsrechter bakken kritiek over zich heen. Zelfs zijn dochter van 11 wordt op papa's beslissingen aangesproken. Maar zolang 'de liefde voor het spelletje' overheerst, is dit voor Vink de mooiste baan ter wereld. 'Dat is je drijfveer, niet dat gezeur in de kranten.'

Voor wie, zoals scheidsrechter Pieter Vink, in de ‘absolute top van Europa’ vertoeft, gaat het om details. Vink (42), samen met Eric Braamhaar de bekendste actieve Nederlandse scheidsrechter, floot afgelopen donderdag de Uefacupkwartfinale Paris Saint Germain - Dinamo Kiev.

‘Iedere wedstrijd’, legt Vink uit, ‘zit er een onafhankelijk iemand op de tribune die de scheidsrechter beoordeelt en daarvan verslag opmaakt voor de Europese voetbalbond. In wedstrijden op topniveau gaat het vaak om een of twee beslissende momenten. Op basis van die beoordelingen krijgt een arbiter een volgende wedstrijd of niet. Op het moment dat jij in vorm bent, krijg je waarschijnlijk een volgende wedstrijd. Zo niet, dan krijg je hem niet.’

Vorig jaar rond deze tijd was Vink niet ‘in topvorm’. In een Champions League-kwartfinale onthield hij Arsenal onterecht een penalty na een overtreding van Liverpool-speler Dirk Kuyt. Vink stond in de buurt, maar zag er geen strafschop in.

Hij wijst naar een enorme flatscreen die in zijn nieuwbouwhuis in Noordwijkerhout aan de wand hangt: ‘Boven heb ik nog twee van die dingen hangen, en van die dvd-recorders. Ik herbekijk altijd alles. Ik analyseer de cruciale fases, probeer te begrijpen wat er mis is gegaan. Dat probeer ik in de volgende wedstrijd mee te nemen. En dan kap ik er ook mee. ’

Wat voor gevolgen heeft zo’n fout?

‘Dat zijn cruciale fouten. Op dit niveau gaat het om details die een wedstrijd kunnen beslissen. Op het moment dat je zo’n fout maakt, ben je dat jaar wel klaar. Vanaf die kwartfinale heb ik geen wedstrijd meer gefloten.’

‘Op het moment zelf baal je daar stevig van natuurlijk, want het is een absolute topwedstrijd, dé Engelse derby. Hij ging ook helemaal geweldig, behalve die ene misstap. Nu, een jaar later, ben ik er nog ziek van, maar vind ik het wel grappig wat zo’n beslissing teweegbrengt.’

Bij de Britse tabloids deed het gerucht de ronde dat Vink het op een akkoordje had gegooid met Dirk Kuyt. ‘Hij komt uit Katwijk, hier vlakbij, dan is de link gauw gelegd.’ Tabloids als The Daily Mail en The Sun zakten af naar Zuid-Holland en lagen op de loer in het dorp. ‘Ze zijn gaan graven, hebben de voorzitter van mijn plaatselijke clubje zelfs nog gebeld. Ik ken Kuyt uiteraard, maar alleen als voetballer. Ik heb hem wel eens een handje gegeven, maar dat doe ik met iedereen.’

Het voetbal zit Vink in de genen. ‘Ik ben een nakomertje, enige zoon na vier oudere zussen. Ik had weinig keuze denk ik, mijn vader projecteerde al zijn voetballiefde op mij. Ik denk dat als ik op hockey had willen gaan, hij zwaar verdrietig was geweest. Maar dat is nooit in Frage geweest. Met voetballiefde word je besmet. Ik weet niet beter dan dat hij me op zaterdagochtend om zeven uur wakker maakte om naar het voetbal te gaan, en we pas tegen zeven uur ‘s avonds thuiskwamen. Ik kan me niet herinneren dat ik als kind wat anders heb gedaan dan voetballen. Als er leuke wedstrijden waren, gingen we ook heel vaak kijken.’

Droomde u er toen al van arbiter te worden?

‘Dat is geen ambitie, nee toch. Als ik een zoon had en die op zijn vierde of vijfde zou zeggen: ‘Papa, ik wil scheids worden’, dan ga ik met dat kind naar een psychiater. Beginnen doe je als voetballiefhebber met voetballen, klooien op zo’n veldje.’

‘Ik houd ook niet van de Olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. Ik wil winnen, bij alles wat ik doe. Zelfs als ik met mijn kleine meid een potje zit te mens-erger-je-nieten.’Ik heb aardig gevoetbald, maar uiteindelijk had ik niet de kwaliteiten om in een eerste elftal te komen. Recreatief spelen zag ik niet zitten. Die gasten kwamen vijf minuten voor tijd aan, zo uit de kroeg gerold. Vond ik helemaal niets aan.’

‘Ik had als puber een grote mond, was altijd aanwezig. Dat is ook een van de redenen dat ze mij gevraagd hebben om te fluiten: ik vond dat die arbiters het nooit goed deden – altijd in mijn nadeel, uiteraard. Ik kan het beter, dacht ik. En dan ontdek je toch dat het verdomde moeilijk is.’

Wie is Pieter Vink?

Geboren:
13 maart 1967 in Noordwijkerhout

Opleiding:
1979-1984 - KTS (technische school)
1985-1986 - militaire dienst
1987-1989 - politieschool

Carrière:
1989-2008 - brigadier bij de politie Amsterdam en Leiden
1991 - arbiter op de C-lijst
1996 - B-lijst
2001 - A-lijst
2004 - eerste Ajax-Feijenoord
2007 - mag Champions League- en Uefacupwedstrijden gaan fluiten, wordt ook geselecteerd als scheidsrechter voor het Europees Kampioenschap. Kiest fulltime voor het scheidsrechtervak. Ook parttime pr-medewerker voor de KNVB in district West II.

Maar toch bent u doorgegaan.

‘Toen ik terugkwam uit militaire dienst woog ik 128 kilo. Ik floot al, alleen mijn conditie was niet geweldig natuurlijk. Op een gegeven moment kwam er een man van de scheidsrechterscommissie naar me toe en die zei: ‘Pieter, ik denk dat jij een aardige scheidsrechter kan worden, maar dan moet je wel 20 kilo kwijtraken.’ Een jaar lang heb ik streng opgelet. Ik ben 41 kilo afgevallen.’

Vink klom geleidelijk omhoog in de scheidrechtershiërarchie, al heeft hij ‘er lang net tegenaan zitten hikken’. ‘Het draait om lijsten. Op de A-lijst staan de topscheidsrechters, ik heb vijf jaar op de B-lijst gestaan. Dat is veel te lang: normaal moet je na twee, uiterlijk drie jaar de overstap maken. Op een gegeven moment vertelde de grote scheidsrechterbaas John Blankenstein me dat hij het niet in mij zag zitten. Ik mocht nog drie wedstrijden fluiten en moest daarna gaan vlaggen. Maar dat ambieerde ik helemaal niet. Ik heb niet de persoonlijkheid om te assisteren, ik wil de eerste viool spelen. Dus dat heb ik geweigerd.

‘Je moet een beetje geluk hebben in het leven, ook in je werk: een paar weken later kreeg diezelfde man een andere functie. De nieuwe scheidsrechtersbaas zag het wel in mij. Winnen en verliezen liggen dicht bij mekaar.’

Was die afwijzing van Blankenstein geen mentale opdoffer?

‘Ik was daar heel gefrustreerd over. Maar uiteindelijk kun je twee dingen doen: je kunt gefrustreerd thuis gaan zitten, maar daar word je alleen maar slechter van. Ofwel kun je het juist als drijfveer gebruiken om te laten zien: verdomme, ik denk dat ik het wél kan. Ik heb het gelukkig positief opgepakt. Toen ik op het EK stond bijvoorbeeld, voelde dat wel als genoegdoening. Dat je denkt: ik heb het toch geflikt.’

Wat is de invloed van uw karakter op uw carrière?

‘Ik zeg vaak wat ik denk, krop niets op. En dat wordt niet altijd gewaardeerd. Het is ook niet altijd slim. Ik denk dat dat een van de redenen is dat het niet goed klikte met die eerste scheidsrechterbaas. Aan de andere kant: destijds gaf ik hem altijd de schuld, want ‘hij zag het niet in mij zitten’. Nu ik ouder ben, relativeer ik meer, en denk ik dat de schuld bij ons beiden heeft gelegen. Op het moment dat hij links zei, zei ik rechts. Als ik heel eerlijk ben, heeft hij mij tegengehouden, maar heb ik mezelf, door mijn gedrag, ook tegengewerkt. Als je om die baas heen kan werken, is dat makkelijker. Dus die rechttoe-rechtaan eigenschap werkt ook wel eens in je nadeel.’

Intussen staat Vink al een jaar of acht op de A-lijst. Sinds vijf jaar fluit hij ook internationaal, twee jaar geleden besloot hij fulltime voor het scheidsrechtersvak te kiezen. ‘In de Nederlandse competitie fluit een referee 40 wedstrijden per jaar en een wedstrijdje of vijf-zes vriendschappelijk. Internationaal ook nog een wedstrijdje of tien, in totaal kom ik wel op 55 op jaarbasis.’

Voelt u druk als u op de middenstip staat, klaar voor de aftrap van een belangrijke Europese match?

‘Ik presteer het beste, zeg ik zelf altijd, op het moment dat ik het zwaarst onder druk sta. Maar ik heb die druk nooit als beklemmend ervaren. Als Juventus niet doorgaat vanwege een scheidsrechterlijke fout, heeft dat enorme gevolgen voor de tv-rechten, de sponsoring, de verkoop. Maar als ik het startsignaal geef, dan is het voor mij een wedstrijd als alle andere. Dat moet ook zo zijn, want op het moment dat je je realiseert: ‘Jezus, als ik nu die penalty geef, dan zou dat die ploeg wel eens 100 miljoen kunnen kosten’, durf je niet meer te fluiten. En dan heb je daar niets te zoeken.’

‘Een goed scheidsrechter’, zegt Vink, ‘is consequent. Als je in de vierde minuut geel fluit voor een overtreding, verwacht iedereen dat je die ook geeft in de achtste minuut, of de 32e. Op het moment dat je gaat zwalken en marchanderen, ben je weg. Soms heb je begrip voor situaties of personen. Maar dat moet je weg filteren. Dat is moeilijk.’

Kunt u het makkelijk toegeven als u zelf een fout heeft gemaakt op het veld?

‘Dat leer je. Dat kon ik slecht, moet ik toegeven. Ik doe het nog niet graag, maar je maakt jezelf belachelijk als je het niet doet. Bij een wedstrijd in de Champions League bijvoorbeeld staan minimaal 24 camera’s rond het veld. En ik ben er inmiddels wel achter dat je ook begrip kweekt als je af en toe een fout toegeeft.’

‘Mijn collega Roelof Luinge zei ooit: een scheidsrechter neemt in een wedstrijd meer beslissingen dan Jan Peter Balkenende in een jaar in de regering. En dat is zo. Je neemt zoveel besluiten: wat je fluit, maar ook wat je laat passeren. Daar zitten wel eens verkeerde beslissingen bij, en die worden er dan ook uitgelicht. Daar moeten we niet over zeuren, dat hoort erbij.’

‘Zelf kan ik ermee omgaan. Maar dramatisch vind ik dat mijn destijds 7-jarige dochtertje een keer thuiskwam met een dreigbriefje in haar broodtrommel. En ik vind het heel vervelend als mijn ouders dreigtelefoontjes ontvangen of eieren tegen de muur aan krijgen. Of als mijn zus erop aangesproken wordt. Want zij hebben er niet voor gekozen.’

Vader-dochter

‘Mijn dochter weet niet anders. Papa fluit, punt. Natuurlijk vindt dat kind het vervelend als haar vader weer drie dagen weg is, maar als ik thuis ben, ben ik ook thuis. Tussen de middag is voor mij een heilig moment. Dan komt de kleine meid van school, eten we samen, doen we samen een spelletje, even de dag doornemen.

Bijna iedere woensdagmiddag breng ik met haar door. Dan gaan we samen naar de bioscoop, minigolfen, een terrasje doen in Scheveningen. Geregeld gaan we op wat we een ‘vader-dochterweekend’ noemen. Er zijn vaders die een heel regelmatig leven leiden en hun kinderen bijna nooit zien.'

Krijgt uw dochter, nu 11, veel commentaar?

‘Ze wordt er sowieso dagelijks op aangesproken. Kijk, we leven in een klein dorpje, mensen spreken mij ook aan als ik op maandagochtend boodschapjes aan het doen ben. Maar ik lig nooit ergens wakker van. Als ik veel kritiek krijg, neem ik hoogstens een extra borrel. Dat moet een beetje in je karakter liggen. Wat helpt is dat ik achttien jaar bij de politie gewerkt heb. Daar zijn mensen het ook wel ‘ns niet met je eens als je een bekeuring schrijft, of als je iemand aanspreekt op iets wat hij niet mag doen.’

Heel veel scheidsrechters hebben bij de politie gewerkt.

‘Politie, of justitie, of het onderwijs. Beroepen met een bepaald gezag, leidinggevende eigenschappen, uitstraling en persoonlijkheid. Dat zie je vaak, inderdaad.

’Ik ben nu twee jaar fulltime prof. Daarvoor heb ik achttien jaar bij de politie gewerkt, waarvan tien jaar parttime. In het begin, toen ik nog op amateurniveau floot, was het makkelijk te combineren. Maar als je hogerop komt, wordt het moeilijker. Als je als rechercheur bij een lijk staat en opgeroepen wordt om een wedstrijd te fluiten in Eindhoven, kun je niet zeggen: ik moet ervandoor, want Pietje moet fluiten. Uiteindelijk moet je keuzes maken.’

Heeft u dat moeilijk gevonden?

‘Ik heb een ontzettend mooie tijd gehad bij de politie, ik mis het eigenlijk nog iedere dag. Een winkeldiefstal, schietpartij of kat die uit een boom moet gehaald worden: als agent weet je nooit wat je gaat doen die dag. De saamhorigheid met je collega’s is ook geweldig. Ik heb nog goed contact met die gasten, doe nog wel eens een bakje met ze. Maar er is nooit twijfel geweest. Er zijn twee Nederlanders die in de top fluiten, en ik ben er een van (de ander is Eric Braamhaar, red.). Als je die kans krijgt, moet je die pakken. Omdat het fantastisch werk is, waardoor je in heel Europa komt. Je slaapt in de mooiste hotels, je vliegt business class, je ontmoet koningen en presidenten.’

Het inkomen is ook beter dan dat van een politieagent. Scheidsrechters krijgen vaste vergoedingen per wedstrijd: 1.150 voor een gewone competitiewedstrijd, 4.500 euro voor een wedstrijd in de Champions League, 10 duizend euro voor een EK-match.

‘Klopt, maar dat is voor mij nooit een drijfveer geweest. De verhoudingen zijn natuurlijk ook zoek. Ik fluit jongens die 250 duizend euro per week verdienen. Per wéek. Jongens van 20 die, met alle respect, toevallig goed kunnen voetballen. Wat hadden ze anders gedaan? Maar ja, dat is vraag en aanbod.

‘Ik kan nu leven van het fluiten maar als ik stop, zal ik toch gewoon weer fulltime tot mijn 67e aan de slag moeten. Want die hypotheek moet ook betaald worden.’

Bedreigingen en scheldpartijen, druk en grote belangen, bakken kritiek en weinig waardering, een aanzienlijk lagere premie dan de spelers¿ voor velen lijkt uw beroep bepaald geen droombaan. Waarom doet u dit?

‘De drijfveer voor mij is dat ik het heel erg leuk vind dat ik volgende week misschien weer naar een topwedstrijd in Europa mag. Dat ik Ajax-Feijenoord mag fluiten, de bekerfinale, de degradatiewedstrijden. Of de Limburgse derby in de eerste divisie, wat een heel beladen duel is.

Grote arbiters

‘Ik ben nooit zo ‘aanbidderig’ geweest. Op het moment dat je in de top fluit, ben je goed. Het zit hem dus in details. Sommige scheidsrechters praten bijvoorbeeld nooit met voetballers. Dan zijn ze nog wel goed, maar houd ik dus niet van hun stijl.

Ik vind dat je een dolletje moet kunnen maken met die gasten, maar dat moet wel in je persoonlijkheid liggen. Vaak zijn die Oostblokjongens heel gesloten, die moeten dat niet proberen. Roberto Rosetti, de jongen die de EK-finale heeft gefloten, vind ik wel een fantastische scheidsrechter. Een persoonlijkheid. Mooie jongen om te zien ook, weet je wel, qua uitstraling een echte Italiaan.’

‘Het liefst fluit ik iedere dag een wedstrijd. Op het moment dat ik het als werk ervaar, stop ik ermee. Dat is je drijfveer, niet dat gezeur in de kranten, het geneuzel op tv, die malloten die je allerlei enge ziektes toewensen.’

Wat vindt u tot nu toe de mooiste wedstrijd die u gefloten heeft?

‘Er zijn zoveel hoogtepunten. Maar de allermooiste? Real Madrid tegen Juventus in november vorig jaar, mooier en groter kan eigenlijk niet. Twee van de mooiste clubs van de wereld, in het Bernabeu-stadion, 90 duizend toeschouwers. Toen het tien jaar eerder de Champions League-finale was in Amsterdam, stond ik als ME’er in het stadion. En nu floot ik die match zelf.’

Waar kunt u van genieten bij zo’n wedstrijd?

‘Op het moment dat je weet dat je ze krijgt, begin ik eigenlijk al met genieten. Zo’n boerenlul uit Noordwijkerhout, zeg ik dan altijd, die daar straks gewoon voor honderd miljoen kijkers staat. Tussen alle grote namen. Dan geniet je van de media-aandacht – iedere scheidsrechter is ijdel, anders hoef je niet zo nodig met je kop op tv – , van de telefoontjes en sms’jes die je van je omgeving krijgt. Ook van het moment dat je uit het vliegtuig stapt en als een grote meneer ontvangen wordt, want daar komt dé scheidsrechter van die topwedstrijd. Wanneer je zo’n kolkend stadion betreedt: dat is kippenvel. En als zo’n wedstrijd dan nog goed gaat ook, is het helemaal fantastisch.’

Heeft het ook te maken met macht, het gevoel de touwtjes in handen te hebben?

‘Ik heb de leiding tijdens een wedstrijd. En als het verloop ervan beïnvloed wordt door een goede beslissing van mij, dan haal ik daar veel voldoening uit. Maar ik ben niet zo’n machtwellusteling als mensen vaak denken. Ik denk nooit: ik ga nu even lekker op mijn fluit blazen om die gozer een gele kaart te geven. Ook als politieagent was ik nooit zo’n bekeuringenschrijver. Ik schreef alleen boetes als mijn haren recht overeind gingen staan. Als ik een moedertje met een kinderwagen zag oversteken en een auto toch nog even doorreed.’

Nog altijd kan hij zich niet inhouden. ‘Als ik zie dat er gejat wordt op straat, dat er spiegels van autodeuren geschopt worden, dan vlieg ik erin. Ook al zegt mijn vrouw dan: ‘Jezus, daar heb je hem weer. Hij wil de wereld weer verbeteren.’ Maar daar gaat het niet om, het gaat om normen en waarden. Dat is ook een van de redenen waarom het maatschappelijk niet zo goed gaat. We willen allemaal niet in de problemen komen.’

‘Ik heb wel eens een klap voor m’n kanis gekregen. Dat is het risico, maar ik loop er niet voor weg. Ik kan slecht tegen onrecht. Op het moment dat iemand iets aangedaan wordt, bemoei ik me ermee.’

De almaar vaker voorkomende beledigingen op de grasmat— genre ‘blinde vink’ — negeert hij. ‘Je kunt geen lijstje maken met vloeken en verwensingen waar iemand geheid rood voor krijgt. Dat is afhankelijk van de sfeer, de wedstrijd, de spelsituatie. Maar er zijn fatsoensnormen. Enge ziektes hoeven ze bij mij niet mee aan te komen. Discriminatie laat ik ook niet toe. Als ik dat als agent hoorde, ging die bij mij ook in de boeien weg.’

U bent net 42 geworden. Op internationaal niveau betekent dat nog een jaar of drie te gaan.

‘Ik vond altijd dat je moet je stoppen op je hoogtepunt. Toen ik Real-Juve kreeg, zei ik tegen mijn vrouw: eigenlijk komt deze match drie jaar te vroeg. Zij zei: dan stop je er toch lekker me

EscenicId: 741467


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP