
Werknemers in de zorg leveren kwaliteit, vinden ze zelf. Ze hebben ook plezier in hun werk. Alleen de te hoge werkdruk en andere vervelende omstandigheden maken het werk minder prettig. Bovendien ontbreekt voldoende waardering van de buitenwereld.
Wie in de zorg werkt, doet dat werk met hart en ziel. Het merendeel van het personeel is ronduit trots op de zorg die hij of zij verleent. Goede kwaliteit bieden, geeft liefst 95 procent van hen ‘energie en werkplezier’. Het is één van de resultaten uit de Barometer Zorg, waarmee de mening van 378 werkenden in de zorg werd gepeild door VKBanen en onderzoeksbureau Newcom.
Dankbaarheid
Ruim tweederde van de ondervraagden, van wie 85 procent vrouw is, is ook blij
met de stimulans van collega’s die ze tijdens het werk ondervinden. En ruim
55 procent vindt dat ze de eigen ervaring, kennis en talenten volledig kan
inzetten bij het werk. Een greep uit de positieve reacties: ‘Door zelf het
beste voor je cliënten na te streven, krijg je veel terug.’ Een ander is
blij ‘met de dankbaarheid van mensen die kleine stappen vooruit zetten en
die zich serieus genomen voelen in deze maatschappij vol taboes’.
Onvrede
Is iedereen dus opgewekt aan de slag in de zorg? Dat niet. Integendeel, er
heerst enorm veel onvrede.
De grootste spelbederver, vinden de werknemers in ziekenhuizen en verpleeginstellingen, is de werkdruk. Liefst driekwart vindt die veel te hoog. ‘Daardoor heb je het gevoel dat je altijd tekortschiet’, formuleert de een het ongenoegen. ‘Je moet de patiënt echt afraffelen, je hebt geen tijd voor een echt gesprek’, klaagt de ander. Een derde: ‘In de meeste instellingen kun je alleen met oogkleppen op werken. Dat is zowel voor de zorgverlener als de cliënt ziekmakend.’
Marktwerking
De invoering van marktwerking in de zorg heeft daar geen verandering in
gebracht. Over deze nieuwe economische prikkel oordeelt een ruime
meerderheid negatief: de zorg is er niet efficiënter door geworden, het werk
is er niet door verbeterd en de kwaliteit van de zorg is er zeker niet op
vooruitgegaan, vinden de meesten.
Bijna de helft van de verpleegkundigen vindt dat de zorg er slechts op is achteruitgegaan. ‘Omdat er meer tijd nodig is voor computerregistratie en de invoering van protocollen’, vermoedt een zorgverlener. Een ander ziet de schaalvergroting – een efficiëntiemaatregel – als boosdoener: ‘De organisatie is gefuseerd en groter geworden, het kleine en gemoedelijke gaat ervan af. Zorg op maat is er nog wel, maar gaat over te veel schijven.’
Klaagcultuur
Zo veel ongenoegen, heerst er in de zorg misschien een klaagcultuur? Eerlijk
is de beroepsgroep wel, want ruim de helft geeft een bevestigend antwoord.
Een durfal zet zich af tegen de collega’s: ‘Geklaag over werkdruk is verwend
gedrag. Pamperen en tutten is geen zorg verlenen, meestal. Werken op een
Emergency Room in Amerika, dát is werkdruk – niet het warme nest met
afgebakende korte diensten en vier keer pauze.’
Toch staat de erkenning van de eigen somberheid verder klagen niet in de weg. Want al vindt ongeveer de helft dat men zijn eigen werk goed kan doen, dat hij of zij redelijk autonoom is, dat het werk van belang is voor hem of haar én dat dit type werk sowieso zinvol is; als gevraagd wordt of het werk de laatste twee jaar leuker is geworden, is het antwoord weer keihard negatief: nee, zegt 55 procent van ondervraagden.
Kwaaie pier
Naast de te hoge werkdruk, schuilt veel ongenoegen in de – gevoelde –
waardering door de buitenwacht. Van de patiënten zelf krijgt men zeker wel
waardering, veel zelfs, zegt driekwart. Familie, buren, kennissen,
collega’s, ook zij tonen ruimschoots respect en waardering, zegt de helft.
Het misnoegen begint bij ‘het’ Nederlands publiek, driekwart heeft niet of
nauwelijks lof voor hun werk – meent de beroepsgroep.
Maar de echte kwaaie pieren zijn de media én (demissionair) minister Klink van Volksgezondheid. De media tonen nauwelijks respect, vinden de werkers in de zorg en met de minister is het nog erger: een op de vijf voelt ‘geen waardering’ van de bewindsman, 43 procent ‘nauwelijks’. Dat tweederde van de ondervraagden vindt dat de zorg een ‘negatief imago’ heeft, is dus niet zo verrassend na deze cijfers.
Voldoende
Alles op een rijtje, geeft de zorg zichzelf een rapport waarmee je als
middelbare scholier niet alleen blijft zitten, maar meteen naar een ander
schooltype wordt verwezen. Kijk mee: werkdruk: 4, imago: 5, handen aan het
bed: 5; EPD: 5; tijd voor patiënt: 4; Interne samenwerking: 5;
carriereperpectief: 5, marktwerking in de zorg: 4. Of de zorgdeskundigen het
zouden begrijpen als collega’s het werk zouden neerleggen en gingen staken?
Reken maar, zegt weer de helft.
Omdat iedereen z’n werk toch mooi vindt en goed doet, blijft voor de kwaliteit van de zorg gelukkig een voldoende over: een 6.