
Het is geen politiek statement, zegt Robert Vuijsje over zijn debuut Alleen maar nette mensen. Toch is hij niet verbaasd over de ophef rond zijn roman, waarin de Joodse David op zoek gaat naar zwarte vrouwen 'met een dikke bil'. 'Het gelijk van mijn boek wordt bewezen.'
Robert Vuijsje zit nog niet of zijn telefoon gaat. Ringtone: Kanye West, Homecoming. Een spa blauw graag, en een broodje. Hij heeft nog niet ontbeten.
Vuijsje (38) heeft het druk. Met zijn debuutroman Alleen maar nette mensen won hij deze maand de Gouden Uil literatuurprijs. Hij werd genomineerd voor de Librisprijs en is opeens het middelpunt van een verhit debat over de status van de Nederlandse zwarte vrouw. Opeens – het boek is namelijk al ruim een jaar oud.
De avond voor dit interview moest Vuijsje zich tijdens een debat in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger verdedigen tegen een zaal vol overwegend boze zwarte vrouwen. Zijn boek stigmatiseerde hen, bracht de Bijlmer in diskrediet en ondermijnde de eigenwaarde van zwarte jongeren, zo luidde de kritiek. Een uur later zat hij bij Pauw en Witteman, om voor ruim een miljoen kijkers een vergelijkbaar debat te voeren met cultureel antropologe Irma Accord. Zij noemde het boek, waarin hoofdpersoon David op zoek gaat naar ‘de intellectuele negerin’, racistisch en seksistisch.
Geniet je van de ophef?
‘Wanneer iemand op televisie zegt dat mijn boek racistisch is, is dat niet leuk. Na de uitzending vroeg ik aan die mevrouw: snap je wel wat je net gezegd hebt? Een racistisch boek¿ dan heb je het over Mein Kampf. Haar redenering was misschien nog wel het meest verbijsterende van de hele avond – en dat wil wat zeggen. Personages in mijn boek doen racistische uitspraken. En dus is het een racistisch boek, zegt zij. Als iemand het zo ziet, kunnen we verder niet discussiëren. Dat is elementair.’
Het is geen publiek optreden, dus vandaag is Vuijsje casual. Baggy spijkerbroek, zwart Adidasjasje met rode strepen en gouden rits, hagelwitte gympen, zonnebril op – zo is hij even daarvoor grand café Wildschut binnengelopen. Hartje Amsterdam Oud-Zuid.
|
Wie is Robert Vuijsje? Robert Vuijsje woont tijdelijk bij zijn moeder. Hij heeft een vriendin en – samen met zijn ex-vrouw – een zoontje van 2 jaar, Sonny. |
Alleen maar nette mensen dus. In Oud-Zuid is ‘alleen maar nette mensen’ codetaal, schrijft Vuijsje. Iedereen weet dat je bedoelt: geen mensen die ze allochtonen noemen en vooral geen Marokkanen. De hoofdpersoon in Vuijsjes boek is de 21-jarige David. Hij komt – net als Vuijsje – uit een Joods intellectueel milieu in het deftige Zuid. Omdat hij zich daar niet langer thuisvoelt, start hij een queeste. Zijn vrienden gaan naar de universiteit, hij naar de Bijlmer. Op zoek naar zijn droomvrouw: zo zwart mogelijk, voorzien van minstens cup 95F en ‘een dikke bil’. En uiteindelijk ook naar zichzelf. Hoort hij bij de Hollanders of bij de mensen die ze allochtonen noemen?
Iedereen heeft het over de voorkeur – die van de hoofdpersoon én die van jou – voor zwarte vrouwen. Maar waar vind jij dat het boek over gaat?
‘Over vooroordelen. Hoe mensen naar elkaar kijken, niets van elkaar weten maar wel een oordeel hebben. De hoofdrolspeler in het boek is verward: waar hoor ik bij? Is dit mijn land wel? Veel mensen die nu boos zijn op het boek, vragen zich dat ook af.’
De multiculturele samenleving ziet er anders uit dan veel mensen denken,
vind jij.
‘Hollanders gaan ervan uit dat een Turk hetzelfde is als een Marokkaan en een
Antilliaan hetzelfde als een Surinamer. Het zijn immers allemaal
allochtonen. Turken zeggen erge dingen over Marokkanen, juist omdat ze als
Marokkaan worden aangesproken. Dat weten Nederlanders vaak niet. In het boek
voert de vader van de hoofdpersoon met zijn zogenaamde vrienden een debat
over Antilliaanse jongeren en hoe het daarmee verder moet. Terwijl ze geen
van allen ooit met een Antilliaan gepraat hebben.’
Was
je verbaasd, toen je gisteravond opeens op een podium zat tegenover een zaal
vol boze vrouwen?
‘Nee. Die mensen zijn nu toevallig boos over mijn boek, maar morgen weer over iets anders. Het is een permanente staat van boosheid. Als je niet het overzicht in het leven hebt om de knipoog van dit boek te snappen en alles letterlijk neemt, kan ik daar niks aan doen.’
Het zegt wel iets over de gevoeligheden.
Met lachje: ‘Eigenlijk gaat het boek daar juist over. Life imitates art. Het gelijk van mijn boek wordt in zekere zin bewezen.’
Voelde je je geen moment aangevallen?
‘Toen iemand gisteren riep: ik ga een zwarte Suzuki Swift kopen¿ Hoe zou jij dat vinden? Dat is een verkapt dreigement. Maar wat mij betreft hoeft de boosheid van een klein groepje mensen niet ineens het verhaal van mijn boek te worden.’
Waarom zijn ze boos, denk jij?
‘Ik denk omdat ze vinden dat hun stem niet gehoord wordt. Ik hoorde tijdens het debat vaak: wij krijgen geen aandacht in de media – zo’n automatische slachtofferrol. Als het jouw ambitie is om een rol te spelen in de media, moet je hard werken.’
Het beeld dat je schetst van de Bijlmer is niet al te vrolijk. Die bewoners vinden dat niet leuk.
‘De hoofdpersoon uit het boek zet zich af tegen zijn eigen milieu en gaat op zoek naar iets wat daar zover mogelijk vandaan ligt. Dat is de Bijlmer. Zowel het beeld van Oud-Zuid als dat van de Bijlmer is een uitvergroting. Ik ga ervan uit dat mensen intelligent genoeg zijn om te beseffen dat dit geen antropologisch onderzoek is. De mensen in Zuid komen er ook niet goed vanaf, maar zij reageren anders. Misschien hebben zij meer relativeringsvermogen.’
De inwoners van Oud-Zuid zijn toch rijk en machtig, zeker in de ogen van de
mensen die gisteren in die zaal zaten?
‘Dat is een hele gevaarlijke, apartheid-achtige manier van denken. Ik vind dat
je iedereen als je gelijke moet zien. Het zou pas erg zijn als ik zou
denken: laat ik dat maar niet opschrijven, want zij zijn al zo zielig.’
Wat zijn de dingen die jij van hen niet mag opschrijven?
‘Bijvoorbeeld het woord neger. Dat mag niet, van sommige mensen. Ik heb
meegemaakt dat een vrouw tegen mij zei: ik heb jou niet nodig, ik ben een
sterke zwarte vrouw. Maar even later vraagt ze om 20 euro. Waarom zou ik dat
niet mogen opschrijven? In het gezicht van Antillianen en Surinamers zeggen
Hollanders altijd: ‘O, het is zo gezellig bij jullie, lekker eten, dansen,
vrolijk.’ Geen blanke zal ooit vragen waarom die meisjes op hun vijftiende
zwanger worden en waarom er nooit een vader in het gezin is. Die dingen
bestaan, en ik schrijf het op. Die groepen zijn niet gewend dat er op zo’n
directe manier over gesproken wordt. Meestal wordt het met de mantel der
liefde bedekt.’
Er werd gezegd: Vuijsje neemt zijn verantwoordelijk niet.
‘Wat een onzin. Op een gegeven moment zei iemand dat ik sorry moest zeggen. In feite is dat dan een soort sorry voor de slavernij. Waar slaat dat op? Soms lijkt het alsof groepen een monopolie willen op slachtofferschap. De holocaust is erger, nee, de slavernij is erger. Zegt een Marokkaan weer: ik krijg geen stageplek en word geweigerd bij de disco, dat is pas erg. Zo kan iedereen tegen elkaar opbieden over wat zijn volk is overkomen of overkomt.’
Je doet er een beetje lacherig over. Stemt het je niet somber?
‘Je kan er maar beter om lachen.’
|
Commercieel denken Binnenkort gaat Vuijsje op vakantie. Even bijkomen ook van alle commotie. Morgen heeft hij nog een interviewafspraak. Met Marie-Claire. ‘Laatst sprak ik Kluun ergens en die vroeg: ga je nog interviews geven? Ik zei NRC, Vrij Nederland. Hij zei: dat is allemaal leuk en aardig, maar je moet in de damesbladen. Vrouwen lezen boeken. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Dat hele commerciële denken, ik had daar niet bij stilgestaan. Daar heb je een uitgever voor.’ |
Speelt idealisme een rol in jouw werk?
‘In zoverre dat ik hoop dat mensen erover nadenken. Dat is in ieder geval gelukt. Ik ben veel met dit onderwerp bezig, maar maak geen politiek statement.’
De ouders van de hoofdpersoon uit Alleen maar nette mensen drinken dure champagne en eten flensjes met eendenlever. Zijn vader is de baas van ‘het enige fatsoenlijke actualiteitenprogramma bij de publieke omroep’. Zijn vaders vrienden: de hoofdredacteur van de kwaliteitskrant, de beroemde columnist, de invloedrijke tv-producent en de verantwoorde presentator bij de commerciële omroep.
Ook Vuijsje komt uit Zuid – hij woont er nog steeds. Hij groeide op in een intellectueel Joods milieu, heeft een Amerikaanse moeder en een bekende vader: Bert Vuijsje, oud-hoofdredacteur van HP / De Tijd en oud-adjunct van de Volkskrant. Robert Vuijsje werkte als journalist bij Revu en is nog steeds in dienst bij De Pers, al heeft hij nu een paar maanden verlof om aan zijn tweede roman te werken.
Je roman is sterk autobiografisch.
‘Dat is meestal bij debuutromans. Dat is kennelijk hoe het moet.’
Wilde je altijd al schrijven?
‘Ik had geen idee wat ik wilde. Mijn moeder is Amerikaanse en ik ben altijd geïnteresseerd geweest in Amerika. Daarom ben ik Amerikanistiek gaan studeren. Het was een keuze voor een studie waarin ik enkele jaren geïnteresseerd zou blijven. Toen ik een jaar in Amerika studeerde heb ik af en toe een stukje geschreven voor de achterpagina van NRC Handelsblad. Waarom je iets doet is niet altijd weloverwogen. Maar ik ben ermee opgegroeid. Misschien is het net zoals bij de zoon van de slager, die ook slager wordt.’
Wat vonden je ouders van het boek?
‘Ze voelden zich een beetje belachelijk gemaakt. De ouders in het boek hebben natuurlijk een aantal overeenkomsten met henzelf. Maar inmiddels vinden ze het wel leuk.’
Sinds het winnen van de Gouden Uil.
Lachend: ‘Precies.’
Vuijsje lijkt, net als hoofdpersoon David, op een Marokkaan: zwart haar, donkere huid. Hij werd anders benaderd dan de meeste gymnasiumjongens uit Zuid en weet dus hoe het voelt om te horen bij de mensen die ze allochtonen noemen. ‘Het was een van de uitgangspunten van het boek. Ik verenig de elitaire blanke én de Marokkaanse jongere in één persoon. Dat is volgens mij vrij uniek.’
Heb jij ook last gehad van de identiteitscrisis die de hoofdpersoon doormaakt?
‘Niet zo sterk. Maar ik weet wel hoe het is om in winkels te worden
aangehouden, door de politie te worden achtervolgd en op Schiphol iedere
keer je tas open te moeten maken. Het is vaak alleen al hoe iemand naar je
kijkt, z’n lichaamstaal – wegkijken, snel z’n tas vastpakken – waardoor je
het gevoel krijgt dat dit jouw land niet is.’
Was dat de reden om de Bijlmer in te trekken?
‘Misschien. Los daarvan, dat deftige gedoe, daar had ik na het gymnasium een beetje genoeg van. Die gesprekken... Welke film je nu weer hebt gezien, welk ingewikkeld boek je nu weer hebt gelezen... Als je het honderdduizend keer hebt gehoord, wordt het irritant. In de Bijlmer kon ik interessante gesprekken voeren die niet gingen over wat er in de krant stond. Over wat je in je leven hebt meegemaakt bijvoorbeeld – het hoeft niet altijd hoogdravend.’
De hoofdpersoon in het boek heeft vanwege zijn Joodse achtergrond last van wantrouwen jegens Hollanders. Geldt dat ook voor jou?
‘Het zou iets in het onderbewuste kunnen zijn. De broers van mijn opa hebben de oorlog overleefd, dus op verjaardagen en familiebijeenkomsten ging het bijna automatisch alleen maar daarover. Het is bekend dat het aantal collaborateurs in Nederland het hoogste was van heel Europa. Je kunt dus concluderen dat de Hollanders in de Tweede Wereldoorlog niet het meest heldhaftige volk waren. Ik heb wel eens gedacht: stel dat het weer zou gebeuren, zouden die mensen dan één vinger uitsteken?’
De theorie is dat je daardoor op zwarte vrouwen zou vallen?
‘In ieder geval zou dat de reden kunnen zijn dat ik níet op Hollandse vrouwen val. Dat is een theorie. Maar niet voor alles is een sluitende verklaring.’
Heeft het je verbaasd dat men zo gefascineerd is door je voorkeur voor zwarte vrouwen?
‘Dat wist ik al jaren. Soms werd ik niet eens geloofd. Het is blijkbaar zó afwijkend, dat ze denken dat je een grapje maakt. Sommige voorkeuren zijn blijkbaar normaal: blonde vrouwen met blauwe ogen en grote tieten. Maar bij zwarte vrouwen zegt men: hoe kan je dat mooi vinden? Iemand als Halle Berry, die vindt men mooi, omdat ze op een blanke lijkt. Er wordt blindelings vanuit gegaan dat het westerse schoonheidsideaal het ideaal van iedereen is.’
Het boek was bedoeld als ‘een ode aan de zwarte vrouw’. Dat is niet helemaal overgekomen.
‘Bij sommigen niet, bij sommigen wel. Mijn voorkeur voor zwarte vrouwen is inmiddels landelijk bekend. Ik krijg via Hyves allerlei berichten, óók van vrouwen die schrijven: ik zie er precies zo uit als jij wilt, kunnen we elkaar ontmoeten? Op straat word ik aangesproken door Marokkaanse en zwarte lezers die veel in mijn boek herkennen. Je kunt het ook zien als een verhaal over vrouwen die het niet makkelijk hebben, sterke vrouwen, alleenstaande moeders.’
Maar jij wordt neergezet als vrouwonvriendelijk. Een rijke blanke man die, in zijn eigen woorden, ‘op safari gaat in de Bijlmer’.
‘Als je niet snapt dat dat als een grapje bedoeld is, kan ik daar ook niets aan doen. Wie zegt zoiets nou serieus?’
Misschien vinden ze het geen leuk grapje.
‘Dat kan, maar dat is iets anders dan vrouwonvriendelijk. En: ‘Ik ga nu een zwarte Suzuki kopen’, dat vind ik dan weer geen leuk grapje.’
Sinds Alleen maar nette mensen in maart voor zowel de Gouden Uil als de Librisprijs genomineerd werd, verschenen er acht herdrukken: de teller is de dertigduizend verkochte exemplaren inmiddels gepasseerd. De elfde druk ligt in de winkels, de filmrechten zijn verkocht, Vuijsje zit in allerlei talkshows. En dat terwijl hij twee jaar geleden moeite had zijn manuscript uitgegeven te krijgen. ‘Negen uitgeverijen hebben het afgewezen. Vaak was het van: leuk, maar het past niet in ons fonds. Misschien was het te grof, of niet commercieel.’
Ze zullen wel spijt hebben.
‘Dat zeg je met de kennis die je nu hebt. Maar als een gemiddelde uitgever een roman te lezen krijgt die zich afspeelt in de Bijlmer, die gaat over negers en Marokkanen – waarvan uitgevers denken dat het geen boekenkopers zijn – dan zal hij al snel denken: dit is niet te verkopen.’
Is er veel aan het manuscript gesleuteld?
‘De titel was anders. Mijn eigen suggestie was De intellectuele negerin, maar dat vonden ze niet goed. Nu ben ik blij dat het deze titel is geworden.’
|
Vooroordeel |
Omdat je anders nog meer vrouwen had beledigd?
‘Nee, omdat ik het een goede titel vind. Ik zou nooit iets aan mijn boek veranderen omdat ik bang zou zijn mensen te beledigen. Dat zou zelfcensuur zijn. Als mensen gaan zeiken, gaan ze maar zeiken.’
Vuijsje is al een tijdje bezig met zijn tweede boek, dat hij omschrijft als een ‘komedie over scheiden’. In 2010 wordt hij veertig – voor die tijd moet het verschenen zijn. Het zou zomaar kunnen dat ook dit boek autobiografische elementen bevat. Een jaar geleden scheidde Vuijsje van zijn Braziliaanse vrouw, met wie hij een tweejarig zoontje heeft. Sinds de scheiding woont hij bij zijn moeder op zolder. In Oud-Zuid. ‘Wat andere mensen daarvan denken, interesseert me minder dan het contact met mijn zoon. Het is twee straten van mijn ex-vrouw en mijn zoontje vandaan.’
Gaat je zoon straks ook in Oud-Zuid naar school, en daarna naar het gymnasium?
‘Oud-Zuid is een heel prettige buurt om in te wonen. Rustig, veel oudere mensen, vlakbij het centrum. Ik zou graag willen dat hij naar precies dezelfde scholen gaat als ik. Ik wil dat hij een goede opleiding krijgt.’
Zou je het niet leuk vinden als hij ergens zou opgroeien waar net iets meer diversiteit is?
‘Hij gaat elk jaar met zijn moeder naar Brazilië. Er is geen gebrek aan diversiteit in zijn leven.’
Je bent niet meer de journalist Robert Vuijsje, maar de schrijver. Ben je daar zelf al aan gewend?
‘Niet helemaal. Ik word pas sinds een paar weken zo aangesproken. Daarvoor ging ik ervan uit dat ik gewoon als journalist zou blijven werken. Je moet veel boeken verkopen om er
EscenicId: 743704
Om erachter te komen waar je precies gelukkig van wordt op je werk, is het ...
Docenten hebben een belabberd imago. Het gevolg, zegt Nederlands bekendste ...
Voor het eerst staat een Chinese topbankierster, Xiaoyan Yan, een westerse ...
Amazon is voor veel bedrijven een goudmijn geworden: de winkel deelt ...
Ze was een van Nederlands invloedrijkste ambtenaren, maar een ...