Lekker aan de bak in Europa

24/03/2010

Lekker aan de bak in Europa

Wat is de beste plek in Europa om een kind ter wereld te brengen, en vervolgens om werk en gezin te combineren? Waar is de kinderopvang goed geregeld, de minste weerstand tegen zelfstandigen en welke Europeanen zijn uiteindelijk het gelukkigst?

BESTE BEVALLINGS- EN OUDERSCHAPSVERLOF: ESTLAND

Stel: je wilt binnen een jaartje of twee een klein kopietje van je genen voortbrengen. Dan is het nu het moment om een nieuwe heimat overwegen, want meestal moet je toch een jaar in dienst zijn bij een bedrijf om in aanmerking te komen voor ouderschapsverlof.

26 weken verlof
De landen met het langste zwangerschapsverlof tegen 100 procent van je loon liggen alledrie in Oost-Europa: onder de communisten werkten bijna alle vrouwen en dan was een goede verlofregeling een vereiste. Estland (28 weken), Letland (22 weken) en Polen (20 weken) kampen alle drie bovendien met stevige vergrijzing. Het meest gunstige West-Europese land is Ierland, waar je 26 weken verlof krijgt tegen 70 procent van je loon.

Wat ouderschapsverlofregelingen betreft, is de variatie nog groter. De ministers van Sociale Zaken van de EU kwamen eind 2009 daarom overeen om een ouderschapsverlof van minimum vier maanden vast te leggen voor zowel vaders als moeders. Hoe hoog de uitkering is die je tijdens die periode krijgt, blijft een beslissing van de lidstaten.

Verlof financieren
In landen als Polen, Spanje of het Verenigd Koninkrijk kun je maar liefst drie jaar lang verlof nemen, maar dan wel onbetaald. Ook in Nederland (26 weken) is het verlof onbetaald, hoewel sommige werkgevers bijdragen aan de kosten.

Zelf naar het buitenland?

Vraag je je af hoeveel belastingen je moet betalen in Zweden of hoeveel bevallingsverlof je in Italië krijgt? Vergelijk met de Migratiewijzer welk land jou het beste ligt!

‘Het is nog steeds een voordeel dat je terugkan naar je baan, maar dat verlof moet je dan wel kunnen financieren’, zegt onderzoekster Greet Vermeylen van Eurofound, de organisatie die onderzoek doet ter verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van EU-burgers.

Rollenpatroon
Als je wel een uitkering krijgt, is een percentage van je loon eerlijker dan een ‘flat rate’ oftewel vast bedrag. Vermeylen: ‘In dat geval kiezen gezinnen ervoor de ouder met het laagste inkomen te laten thuisblijven, en dat is bijna altijd de moeder. De financiële afweging ondersteunt het rollenpatroon.’

In Noorwegen, IJsland en Duitsland wilden ze daar iets aan doen en kunnen ouders meer ouderschapsverlof krijgen als de vader een deel van het verlof opneemt. Resultaat: 90 procent van de Noorse vaders neemt ook echt ouderschapsverlof op.

Alleen in drie – alweer ex-communistische – landen blijf je je volledige loon behouden tijdens ouderschapsverlof: Estland (anderhalf jaar, daarna nog anderhalf jaar tegen een laag vast tarief), Slovenië (37 weken) en Litouwen (34 weken). Het beste West-Europese land is Zweden, waar je 51 weken betaald verlof krijgt tegen 80 procent van je loon.

Esten 'behoeden voor uitsterving'
Zowel qua bevalling- als ouderschapsverlof heeft Estland dus de riantste regeling, ingevoerd in 2003 door de liberale regering om de Esten ‘te behoeden voor uitsterving’, zegt Marre Karu, analist bij het Estse Praxis-centrum voor Beleidsonderzoek. ‘Er zijn maar 1,3 miljoen Esten en het aantal kinderen per vrouw was in 2001 gedaald tot een angstwekkende 1,34’, aldus Karu.

Het geboortecijfer stijgt inmiddels geleidelijk, tot 1,66 in 2008. Wellicht dat de ruime verloven daar een invloed op hebben gehad, maar hoe sterk het verband is, weet hij niet. ‘Uit ons onderzoek blijkt wel dat vooral vrouwen met een hoog inkomen door de regeling vaker besloten hebben een kind te krijgen, zij profiteren immers het meeste van de regeling.’

Hoewel de verlofregelingen vorig jaar 120 miljoen euro gekost hebben en de Estse economie door de crisis met ruim 13 procent gekrompen is, houdt de Estse overheid de ‘ouderuitkering’ overeind. Bevolkingsgroei is een absolute prioriteit.

Lager maandloon
Wie na het lezen van dit alles overweegt richting Tallinn te trekken, doet er goed aan te beseffen dat de salarissen waarop deze berekeningen gebaseerd zijn, vele malen lager liggen dan in Nederland. Een gemiddeld Ests maandloon lag in 2009 op 610 euro, rond de 700 euro in de hoofdstad Tallinn. Volgens onderzoeker Karu kan een hoogopgeleide buitenlander wellicht wel rekenen op het dubbele.

MEESTE PARTTIMERS: NEDERLAND

Het zijn cijfers die Nederland, het koninkrijk van de parttimer, doen uittorenen boven de rest van de EU: 47 procent van de Nederlandse werknemers werkt in deeltijd. Nergens ter wereld zit parttime werk zo ingebakken in de cultuur : 75 (!) procent van de vrouwen werkt geen volle week, en ook 14 procent van de mannen niet. 91 procent van de Nederlandse bedrijven heeft op zijn minst één parttimer in dienst, ook dat is het hoogste cijfer in de EU.

Duitsland, Oostenrijk, België, Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk volgen op flinke afstand met allemaal tussen de 20 en 25 procent werknemers in deeltijdfuncties (en rond de 40 procent vrouwen).

Hoge functies
In veel andere Europese landen is parttime werken, zeker voor hogere functies, nog niet zo vanzelfsprekend. In heel Oost-Europa, van Estland in het uiterste noorden tot Griekenland in het diepe zuiden, werkt minder dan 10 procent van de actieve bevolking in deeltijd.

Het is er minder populair vanwege het loonverlies – parttime werken moet je je wel kunnen permitteren –, en daarnaast ook wegens de ongunstige carrièreperspectieven.

‘In Noorwegen is er een minister die vier dagen werkt, maar in veel andere landen is dat onvoorstelbaar’, zegt Greet Vermeylen, onderzoekster bij Eurofound, de in Ierland gevestigde organisatie die onderzoek doet ter verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van EU-burgers. ‘We zien heel vaak dat parttime werken carrièrebeperkingen geeft.’

Vermeylen citeert uit een pas gepubliceerd onderzoek waarvoor Eurofound managers en personeelsvertegenwoordigers uit 27 duizend Europese bedrijven ondervroeg. ‘In 28 procent van de Europese bedrijven vind je parttimers op hoge posities, maar in de meeste gevallen worden die personen als een hoge uitzondering gezien.

Niet in Nederland, waar 54 procent van de bedrijven iemand die in deeltijd werkt op een sleutelpositie heeft zitten en het als een ‘normale’ situatie wordt gezien. In de andere West-Europese landen waar deeltijdwerk relatief veel voorkomt, werken managers veel minder vaak parttime dan hun ondergeschikten.’

MEESTE ZELFSTANDIGEN: GRIEKENLAND

Waarom zien Fransen ‘een vaste baan bij de staat’ als het hoogste goed, en zijn pakweg Spanjaarden of Grieken niet vies van een eigen restaurant of makelaarskantoor? ‘De cultuur en gebruiken in een land spelen een belangrijke rol bij het besluit om een eigen bedrijf te beginnen’, zegt economisch geograaf Niels Bosma, die zich als postdoc aan de universiteit Utrecht bezighoudt met ondernemerschap.

Tegelijk is Bosma ook research director bij de Global Entrepreneurship Monitor, een publicatie waarin jaarlijks wordt gemeld hoe het met ondernemerschap in de deelnemende landen is gesteld.

Het afgelopen jaar bleek de economische crisis er wereldwijd alvast flink in te hakken: het aantal start-ups dat potentieel heeft straks veel nieuwe banen te creëren, is in de welvarende landen met 10 procent is gedaald.

Zuid-Europeanen beginnen vaker eigen zaak
Maar nog altijd beginnen Zuid-Europeanen veel vaker een eigen zaak dan de bewoners van Scandinavië. Werkt in Italië, Portugal en Griekenland bijvoorbeeld respectievelijk 16,8, 17,6 en 21,1 procent van de werkende bevolking als zelfstandige, in Denemarken en Zweden is dat respectievelijk maar 4,6 en 6,4 procent.

‘Als je meer ondernemers om je heen ziet, is het ook vanzelfsprekender zelf een bedrijfje te beginnen’, zegt Bosma daarover. ‘Maar tegelijk zijn de Zuid-Europese zelfstandigen veel minder ambitieus, het zijn vooral veel kleine winkeltjes. Deze ondernemers dragen niet bij tot grote economische groei, dat blijkt al uit het Griekse voorbeeld.’

Voorzieningen
In Scandinavië is de houding ten opzichte van ondernemerschap heel positief, toch denken maar weinig mensen er serieus na over een eigen zaak. Er is een goed uitgebouwd sociaal systeem voor werknemers, terwijl de sociale voorzieningen voor ondernemers veel minder zijn.

Bovendien is er veel werkgelegenheid. Scandinaviërs bedanken dan ook voor het risico. Bosma: ‘Hoe hoger de werknemersbescherming, hoe minder inwoners willen ondernemen, blijkt uit onderzoek. Als het heel moeilijk is om personeel te ontslaan, kan dat mensen er ook van weerhouden een eigen bedrijf te beginnen.’

Frankrijk, met zijn sterke vakbondspoot, scoort traditioneel laag: amper 5,3 procent van de werkende bevolking heeft een eigen zaak. Dat verleidde de Amerikaanse oud-president George W. Bush ooit tot de uitspraak dat de Fransen duidelijk geen woord kenden voor ‘entrepreneur’.

Inhaalslag
Een baan bij de staat is in Frankrijk het hoogste goed. In Nederland was dat volgens Bosma tot de late jaren tachtig ook zo. Maar sindsdien heeft Nederland een inhaalslag gemaakt. De overheid voert campagne om kandidaat-ondernemers te stimuleren. Het belastingklimaat is gunstig voor ondernemingen, blijkt ook uit de vele internationale ondernemingen die hier hun hoofdkwartier vestigen.

Tv-programma’s als Dragon’s Den en Het beste idee van Nederland halen hoge kijkcijfers. Vandaag eindigt Nederland in de Europese middenmoot: ongeveer 9 procent van de werkenden heeft een eigen zaak.

MEESTE PEUTERS IN DE KINDEROPVANG: DENEMARKEN

Quizvraag: hoeveel procent van de Nederlandse kinderen van 3 jaar of jonger verblijft vier of meer dagen per week in de crèche? Antwoord: 4 procent. In België is dat 23 procent, in Zweden en Slovenië 27, maar de onbetwiste ‘crèche-marktleider‘ is Denemarken, waar 63 procent van de peutertjes zo wordt opgevangen.

Natuurlijk, Deense moeders werken veel en hebben ‘maar’ twaalf maanden recht op betaald ouderschapsverlof – in tegenstelling tot 18 maanden in Zweden. Een uitgebreid systeem van kinderopvang wordt door de Denen daarom gezien als een voorwaarde voor gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Maar de kloof met de nummers twee is wel erg groot.

Goedkoop en kwalitatief
Het ‘aanbod’ aan kinderopvang – zoals Denen het zelf noemen – is wijdverbreid en erg goedkoop, zegt Rune Holm Christiansen, onderzoeker bij een Deense consultancyfirma.‘De overheid neemt ongeveer driekwart van de kosten op zich, en daarbovenop komen gezinnen met een laag of gemiddeld inkomen nog eens in aanmerking voor extra subsidies.’

Denen hebben bovendien vertrouwen in de kwaliteit van de kinderopvang, zegt Holm Christiansen. Ze voelen zich niet schuldig, integendeel, ze vinden dat de crèche hun kinderen voorbereidt op een leven in een groep. Ze leren er vriendjes kennen, moeten er speelgoed delen en samen spelen. Het Deense maatschappelijke debat ziet het zelfs als een ‘probleem’ dat sommige kinderen niet voor hun derde naar de kinderopvang worden gebracht.

Grootouders
Sommige landen kiezen voor lange ouderschapsverloven, andere landen zetten in op goede kinderopvang, zodat ouders niet te lang weg hoeven blijven van de arbeidsmarkt, zegt Greet Vermeylen, onderzoekster bij Eurofound, de Europese organisatie die onderzoek doet naar de levens- en arbeidsomstandigheden van EU- burgers. ‘Er zijn ook culturele verschillen. In de landen om de Middellandse Zee worden grootouders vaak ingeschakeld om kinderen op te vangen.’

Vermeylen vindt wel dat er vaak wordt gefocust op de opvang van peuters, terwijl de opvang van schoolgaande kinderen vaak nog een groter probleem is. ‘In mijn thuisland België gaan kinderen tot vier uur naar school en is er daarna nog twee uur gratis opvang op school geregeld. Dat maakt het, zeker voor moeders, makkelijker om fulltime te werken.

Maar in Ierland, waar ik nu voor Eurofound werk, gaan kinderen maar tot twee uur naar school. Daarna moeten ze naar een dure privé- opvang. Dat kost heel veel geld, en dan kiezen moeders er vaker voor om toch maar thuis te blijven.’

DENEN ZIJN GELUKKIGSTE INWONERS

Een goed gezinsleven en een goede gezondheid zijn het allerbelangrijkste om je gelukkig te voelen. Werk en inkomen komen pas daarna, zegt Rob Anderson, hoofd van de onderzoeksgroep ‘Quality of Life’ bij Eurofound, de stichting die onderzoek doet naar de levens- en arbeidsomstandigheden van EU-inwoners.

Waarom sommige landen tevredener zijn dan anderen, weten de wetenschappers niet met zekerheid. Wel heeft het decennialange onderzoek naar geluk een paar (wetenschappelijk onderbouwde) vuistregels opgeleverd.


1. Hoe rijker een land, hoe hoger het bruto nationaal product, hoe gelukkiger de bevolking.

Vroeger was die correlatie haast 1-op-1, dat is nu niet meer zo. Ruut Veenhoven, hoofd van de onderzoeksgroep ‘geluk’ aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit, vermoedt daarom dat niet de welvaart zélf het geluk veroorzaakt, maar wel de moderniteit waarvan welvaart onderdeel uitmaakt. Rijkdom hangt in de meeste gevallen samen met een grotere vrouwenemancipatie, maar niet in landen als Japan en Saoedi-Arabië. Die zijn gemiddeld duidelijk ongelukkiger dan inwoners van progressievere landen met vergelijkbare welstand. Ook inwoners van landen waar de arbeidsverdeling vrijer is en je dus zelf kunt kiezen wat voor beroep je uitoefent, gaat het voorspoediger.

2. Hoe beter de overheid, hoe efficiënter de procedures, hoe minder corrupt en beter functionerend de rechtstaat, hoe gelukkiger de mensen.

Veenhoven: ‘Zo’n overheid veroorzaakt economische groei, maar ook als je dat wegcijfert, is het nog zo.’ Anderson: ‘De ‘kwaliteit van de samenleving’ is doorslaggevend: weinig sociale ongelijkheid, vertrouwen in medeburgers, goede publieke voorzieningen, een goede work-life-balance. In landen waar de inkomensverdeling vrij ongelijk is zoals Portugal, de Baltische staten, Hongarije en Polen zijn mensen minder gelukkig dan wanneer die verdeling gelijker is.’ Algemeen valt de tweedeling tussen oude en nieuwe EU-lidstaten op. De laatste zijn stukken minder gelukkig dan de rijkere oude lidstaten.

Uit de Eurobarometer-enquêtes blijkt dat België en Portugal de enige landen zijn waarvan de inwoners in de loop der jaren gemiddeld minder gelukkig zijn geworden. Italië blijkt de sterkste stijger uit de ‘collectie’. Het gelukkigste land is Denemarken, waar het geluksgevoel bovendien nog altijd stijgt. ‘Denemarken is een samenleving die alles heeft wat met geluk lijkt samen te hangen’, zegt Ruut Veenhoven. ‘Het is welvarend, gelijk en goed bestuurd.’ Maar waarom precies de Denen de gelukkigste EU-inwoners zijn, kan hij niet verklaren.

HET ALLERGELUKKIGSTE LAND TER WERELD?


Denemarken staat op een eervolle tweede plaats, maar de verrassende nummer één is IJsland. Ook nog na de kredietcrisis, ja. En wij maar denken dat de zon invloed heeft op het geluk van mensen... ‘Mensen in gematigde klimaatzones zijn het gelukkigst, ook als gecontroleerd wordt op welvaart’, zegt Veenhoven. ‘Hoe warmer, hoe minder tevreden.’


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , CV , Salaris , Sollicitatiebrief
topbanen
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP