
Ze woont al haar hele leven in het Noord-Hollandse Assendelft, maar binnenkort wordt New Jersey haar thuishaven. Daphne Koster (28), aanvoerster van het nationale vrouwenelftal, heeft als eerste Nederlandse voetbalster een profcontract met een Amerikaanse ploeg getekend.
Collectieve gekte heerste deze zomer rond een groep meiden in oranje voetbalshirts. Het Nederlandse vrouwenvoetbalteam plaatste zich voor het eerst in zijn bestaan voor een groot internationaal toernooi, en schopte het op het EK in Finland meteen tot de halve finale. Op en naast het veld trok aanvoerster Daphne Koster (28) de meeste aandacht.
Bondscoach Vera Pauw noemt haar ‘de absolute leider’ van het team, ‘zowel op het veld als erbuiten’. Zelfs voetbalanalist Johan Derksen, die bepaald sceptisch is over voetballende vrouwen, roemde de kwaliteiten van de centrale verdedigster met het blonde waxkapsel. Ook buitenlandse scouts merkten die op: in maart vertrekt Koster als eerste Nederlandse naar een profploeg in de Verenigde Staten, het walhalla voor voetballende vrouwen.
Sinds het EK ben je een stuk bekender dan vroeger. Went het?
‘Toen we ons plaatsten, dacht ik: ein-de-lijk. Ik speelde met een tussenpauze van drie jaar al ruim tien jaar voor de nationale ploeg, en altijd was het: net niet. Het publiek had geen beeld bij het Nederlandse vrouwenelftal. Hoe groot de impact van het EK zou worden, konden wij van tevoren niet bedenken. Vera heeft het altijd voorspeld: voetbal is de populairste sport in Nederland. Ook als je je als vrouwenploeg plaatst voor een internationaal toernooi komt er hier een gekte op gang.
‘Sinds het EK word ik aangesproken bij de benzinepomp. Zo’n verkiezing als die van het blad Helden onlangs maakt me weer wat bekender (Koster werd gekozen tot ‘Held’ van 2009, red.). De aandacht groeit. Maar ik heb al een wereldje om me heen gebouwd. Ik ben geen weerloze tiener met te veel geld, ik ga geen rare dingen doen.
‘Als ik met vrienden over straat loop, zeggen die dat ik nagekeken word. Op zich is al die aandacht een mooie ontwikkeling voor het vrouwenvoetbal. Zodat meisjes voorbeelden hebben. Toen ik 12 of 13 was, wist ik niet eens dat er een nationaal vrouwenelftal was. Meisjes van 10 met een beetje talent weten nu donders goed wie er in de nationale ploeg speelt.’
Komen die meisjes nu je handtekening vragen na de training?
‘Wij trainen bij Fortuna Wormerveer, de satellietclub van AZ. Als er ook een meisjeselftal is, zeggen mijn teamgenoten dat die meisjes elkaar aanstoten: kijk, daar heb je Daphne!
|
Wie is Daphne Koster?
Carrière: |
‘In het openbaar ben je verantwoordelijk voor wat je zegt en doet, daar moet je je bewust van zijn. Ik zal niet snel in een spelletjesprogramma op tv gaan zitten. De kern is voetbal.
‘Ik weet zelf ook nog wel dat ik als meisje van net 16 onwijs opkeek tegen Vera Pauw, die toen mijn assistent-coach was bij Jong Oranje. Ze nam dat jaar afscheid van het Nederlandse team, zij was een speelster die het in mijn ogen gemaakt had.’
Nu ben je zelf in die positie. Binnenkort ga jij als eerste Nederlandse naar een Amerikaans profteam. De vrouwenvoetbalcompetitie in de VS is vorig jaar na een intermezzo van vier jaar opnieuw gestart — Sky Blue FC uit New Jersey, jouw toekomstige club, was het eerste seizoen landskampioen.
‘Ja (grijnst). Bij een betere ploeg kan je niet terechtkomen, en dat in een voorstad van New York.
‘Voor mij is de Amerikaanse competitie de beste die er is. In Amerika is ‘soccer’ de vrouwensport bij uitstek. Het wordt goed bekeken, er komt publiek op af. Ik weet nog toen we met het Nederlandse elftal in Amerika waren dat sterspeelster Mia Hamm naast Michael Jordan en de nu veelbesproken Tiger Woods op een poster stond. Dat zegt wel iets over de status daar.
‘Ik ga voor een seizoen, ze hebben een optie op nog een jaar. Het wordt mijn baan, dat is iets wat ik altijd al wilde. Voor het eerst krijg ik salaris.’
Op haar 16e werd Koster gevraagd voor de nationale ploeg. Vijf jaar later kwam ze Pauw daar weer tegen. Die zei, inmiddels bondscoach, dat Koster een van de beste centrale verdedigsters ter wereld kon worden. ‘En dat is ze nu ook’, zegt Pauw desgevraagd aan de telefoon. Ze noemt Koster ‘op een positieve manier heel dominant’. ‘Dat is ook nodig. Op het veld is zij degene die de lakens uitdeelt. Ik wou dat er meer speelsters zoals zij waren. Ze draagt meer verantwoordelijkheid dan voor het schoppen van een bal.’
Zelf ziet de aanvoerster het zo: ‘Ik voel me verantwoordelijk voor wat er in
het team gebeurt. Op voetbalgebied, maar ook qua groepssfeer. Maar ik ben
niet iemand die zich heel nadrukkelijk bewust is van die band om mijn arm.
Alleen op het moment dat er leiding genomen moet worden, kijkt iedereen mijn
kant op. En dan neem ik mijn verantwoordelijkheid.’
Als 3-jarige verhuisde Koster met haar familie vanuit Den Haag naar een
nieuwbouwwijk in Assendelft. ‘In de straat woonden veel jongetjes van
ongeveer dezelfde leeftijd, en die voetbalden. Ze liepen me uit te dagen, en
zo ging ik meedoen. Ik liep al achter een bal aan toen ik nog heel klein
was. Op 6-jarige leeftijd ben ik lid geworden van de plaatselijke
voetbalclub.
‘Daarvoor heb ik nog mijn zwemdiploma gehaald. Ik heb ook nog een blauwe
maandag op gym gezeten, en op judo. Alleen: ik wilde altijd voetballen. Mijn
ouders wisten eerst niet precies hoe ze dat voor elkaar konden krijgen, waar
moesten ze heen met een meisje dat wou voetballen?’
Maar ze steunden het idee wel.
‘Mijn vader heeft zelf een brede interesse in sport. Mijn moeder was meer van
het ballet en het turnen. Die heeft nog geprobeerd me van koers te doen
veranderen. Maar ik denk dat ik twee keer naar de gymles ben geweest, en
toen heb ik gezegd: ik wil niet over die dikke balk heen en weer lopen.
‘Toen ben ik als F’je tussen de jongetjes bij de plaatselijke voetbalclub
begonnen. Ik heb altijd onwijze mazzel gehad met m’n trainers, die me als
een van de jongens behandelden. Ik werd geprikkeld om extra te trainen. Toen
ik 12 was, zette de coach me samen met een jongetje in de hogere
leeftijdsgroep om de dingen waarin we niet zo goed waren te oefenen.’
Tot wanneer heb je met de jongens gevoetbald?
‘Tot mijn 19de. De leeftijdsgrens om als meisje met jongens mee te mogen
spelen, werd telkens verlegd. Clubs uit de streek wisten dat er een meisje
meespeelde in ons team, dus haalden ze bij wedstrijden even de
scheidsrechterskamer leeg. Of anders kreeg ik mijn eigen kleedkamer.
‘Vanaf een jaar of 15 worden jongens krachtiger dan meisjes. Ik ben gelukkig
vrij sterk, maar ging het verschil op den duur compenseren met tactiek,
techniek en inzicht.’
Hoe vonden die jongens het dat er een meisje meespeelde?
‘De jongens van mijn eigen team wisten niet beter. De tegenpartij had er soms
wat meer moeite mee. In de B-leeftijdsgroep (16-jarigen, red.) was het wel
een beetje lastig. Puberjongens komen dan vaak tot de ontdekking dat Ajax
niet voor hen is weggelegd. Ik zat juist tegen de top aan, ik debuteerde in
het Nederlandse elftal. Dat is een andere wereld. Daarom twijfelde ik soms
of ik uit mijn team moest weggaan, maar voor mijn ontwikkeling was blijven
beter.
‘Ik woon in een dorp, dus ik kom die jongens nog voortdurend tegen, de meesten
zijn ook blijven hangen. Wie niet opgegroeid is in een klein dorpje, kan
zich niet voorstellen hoe dat is. Je kent iedereen, en iedereen kent jou.
Eén jongen uit mijn vroegere team is nu mijn zwager, ik heb via hem zijn
broer leren kennen.’ (lacht)
Wanneer
wist je: hier wil ik in verder gaan?
‘Ik werd op 9-jarige leeftijd geselecteerd voor het Noord-Hollands Elftal,
maar ik hoor van mijn ouders dat ik ook daarvoor bij spelletjes altijd al
wilde winnen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Dat zit gewoon in me. Ik
wil altijd beter zijn dan de tegenstander, en dat is ook een drijfveer om
het Nederlandse elftal te halen.
‘Ik heb dat met alles: als ik op een mountainbike stap, dan moet ik de snelste
zijn. Als ik ga schaatsen, wil ik meteen tochten ondernemen.
‘Gisteren hadden we bij AZ explosieve krachttraining. Dan moet je uit stand op
van die blokken springen en kijken hoe hoog je komt. Voor mij wordt dat
meteen een wedstrijdje met de andere meiden. Jezelf voortdurend meten met de
rest.
‘Mijn zusje had ook talent, maar zij heeft een andere mentaliteit en ook veel
blessureleed achter de rug. Ze heeft daardoor een andere jeugd gehad: zij
kon uitgaan. Ik ging wel eens stappen, maar alleen als dat paste in mijn
trainingsschema. Ik heb altijd als een sporter geleefd.’
Koster voetbalde in de nationale ploeg en vanaf haar 19de ook voor het
Sassenheimse vrouwenvoetbalteam Ter Leede. Ze combineerde topsport met het
CIOS (opleiding tot sportdocent, red.) en deed daarna de hbo-opleiding tot
docent lichamelijke opvoeding en stond een paar jaar voor de klas.
Tussendoor kreeg ze aanbiedingen vanuit het buitenland, maar die wees ze af,
omdat ze eerst haar studie af wilde maken.
‘Hartstikke leuk vond ik zo’n aanbod natuurlijk, maar ik kon er mijn zakken niet mee vullen. Je kan er nog net mee in je levensonderhoud voorzien, maar als je terugkomt naar Nederland, moet je wel op zoek naar een baan. En als je geen diploma of werkervaring hebt, kun je dat wel vergeten. Voetballen in Duitsland is voor een Nederlandse werkgever geen serieuze referentie.
|
Niet zeuren Over hun ruzie die Koster begin 2005 deed besluiten uit het nationale team te stappen, wil de verdedigster niets kwijt. Kort na de start van de eredivisie najaar 2007 besloten bondscoach en speelster het bij te leggen. Koster: ‘Het zit bij ons allebei in ons karakter om dat achter ons te laten en gewoon weer verder te gaan. Ook in het veld heb ik dat. Ik kan soms enorm boos worden op een medespeelster. Dan komt die soms een half uur laten naar me toe en zegt: hee Daphne, ik bedoelde het niet zo. Dan moet ik echt in mijn geheugen graven om te weten waar ze het over heeft. Zodra je besluit om weer met elkaar te werken, moet je niet meer zeuren.’ |
‘Begrijp me niet verkeerd: voetbal zit helemaal in mijn hart. Ik doe er nu ook
alles voor, maar je kan het maar tot een bepaalde leeftijd doen. In die
periode moet je er het maximale uithalen. Nu heb ik mijn diploma en zelfs
een paar jaar werkervaring. Een tijd in het buitenland is nu juist een
meerwaarde. Tien jaar geleden had ik nog niks opgebouwd. Het Nederlandse
elftal had toentertijd ook nog niet zo’n status, er was ook nog geen
eredivisie voor vrouwen.’
Uit financiële noodzaak heb je voetbal na je opleiding drie jaar
gecombineerd met werken als lerares lichamelijke opvoeding op een middelbare
school in Zaandam. Hoe viel dat te rijmen?
‘Ik had gewoon gesolliciteerd toen ik nog bij Ter Leede speelde. In het derde
jaar werd de eredivisie opgericht. Toen ging ik plots voor AZ spelen én kwam
ik opnieuw voor het Nederlandse elftal uit. Ik moet bij AZ elke dag om vier
uur trainen, dat was soms lastig te combineren met mijn fulltime baan.
Gelukkig heb ik met de school kunnen afspreken dat ik dat laatste uur kon
omruilen. Maar iedereen wist hoeveel energie ik daarnaast in mijn werk
stopte, en dat ik er niet de kantjes vanaf liep. Daar krijg je dan veel
goodwill voor.’
Hoe was het om de oprichting van die eredivisie vanaf de eerste rij mee te
maken?
‘Altijd heb ik de stille hoop gekoesterd dat de grote clubs zich zouden gaan
bemoeien met het vrouwenvoetbal. Maar ik had nooit verwacht dat er nog
tijdens mijn carrière een eredivisie voor vrouwen opgericht zou worden.
Dankzij Vera Pauw en een paar andere doorzetters is die competitie er toch
gekomen.
Ondertussen speel je twee jaar voor AZ in de eredivisie en zijn jullie twee
keer landskampioen geworden. Kun je daar nu van leven?
‘Nee, dat is de grote misvatting. We maken gebruik van de faciliteiten bij AZ
— de begeleiding, de fysiotherapeuten, de artsen, de trainingsvelden en
fitnessruimtes. Het grote verschil met de mannen is dat wij alleen die
randvoorwaarden krijgen plus een reiskostenvergoeding. Geen loonstrookje.
Het is aan ons om dat in de toekomst te veranderen. Vrouwenvoetbal moet
populairder worden, dan zullen ook de sponsors volgen.’
|
Vooroordelen |
Na je derde jaar als leerkracht bood de KNVB je een baan aan als
talentcoördinator.
‘In mijn belastbaarheid maakt dat een groot verschil. Ik was fulltime docent:
20 of 21 lesuren per week, de hele dag dus op mijn benen, en dat in
combinatie met voetbaltraining. Elke dag lag ik op de massagetafel omdat
mijn kuiten op ontploffen stonden. Sinds ik anderhalf jaar geleden
talentcoördinator werd, heb ik er misschien twee of drie keer op gelegen.
‘De KNVB zocht iemand die talenten aanspreekt, die het onderwijs kent, en die
weet wat het is om als jong meisje in gemengde teams te spelen. Ik moest er
hard over nadenken. Ik heb altijd moeite gehad om ergens weg te gaan als ik
het daar naar mijn zin heb.
Op school had ik een vaste aanstelling, de nieuwe baan was een stap in het
onbekende. Toen ik een jaar of 18 was, was dat waarschijnlijk ook wel een
reden om niet op de aanbiedingen van Duitse of Deense teams in te gaan. Ik
had moeite om los te laten.
‘Dat gevoel is nu een stuk minder. Vroeger wilde ik bijvoorbeeld per se in
Assendelft blijven wonen, maar mijn vriend en ik zijn nu net verhuisd naar
Uitgeest (15 kilometer verderop, red.). Daar kunnen we samen nog een kleine
twee maanden van genieten, en daarna ga ik nog veel verder weg. Hij heeft
zijn werk hier, maar hij komt me in Amerika een paar keer een maand
bezoeken.
‘Ik begeleid en help nu jonge talenten van 13 tot 17 jaar. Voor mezelf heb ik
het altijd goed kunnen regelen. Ik was altijd mondig genoeg. Als ik ergens
bang voor was, stapte ik daar overheen met de gedachte: anders kom je er
niet. Onderweg zijn vroeger veel talentvolle meisjes afgehaakt. Doordat ze
naar een meisjesteam zijn gegaan, of omdat ze er niet uitkwamen met school.’
Ben je soms jaloers op mannelijke collega’s die zich volledig op voetbal
kunnen concentreren?
‘Omdat ik verplicht ben er een baan naast te hebben, is mijn wereldje groter.
Aan de andere kant heb ik gezien hoe we nog altijd met sprongen
vooruitgingen toen we ons als ploeg voor aanvang van het EK twaalf weken
hebben afgezonderd en volledig konden focussen. Dan vind ik het wel zonde
dat wij niet de tijd hebben om dat altijd te doen.’
Hoe zou je jezelf beschrijven op het veld?
‘Link, dat soort vragen. (denkt lang na) ‘Iemand die het maximale uit een
wedstrijd wil halen. Die wil winnen ten koste van bijna alles. Daar bedoel
ik mee: ik wil beter zijn dan mijn tegenstandster, binnen de spelregels die
er zijn. Ik geef niemand een doodsschop, maar ik ben wel iemand die de grens
opzoekt van hoe ver ik kan gaan. Ik ga voor de bal, maar ik ben wel een
harde speelster, ja.’
Op het EK schijn je niet op de foto gewild te hebben vanwege een schram op
je gezicht.
‘Ik had een elleboogstoot in mijn gezicht gekregen net voor het EK. Het
resultaat was een scheur van twee centimeter op mijn jukbeen, en een blauw
oog. En ik weet inmiddels hoe dat gaat: als je eenmaal een foto hebt laten
maken, blijft die heel lang circuleren op internet. Drie jaar later kan die
zomaar ineens weer opduiken. Dat ging dus niet gebeuren.’
Ben je ijdel?
‘Nee, dat valt eigenlijk wel mee. Alleen met dit soort dingen. Bij de
EK-wedstrijd waar ik werd uitgeroepen tot speler van de wedstrijd, tegen
Denemarken, had ik een gebroken neus opgelopen. Na afloop sta ik dus op de
foto met een scheefstaande dikke neus met watten erin, en die foto kom ik
ook steeds weer tegen.’
Je zou kunnen zeggen: als topvoetballer hoort het erbij.
‘Ja, dat is waar. Maar aan de andere kant vind ik: ik ben wie ik ben, en dat
ben ik niet. Als ik zo toegetakeld ben, hoef ik niet op de foto.’
In maart vertrek je naar Amerika. Waar kijk je vooral naar uit?
‘Op sportief vlak kijk ik ernaar uit om tegen aanvalsters te spelen waarvoor
je het uiterste uit jezelf moet halen. Dan voetbal ik ook het lekkerste en
heb ik een
EscenicId: 756226
Om erachter te komen waar je precies gelukkig van wordt op je werk, is het ...
Docenten hebben een belabberd imago. Het gevolg, zegt Nederlands bekendste ...
Voor het eerst staat een Chinese topbankierster, Xiaoyan Yan, een westerse ...
Amazon is voor veel bedrijven een goudmijn geworden: de winkel deelt ...
Ze was een van Nederlands invloedrijkste ambtenaren, maar een ...