Verder kijken dan wat de juf zegt

20/04/2010 / Annette Posthumus

Verder kijken dan wat de juf zegt

Een van de nieuwste manieren om leerlingen anders te laten leren, is de IPC-methode voor basisscholen. Kinderen leren daarin dat elk onderwerp een internationaal aspect heeft, een element van techniek, een voorgeschiedenis, et cetera.

‘Tokio heette vroeger Edo, toen het nog een vissersdorpje was’, vertelt Wessel (12) enthousiast. Hij zit samen met klasgenoot Jasper achter de pc in een hoek van de bibliotheek op basisschool De Esdoorn in Elst, in de Betuwe. Ze maken een werkstuk over hoe een stad is ontstaan. Yalda en Lianne (beiden 12) doen hetzelfde over Sydney. ‘We moeten alles zelf op internet opzoeken. Dat is veel leuker dan in de klas zitten met een boek en een schrift, want zo kun je veel meer informatie vinden’, zegt Yalda. Hun werkstuk is bijna af.

‘Zij is nu bezig met de volgende opdracht’, zegt ze giechelend terwijl ze naar haar buurvrouw wijst. Die zegt met een rood hoofd dat ze een spreekbeurt over seksuele voorlichting moet houden. Ook die blijkt al helemaal voorbereid; ze vindt het ‘best wel leerzaam’.
Is het omdat de directeur van de school, Jan Willem Helmink erbij staat, of zijn de kinderen écht zo enthousiast over dit onderwijs?

Thema
Op De Esdoorn hebben de kinderen vanmiddag allemaal les volgens het ‘IPC’, het International Primary Curriculum, een leerlijn die de school sinds ruim twee jaar toepast. ‘In het IPC worden de zaakvakken geïntegreerd en staat effectief leren centraal’, is de wat abstracte uitleg van Helmink. Dit betekent in de praktijk dat kinderen ’s ochtends les krijgen in taal en rekenen zoals op reguliere basisscholen, en ’s middags in zaakvakken als aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, ict, muziek, techniek en handvaardigheid.

In IPC komen die vakken in het middagprogramma allemaal samen in één thema, dat telkens vijf fases doorloopt: start, kennisoogst, uitleg thema, activiteiten en afsluiting. Helmink: ‘Alle groepen werken met IPC en dat gaat per blok met twee groepen, dus groep 1 en 2 doen samen een thema, 3 en 4 ook, et cetera. Belangrijk zijn de internationale doelen. We kijken in dit onderwijs ook over de grenzen.’

Speelgoed
In groep 3 van juf Ina Linssen is meteen te zien hoe dit werkt. Aan de muur hangen pictogrammen met de vijf fases. Bij start staat ‘speelgoed’, het thema. ‘We beginnen altijd met een eerste kennismaking met het thema. De kinderen mochten de eerste dag allemaal speelgoed meenemen. Daarna komt de kennisoogst, dus: wat weten de kinderen al over speelgoed? Dan volgen een uitleg van het thema en de doelen. In die doelen komen alle zaakvakken terug.’

Bij dit thema is het leerdoel voor geschiedenis: speelgoed in volgorde van tijd zetten, en voor techniek: zelf speelgoed maken. Ina Linssen laat daarvan het resultaat zien: een stuk of twintig door de leerlingen geknutselde tollen. Het internationale doel is speelgoed uit verschillende landen. ‘We hebben een Tsjechisch meisje in de klas, dat heeft verteld dat ze daar niet ‘vier op een rij’, maar ‘vijf op een rij’ spelen.’ Een thema wordt altijd afgesloten met een activiteit, in dit geval een tentoonstelling.

Astrid Schrama (41) deed twee jaar geleden tijdens haar studie Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden onderzoek naar IPC op een basisschool in Den Haag.

‘De toegevoegde waarde van IPC is dat in het curriculum wordt gekeken naar verschillen in leerlingen en dat deze informatie ook wordt gebruikt. Het houdt ook rekening met de verschillende leerstijlen van de kinderen en met hun meervoudige intelligentie. Door het groepswerken leren ze niet alleen met, maar ook van elkaar.’

Volgens Schrama is een knelpunt van IPC dat er veel wordt gewerkt met beeld (displays), wat niet in het voordeel werkt van leerlingen die snel afgeleid zijn. ‘Daarnaast is altijd visueel maken van wat je weet of hebt geleerd, niet evenredig aan wat je daadwerkelijk weet’, meent Schrama. Volgens haar is er nog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar IPC gedaan en zou het interessant zijn om te onderzoeken hoe oud-leerlingen zich in het vervolgonderwijs handhaven.

Betrokkenheid
‘IPC richt zich op de betrokkenheid van leerlingen, waarbij steeds wordt gevraagd: ‘Wat gaan we leren?’, vertelt Pieter de Kool. Hij werkt drie dagen per week op de Europaschool in Amsterdam en is IPC-trainer. ‘Niet zozeer het doen staat centraal, maar het leren’, zegt hij. ‘De kinderen gaan aan de hand van een thema zelf op onderzoek uit.’

De Kool is ervan overtuigd dat kinderen door IPC beter leren. ‘De leerdoelen zijn heel duidelijk, die hangen in de hele school. De kinderen leren beter om zelf initiatieven te nemen en verbanden te leggen. Het reguliere onderwijs is heel kennisgericht. Bij IPC draait het om kennis én vaardigheden. We hebben hier niet op maandag aardrijkskunde, op dinsdag techniek en op woensdag geschiedenis. Door al die vakken in één thema samen te voegen, gaat het veel meer leven’. De Kool pakt er een lesboek van vóór IPC bij. Hij slaat het hoofdstuk ‘naar de maan’ open. ‘Bij zo’n traditionele les wordt het verhaal klassikaal voorgelezen en zitten de kinderen te luisteren. Wij gaan met de leerlingen een missie naar Mars uitvoeren.’ In dit project voor groep 7/8 maakten de kinderen een ruimtestation na en leerden ze tijdens de lichamelijke opvoeding hoe bewegen in de ruimte voelt.

Groei
Inmiddels gebruiken ruim dertig scholen in Nederland en achthonderd scholen wereldwijd IPC en dat aantal groeit gestaag, vertelt Hans Luijten van IPC Nederland. Hij was tien jaar geleden betrokken bij de invoering van IPC op de internationale school in Oman en werkte er daarna mee op een basisschool in Den Haag. Volgens hem is de ‘I’ van IPC een van de belangrijkste aspecten van het curriculum, omdat het in een steeds van samenstelling veranderende maatschappij belangrijk is dat kinderen zich bewust zijn van de verschillende culturen.

‘Kinderen kijken vanuit hun eigen identiteit naar buiten, ze leren te vergelijken hoe het in hun eigen land is en hoe dingen in het buitenland werken.’ Volgens hem werkt IPC voor alle typen leerlingen, ook de verlegen of minder initiatiefrijke kinderen. ‘Daar ligt een belangrijke taak voor de docent. Je moet kinderen dingen leren als doorzetten, durven en sociale vaardigheden ontwikkelen. Zaken die later allemaal belangrijk zijn in het leven.’

Mind map
Jan Willem Helmink van De Esdoorn ziet op zijn school dat het middagprogramma voor sommige kinderen moeilijker is dan het traditionele taal en rekenen in de ochtend. Daar moet de leerkracht een kind in coachen en individueel stimuleren, meent hij. ‘Maar ik zie heel duidelijk dat veel kinderen zaakvakken beter leren met IPC. Ik had bijvoorbeeld een jongen in groep 8 die vroeger altijd slecht scoorde op geschiedenistoetsen, maar de stof door mind mapping ineens wél goed kon onthouden.’ Van dit verschijnsel, een visueel schema dat de kinderen zelf moeten maken en waarmee ze informatie en gedachten kunnen ordenen, maakt het IPC veel gebruik.

Chinezen
Ty (10) in groep 7 is bezig met het maken van een mind map voor het ict-onderdeel van het thema ‘nederzettingen’, hetzelfde als waar Wessel, Jasper, Yalda en Lianne uit groep 8 mee bezig zijn. Haar opdracht is: hoe zou de wereld eruitzien als het een stad van 100 mensen zou zijn? In het midden van haar papier heeft ze een wereldbol getekend waaruit twee pijlen steken, waarbij ze heeft geschreven ‘talen’ en ‘landen’. De pijl met ‘talen’ heeft weer vertakkingen naar Chinees, en daarbij heeft ze het woord ‘Nihou’ geschreven met het bijbehorende karakter, dat ze heeft opgezocht op internet. ‘Ik vind het leuk, want je mag alles zelf doen’, zegt ze, ‘en je mag elkaar ook helpen en tips geven.’ Wat heeft ze nu geleerd? Niet alleen dat er meer dan een miljard Chinezen zijn, maar ook: hoe je de wereld kunt verdelen in landen en talen en waarom.

Creatief zijn
Voor de leerkrachten was het wel even wennen, werken volgens IPC. ‘Het kost meer tijd, omdat je een thema helemaal zelf moet voorbereiden’, vertelt Fred Eissing van groep 4. ‘Bij IPC zijn de lessen niet van tevoren helemaal uitgewerkt. Je moet zelf creatief zijn, de zoekopdracht goed formuleren en websites zoeken. Kinderen in groep 4 kunnen niet alle websites goed begrijpen, dus die moet je als leerkracht eerst zelf opzoeken en voor ze klaarzetten.’ Maar hij is er enthousiast over. ‘Ik vind het goed dat ieder thema vanuit meerdere kanten wordt belicht. Het wordt voor kinderen gemakkelijker om een link te leggen en dat is toch ook hoe de wereld in elkaar zit’.

Directeur Helmink heeft gemerkt dat het niet voor iedereen gemakkelijk is. ‘Nederlandse leerkrachten zijn gewend om in de traditionele methodes te werken. Ze denken dat als je de methode uit het boekje volgt, de leerlingen automatisch de stof kennen. Maar bij IPC moet je anders denken en creatieve oplossingen zoeken. Je moet je denkwijze veranderen.’

Niet goedkoop
Hans Luijten van IPC Nederland geeft toe dat er voor de docenten meer werk in zit, zeker in het begin. ‘Sommige scholen die bij ons informatie komen inwinnen zijn wel enthousiast, maar besluiten het toch niet te doen, omdat ze huiverig zijn voor de tijdsinvestering’. IPC is ook niet goedkoop. Het kost een school ongeveer 15.000 euro voor lesmateriaal en training van docenten. Daar komen nog de kosten van computers en camera’s bij, waar veel mee wordt gewerkt. ‘Maar dat heb je er snel weer uit. Het is ook een vervanging voor lesmateriaal van alle vakken afzonderlijk. Bovendien kunnen de thema’s het volgende jaar worden hergebruikt, zodat je ze niet opnieuw hoeft voor te bereiden.’ Luijten wil met IPC Nederland proberen om het curriculum ook in het leerpakket van de pabo’s te krijgen, omdat het bij aankomende leerkrachten nog niet zo bekend is. Pieter de Kool spreekt de hoop uit dat IPC blijft groeien. ‘Het is mijn doel dat ieder kind in Nederland in ieder geval de keuze heeft om naar een school met IPC te gaan’.

Bram uit groep 8 van De Esdoorn is er in ieder geval blij mee. Hij heeft een werkstuk over New York gemaakt en laat de foto’s van wolkenkrabbers zien, die op de kleurenprinter zijn afgedrukt. ‘Ik vind het leuk, maar wel vervelend dat je heel veel moet knutselen, want daar ben ik niet zo goed in’. Hij maakt liever een werkstuk. ‘Dat vind ik veel creatiever’. 




Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
>> Aanmelden met je LinkedIn Account

Zoek artikel

trefwoord moet minstens 3 karakters lang zijn
Ontslag , Verdien ik wel genoeg , Juridisch advies , Leukste baan , Special werken bij de overheid , Interview , Nieuws & Achtergrond , Columns , Speechdeskundige Bas Mouton , Migratiewijzer , Carrièretips , Loopbaancoach
topbanen
Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2010 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP