Tijd, toewijding en dan: inspiratie

07/07/2009

Tijd, toewijding en dan: inspiratie

Renske Taminiau (29) gaf een medicijnenstudie op om zich volledig aan de muziek te wijden. Die keuze pakt goed uit: een jaar na het uitkomen van haar debuutalbum staat de zangeres op North Sea Jazz.

Renske Taminiau (29) stond met de scalpel in de hand over een stel hersenen gebogen, toen ze besefte dat geneeskunde niet haar ding was. Muziek: dáár leefde ze voor, al sinds haar prilste jeugd. ‘Ik heb als kind nooit gedacht: ik wil zangeres worden. Maar ik kon het gewoon niet helpen: ik zong altijd.’

Ze maakte het practicum af, maar meldde zich nog diezelfde dag aan voor het conservatorium. In juni 2008, een jaar na haar afstuderen, bracht ze in eigen beheer een cd uit waarvoor ze zelf de teksten schreef en de muziek componeerde en arrangeerde. Waiting to be Told hangt volgens recensenten tussen pop, jazz en singer-songwriter in.

Binnen het jaar stond Taminiau met haar band in poptempel Paradiso. Het Concertgebouw. En, komende vrijdag, op North Sea Jazz. ‘We spelen als afsluiter, echt een droom. Ik heb weer zangles genomen de afgelopen weken, om compleet voorbereid te zijn. Ik wil echt genieten van het spelen. Natuurlijk gaat iedereen voor de grote namen, maar het lijkt me erg leuk als we een groepje belangstellenden kunnen verrassen met onze muziek.’

Taminiau – lange bruine haren, vrolijke jurk – heeft een warme, tikje hese altstem. Als muzikale voorbeelden citeert ze de New Yorkse singer-songwriter Joan as Police Woman, de ‘egoloze, verstilde manier van zingen’ van jazz-zangeres Lizz Wright, en ‘de totaal eigen stijl’ van Rufus Wainwright. ‘Hij zingt met die rare nasale stem van hem dingen waarvan platenmaatschappijen vast zeggen: dat is niet te verkopen. Franse chanson op piano bijvoorbeeld.’ Maar er is zoveel goede muziek. ‘Ik vind D’Angelo bijvoorbeeld ook fantastisch. Dat zit veel meer in de Michael Jackson-categorie. Met die stem van hem, die zo’n onwijze groove heeft.’

En daar houd je ook van?

‘Als kind was ik een Michael Jackson-fan. In de ‘Bad’-periode had ik een dekbedovertrek van hem. Als ik zijn hoofd naar beneden klapte, zag ik alleen zijn lichaam met dat strakke zwarte pak aan over mijn eigen lijf. En dan kon ik me zo voorstellen dat ik ook op die manier kon dansen. Ik denk dat Jackson het al een tijd moeilijk had. Maar voor mijn generatie was hij een van de grootste invloeden. Ik ken jongens die danser zijn geworden omdat ze Michael Jackson zagen dansen.

‘Ikzelf hield als kind al erg van artiesten uit de stal van producer Quincy Jones. Die funkachtige pop-feel, dat vond ik helemaal fantastisch. Ook op die leeftijd heb je blijkbaar een soort smaak, want andere dingen vond ik niet te verdragen. Wanneer mijn ouders in de auto op weg naar Frankrijk Abba draaiden, werd ik echt helemaal gek. (lacht) Toen ik een cassetterecorder kreeg, begon ik meteen liedjes op te nemen in een taaltje waarvan ik dacht dat het Engels was. Ook op de middelbare school zong ik veel. Iedere mogelijkheid die er was om op het podium te staan en te zingen, greep ik aan.’

Wilde je toen ook al verder in de muziek?

‘Ik las een artikeltje over het Newcastle College of Music, dat Sting heeft opgericht. Ik was een grote fan, dus ik dacht impulsief: ik wil les van Sting! Ik had niet echt een idee van wat ik zou aantreffen. Ik kom uit het schattige Leiden, waar nooit iets gebeurt. Newcastle daarentegen is een ruige stad van voetbalhooligans. In de buitenwijken moet je uitkijken voor gangs van twaalfjarigen die je zo in elkaar meppen. Veel studenten wilden alles uitproberen. Veel seks, veel drugs.
Ik dacht alleen maar: ik ben van huis weg, ik moet me verantwoordelijk gedragen.’ (lacht)

‘Mijn naïviteit was na een jaar wel verdwenen. Ik had een vrolijke, vriendelijke kijk op de wereld en die werd daar even in perspectief geplaatst. Het is goed voor me geweest, maar het was zeker niet het makkelijkste jaar uit mijn leven.’

Na een jaar ben je teruggekomen.

‘Die school was niet de Fame-academie die ik me had voorgesteld, dus ik dacht: ik ga een echte, gedegen studie doen. En toen werd ik ingeloot voor geneeskunde.

‘Dat was voor mij een heel duidelijke switch. Mijn vader is arts en mijn moeder is kunstenares – ik zat er altijd al een beetje tussenin. Ik schreef me in voor geneeskunde, maar deed ook amateurtoneel en werkte bij restaurant Pasta e Basta, waar je al zingend bedient. Ik ben altijd blijven zoeken naar manieren om de twee te combineren.’

Waarom koos je voor geneeskunde?

‘Ik zag zowel de kunstzinnigheid van mijn moeder als van mijn vader. Hij heeft op zijn manier een artistiek beroep. Hij is orthopedisch chirurg voor mensen met botkanker, vaak jongeren tijdens de groeispurt. Vroeger was de behandeling: een amputatie. Mijn vader heeft altijd geprobeerd zoveel mogelijk bot te sparen. In de geneeskunde kun je je creativiteit kwijt in hoe je oplossingen verzint voor problemen. Het leek mij een ontzettend mooi beroep.’

Wie is Renske Taminiau?

Geboren:
1 augustus 1979 in Nijmegen.

Opleiding:
1991- 1997 - gymnasium in Leiden

1997-1998 - Newcastle College of Music

1998-2001 - studie geneeskunde

2001-2007 - conservatorium Amsterdam

Carrière:
zingt met eigen band en bij Wicked Jazz Sounds.

Taminiau woont samen met haar vriend.

Naar haar muziek luisteren?
Op Youtube staan diverse video's met nummers van Renske Taminiau

Maar toen kwam dat hersenpracticum.

‘Ja, na drie jaar. Met een groepje krijg je dan echte hersenen om te ontleden. Ik vond het ontzettend moeilijk om te negeren dat dat iemands brein is geweest, met dromen en ideeën.

‘Om een bepaalde holte, het vierde ventrikel, moesten we voorzichtig heen werken. Na anderhalve week stond er in de instructie: knip die holte nu door. Terwijl we zo ons best gedaan hadden om ze gaaf te houden!

‘Ik vond dat we een plechtig ‘openingsliedje’ moesten hebben, dus dat heb ik geschreven. Ik denk dat de mensen om me heen het wel grappig vonden, maar zich ook afvroegen waar ik mee bezig was. Dat was het keerpunt. Zeker als je zo geconfronteerd wordt met vergankelijkheid, vraag je je af: hoe wil ik mijn dromen verwezenlijken?
Ik dacht: volgens mij moet ik stoppen met geneeskunde en me aanmelden bij het conservatorium.’

Hoe reageerde je omgeving?

‘Ik denk dat mijn vader het erg leuk had gevonden als ik wel had doorgezet, maar het bericht kwam niet als een verrassing. Ik kon goed beredeneren waarom ik wilde stoppen. In dat soort situaties ondersteunen mijn ouders mij en mijn broertje en zus altijd. Ze hebben wel de hoop en de verwachting dat je wat je doet serieus neemt en er hard aan werkt, en ze zien ook dat we dat allemaal doen. Mijn zus Caat heeft een winkeltje voor kindercadeautjes en -feestjes, dat Caatje Hoeraatje heet. Mijn jongere broertje wil films maken, hij is net klaar met zijn studie.’

‘Er zijn vaak mensen die na een optreden naar mij toekomen en vragen: ‘Maar kan je er nu eigenlijk van leven?’

‘Ik denk dat het niet zozeer een vraag is, maar een besluit: ik ga leven van muziek omdat ik het zo leuk vind. En dan zorg je op de een of andere manier dat het werkt. Ik ben bijvoorbeeld zangles gaan geven om ernaast te kunnen schrijven en optreden. Nu is dat gelukkig niet meer nodig. Hoe meer toewijding voor datgene wat je echt graag doet, hoe sneller je merkt dat je jezelf op een gegeven moment ermee kan onderhouden. De energie die je erin steekt, krijg je terug.’

Hoe merk je dat?

‘Als ik zing en liedjes schrijf, gaat het voor mijn gevoel veel meer vanzelf. Tijdens een verpleeghulpstage als onderdeel van geneeskunde voelde ik me altijd leeggezogen aan het einde van de dag. Als ik nu moe een podium opstap, heb ik na afloop altijd meer energie.

‘Als je ‘s avonds doodmoe thuiskomt van je werk, dan zit er iets niet goed. En dan is het ook aan jou om daar iets aan te veranderen.’

Wanneer kwam dan het idee om een eigen plaat te maken?


‘Op het conservatorium. Ik heb niet zo’n gymnastische stem, ook misschien omdat ik tevoren nooit geschoold was. De beoordeling op het conservatorium gebeurt vaak op techniek, omdat gevoel en interpretatie meer met smaak te maken hebben. Bovendien moesten we veel klassiekers uit het jazzrepertoire zingen. Ik voelde de drang om mijn eigen identiteit te creëren in de muziek. En dus ben ik songs gaan schrijven.’

Warme Familie

‘Modeontwerper Jan Taminiau is een achterneef van me. Ik heb een heel grote familie: mijn vader heeft negen broers en zussen en die hebben allemaal minstens drie kinderen. Jan en ik hebben onlangs samen een interview gedaan en toen kwamen we erachter dat we dezelfde dingen hebben meegekregen van onze familie.

'Er is warmte, betrokkenheid en aandacht, maar ook veel humor. Er wordt bijvoorbeeld een beetje gestookt, op een leuke manier. Je wordt uitgedaagd. Er wordt veel waarde gehecht aan zelfspot en zelfreflectie. Dat je denkt: klopt dat wat ik zeg? Kan ik dat hardmaken? Er zijn veel doktoren in de familie, die hebben dat analytische maar ook het luisteren. Ik hoop dat ik zelf die waarden kan naleven. En ooit weer overdragen, wie weet.’

Eind 2007, na je afstuderen, ben je naar Zeeland gegaan om daar liedjes te schrijven. Hoe was dat?

‘Het was een experiment. Ik ben met mijn computer en piano naar het vakantiehuisje van mijn grootouders getrokken. In de winter, want dan zit er niemand. Het was helemaal stil en een beetje grauwig, maar perfect om er niet afgeleid te worden. Geen televisie, geen internet: je kan daar alleen met je gedachten zijn.

‘Je hoopt en vertrouwt erop dat het komt, daarom heet mijn cd ook Waiting to be Told: als ik er de tijd en toewijding aan besteed, dan komt de inspiratie. Ik wilde zoveel mogelijk iets authentieks maken, iets eigens, me zo min mogelijk laten afleiden door wat anderen zouden willen. De teksten had ik al in ruwe vorm, ik dacht er vooral na over de muziek, de orkestratie.

‘Soms ging ik hele nachten door. En als het even niet lekker ging, kon ik naar buiten. In je eentje op het strand naar de ondergaande zon kijken, en dan meteen weer iets neerkrabbelen.’

Je bandleden ken je allemaal van het conservatorium. Is die relatie belangrijk?

‘Ik heb met de pianist in een huis gewoond waar altijd heel veel mensen langskwamen en waarin heel veel feestjes werden gegeven. Daar zijn hechte vriendschappen gesloten. De gitarist kwam er ook altijd over de vloer, ze zaten heel vaak te jammen in de woonkamer.

‘Die vriendschap maakt dat je zeker weet dat ze zeggen wat ze van een liedje vinden en hoe we het kunnen verbeteren. De gitarist weet wat ik bedoel en past mijn ruwe ideeën aan. Dat is zo fantastisch aan spelen met mensen die je kent en vertrouwt.’

‘De bandleden hebben allemaal nog hun eigen nevenprojecten. Zo speelt pianist Ruben Hein bij Hans Teeuwen, Benjamin Herman én Pete Philly & Perquisite. Die laatste kwam een keer langs en zei: ‘het lijkt me wel leuk om een keer iets samen te doen.’ Hebben we samen een bonustrack opgenomen, die heel anders klinkt dan de rest van mijn plaat.’

Het eindresultaat is een vrolijk, ietwat meanderend album, met persoonlijke songs over het schrijfproces, de lente en de liefde. Taminiau schreef de teksten en verzon de muziek. Maar ze regelt ook de administratie voor haar band. Maakt de tekeningen voor haar website. Ontwerpt de jurken waarin ze optreedt. Allemaal op de zolderkamer van haar oude studentenhuis, die ze zelf opknapte in ruil voor een lagere huur.

‘Ik ben gaan samenwonen, maar zo heb ik toch een plek voor mezelf om te werken. Nu ben ik aan het schrijven aan het volgende album, dat in maart 2010 uit moet komen. Er is hier niet te veel afleiding, dat is belangrijk voor me. En ‘s avonds is het ook klaar, dan trek ik de deur achter me dicht.’

Ze wijst naar een grote kleurige collage, geprikt op een stuk piepschuim dat tegen een muur van de kamer aanleunt. ‘Die heb ik bewerkt met Photoshop om er de cd-hoes voor mijn debuutalbum van te maken. Ik wilde dat de hoes iets zegt over de muziek binnenin, die klinkt als een landschap. Dat het overeenkomt qua sfeer. Die schapen die je ziet, stonden in de wei naast het huisje in Zeeland, de koe op de dijk ertegenover. Het huisje waar ik geschreven heb, zie je rechts bovenaan. De zeilboot passeerde in Veere. Ik sta in het midden van de collage, omdat het mijn denkwereld is.’

Altijd samen

‘Mijn zus Caat en ik zijn een twee-eiige tweeling, we deden altijd veel samen. Daardoor ken ik eenzaamheid niet zo goed. Veel songs worden geschreven vanuit gevoelens van verdriet, onbegrip, verlatenheid. Ik heb dat nooit gekend, omdat ik vanaf mijn prille kindertijd voelde dat ik verbonden was met mijn zus. Daardoor kijk ik ook met een gevoel van vertrouwen naar de wereld. ‘Ik wilde een liedje schrijven over dat gevoel van samenzijn. Caat, dat op Waiting to be Told staat, klinkt soms bijna als een liefdesliedje. Zo’n diep gevoel voor een ander met wie je vanaf je geboorte – en zelfs daarvoor nog – altijd samen bent geweest, heeft me in staat gesteld om ook diepe gevoelens voor anderen te ontwikkelen.’

Waarom houd je je ook bezig met dat soort nevenaspecten?

‘Ik houd erg van dingen maken, dingen creëren. Dit zijn gewoon weer andere uitingen daarvan. Ik schilder ook. Vroeger, als ik me verveelde, gaf mijn moeder me een potlood en moest ik me maar lekker uitleven. Voor mij is het complete ontspanning, er zit geen pretentie aan vast. De muziek gaat voor, dat is waar ik ambitie in heb.

‘Ik wil er graag een zo rond mogelijk geheel van maken. Dat posters, website, lichtontwerp, cd-hoes en mijn podiumkledij bij elkaar aansluiten. Ik hoor wel eens van mijn platenmaatschappij, die mijn cd distribueert, dat ze me niet zakelijk genoeg vinden. Maar dat vind ik niet erg. Het moet gewoon iets heel persoonlijks zijn. Niemand die zegt: dat kan niet, die jurk. Ik ben compleet eigen baas, en daardoor kan ik ook mijn ideeën de vrije loop laten.

‘Mijn eerste videoclip, van Something Coming, heb ik samen met mijn broertje gemaakt. We hebben drie weken lang als een soort Buurman en Buurman een huisje in elkaar gezet, alles geklust en geschilderd. Ook omdat er gewoon weinig budget is, maar soms heb ik het idee dat dat juist leuke dingen oplevert.

‘Mijn vriend helpt me bij dingen die ik lastig vind. Zoals grotere lijnen uitzetten. Ik leef zelf van dag tot dag. Als je zes keer moet optreden in een weekend, dan ben je alleen maar bezig met wat er direct na komt. Ik vind het heel moeilijk om in die wirwar na te denken over wat er over zeven maanden of twee jaar komt.’

Voor haar tweede cd gaat Taminiau deze zomer met haar hele band repeteren in een boerderij in Frankrijk, ‘met de instrumenten in de stal, in een schattig dorpje waar alleen een paar bejaarden wonen. Die vinden het vooral gezellig dat we aan het eind een concertje geven.’

Je zoekt weer de rust op om nieuwe muziek te maken.


‘Ik heb dat nodig. Er is in Amsterdam zo veel afleiding, er zijn altijd dingen die geregeld moeten worden. Als je een tijdje weggaat, heb je een aaneengesloten langere periode waarin je kunt kijken hoe ver je kan komen met het liedje dat je aan het componeren bent. Ik heb het idee dat ik zo veel verder kom, nieuwe wegen vind. Als je onderbroken wordt, ben je een beetje je gedachtengang kwijt, of duurt het in elk geval lang om er weer in te komen. Voor mij werkt dit beter.’

Hoe ben je in dat dorpje terechtgekomen?


‘De oude boerderij heeft mijn vriend met drie vrienden gekocht, als project om elkaar te blijven zien. Een woont in Shanghai, eentje in New York en eentje in Rotterdam. Mijn vriend is ingenieur en bouwde sinds januari aan een klimaatvriendelijke fabriek in Maleisië, hij is net terug.

‘Er was daar helemaal niets, geen riolering, geen elektriciteit, ze hebben alles zelf aangelegd en dat vinden ze heel leuk om te doen. Over de mail zitten ze nu al te bedenken: wat gaan we deze zomer doen? De middenstal bestraten? Daar worden ze dan helemaal enthousiast van.’ (lacht)

‘Er hangt een hele leuke sfeer. Ze geven jaarlijks een dinertje voor de mensen van het dorp, waarbij mijn vriend op zijn trompet de Marseillaise speelt.’

Wat wil je nog bereiken?

‘Op zoveel mogelijk mooie Paradiso-achtige podia met mijn band staan, en mijn muziek aan zoveel mogelijk mensen laten horen.

‘Ik wil graag opnieuw bijzondere instrumenten gebruiken, zoals op de vorige cd. Basklarinet, Franse hoorn, strijkkwartet.

‘Ooit een duet met Joan as Police Woman opnemen is een droom. Maar het is niet zo dat ik denk: ‘Ik wil grote namen, ik wil nú Wyclef Jean.’ Het gaat me niet om namen, maar om klank.’

EscenicId: 746272


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP