Studie zonder gespreid bedje

11/04/2008

Studie zonder gespreid bedje

Een aantal Amsterdamse opleidingen wil studenten klaarstomen tot ondernemers die de Nederlandse economie nieuw leven inblazen. Maar valt ondernemen wel te leren? 'Je moet oppassen voor doelloze entrepeneurs.'

Op naar een ‘entrepreneurial economy’

Nederland telt ongeveer 1 miljoen ondernemers. In 2006 waren er 15 duizend meer starters dan stoppers. In 2007 was dat verschil nog gestegen, terwijl het voorheen meestal niet boven de 10 duizend kwam. Het midden- en kleinbedrijf groeide in 2007 met 3,5 procent, vooral in de bouw en de groothandel. Daardoor kwamen er in het mkb 92 duizend banen (52 duizend werknemers en 40 duizend zelfstandigen) bij. Omdat er meer werkgelegenheid is, durven mensen vaker zelfstandig te beginnen. Als het fout gaat, kunnen ze nog altijd een baan vinden.

Als het aantal ondernemers tegen de totale beroepsbevolking wordt afgezet, heeft Nederland een grotere ondernemersdichtheid dan veel andere Europese landen. Maar volgens economisch beleidsonderzoeksbureau EIM vereist de veranderende dynamiek van de economie een nieuwe vorm van innovatief en creatief ondernemerschap. Want de managed economy gaat langzaam over in een entrepreneurial economy. In het eerste geval heeft een beperkt aantal grote bedrijven het voor het zeggen, in de tweede vorm van economie is behoefte aan ondernemers die meerwaarde creëren door innovatieve producten en diensten op de markt te brengen.

Amsterdam wil massaal hoogopgeleide ondernemers gaan produceren. Alle hoger onderwijsinstellingen in de regio doen hieraan mee. De nieuwe ondernemersopleiding, die deze maand van start gaat, wordt grotendeels betaald door het ministerie van Economische Zaken. Kosten: 6 miljoen euro.

Waarom? Politici en economen bestempelen ondernemerschap al jaren als dé brandstof voor onze economie. Maar toch is er in Nederland vergeleken met andere landen een enorm gebrek aan ondernemerschap. Terwijl de gemiddelde Harvardstudent als vanzelfsprekend een eigen bedrijf wil beginnen, overweegt maar 9 procent van de Nederlandse hoogopgeleiden dit.

Dat ligt niet alleen aan henzelf. De Wereldbank concludeerde eerder al dat het ondernemersklimaat voor starters in Nederland erg ongunstig is. ‘We moeten meer hoogopgeleide ondernemers kweken’, zo redeneert het Centrum van Amsterdamse Scholen voor Entrepreneurship (CASE), het samenwerkingsverband dat van Amsterdamse studenten ondernemers wil maken. Maar is ondernemen wel te leren? En waarom wil Nederland specifiek hoogopgeleide ondernemers?

Drastische ommezwaai

Er is geen onderzoek dat uitwijst dat ondernemen te leren is. Hoogleraar en onderzoeker entrepreneurship en organisatie voor de UvA Mirjam van Praag is er desalniettemin optimistisch over. Van de tweehonderd topondernemers in Nederland heeft 90 procent een hbo- of wo-opleiding afgerond. ‘Bovendien staat het vast dat ondernemers hun kennis veel breder inzetten dan gewone werknemers. Het ligt ook voor de hand dat hoogopgeleide ondernemers makkelijker aan geld komen bij investeerders.’

Van Praag, die ook werkt voor het Amsterdamse Centrum voor Entrepreneurship (ACE), is daarom van mening dat er een drastische ommezwaai moet komen. ‘Het is zonde dat bijna alle hoogopgeleiden in Nederland voor een vaste baan bij een bedrijf of een functie als onderzoeker kiezen.’

Entrepeneurship

Overal in Nederland bestaan er al centra die met entrepreneurship voor hoogopgeleiden bezig zijn, maar CASE zegt met een primeur te komen. Er moeten uiteindelijk zes onderwijsprogramma’s in curricula komen, met per jaar 750 studenten in minors, 108 studenten die afstuderen in het vak eigen bedrijf, en honderd masterstudenten.

Joeri van den Steenhoven, voorzitter en medeoprichter van denktank Kennisland heeft zo zijn bedenkingen. ‘Nederland heeft een tekort aan entrepreneurs omdat er te veel onnodig papierwerk komt kijken bij het starten van een bedrijfje’, zegt hij. Van den Steenhoven bedenkt voor Kennisland strategieën en concrete acties die bijdragen aan de Nederlandse kenniseconomie. ‘Er heerst hier een slechte ondernemerscultuur. Zodra je een keer failliet gaat, wantrouwt elke investeerder je. Dat moedigt natuurlijk niet aan’, legt Van den Steenhoven uit. ‘In de VS investeren ze juist eerder in je als je failliet bent gegaan, omdat je ondertussen weet hoe het niet moet. En als je een bedrijfje opdoekt, betekent dat niet per se dat je niet succesvol bent. Misschien heb je er wel drie en gaat je aandacht uit naar het bedrijf dat het beste draait, dus hou je met de andere twee op’, legt hij uit.

'Wat studeer je?'

'Van den Steenhoven is er niet van overtuigd dat je succes in het ondernemen afhangt van je opleidingsniveau. ‘Kijk maar naar Joop van den Ende: die is begonnen als decorbouwer’, zegt hij. ‘Met een aparte opleiding voor ondernemers krijg je het scenario van de doelloze entrepreneur. ‘Wat studeer je?’ ‘Entrepreneurship’. ‘Waarin dan?’ ‘Ja, dat weet ik eigenlijk niet.’ ‘Dat moeten we natuurlijk niet hebben’, aldus Van den Steenhoven.

‘Het is goed voor onze economie als studenten meer ondernemen, dat hebben we ook nodig, maar met een ongericht schot hagel bereik je dat niet. Daarmee bedoel ik dat de student beter eerst een concreet idee heeft, en bij de uitwerking daarvan pas aan ondernemerschapsonderwijs moet denken. Alleen als de studie zich op specifieke doelgroepen richt lijkt het mij van toegevoegde waarde. Dus eerst een idee of passie, dan pas onderwijs! Denk aan rechtenstudenten die een advocatenkantoor willen beginnen of studenten bouwkunde die een architectenbureau willen starten.’

Genereren van ideeën

Bij CASE is het inderdaad niet vereist dat de student al een idee of ondernemersplan heeft. ‘Maar de entrepreneurs in opleiding beginnen bij ons in brainstormsessies meteen met het genereren van ideeën’, zegt Van Praag. ‘Daarna gaan ze met bestaande bedrijven en ondernemers aan de slag om wat ze leren in de praktijk te brengen.’

Het gaat om een innovatieve manier van onderwijzen, aldus Van Praag. ‘Studenten vormen bijvoorbeeld voor een kunstenaar of techneut het verlengstuk naar de markt. Met bedrijven zetten ze een nieuw bedrijf op, naar voorbeeld van de businesscases van het Amerikaanse Harvard, waar het motto experience is the best teacher centraal staat.’ Zo kunnen hoogopgeleide studenten de nodige ervaring opdoen die ze ten opzichte van de klassieke ondernemer missen.

Ook gaat CASE van start met een studenten- én een entrepreneursvereniging. Dit is een uitbreiding van de bestaande vereniging Students In Free Enterprise (SIFE). In de nieuwe vereniging zijn ook (ervaren) ondernemers welkom, om zo een nieuw netwerk op te bouwen waar de kersverse entrepreneurs ook deel van uitmaken.

Zelfvoorzienend

Of alle plannen waargemaakt kunnen worden is nog niet zeker. Na vier jaar houdt de subsidie op. Dan moet CASE zelfvoorzienend zijn. De ondernemers in opleiding moeten met het geld dat ze verdienen in de opgezette bedrijfjes bijdragen aan de voortgang van CASE.

Van den Steenhoven van Kennisland vindt het idee om CASE-studenten met kunstenaars of techneuten te koppelen goed. Hij benadrukt dat de ondernemer in opleiding wel een affiniteit met het vakgebied van de ontwerper moet hebben. Als voorbeeld noemt hij de Bugaboo, een kinderwagen naar Nederlands ontwerp, handig voor in de stad. De ontwerper schakelde zijn zwager, een ondernemer met interesse, in om zakelijk verder te komen. ‘Door de samenwerking groeide het bedrijf binnen vijf jaar uit tot een miljoenenbedrijf.’

Geert-Jan Persoon (24): ‘Minor ondernemerschap had ik wel gevolgd’

‘Als ik de mogelijkheid had gehad om een minor ondernemerschap te volgen, had ik dat zeker gedaan’, zegt jonge ondernemer Geert-Jan Persoon (24). ‘Ik wilde altijd al ondernemen.’ Hij rondde afgelopen zomer zijn bachelor natuurwetenschappen en innovatiemanagement aan de Universiteit Utrecht af. Hij doet nu een master energy science en begon in de zomer het bedrijfje StudyPrint samen met Michaël Krens (24), die de bachelor organisatiepsychologie volgde. Beiden volgden tijdens hun bacheloropleiding het vak entrepreneurship. ‘Toen was het een van de vele keuzevakken, maar nu heb ik er echt wat aan.’

In de zomer van 2007 kwamen Krens en Persoon op het idee om Studyprint te beginnen. Het bedrijfje biedt studenten de mogelijkheid om gratis hun werk uit te printen op papier waarop adverteerders aan de boven- en onderzijde reclame kunnen zetten. ‘We werken onze ideeën samen met twee ict‘ers uit, die zijn minder bezig met het ondernemen. Wij houden ons vooral bezig met het financiële deel en de marketing. We krijgen daar ook hulp bij van StartImpuls Utrecht en het Centrum voor Ondernemerschap en Innovatie in Utrecht.’

Persoon denkt wel dat ‘het ondernemen uiteindelijk toch echt vanuit jezelf moet komen’. ‘Een basis in het ondernemen kan nooit kwaad, maar je zult hoe dan ook tegen dingen aanlopen die je niet weet. Maar als je via een opleiding op ideeën komt die tot een passie leiden, is dat ook prima.’

Ernst-Jan Pfauth in het Stedelijk Museum (foto: Jean-Pierre Jans)

Ondernemer Ernst-Jan Pfauth (22): ‘Typisch Nederlands om niet op je bek te mogen gaan’

Ondernemer Ernst-Jan Pfauth (22) ziet het nut van een ondernemersopleiding voor hoger opgeleiden niet in. Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de UvA en werd journalist. Hij liep stage bij het internationale persbureau van de Verenigde Naties in New York. Tegenwoordig is Pfauth webdesigner: hij combineert zijn journalistieke ervaring en zijn kennis van webdesign als ondernemer, vooral voor blogbedrijf TheNextWeb.

Vóór zijn afstuderen zette hij al een website op en hield hij een weblog bij. Om extra kennis op te doen volgde Pfauth een boekhoudcursus bij de Kamer van Koophandel. Als belangrijkste voorwaarden om ondernemer te worden noemt hij ‘lef hebben’ en ‘voor je idee durven gaan’. ‘Het is geen 9 tot 5’, legt hij uit. ‘Als ik ‘s avonds laat thuiskom en een mailtje voor mijn werk krijg, ga ik daar als dat nodig is meteen mee aan de slag. Voor mijn werkgebied heb je wel alleen een computer en een website nodig, en je kunt aan de slag. Dat maakt het qua startkapitaal natuurlijk makkelijker.’

Als hij naar de mogelijkheden kijkt die het Centrum van Amsterdamse Scholen voor Entrepreneurship gaat aanbieden, vindt hij alleen de vereniging interessant. ‘Ik zou er bijna zelf een voor webloggers op willen zetten. Maar met netwerken zit het eigenlijk wel goed. Met andere internettechneuten heb ik een wekelijkse kop koffie bij de Coffee Company in Amsterdam. Verder netwerk ik natuurlijk ook veel online.’ Hij heeft veel aan zijn eigen netwerk. ‘Viavia regelde ik laatst een trip naar Londen om daar met anderen samen te werken aan een project. De week daarop ging ik naar Parijs voor een opdracht.’

‘Over het algemeen ben je sneller vernieuwend als ondernemer als je het zelf uitzoekt. Het is typisch Nederlands om niet op je bek te mogen gaan. Je moet juist door bepaalde processen heen om ondernemer te kunnen worden. Een studie in ondernemerschap biedt al gauw het gespreide bedje dat je ook bij een bedrijf kunt krijgen.’

EscenicId: 716115


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP