Sinds de komst van vacaturesites en online netwerken staan werving- en selectiebureaus onder druk. Veel werkzoekenden laten ze links liggen. Toch kunnen ze handig zijn. Volkskrant Banen zocht het voor je uit: de feiten, de zin en de onzin en van werving- en selectiebureaus. Wat doet een werving- en selectiebureau?
Een werving- en selectiebureau selecteert potentiële medewerkers voor werkgevers. Elke succesvolle plaatsing levert geld op: een fee (vergoeding) tussen 15% en 25% van het jaarsalaris van de kandidaat. Het werving- en selectiebureau werft kandidaten via advertenties en de eigen bestanden. Er volgt een eerste selectie op basis van cv’s en brieven, waarna meestal een tiental kandidaten worden uitgenodigd voor oriënterende gesprekken. Daarvan gaan er een stuk of vier op sollicitatiegesprek bij de werkgever. Kansrijke afvallers worden soms in bestand gehouden.
Voor de overheid en het bedrijfsleven zijn deze bureaus van groot belang. Ze nemen een deel van het werk van de P&O-afdelingen over of doen de werving van organisaties die niet zelf de benodigde capacitiet in huis hebben. Daarbij variëren de werkzaamheden van het aanbieden van een lijst met kandidaten tot het uitvoeren van assesments. Naar schatting zijn er in totaal zo’n 2.250 bureaus (inclusief 250 middelgrote tot grote). (bron: branchevereniging OAWS).
Van een werving- en selectiebureau mag je als werkzoekende enige betrokkenheid verwachten, als je eenmaal zaken met ze doet. Een goed bureau dient de belangen van werkzoekende én opdrachtgever; het zoekt een overeenkomst die voor beide partijen goed uitpakt. Dat betekent dat het bureau rekening met je wensen houdt en je adviseert over de verschillende mogelijkheden.