
Wat is de beste plek in Europa om een kind ter wereld te brengen, en vervolgens om werk en gezin te combineren? Waar is de kinderopvang goed geregeld, de minste weerstand tegen zelfstandigen en welke Europeanen zijn uiteindelijk het gelukkigst?
BESTE BEVALLINGS- EN OUDERSCHAPSVERLOF: ESTLAND
Stel: je wilt binnen een jaartje of twee een klein kopietje van je genen
voortbrengen. Dan is het nu het moment om een nieuwe heimat overwegen, want
meestal moet je toch een jaar in dienst zijn bij een bedrijf om in
aanmerking te komen voor ouderschapsverlof.
26 weken verlof
De landen met het langste zwangerschapsverlof tegen 100 procent van je
loon liggen alledrie in Oost-Europa: onder de communisten werkten bijna alle
vrouwen en dan was een goede verlofregeling een vereiste. Estland (28
weken), Letland (22 weken) en Polen (20 weken) kampen alle drie bovendien
met stevige vergrijzing. Het meest gunstige West-Europese land is Ierland,
waar je 26 weken verlof krijgt tegen 70 procent van je loon.
Wat ouderschapsverlofregelingen betreft, is de variatie nog groter. De
ministers van Sociale Zaken van de EU kwamen eind 2009 daarom overeen om een
ouderschapsverlof van minimum vier maanden vast te leggen voor zowel vaders
als moeders. Hoe hoog de uitkering is die je tijdens die periode krijgt,
blijft een beslissing van de lidstaten.
Verlof financieren
In landen als Polen, Spanje of het Verenigd Koninkrijk kun je maar liefst
drie jaar lang verlof nemen, maar dan wel onbetaald. Ook in Nederland (26
weken) is het verlof onbetaald, hoewel sommige werkgevers bijdragen aan de
kosten.
|
Zelf naar het buitenland? Vraag je je af hoeveel belastingen je moet betalen in Zweden of hoeveel bevallingsverlof je in Italië krijgt? Vergelijk met de Migratiewijzer welk land jou het beste ligt! |
‘Het is nog steeds een voordeel dat je terugkan naar je baan, maar dat verlof
moet je dan wel kunnen financieren’, zegt onderzoekster Greet Vermeylen van
Eurofound, de organisatie die onderzoek doet ter verbetering van de levens-
en arbeidsomstandigheden van EU-burgers.
Rollenpatroon
Als je wel een uitkering krijgt, is een percentage van je loon eerlijker dan
een ‘flat rate’ oftewel vast bedrag. Vermeylen: ‘In dat geval kiezen
gezinnen ervoor de ouder met het laagste inkomen te laten thuisblijven, en
dat is bijna altijd de moeder. De financiële afweging ondersteunt het
rollenpatroon.’
In Noorwegen, IJsland en Duitsland wilden ze daar iets aan doen en kunnen
ouders meer ouderschapsverlof krijgen als de vader een deel van het verlof
opneemt. Resultaat: 90 procent van de Noorse vaders neemt ook echt
ouderschapsverlof op.
Alleen in drie – alweer ex-communistische – landen blijf je je volledige loon
behouden tijdens ouderschapsverlof: Estland (anderhalf jaar, daarna nog
anderhalf jaar tegen een laag vast tarief), Slovenië (37 weken) en Litouwen
(34 weken). Het beste West-Europese land is Zweden, waar je 51 weken betaald
verlof krijgt tegen 80 procent van je loon.
Esten 'behoeden voor uitsterving'
Zowel qua bevalling- als ouderschapsverlof heeft Estland dus de riantste
regeling, ingevoerd in 2003 door de liberale regering om de Esten ‘te
behoeden voor uitsterving’, zegt Marre Karu, analist bij het Estse
Praxis-centrum voor Beleidsonderzoek. ‘Er zijn maar 1,3 miljoen Esten en het
aantal kinderen per vrouw was in 2001 gedaald tot een angstwekkende 1,34’,
aldus Karu.
Het geboortecijfer stijgt inmiddels geleidelijk, tot 1,66 in 2008. Wellicht
dat de ruime verloven daar een invloed op hebben gehad, maar hoe sterk het
verband is, weet hij niet. ‘Uit ons onderzoek blijkt wel dat vooral vrouwen
met een hoog inkomen door de regeling vaker besloten hebben een kind te
krijgen, zij profiteren immers het meeste van de regeling.’
Hoewel de verlofregelingen vorig jaar 120 miljoen euro gekost hebben en de
Estse economie door de crisis met ruim 13 procent gekrompen is, houdt de
Estse overheid de ‘ouderuitkering’ overeind. Bevolkingsgroei is een absolute
prioriteit.
Lager maandloon
Wie na het lezen van dit alles overweegt richting Tallinn te trekken, doet
er goed aan te beseffen dat de salarissen waarop deze berekeningen gebaseerd
zijn, vele malen lager liggen dan in Nederland. Een gemiddeld Ests maandloon
lag in 2009 op 610 euro, rond de 700 euro in de hoofdstad Tallinn. Volgens
onderzoeker Karu kan een hoogopgeleide buitenlander wellicht wel rekenen op
het dubbele.
MEESTE PARTTIMERS: NEDERLAND
Het zijn cijfers die Nederland, het koninkrijk van de parttimer, doen
uittorenen boven de rest van de EU: 47 procent van de Nederlandse werknemers
werkt in deeltijd. Nergens ter wereld zit parttime werk zo ingebakken in de
cultuur : 75 (!) procent van de vrouwen werkt geen volle week, en ook 14
procent van de mannen niet. 91 procent van de Nederlandse bedrijven heeft op
zijn minst één parttimer in dienst, ook dat is het hoogste cijfer in de EU.
Duitsland, Oostenrijk, België, Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk
volgen op flinke afstand met allemaal tussen de 20 en 25 procent werknemers
in deeltijdfuncties (en rond de 40 procent vrouwen).
Hoge functies
In veel andere Europese landen is parttime werken, zeker voor hogere
functies, nog niet zo vanzelfsprekend. In heel Oost-Europa, van Estland in
het uiterste noorden tot Griekenland in het diepe zuiden, werkt minder dan
10 procent van de actieve bevolking in deeltijd.
Het is er minder populair vanwege het loonverlies – parttime werken moet je je
wel kunnen permitteren –, en daarnaast ook wegens de ongunstige
carrièreperspectieven.
‘In Noorwegen is er een minister die vier dagen werkt, maar in veel andere
landen is dat onvoorstelbaar’, zegt Greet Vermeylen, onderzoekster bij
Eurofound, de in Ierland gevestigde organisatie die onderzoek doet ter
verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van EU-burgers. ‘We zien
heel vaak dat parttime werken carrièrebeperkingen geeft.’
Vermeylen citeert uit een pas gepubliceerd onderzoek waarvoor Eurofound
managers en personeelsvertegenwoordigers uit 27 duizend Europese bedrijven
ondervroeg. ‘In 28 procent van de Europese bedrijven vind je parttimers op
hoge posities, maar in de meeste gevallen worden die personen als een hoge
uitzondering gezien.
Niet in Nederland, waar 54 procent van de bedrijven iemand die in deeltijd werkt op een sleutelpositie heeft zitten en het als een ‘normale’ situatie wordt gezien. In de andere West-Europese landen waar deeltijdwerk relatief veel voorkomt, werken managers veel minder vaak parttime dan hun ondergeschikten.’
MEESTE ZELFSTANDIGEN: GRIEKENLAND
Waarom zien Fransen ‘een vaste baan bij de staat’ als het hoogste goed, en
zijn pakweg Spanjaarden of Grieken niet vies van een eigen restaurant of
makelaarskantoor? ‘De cultuur en gebruiken in een land spelen een
belangrijke rol bij het besluit om een eigen bedrijf te beginnen’, zegt
economisch geograaf Niels Bosma, die zich als postdoc aan de universiteit
Utrecht bezighoudt met ondernemerschap.
Tegelijk is Bosma ook research director bij de Global Entrepreneurship
Monitor, een publicatie waarin jaarlijks wordt gemeld hoe het met
ondernemerschap in de deelnemende landen is gesteld.
Het afgelopen jaar bleek de economische crisis er wereldwijd alvast flink in
te hakken: het aantal start-ups dat potentieel heeft straks veel nieuwe
banen te creëren, is in de welvarende landen met 10 procent is gedaald.
Zuid-Europeanen beginnen vaker eigen zaak
Maar nog altijd beginnen Zuid-Europeanen veel vaker een eigen zaak dan de
bewoners van Scandinavië. Werkt in Italië, Portugal en Griekenland
bijvoorbeeld respectievelijk 16,8, 17,6 en 21,1 procent van de werkende
bevolking als zelfstandige, in Denemarken en Zweden is dat respectievelijk
maar 4,6 en 6,4 procent.
‘Als je meer ondernemers om je heen ziet, is het ook vanzelfsprekender zelf een
bedrijfje te beginnen’, zegt Bosma daarover. ‘Maar tegelijk zijn de
Zuid-Europese zelfstandigen veel minder ambitieus, het zijn vooral veel
kleine winkeltjes. Deze ondernemers dragen niet bij tot grote economische
groei, dat blijkt al uit het Griekse voorbeeld.’
Voorzieningen
In Scandinavië is de houding ten opzichte van ondernemerschap heel positief,
toch denken maar weinig mensen er serieus na over een eigen zaak. Er is een
goed uitgebouwd sociaal systeem voor werknemers, terwijl de sociale
voorzieningen voor ondernemers veel minder zijn.
Bovendien is er veel werkgelegenheid. Scandinaviërs bedanken dan ook voor het
risico. Bosma: ‘Hoe hoger de werknemersbescherming, hoe minder inwoners
willen ondernemen, blijkt uit onderzoek. Als het heel moeilijk is om
personeel te ontslaan, kan dat mensen er ook van weerhouden een eigen
bedrijf te beginnen.’
Frankrijk, met zijn sterke vakbondspoot, scoort traditioneel laag: amper 5,3
procent van de werkende bevolking heeft een eigen zaak. Dat verleidde de
Amerikaanse oud-president George W. Bush ooit tot de uitspraak dat de
Fransen duidelijk geen woord kenden voor ‘entrepreneur’.
Inhaalslag
Een baan bij de staat is in Frankrijk het hoogste goed. In Nederland was dat
volgens Bosma tot de late jaren tachtig ook zo. Maar sindsdien heeft
Nederland een inhaalslag gemaakt. De overheid voert campagne om
kandidaat-ondernemers te stimuleren. Het belastingklimaat is gunstig voor
ondernemingen, blijkt ook uit de vele internationale ondernemingen die hier
hun hoofdkwartier vestigen.
Tv-programma’s als Dragon’s Den en Het beste idee van Nederland halen hoge kijkcijfers. Vandaag eindigt Nederland in de Europese middenmoot: ongeveer 9 procent van de werkenden heeft een eigen zaak.
MEESTE PEUTERS IN DE KINDEROPVANG: DENEMARKEN
Quizvraag: hoeveel procent van de Nederlandse kinderen van 3 jaar of jonger
verblijft vier of meer dagen per week in de crèche? Antwoord: 4 procent. In
België is dat 23 procent, in Zweden en Slovenië 27, maar de onbetwiste
‘crèche-marktleider‘ is Denemarken, waar 63 procent van de peutertjes zo
wordt opgevangen.
Natuurlijk, Deense moeders werken veel en hebben ‘maar’ twaalf maanden recht
op betaald ouderschapsverlof – in tegenstelling tot 18 maanden in Zweden.
Een uitgebreid systeem van kinderopvang wordt door de Denen daarom gezien
als een voorwaarde voor gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.
Maar de kloof met de nummers twee is wel erg groot.
Goedkoop en kwalitatief
Het ‘aanbod’ aan kinderopvang – zoals Denen het zelf noemen – is
wijdverbreid en erg goedkoop, zegt Rune Holm Christiansen, onderzoeker bij
een Deense consultancyfirma.‘De overheid neemt ongeveer driekwart van de
kosten op zich, en daarbovenop komen gezinnen met een laag of gemiddeld
inkomen nog eens in aanmerking voor extra subsidies.’
Denen hebben bovendien vertrouwen in de kwaliteit van de kinderopvang, zegt
Holm Christiansen. Ze voelen zich niet schuldig, integendeel, ze vinden dat
de crèche hun kinderen voorbereidt op een leven in een groep. Ze leren er
vriendjes kennen, moeten er speelgoed delen en samen spelen. Het Deense
maatschappelijke debat ziet het zelfs als een ‘probleem’ dat sommige
kinderen niet voor hun derde naar de kinderopvang worden gebracht.
Grootouders
Sommige landen kiezen voor lange ouderschapsverloven, andere landen
zetten in op goede kinderopvang, zodat ouders niet te lang weg hoeven
blijven van de arbeidsmarkt, zegt Greet Vermeylen, onderzoekster bij
Eurofound, de Europese organisatie die onderzoek doet naar de levens- en
arbeidsomstandigheden van EU- burgers. ‘Er zijn ook culturele verschillen.
In de landen om de Middellandse Zee worden grootouders vaak ingeschakeld om
kinderen op te vangen.’
Vermeylen vindt wel dat er vaak wordt gefocust op de opvang van peuters,
terwijl de opvang van schoolgaande kinderen vaak nog een groter probleem is.
‘In mijn thuisland België gaan kinderen tot vier uur naar school en is er
daarna nog twee uur gratis opvang op school geregeld. Dat maakt het, zeker
voor moeders, makkelijker om fulltime te werken.
Maar in Ierland, waar ik nu voor Eurofound werk, gaan kinderen maar tot twee
uur naar school. Daarna moeten ze naar een dure privé- opvang. Dat kost heel
veel geld, en dan kiezen moeders er vaker voor om toch maar thuis te
blijven.’
DENEN ZIJN GELUKKIGSTE INWONERS
Een goed gezinsleven en een goede gezondheid zijn het allerbelangrijkste om
je gelukkig te voelen. Werk en inkomen komen pas daarna, zegt Rob Anderson,
hoofd van de onderzoeksgroep ‘Quality of Life’ bij Eurofound, de stichting
die onderzoek doet naar de levens- en arbeidsomstandigheden van EU-inwoners.
Waarom sommige landen tevredener zijn dan anderen, weten de wetenschappers niet met zekerheid. Wel heeft het decennialange onderzoek naar geluk een paar (wetenschappelijk onderbouwde) vuistregels opgeleverd.
1. Hoe rijker een land, hoe hoger het bruto nationaal product, hoe
gelukkiger de bevolking.
Vroeger was die correlatie haast 1-op-1, dat is nu niet meer zo. Ruut
Veenhoven, hoofd van de onderzoeksgroep ‘geluk’ aan de Rotterdamse
Erasmusuniversiteit, vermoedt daarom dat niet de welvaart zélf het geluk
veroorzaakt, maar wel de moderniteit waarvan welvaart onderdeel uitmaakt.
Rijkdom hangt in de meeste gevallen samen met een grotere
vrouwenemancipatie, maar niet in landen als Japan en Saoedi-Arabië. Die zijn
gemiddeld duidelijk ongelukkiger dan inwoners van progressievere landen met
vergelijkbare welstand. Ook inwoners van landen waar de arbeidsverdeling
vrijer is en je dus zelf kunt kiezen wat voor beroep je uitoefent, gaat het
voorspoediger.
2. Hoe beter de overheid, hoe efficiënter de procedures, hoe minder
corrupt en beter functionerend de rechtstaat, hoe gelukkiger de mensen.
Veenhoven: ‘Zo’n overheid veroorzaakt economische groei, maar ook als je dat
wegcijfert, is het nog zo.’ Anderson: ‘De ‘kwaliteit van de samenleving’ is
doorslaggevend: weinig sociale ongelijkheid, vertrouwen in medeburgers,
goede publieke voorzieningen, een goede work-life-balance. In landen waar de
inkomensverdeling vrij ongelijk is zoals Portugal, de Baltische staten,
Hongarije en Polen zijn mensen minder gelukkig dan wanneer die verdeling
gelijker is.’ Algemeen valt de tweedeling tussen oude en nieuwe EU-lidstaten
op. De laatste zijn stukken minder gelukkig dan de rijkere oude lidstaten.
Uit de Eurobarometer-enquêtes blijkt dat België en Portugal de enige landen
zijn waarvan de inwoners in de loop der jaren gemiddeld minder gelukkig zijn
geworden. Italië blijkt de sterkste stijger uit de ‘collectie’. Het
gelukkigste land is Denemarken, waar het geluksgevoel bovendien nog altijd
stijgt. ‘Denemarken is een samenleving die alles heeft wat met geluk lijkt
samen te hangen’, zegt Ruut Veenhoven. ‘Het is welvarend, gelijk en goed
bestuurd.’ Maar waarom precies de Denen de gelukkigste EU-inwoners zijn, kan
hij niet verklaren.
HET ALLERGELUKKIGSTE LAND TER WERELD?
Denemarken staat op een eervolle tweede plaats, maar de verrassende nummer
één is IJsland. Ook nog na de kredietcrisis, ja. En wij maar denken dat de
zon invloed heeft op het geluk van mensen... ‘Mensen in gematigde
klimaatzones zijn het gelukkigst, ook als gecontroleerd wordt op welvaart’,
zegt Veenhoven. ‘Hoe warmer, hoe minder tevreden.’
Steeds meer mensen maken gebruik van social media bij het vinden van een ...
Heb je moeite met het vinden van je droombaan of kun je advies gebruiken ...
Bij het zoeken naar een baan wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ...