‘Ik heb altijd als sporter geleefd’

05/01/2010

‘Ik heb altijd als sporter geleefd’

Ze woont al haar hele leven in het Noord-Hollandse Assendelft, maar binnenkort wordt New Jersey haar thuishaven. Daphne Koster (28), aanvoerster van het nationale vrouwenelftal, heeft als eerste Nederlandse voetbalster een profcontract met een Amerikaanse ploeg getekend.

Collectieve gekte heerste deze zomer rond een groep meiden in oranje voetbalshirts. Het Nederlandse vrouwenvoetbalteam plaatste zich voor het eerst in zijn bestaan voor een groot internationaal toernooi, en schopte het op het EK in Finland meteen tot de halve finale. Op en naast het veld trok aanvoerster Daphne Koster (28) de meeste aandacht.

Bondscoach Vera Pauw noemt haar ‘de absolute leider’ van het team, ‘zowel op het veld als erbuiten’. Zelfs voetbalanalist Johan Derksen, die bepaald sceptisch is over voetballende vrouwen, roemde de kwaliteiten van de centrale verdedigster met het blonde waxkapsel. Ook buitenlandse scouts merkten die op: in maart vertrekt Koster als eerste Nederlandse naar een profploeg in de Verenigde Staten, het walhalla voor voetballende vrouwen.

Sinds het EK ben je een stuk bekender dan vroeger. Went het?

‘Toen we ons plaatsten, dacht ik: ein-de-lijk. Ik speelde met een tussenpauze van drie jaar al ruim tien jaar voor de nationale ploeg, en altijd was het: net niet. Het publiek had geen beeld bij het Nederlandse vrouwenelftal. Hoe groot de impact van het EK zou worden, konden wij van tevoren niet bedenken. Vera heeft het altijd voorspeld: voetbal is de populairste sport in Nederland. Ook als je je als vrouwenploeg plaatst voor een internationaal toernooi komt er hier een gekte op gang.

‘Sinds het EK word ik aangesproken bij de benzinepomp. Zo’n verkiezing als die van het blad Helden onlangs maakt me weer wat bekender (Koster werd gekozen tot ‘Held’ van 2009, red.). De aandacht groeit. Maar ik heb al een wereldje om me heen gebouwd. Ik ben geen weerloze tiener met te veel geld, ik ga geen rare dingen doen.

‘Als ik met vrienden over straat loop, zeggen die dat ik nagekeken word. Op zich is al die aandacht een mooie ontwikkeling voor het vrouwenvoetbal. Zodat meisjes voorbeelden hebben. Toen ik 12 of 13 was, wist ik niet eens dat er een nationaal vrouwenelftal was. Meisjes van 10 met een beetje talent weten nu donders goed wie er in de nationale ploeg speelt.’

Komen die meisjes nu je handtekening vragen na de training?

‘Wij trainen bij Fortuna Wormerveer, de satellietclub van AZ. Als er ook een meisjeselftal is, zeggen mijn teamgenoten dat die meisjes elkaar aanstoten: kijk, daar heb je Daphne!

Wie is Daphne Koster?

Geboren:

13 maart 1981 in Den Haag.

Opleiding:

mbo-sportopleiding CIOS, hbo-lerarenopleiding lichamelijke opvoeding (ALO).

Carrière:

1987-2000 - jeugdspeelster bij SVA Assendelft
1997-2005 - debuteert op 16-jarige leeftijd in het Nederlands Elftal, vertrekt acht jaar later na ruzie met coach Vera Pauw
2000-2007 - speelster bij Ter Leede
2003-2005 - twee seizoenen beste speelster in de hoofdklasse
2005-2008 - lerares lichamelijke opvoeding op school in Zaandam
2007-2010 - komt uit voor AZ in de opgerichte eredivisie voor vrouwen
2007- nu - keert terug naar de nationale ploeg, wordt aanvoerster
2008-2009 - talentcoördinator KNVB
2010 - begint in maart als eerste Nederlandse bij Amerikaanse profclub, Sky Blue FC uit New Jersey

‘In het openbaar ben je verantwoordelijk voor wat je zegt en doet, daar moet je je bewust van zijn. Ik zal niet snel in een spelletjesprogramma op tv gaan zitten. De kern is voetbal.

‘Ik weet zelf ook nog wel dat ik als meisje van net 16 onwijs opkeek tegen Vera Pauw, die toen mijn assistent-coach was bij Jong Oranje. Ze nam dat jaar afscheid van het Nederlandse team, zij was een speelster die het in mijn ogen gemaakt had.’

Nu ben je zelf in die positie. Binnenkort ga jij als eerste Nederlandse naar een Amerikaans profteam. De vrouwenvoetbalcompetitie in de VS is vorig jaar na een intermezzo van vier jaar opnieuw gestart — Sky Blue FC uit New Jersey, jouw toekomstige club, was het eerste seizoen landskampioen.

‘Ja (grijnst). Bij een betere ploeg kan je niet terechtkomen, en dat in een voorstad van New York.

‘Voor mij is de Amerikaanse competitie de beste die er is. In Amerika is ‘soccer’ de vrouwensport bij uitstek. Het wordt goed bekeken, er komt publiek op af. Ik weet nog toen we met het Nederlandse elftal in Amerika waren dat sterspeelster Mia Hamm naast Michael Jordan en de nu veelbesproken Tiger Woods op een poster stond. Dat zegt wel iets over de status daar.

‘Ik ga voor een seizoen, ze hebben een optie op nog een jaar. Het wordt mijn baan, dat is iets wat ik altijd al wilde. Voor het eerst krijg ik salaris.’

Op haar 16e werd Koster gevraagd voor de nationale ploeg. Vijf jaar later kwam ze Pauw daar weer tegen. Die zei, inmiddels bondscoach, dat Koster een van de beste centrale verdedigsters ter wereld kon worden. ‘En dat is ze nu ook’, zegt Pauw desgevraagd aan de telefoon. Ze noemt Koster ‘op een positieve manier heel dominant’. ‘Dat is ook nodig. Op het veld is zij degene die de lakens uitdeelt. Ik wou dat er meer speelsters zoals zij waren. Ze draagt meer verantwoordelijkheid dan voor het schoppen van een bal.’

Zelf ziet de aanvoerster het zo: ‘Ik voel me verantwoordelijk voor wat er in het team gebeurt. Op voetbalgebied, maar ook qua groepssfeer. Maar ik ben niet iemand die zich heel nadrukkelijk bewust is van die band om mijn arm. Alleen op het moment dat er leiding genomen moet worden, kijkt iedereen mijn kant op. En dan neem ik mijn verantwoordelijkheid.’

Als 3-jarige verhuisde Koster met haar familie vanuit Den Haag naar een nieuwbouwwijk in Assendelft. ‘In de straat woonden veel jongetjes van ongeveer dezelfde leeftijd, en die voetbalden. Ze liepen me uit te dagen, en zo ging ik meedoen. Ik liep al achter een bal aan toen ik nog heel klein was. Op 6-jarige leeftijd ben ik lid geworden van de plaatselijke voetbalclub.

‘Daarvoor heb ik nog mijn zwemdiploma gehaald. Ik heb ook nog een blauwe maandag op gym gezeten, en op judo. Alleen: ik wilde altijd voetballen. Mijn ouders wisten eerst niet precies hoe ze dat voor elkaar konden krijgen, waar moesten ze heen met een meisje dat wou voetballen?’

Maar ze steunden het idee wel.

‘Mijn vader heeft zelf een brede interesse in sport. Mijn moeder was meer van het ballet en het turnen. Die heeft nog geprobeerd me van koers te doen veranderen. Maar ik denk dat ik twee keer naar de gymles ben geweest, en toen heb ik gezegd: ik wil niet over die dikke balk heen en weer lopen.

‘Toen ben ik als F’je tussen de jongetjes bij de plaatselijke voetbalclub begonnen. Ik heb altijd onwijze mazzel gehad met m’n trainers, die me als een van de jongens behandelden. Ik werd geprikkeld om extra te trainen. Toen ik 12 was, zette de coach me samen met een jongetje in de hogere leeftijdsgroep om de dingen waarin we niet zo goed waren te oefenen.’

Tot wanneer heb je met de jongens gevoetbald?

‘Tot mijn 19de. De leeftijdsgrens om als meisje met jongens mee te mogen spelen, werd telkens verlegd. Clubs uit de streek wisten dat er een meisje meespeelde in ons team, dus haalden ze bij wedstrijden even de scheidsrechterskamer leeg. Of anders kreeg ik mijn eigen kleedkamer.

‘Vanaf een jaar of 15 worden jongens krachtiger dan meisjes. Ik ben gelukkig vrij sterk, maar ging het verschil op den duur compenseren met tactiek, techniek en inzicht.’

Hoe vonden die jongens het dat er een meisje meespeelde?

‘De jongens van mijn eigen team wisten niet beter. De tegenpartij had er soms wat meer moeite mee. In de B-leeftijdsgroep (16-jarigen, red.) was het wel een beetje lastig. Puberjongens komen dan vaak tot de ontdekking dat Ajax niet voor hen is weggelegd. Ik zat juist tegen de top aan, ik debuteerde in het Nederlandse elftal. Dat is een andere wereld. Daarom twijfelde ik soms of ik uit mijn team moest weggaan, maar voor mijn ontwikkeling was blijven beter.

‘Ik woon in een dorp, dus ik kom die jongens nog voortdurend tegen, de meesten zijn ook blijven hangen. Wie niet opgegroeid is in een klein dorpje, kan zich niet voorstellen hoe dat is. Je kent iedereen, en iedereen kent jou. Eén jongen uit mijn vroegere team is nu mijn zwager, ik heb via hem zijn broer leren kennen.’ (lacht)

Wanneer wist je: hier wil ik in verder gaan?

‘Ik werd op 9-jarige leeftijd geselecteerd voor het Noord-Hollands Elftal, maar ik hoor van mijn ouders dat ik ook daarvoor bij spelletjes altijd al wilde winnen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Dat zit gewoon in me. Ik wil altijd beter zijn dan de tegenstander, en dat is ook een drijfveer om het Nederlandse elftal te halen.

‘Ik heb dat met alles: als ik op een mountainbike stap, dan moet ik de snelste zijn. Als ik ga schaatsen, wil ik meteen tochten ondernemen.

‘Gisteren hadden we bij AZ explosieve krachttraining. Dan moet je uit stand op van die blokken springen en kijken hoe hoog je komt. Voor mij wordt dat meteen een wedstrijdje met de andere meiden. Jezelf voortdurend meten met de rest.

‘Mijn zusje had ook talent, maar zij heeft een andere mentaliteit en ook veel blessureleed achter de rug. Ze heeft daardoor een andere jeugd gehad: zij kon uitgaan. Ik ging wel eens stappen, maar alleen als dat paste in mijn trainingsschema. Ik heb altijd als een sporter geleefd.’

Koster voetbalde in de nationale ploeg en vanaf haar 19de ook voor het Sassenheimse vrouwenvoetbalteam Ter Leede. Ze combineerde topsport met het CIOS (opleiding tot sportdocent, red.) en deed daarna de hbo-opleiding tot docent lichamelijke opvoeding en stond een paar jaar voor de klas. Tussendoor kreeg ze aanbiedingen vanuit het buitenland, maar die wees ze af, omdat ze eerst haar studie af wilde maken.

‘Hartstikke leuk vond ik zo’n aanbod natuurlijk, maar ik kon er mijn zakken niet mee vullen. Je kan er nog net mee in je levensonderhoud voorzien, maar als je terugkomt naar Nederland, moet je wel op zoek naar een baan. En als je geen diploma of werkervaring hebt, kun je dat wel vergeten. Voetballen in Duitsland is voor een Nederlandse werkgever geen serieuze referentie.

Niet zeuren

‘Jammer dat we Daphne zullen moeten missen in de Nederlandse competitie, maar dit is een natuurlijk proces als je presteert op hoog niveau.’ Bondscoach Vera Pauw bewierookt Koster, en die is op haar beurt kwistig met complimentjes over de coach.

Over hun ruzie die Koster begin 2005 deed besluiten uit het nationale team te stappen, wil de verdedigster niets kwijt. Kort na de start van de eredivisie najaar 2007 besloten bondscoach en speelster het bij te leggen.

Koster: ‘Het zit bij ons allebei in ons karakter om dat achter ons te laten en gewoon weer verder te gaan. Ook in het veld heb ik dat. Ik kan soms enorm boos worden op een medespeelster. Dan komt die soms een half uur laten naar me toe en zegt: hee Daphne, ik bedoelde het niet zo. Dan moet ik echt in mijn geheugen graven om te weten waar ze het over heeft. Zodra je besluit om weer met elkaar te werken, moet je niet meer zeuren.’

‘Begrijp me niet verkeerd: voetbal zit helemaal in mijn hart. Ik doe er nu ook alles voor, maar je kan het maar tot een bepaalde leeftijd doen. In die periode moet je er het maximale uithalen. Nu heb ik mijn diploma en zelfs een paar jaar werkervaring. Een tijd in het buitenland is nu juist een meerwaarde. Tien jaar geleden had ik nog niks opgebouwd. Het Nederlandse elftal had toentertijd ook nog niet zo’n status, er was ook nog geen eredivisie voor vrouwen.’

Uit financiële noodzaak heb je voetbal na je opleiding drie jaar gecombineerd met werken als lerares lichamelijke opvoeding op een middelbare school in Zaandam. Hoe viel dat te rijmen?

‘Ik had gewoon gesolliciteerd toen ik nog bij Ter Leede speelde. In het derde jaar werd de eredivisie opgericht. Toen ging ik plots voor AZ spelen én kwam ik opnieuw voor het Nederlandse elftal uit. Ik moet bij AZ elke dag om vier uur trainen, dat was soms lastig te combineren met mijn fulltime baan. Gelukkig heb ik met de school kunnen afspreken dat ik dat laatste uur kon omruilen. Maar iedereen wist hoeveel energie ik daarnaast in mijn werk stopte, en dat ik er niet de kantjes vanaf liep. Daar krijg je dan veel goodwill voor.’

Hoe was het om de oprichting van die eredivisie vanaf de eerste rij mee te maken?

‘Altijd heb ik de stille hoop gekoesterd dat de grote clubs zich zouden gaan bemoeien met het vrouwenvoetbal. Maar ik had nooit verwacht dat er nog tijdens mijn carrière een eredivisie voor vrouwen opgericht zou worden. Dankzij Vera Pauw en een paar andere doorzetters is die competitie er toch gekomen.

Ondertussen speel je twee jaar voor AZ in de eredivisie en zijn jullie twee keer landskampioen geworden. Kun je daar nu van leven?

‘Nee, dat is de grote misvatting. We maken gebruik van de faciliteiten bij AZ — de begeleiding, de fysiotherapeuten, de artsen, de trainingsvelden en fitnessruimtes. Het grote verschil met de mannen is dat wij alleen die randvoorwaarden krijgen plus een reiskostenvergoeding. Geen loonstrookje. Het is aan ons om dat in de toekomst te veranderen. Vrouwenvoetbal moet populairder worden, dan zullen ook de sponsors volgen.’

Vooroordelen

‘115 duizend Nederlandse vrouwen zijn lid van een voetbalclub, maar over het niveau van de sport wordt vaak laatdunkend gedaan. Sinds het EK is dat erg veranderd. Op het Sportgala in december zei iemand tegen me: ‘Nu ik jullie zo zie, klopt mijn beeld helemaal niet. Jullie zijn echte atletes.’ Zijn beeld van vrouwenvoetbal was het Dames 1-team van zijn plaatselijke club. Maar dat zijn gewoon amateurs die het voor de lol doen. De mannen met bierbuiken van mijn oude club zijn toch ook niet te vergelijken met profvoetballers?’

Na je derde jaar als leerkracht bood de KNVB je een baan aan als talentcoördinator.

‘In mijn belastbaarheid maakt dat een groot verschil. Ik was fulltime docent: 20 of 21 lesuren per week, de hele dag dus op mijn benen, en dat in combinatie met voetbaltraining. Elke dag lag ik op de massagetafel omdat mijn kuiten op ontploffen stonden. Sinds ik anderhalf jaar geleden talentcoördinator werd, heb ik er misschien twee of drie keer op gelegen.

‘De KNVB zocht iemand die talenten aanspreekt, die het onderwijs kent, en die weet wat het is om als jong meisje in gemengde teams te spelen. Ik moest er hard over nadenken. Ik heb altijd moeite gehad om ergens weg te gaan als ik het daar naar mijn zin heb.

Op school had ik een vaste aanstelling, de nieuwe baan was een stap in het onbekende. Toen ik een jaar of 18 was, was dat waarschijnlijk ook wel een reden om niet op de aanbiedingen van Duitse of Deense teams in te gaan. Ik had moeite om los te laten.

‘Dat gevoel is nu een stuk minder. Vroeger wilde ik bijvoorbeeld per se in Assendelft blijven wonen, maar mijn vriend en ik zijn nu net verhuisd naar Uitgeest (15 kilometer verderop, red.). Daar kunnen we samen nog een kleine twee maanden van genieten, en daarna ga ik nog veel verder weg. Hij heeft zijn werk hier, maar hij komt me in Amerika een paar keer een maand bezoeken.

‘Ik begeleid en help nu jonge talenten van 13 tot 17 jaar. Voor mezelf heb ik het altijd goed kunnen regelen. Ik was altijd mondig genoeg. Als ik ergens bang voor was, stapte ik daar overheen met de gedachte: anders kom je er niet. Onderweg zijn vroeger veel talentvolle meisjes afgehaakt. Doordat ze naar een meisjesteam zijn gegaan, of omdat ze er niet uitkwamen met school.’

Ben je soms jaloers op mannelijke collega’s die zich volledig op voetbal kunnen concentreren?

‘Omdat ik verplicht ben er een baan naast te hebben, is mijn wereldje groter. Aan de andere kant heb ik gezien hoe we nog altijd met sprongen vooruitgingen toen we ons als ploeg voor aanvang van het EK twaalf weken hebben afgezonderd en volledig konden focussen. Dan vind ik het wel zonde dat wij niet de tijd hebben om dat altijd te doen.’

Hoe zou je jezelf beschrijven op het veld?

‘Link, dat soort vragen. (denkt lang na) ‘Iemand die het maximale uit een wedstrijd wil halen. Die wil winnen ten koste van bijna alles. Daar bedoel ik mee: ik wil beter zijn dan mijn tegenstandster, binnen de spelregels die er zijn. Ik geef niemand een doodsschop, maar ik ben wel iemand die de grens opzoekt van hoe ver ik kan gaan. Ik ga voor de bal, maar ik ben wel een harde speelster, ja.’

Op het EK schijn je niet op de foto gewild te hebben vanwege een schram op je gezicht.

‘Ik had een elleboogstoot in mijn gezicht gekregen net voor het EK. Het resultaat was een scheur van twee centimeter op mijn jukbeen, en een blauw oog. En ik weet inmiddels hoe dat gaat: als je eenmaal een foto hebt laten maken, blijft die heel lang circuleren op internet. Drie jaar later kan die zomaar ineens weer opduiken. Dat ging dus niet gebeuren.’

Ben je ijdel?

‘Nee, dat valt eigenlijk wel mee. Alleen met dit soort dingen. Bij de EK-wedstrijd waar ik werd uitgeroepen tot speler van de wedstrijd, tegen Denemarken, had ik een gebroken neus opgelopen. Na afloop sta ik dus op de foto met een scheefstaande dikke neus met watten erin, en die foto kom ik ook steeds weer tegen.’

Je zou kunnen zeggen: als topvoetballer hoort het erbij.

‘Ja, dat is waar. Maar aan de andere kant vind ik: ik ben wie ik ben, en dat ben ik niet. Als ik zo toegetakeld ben, hoef ik niet op de foto.’

In maart vertrek je naar Amerika. Waar kijk je vooral naar uit?

‘Op sportief vlak kijk ik ernaar uit om tegen aanvalsters te spelen waarvoor je het uiterste uit jezelf moet halen. Dan voetbal ik ook het lekkerste en heb ik een

EscenicId: 756226


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP