
Artsen die online diagnoses stellen: gezellig is het niet en mogelijk zien ze nog iets over het hoofd ook. Toch zijn deskundigen razend enthousiast over e-health-toepassingen. 'De meeste vragen zijn in twee of drie tweets beantwoord.'
Even twitteren met de huisarts, inloggen op je eigen ziekenhuispagina, een therapie volgen vanwege je uit de hand gelopen drankgebruik of chatten met de fysiotherapeut. Het kan allemaal en er komen steeds meer varianten van e-health (= het gebruik van ict in de zorg). En dat moet ook, als we de autoriteiten mogen geloven. Oud-minister Klink van VWS noemde het gebruik van internet in de zorg eerder dit jaar ‘essentieel om de gezondheidszorg bereikbaar en betaalbaar’ te houden. Wat eurocommissaris Kroes betreft, moet er in 2015 een uniform systeem komen voor digitale medische gegevensuitwisseling. En gouverneur Arnold Schwarzenegger van Californië jubelde in augustus bij de lancering van een groot ‘telehealth-systeem’ dat e-health leve levens zal redden en dat we een nieuw tijdperk van healthcare ingaan.
Kosten besparen
Hoe spannend dat ook mag klinken, voor veel zorgverleners is e-health nog een ver-van-mijn-bed-show. En niet iedereen die het heeft uitgeprobeerd is enthousiast over de resultaten en werkwijze. Ik ben niet de zorg ingegaan om achter een computer te zitten, zo redeneert men. Koudwatervrees en jammer, vindt Chris Flim, secretaris van de Nederlandse Vereniging van e-health. Want niet alleen valt er volgens hem veel te besparen op de kosten van de gezondheidszorg. ‘Belangrijker is dat de kwaliteit van de zorg ermee omhoog gaat. Zorg op afstand stelt mensen in staat de regie over hun eigen gezondheidsproces (deels) in de handen te nemen. Iemand die zijn eigen dossier mag inkijken en becommentariëren, voelt zich veel meer betrokken bij zijn genezingsproces en dat is pure winst.’
Hieronder enkele voorbeelden van e-health-toepassingen:
|
Tweetspreekuur Het begon allemaal met een muggenbult, vertelt arts Bart Brandenburg. ‘Ik kreeg via Twitter een vraag over een bult met een foto erbij. Dat consult genereerde nogal wat aandacht.’ De voormalig huisarts begon daarop in oktober 2009 met twee anderen het tweetspreekuur. ‘Het was een uitprobeersel. In het begin liep het storm, we konden de vragen niet aan. Maar de hype was er na een tijdje vanaf en toen werd het rustiger.’ Ongeveer duizend mensen volgen het spreekuur nu op Twitter en er komen elke dag een handjevol vragen binnen. Die variëren van koorts bij kinderen tot psychische klachten en sportblessures. Brandenburg: ‘Heel divers. Er zijn veel informatievragen, vergelijkbaar met de vragen die in de huisartsenpraktijk worden gesteld.’ De consulten verlopen voor eenderde via het open kanaal, zodat iedereen kan meelezen. Maar de rest wordt afgehandeld via een ‘direct message’, een privé-bericht. Brandenburg en zijn collega, huisarts Erik Jansen, checken dagelijks enkele malen of er een consult komt en beantwoorden die meteen. ‘Ik vind het een heel efficiënte manier van communiceren, deze telegramstijl. De meeste vragen zijn met twee of drie tweets beantwoord. Soms spelen we ze door naar anderen. We hebben een vaste club met specialisten zoals fysiotherapeuten en apothekers.’ Brandenburg denkt niet dat zijn tweetspreekuur een wezenlijke bijdrage aan kostenbesparing in de gezondheidszorg oplevert. ‘Niet op deze kleine schaal. Wel hebben we onderzoek gedaan waaruit blijkt dat 30 procent van de vragenstellers naar de huisarts was gegaan, als er géén Tweetspreekuur was geweest. Dat kan je een besparing noemen, maar alleen als iedereen het gaat doen. Het succes zit ‘m er nu in dat het voor ons leuk is, weinig tijd kost en dat de reacties erg positief zijn.’ |
|
E-mental-health Het is niet dat hij het niet heeft geprobeerd. Psycholoog Jean-Pierre van de Ven (42) was een echte voorloper op het gebied van e-mental-health. Hij richtte met anderen tien jaar geleden Interapy op, een website die behandeling biedt van diverse psychische klachten. Daarna zette hij Annazorg.nl op poten, een vergelijkbare site waarbij online therapie gecombineerd wordt met face-to-face behandeling. De resultaten waren goed, vertelt hij. ‘Behandeling van bijvoorbeeld posttraumatische stress stoornissen had een slagingspercentage van bijna honderd.’ Ook bij andere klachten en aandoeningen was de zogenoemde ‘effectscore’ hoog. Toch stopte van de Ven met de online behandelingen. ‘Er wordt, vind ik, overdreven veel verwacht van e-health. Het kan heel nuttig zijn. Mensen die zorg mijden, durven vaak online, anoniem, wèl hulp te zoeken. Dat is mooi. Maar zeker niet iedereen is ermee gebaat. Het kan gevaarlijk zijn, je kunt suïciditeit missen. Om meer informatie over iemand te krijgen is het vaak essentieel dat je hem ziet. Alleen al vanwege de ‘haren-in-de-nek-factor’, ofwel: er is hier iets niet in de haak. Die factor mis je als je iemand alleen online ontmoet.’ Dat e-mental-health enorm tijdbesparend is, vindt van de Ven onzin. ‘In tegendeel. Er zijn veel meer contactmomenten, je zit meer te lezen en zorgvuldig mails opstellen kost tijd. Uiteindelijk steek je veel meer tijd in een online-patient.’ En niet onbelangrijk: ‘Ik vind het saai om de hele dag achter de computer te zitten. Face-to-face is veel spannender.’ |
|
Medischegegevens.nl Zelf even de foto van je gebroken sleutelbeen opvragen en om die aan je vrienden te tonen. Of checken wat de dokter nu ook alweer heeft gezegd tijdens het consult. Op de wesbite Medischegegevens.nl kunnen patienten van de aangesloten ziekenhuizen met een persoonlijke code inloggen en hun eigen medisch dossier opvragen. Alles staat erin: labuitslagen, brieven van zorginstellingen, medicatie, röntgenfoto’s. Kortom: alle geaccordeerde data zoals die bekend zijn van een patient in het ziekenhuis, vertelt directeur Martijn Bakkers van Medischegegevens.nl ‘De patiënt bepaalt zelf wie er inzage in zijn dossier mogen hebben.’ Volgens Bakkers worden er jaarlijks 17 duizend fouten met medicatie gemaakt. Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om de patiënt over de schouders van artsen mee te laten kijken naar zijn eigen dossier. ‘We hadden onlangs een patiënt die merkte dat hij niet goed reageerde op een bepaald medicijn. Toen hij het etiket vergeleek met de beschrijving van het medicijn in zijn dossier, bleek dat hij heel andere pillen had gekregen. Zo is die fout hersteld.’ Vindt Bakkers het nodig dat patiënten hun artsen op deze manier corrigeren? ‘Natuurlijk niet. De arts blijft verantwoordelijk. Maar fouten worden gemaakt en deze transparantie is goed.’ Het belangrijkste voordeel is volgens hem dat de patiënten beter geïnformeerd zijn over hun eigen gezondheid. ‘Dat zorgt voor snellere genezing’. Inmiddels hebben vijduizend patiënten van twee ziekenhuizen in Den Haag en Leidschendam zich aangemeld bij Medischegegevens.nl. Het bedrijf hoopt nog dit jaar andere ziekenhuizen te interesseren. |
|
ParkinsonNet Wie denkt dat Parkinsonpatienten niet kunnen internetten omdat ze teveel trillen, zit er helemaal naast. ‘Internet is júist geschikt voor mensen met Parkinson. Ze hebben vaak geen duidelijk handschrift, dus dan is een toetsenbord prettig. Bovendien kun je werken met spraakherkenning.’ Dat zegt Bas Bloem, professor neurologie aan het UMC St. Radboud in Nijmegen en autoriteit in Nederland op het gebied van Parkinson. In 2004 richtte hij samen met Marten Munneke het ParkinsonNet op. Dit is een landelijk netwerk waar inmiddels 1600 zorgverleners bij zijn aangesloten met wie de 70.000 patiënten in Nederland via de website ParkinsonNet.nl contact kunnen zoeken. De zorg voor Parkinsonpatiënten in Nederland was onvoldoende geregeld, vond Bloem. ‘Het was totaal niet duidelijk welke behandelaar waar zat, wie voldoende deskundig was en er was geen goed onderling contact tussen de behandelaars.’ Met ParkinsonNet is dat er nu wel. Patiënten kunnen via de zorgzoeker behandelaars in hun eigen regio vinden. Dat kunnen neurologen zijn, maar ook fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten of psychiaters. De behandelaars kunnen op hun beurt met elkaar overleggen via het forum van de website.‘Parkinson is een gecompliceerde aandoening die een multidisciplinaire behandeling vergt. De aangesloten behandelaars hebben bij ons een scholing gehad,’ vertelt Bloem. Hij heeft met deze door E-health ondersteunde innovatie inmiddels vele prijzen in de wacht gesleept en een kostenbesparing gerealiseerd van 73 miljoen euro per jaar. ‘De verbeterde eerstelijns zorg heeft ziekenhuisopnames overbodig gemaakt en er werd minder een beroep gedaan op de thuiszorg.’ Niet alleen de kostenbesparing is voor Bloem belangrijk. ‘Mijn droom is een medische wereld die geen geheimen meer heeft voor patiënten.’ |
Steeds meer mensen maken gebruik van social media bij het vinden van een ...
Heb je moeite met het vinden van je droombaan of kun je advies gebruiken ...
Bij het zoeken naar een baan wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ...