
Volgens Peter Molenaar, programmamanager van Digitaal Leren, zal het succes van Plasterks plannen omtrent digitale lesmaterialen (zoals Wikiwijs) afhangen van degene die de regie in handen heeft. Een database met alleen maar open source lesmateriaal garandeert nog niets. ‘Een PDF-versie van een oud lesboek garandeert geen enkele didactische ontwikkeling.’
In zijn toespraak van 3 december verkondigde minister Ronald Plasterk : ‘Vandaag wil ik een schoolvoorbeeld van onderwijsinnovatie lanceren, dat ‘problem solving’ mag heten: Wikiwijs, oftewel elektronische schoolboeken. [¿] We hebben het over digitale schoolboeken, maar je kunt natuurlijk alles laten printen, per leerling en per klas.’
En dat suggereert volgens Peter Molenaar van Digitaal Leren een beperkte visie op ICT-innovatie in het onderwijs. Digitaal Leren is een Haags platform met als belangrijkste doel het stimuleren van onderwijsvernieuwing door en met ICT. Molenaar: ‘De minister gaat te kort door de bocht. Hij noemt in zijn toespraak een aantal interessante punten, maar uit zijn woorden blijkt dat zijn kennis over de mogelijkheden niet helemaal voldoende is. Hij zegt bijvoorbeeld dat met Wikiwijs, net als bij Wikipedia, het lesmateriaal door leraren gemaakt moet worden. Afgezien van een aantal leraren dat best wel professioneel met de computer kan werken, beperkt een groot deel van het lerarencorps zich tot Word, een beetje surfen en een mailtje versturen. Maar goed digitaal lesmateriaal moet er ook nog goed uitzien en vereist andere didactische inzichten.’
De leden van Beter Onderwijs Nederland (BON) zien zeker voordelen van ‘open source’ lesmateriaal als Wikiwijs. Zij zien de mogelijkheden vooral in de vorm van een ‘digitaal’ schoolboek. Dat zou je kunnen afleiden uit de reacties in het forum op de website van de vereniging: ‘Maar stel dat onder redactie van BON wel vervangende boeken in digitale vorm zouden mogen worden uitgebracht. Waarom zouden de schrijvers en de vereniging BON dan daaraan niets mogen verdienen als zo’n boek een succes wordt?’ schrijft Seger Weeshuizen als reactie.
Molenaar: ‘In plaats van tekst op papier, tekst op een scherm; dat is geen digitaal lesmateriaal. De mogelijkheden zijn veel groter. Je kunt programma’s ontwikkelen die instructies en feedback geven. Programma’s kunnen monitoren, controleren hoe ver een leerling in de stof zit en hoeveel tijd hij er aan besteedt. Je kan een heel leerproces in beeld brengen. Maar zulke programma’s samenstellen, kost veel geld en tijd. Ik heb Plasterk zeer hoog zitten, maar ik ben benieuwd hoe zijn plannen uitpakken.’
Toch is Molenaar absoluut niet van mening dat ICT de docenten kan vervangen. ‘Dat slaat nergens op. Een leerling zit niet alleen op school om strikt kennis te verwerven, maar moet ook sociale omgangsvormen leren en communiceren met zijn klasgenoten.’
In een ideale onderwijswereld heeft over vier à vijf jaar elke leerling zijn eigen mini-laptop en zijn er in alle scholen goede wireless internetverbindingen. ‘En ik denk dat het snel kan gaan. Die mini-laptops zijn niet duur, ze nemen minder ruimte in en geven veel minder warmte af dan de logge pc’s.’ En met deze mini-laptop valt een hoop te leren, mits er rendabel lesmateriaal met vernieuwde didactische inzichten voor handen is. En als dat betekent dat geld voor schoolboeken daar in wordt gestoken, zou dat mooi zijn. ‘Maar cd-roms vol rekensommen, gestoeld op de oude didactiek, bieden geen meerwaarde. Ook een PDF-versie van een oud lesboek garandeert geen enkele didactische vooruitgang,’ aldus Molenaar.
EscenicId: 734594
Liever geen gevloek, maar ook geen circus op zondag, vraagt het ...
Deelnemers aan de zogenaamde LERU-Summerschool leren in Utrecht hoe ze ...
Collega-onderzoekers betwijfelen of onderwijssocioloog Jaap Dronkers ...
In het kader van de bezuinigingen ligt, opnieuw, de basisbeurs als ...
Nederland onderscheidt zich internationaal met studenten die niet ...