
Voorbij is de tijd dat de baas direct belt als je niet op tijd op je werk komt. Het nieuwe werken is dan ook vooral leuker dan het oude. Uit onderzoek van VKbanen en Newcom Research & Consultancy blijkt dat haast iedere werknemer een werkgever aantrekkelijk vindt als die zich actief voor het nieuwe werken inzet.
Waarom kijken we graag naar de alom geprezen tv-serie Mad Men? Omdat dat het nog een beetje lijkt op die grappige oude tijd, toen vrouwen altijd een jurk droegen en elke week naar de kapper gingen en mannen in een pak liepen, behalve in het weekend. Toen er nog zo’n heldere arbeidsverdeling was tussen man en vrouw: hij uit, zij thuis.
Het lijkt inmiddels een eeuwigheid geleden dat onze eigen vader ’s ochtends vroeg met een broodtrommel in de tas op zijn fiets of in zijn auto stapte om naar ‘het werk’ te gaan, waarvan hij ’s avonds tegen zessen terugkeerde om vervolgens achter moeders warme maaltijd aan te schuiven. Zo leven, willen we en doen we al lang niet meer. Vader en moeder hebben allebei een baan, van twee, drie, vier en soms wel vijf dagen in de week. De een werkt bij een baas, de ander voor zichzelf. Een dag thuiswerken is voor beiden heel normaal. En papa zorgt nu ook voor de kinderen en kookt regelmatig. Working nine tot five, zoals Dolly Parton zong, dat doen er niet veel meer, elke dag.
Flexwerker
Wat wij tegenwoordig doen of zouden willen, is werk en privé combineren op
een manier die we zelf, helemaal persoonlijk, het fijnst vinden. Dat ideaal
noemen we ‘het nieuwe werken’, voor kenners afgekort tot ‘hnw’. Van de
Nederlandse beroepsbevolking van 8 miljoen mensen doet ongeveer de helft
‘kantoor- of kenniswerk’, werk dat zich leent voor het nieuwe werken. Een
slager of kledingverkoopster kan immers moeilijk thuis werken. Van de 4
miljoen mensen die dus niet zoals dat heet ‘plaats- of tijdgebonden’ hoeven
te werken, zijn er nu ongeveer 1,6 miljoen ‘flexwerker’.
Die flexwerker varieert van iemand die soms een paar uur thuis werkt tot mensen die de hele week volledig zelfstandig werken - waar, hoe en wanneer ze dat zelf willen – binnen een organisatie. De harde kern van volledige flexwerkers bestaat volgens Willem de Jager, directeur van de onafhankelijke Stichting TeleWerkForum, uit ongeveer 700.000 mensen. Iedereen heeft wel gehoord van de ‘flexplekken’ die al vijftien jaar geleden bij verzekeraar Interpolis in Tilburg werden ingevoerd en weet ook dat een organisatie als Microsoft al veel eerder pionierde met het thuiswerken, dankzij de snelle opkomst van ICT-technologie.
Niet alleen de lol
|
‘Maar er kunnen inmiddels wel zo’n 2,5 tot 3 miljoen flexwerkers bijkomen’, aldus De Jager. En die nieuwe flexwerker is iemand die niet alleen een laptop en een telefoon van de baas heeft gekregen, en wel eens thuis werkt, maar iemand die helemaal ánders werkt. Een nieuwe werker laat zich bijvoorbeeld niet meer commanderen en controleren, zoals tot in de vorige eeuw gebruikelijk was, maar hij werkt zelfstandig en in vrijheid, zonder dwang, en neemt zelf zijn verantwoordelijkheid.
Vertrouwen
De nieuwe werker wordt niet langer gewantrouwd door zijn baas of manager
(‘loopt hij niet de kantjes eraf, draait hij wel zijn uren, laat hij thuis
niet stiekem de hond uit?’), maar geniet diens vertrouwen. Deze superieur is
geen controleur meer, maar een inspirerend leider, een coach en praatpaal.
Gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen, daar draait het om. De mens
staat centraal, niet het proces of de regels. Grote betrokkenheid bij de
onderneming, dat geeft de werknemer; persoonlijke groei en ontwikkeling
biedt de werkgever.
In wezen gaat het er volgens De Jager om dat ‘20ste-eeuwse loonslaven creatieve ondernemers worden die de strikte scheiding van werk en privé uit het industriële tijdperk opzij zetten’. De ondernemende geest moet weer uit de fles en daarom moet de werkgever ruimte, vertrouwen en middelen verschaffen. Vervolgens laat de werknemer zijn 9-tot-5-mentaliteit varen en gaat hij werken met en voor zijn plezier. Maar waarom? Waarom is het nieuwe werken opeens in, en het oude uit?
Omdat de Nederlandse economie zich van opkomende economieën in het Verre Oosten alleen kan onderscheiden met briljante, originele kennis, geleverd door slimme, geïnspireerde en gemotiveerde werknemers. Omdat het Westen en met name Europa, zegt De Jager, z’n kennisvoorsprong veel harder verliest dan ooit werd gedacht. Werkgevers zullen het de werknemers verder wel naar de zin moeten maken, omdat er, zoals bekend, straks nog maar weinig van zijn - en omdat de schaarse talenten banen voor het uitkiezen hebben.
Werk-ideaal
Die nieuwe generatie wil zonder gêne z’n kind overdag zien optreden op
school, twittert op het werk zowel zakelijk als privé, maar mailt net zo
goed, en dat is de wederdienst, ook ’s avonds om elf uur een goed idee nog
even door naar een collega. Hoe beleven intussen de hoger opgeleiden hun
werk, en wat moet in organisaties veranderen om dichter bij het nieuwe
werk-ideaal te komen?
Om dat te achterhalen, deed VKbanen samen met onderzoeksbureau Newcom Research & Consultancy een peiling onder 3.000 hoger opgeleiden, overwegend werkzaam in kennisverwerkende sectoren zoals banken, ICT-organisaties en overheidsinstellingen, zorg en onderwijs, maar ook bij transport- en technische bedrijven.
Uit het onderzoek blijkt dat Nederland op koers ligt richting het nieuwe werken, maar daarbij niet de snelweg neemt. ‘We doen het niet slecht, maar er is op veel punten nog winst te behalen’, aldus Newcom-onderzoekster Annemarie Kapteijns. Werknemers zijn best tevreden over hun werktijden, de ruimte voor eigen initiatief, contact met collega’s en de beschikbaar gestelde middelen, maar de echte Schwung lijkt te ontbreken.
Aantrekkelijk
De kloof tussen wat is en hoe men het graag zou willen, laat zich misschien
het beste duiden door het feit dat slechts eenderde van de ondervraagden
vindt dat zijn werkgever zich (redelijk) actief met het nieuwe werken
bezighoudt, terwijl bijna 80 procent van de respondenten zegt dat hij een
werkgever die zich daar ook echt voor inzet ‘aantrekkelijk’ vindt. En daar
gaat het nou net om.
Het meest tevreden zijn nog de medewerkers bij banken en verzekeraars, in de ICT en automatisering en bij de energie- en nutsbedrijven. De overheid, het onderwijs en de zorg blijven achter, terwijl de werknemers daar wel aan het nieuwe werken willen. In het onderzoek is daarom ook gekeken waaraan het precies schort bij de invoering van het nieuwe werken. Dan blijkt dat de organisatie nog ‘niet voldoende openstaat’ om anders te werken, om af te wijken van vaste patronen en processen, of laten de onderlinge omgangsvormen afwijkend arbeidsgedrag nog niet toe.
Maar het belangrijkste manco is het gebrek aan ‘inspirerend leiderschap’, bij de organisatie als geheel of meer specifiek bij het management. En waar dat leiderschap ontbreekt, mist ook de feedback op het werk van de medewerkers. Kapteijns: ‘Bij de organisatie en zeker bij het leiderschap valt nog een hele grote slag te maken.’ De Jager wijt de trage voortgang van het nieuwe werken aan ‘angst’ bij de werkgever.
Voorsorteren
Toen vorige winter Nederland onder de sneeuw lag, wilde ruim de helft van de
bedrijven z’n mensen toch niet thuis laten werken. ‘Hoe controleer ik dan of
ze wel werken, werd er echt gezegd’, gruwt de ambassadeur van het nieuwe
werken. De Jager schat dat tegen de 15 procent van de werkgevers het nieuwe
werken echt stimuleert (‘daar is het kwartje gevallen’), dat 31 procent het
‘faciliteert’ en dat de rest de thuiswerker ‘gedoogt’. De Jager: ‘Alleen de
bedrijven die het doorhebben, zoals KPN, Rabobank en Vodafone, om een paar
grote te noemen, weten dat ze om straks de schaarse slimme werker te
trekken, nu aan een aantrekkelijk profiel moeten werken. Die zijn wel aan
het voorsorteren.’
Maar heeft de werknemer zelf dan geen angst voor al dat nieuwe werken? Jawel, ook wel, heeft het TeleWerkForum in de Amsterdamse regio ontdekt: tijdens de recessie laten werknemers liever hun gezicht elke dag zien, dat kan schelen bij ontslag nietwaar. En je werkkamer met drie ramen en een zithoek verliezen, doe je als manager liever ook niet. Want dat gebeurt. Wie meer aan zijn bureaustoel hecht dan aan samen met een collega een goed idee uitwerken, werkt op de oude wijze. Leeftijd speelt geen grote rol bij de voor- of tegenstand van het nieuwe werken, zo bleek uit het Newcom-onderzoek.
Jouw leven
De Jager: ‘Ook wij hebben gemerkt dat jonge academici het vaak juist leuk
vinden om na jaren studeren naar kantoor te gaan, om onder de mensen te
zijn. Maar zodra ze aan gezinsvorming doen, zijn ze dolblij met flexibele
werktijden en meer dan dat.’ Wie toch, jong of oud, het liefst elke dag om 9
uur naar kantoor wil en om 5 uur naar huis, die mág dat. Het is jouw werk
namelijk, en jouw leven. Zeggen ze, bij hnw.
Steeds meer mensen maken gebruik van social media bij het vinden van een ...
Heb je moeite met het vinden van je droombaan of kun je advies gebruiken ...
Bij het zoeken naar een baan wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ...