Pechtold: ‘Ik heb argwaan tegen jonge politici’

09/09/2008

Pechtold: ‘Ik heb argwaan tegen jonge politici’

Van veilingmeester en minister tot D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Alexander Pechtold (42) wil voor zijn vijftigste ‘de slangenkuil’ in Den Haag achter zich laten. ‘Politiek zou een periode in je leven moeten kunnen zijn.’

Bijna elke dag rijdt Alexander Pechtold in zijn achttien jaar oude, goudmetallic Volvo 740 op en neer van Wageningen naar Den Haag. De voorman van D66 woont nog steeds in de plaats waar hij tot 2005 burgemeester was. ‘Ik heb net de kinderen naar school gebracht’, vertelt Pechtold wanneer hij de deur opent.

De D66’er heeft het druk deze ochtend. Hij belt, bereidt een speech voor en zet ondertussen koffie. ‘Maar voor media exposure maak ik tijd.’

Vanaf de bank overziet hij de tuin waar een opblaaszwembadje staat voor zijn kinderen van 4 en 5. Aan de muur hangt een imposant portret van een sigaarrokende man. Pechtold kocht het schilderij als student en ontdekte later dat de man op het doek een oude zakenrelatie was van zijn opa, die in de wapenhandel zat.

Zelf is Pechtold afgestudeerd kunsthistoricus en veilingmeester, maar inmiddels zit hij al ruim veertien jaar in de politiek. In 1994 werd hij gemeenteraadslid in Leiden, daarna wethouder en in 2003 burgemeester van Wageningen. Hij kreeg landelijke bekendheid toen hij drie jaar geleden Thom de Graaf opvolgde als minister van Bestuurlijke Vernieuwing in het tweede kabinet Balkenende. Nu zit hij in de oppositie en leidt hij een zwaar geslonken D66 in de Tweede Kamer. Waar de partij in haar bestaan nog nooit minder dan zes zetels in de Kamer had, zijn dat er nu nog slechts drie.

Wie is Alexander Pechtold?

Geboren: 16 december 1965, Delft.

Opleiding: 1978-1985 gymnasium-a, Het Rotterdamsch Lyceum 1985-1986 rechten (niet afgemaakt), Leiden 1986-1996 kunstgeschiedenis, Leiden 1995 diploma veilinghouder

Carrière: 1992-1997 veilingmeester en adjunct-directeur bij Van Stockum’s Veilingen in Den Haag 1994-2002 gemeenteraadslid D66 in Leiden 1997-2003 wethouder in Leiden 2003-2005 burgemeester van Wageningen 2005-2006 minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties vanaf 2006 fractievoorzitter D66 in de Tweede Kamer.

Alexander Pechtold is getrouwd en heeft twee kinderen van 4 en 5.

Een bliksemcarrière in de politiek. U maakte de stap van burgemeester van een kleine stad in Gelderland naar het ministerschap in Den Haag. Was die stap achteraf niet te groot?

‘Nee, dat denk ik niet. Maar als ik nu terugkijk, ben ik wel kritischer geworden. Toen had ik nauwelijks de tijd om kritisch te zijn, want het was in twee dagen gepiept.’

Waar bent u kritischer over geworden?

‘Nou, ik was hartstikke jong, 39. De jongste minister na mij was tien jaar ouder, dus de meesten hadden meer ervaring dan ik. Ik kwam ook in een kabinet dat al onder grote spanning stond door een breuk. En mijn portefeuille was helemaal op maat gemaakt voor mijn voorganger Thom de Graaf. Hij wilde dat er een gekozen burgemeester kwam en die kwam er niet. Daarom was hij opgestapt. Dus er was een groot gat in mijn portefeuille geschoten.’

Waarom begon u er dan toch aan?

‘Ik ben geen wegloper. Ik was destijds partijvoorzitter van D66 en ik voelde me er verantwoordelijk voor dat dat kabinet er gekomen was.

‘Ook voelde ik me wel een beetje een zondagskind. Raadslid, wethouder, burgemeester: het ging allemaal vanzelf. Nu het slecht ging met D66, moest ik ook deze opdracht aanvaarden.’

Zijn politieke carrière begint als hij eind jaren tachtig voor het eerst D66-coryfee Hans van Mierlo op televisie ziet. ‘Ik vond het ongelooflijk hoe die man dingen kon verwoorden.’

Pechtold studeert dan Kunstgeschiedenis in Leiden. Hij wordt lid van D66, maar zet zich nog niet actief in voor de partij. Niet lang daarna belt een D66-vrouw aan bij zijn studentenhuis met de vraag of hij wil folderen voor de Europese verkiezingen. ‘Het is eigenlijk per ongeluk gegaan, maar zo rolde ik erin’, zegt Pechtold nu.

Hij wordt fractieassistent in Leiden en een paar jaar later gemeenteraadslid.

Geldt dat voor de meeste politici? Dat je per ongeluk de politiek inrolt?

‘Dat verschilt. Ik sprak vorige week bij de introductieweek in Leiden 150 eerstejaars politicologen toe. Dat zijn jongens en meisjes van 18 jaar die allemaal op de een of andere manier binnen de politiek aan de slag willen. Toen ik zo oud was, hield ik me daar totaal niet mee bezig. Ik ben ook nooit lid geweest van de Jonge Democraten (jongerenafdeling van D66, red.).

‘Ik hoop niet dat ik ze heel erg schoffeer, maar ik heb een beetje een verdenking tegen mensen die voor hun 25ste heel actief zijn in de politiek.’

Waarom?

‘Ik denk dat het leuker is om die periode juist anders maatschappelijk actief te zijn en dat later als politicus in te zetten, áls je het al zou willen.’

U bent nu al veertien jaar – in verschillende functies – politicus. Blijft u dit de rest van uw leven doen?

‘Daar ben ik niet zo mee bezig. Maar ik heb wel het idee dat ik voor m’n vijftigste wat anders ga doen.’

Buiten de politiek?

‘Ja.’

Is dat mogelijk?

‘Tuurlijk. Het zou zelfs meer moeten. Politiek zou meer dan nu een periode in je leven moeten kunnen zijn. En niet iets waar je zonder enige ervaring aan begint om het de rest van je leven te blijven doen.

‘Daarom heb ik ook argwaan tegen jonge partijleden die op hun twintigste al van alles willen. Leer eerst eens wat het is om tegenslag te krijgen, voor je de politiek instapt. Die ervaring heb ik zelf als veilingmeester én in het lokale bestuur opgedaan. Je moet eerst weten wat tegenslag is om in Den Haag niet afgerekend te worden met een politieke dood.’

Pechtold werd eerder gevraagd voor een post in het kabinet. In 1998 wilde Thom de Graaf (toenmalig fractievoorzitter van D66) dat hij staatssecretaris van Cultuur zou worden. ‘Hij belde me en gaf me 24 uur bedenktijd. Ik liep de hele dag te denken: wat nou als het misgaat? Maar ik dacht ook: wat nou als het goed gaat? Dan ben ik op m’n 36ste ‘de oud-staatssecretaris’. Wat dan, hoe dan verder? Dat vond ik een nog beklemmender beeld dan te bedenken wat er mis zou kunnen gaan.’

Dacht u dat uw kans nog wel zou komen?

‘Nee, dat dacht ik niet. Op dat punt ben ik zo inconsequent als wat. Ik heb altijd gezegd dat ik nóóit naar Den Haag zou gaan. Nooit. Ik vond dat zo abstract, zo ver weg staan van dagelijkse problemen.’

Pechtold ging toch. Het scheelde niet veel of hij was zelf een jonge, Haagse politieke dood gestorven. Na slechts een jaar minister te zijn geweest valt het kabinet over de paspoortaffaire rond Ayaan Hirshi Ali en Rita Verdonk. Pechtold neemt ontslag en bij de volgende verkiezingen wordt hij lijsttrekker van D66. Het imago van zijn partij heeft dan zoveel schade opgelopen dat de sociaal-liberalen in een peiling op een gegeven moment zelfs op nul zetels staan. Eigen leden doen een oproep om de partij maar helemaal op te doeken. Dat gebeurt niet en bij de verkiezingen op 22 november 2006 wint D66 drie zetels in de Tweede Kamer, de slechtste verkiezingsuitslag van de partij ooit.

In de peilingen van de afgelopen week staat D66 op ruime winst. Maurice de Hond geeft u zelfs veertien zetels. Is die wederopstanding het gevolg van uw verzet tegen Geert Wilders?

‘Ja, mede. In de politiek moet je kansen pakken. Ik heb primair op Wilders gereageerd en ik was de enige die dat op dat moment deed. Dat reageren zorgt ervoor dat je – zelfs met maar drie zetels – gevraagd wordt bij programma’s zoals Pauw & Witteman en Buitenhof. Die aandacht in de media is heel belangrijk. Langzaamaan kun je dan na een tijdje ook nieuwe thema’s op de agenda zetten en daar zijn we inmiddels ook mee begonnen.’

Tijdens uw ministerschap uitte u kritiek op de ‘politieke spelletjes’ die gespeeld worden rond het Binnenhof. In een interview in Opzij noemde u de Haagse omgangsvormen zelfs ‘vuil en vunzig’. Dat werd u zwaar aangerekend. Uw collega-ministers eisten excuses, maar die kwamen niet. We zijn nu weer een paar jaar verder. In hoeverre doet u nu zelf mee aan de politieke spelletjes waar u toen kritiek op had?

‘Ik probeer me daar verre van te houden. Maar hoe langer je in Den Haag loopt, hoe moeilijker het is. Alles heeft zo zijn eigen rites en codes.

‘In de fractie hebben we afgesproken dat we ons niet bezighouden met het ‘spinnen’ van karakters; personen achter hun rug omlaag halen. Dus zo dwing ik mezelf steeds scherp te blijven: is dit gewoon politiek of ben ik rancuneus? Als ik Balkenende gebrek aan leiderschap verwijt, is dat voor een groot deel politiek, maar je kunt ook het grijze gebied ingaan.

‘Den Haag is nog steeds een slangenkuil en het is lastig je daar buiten te houden.’

D66 is ooit opgericht om wat te veranderen aan het politieke systeem in Nederland. Zo worden de gekozen burgemeester, de gekozen premier en een nieuw kiesstelsel ‘de kroonjuwelen’ van uw partij genoemd. Maar in de Tweede Kamer heeft u het daar tegenwoordig helemaal niet meer over. U noemt Geert Wilders een populist, maar is het ook niet populistisch om vooral te reageren op de waan van de dag, zonder zelf nieuwe thema’s op de agenda te zetten?

‘Daar ben ik het niet mee eens. Ik ben nog steeds voorstander van bestuurlijke vernieuwing, alleen liggen onze kroonjuwelen nu even niet in de etalage.

‘Kijk, toen ik in november 2006 met drie zetels in de Kamer kwam, heb ik gezegd dat we de partij eerst weer moesten opbouwen. D66 moest weer een gezicht krijgen. We konden ons met twee zaken profileren: verzet tegen het extremisme van Geert Wilders en tegen het moralisme van dit kabinet.

‘Sinds een paar maanden kan ik weer eigen thema’s op de agenda zetten. Zoals doorwerken tot je 67ste en hervormingen in het onderwijs. Daar hoefde ik anderhalf jaar geleden niet mee aan te komen, want dat haalde echt de krant niet.’

Draait het allemaal om aandacht in de media?

‘Het is belangrijk. De jongere generaties raken steeds meer op beeld ingesteld. Sinds ik lijsttrekker ben voor D66 bekijk ik bijvoorbeeld ook van tevoren in welke zaal ik spreek. Met dat soort dingen hou ik rekening, want uiteindelijk moet je mensen zien te boeien.

‘Hooguit 1 procent van de mensen komt naar een politieke bijeenkomst. Aan die andere 99 procent moet je je standpunten via de media overbrengen.’

Twee weken terug was Pechtold bij de Democratische Conventie in Denver, waar Barack Obama zich officieel kandidaat stelde voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. ‘Ik werd gebeld door Nova – die zaten daar met een ploeg – en ze vroegen of ik er toevallig ook was. Dat bleek wel goed te combineren. We hebben ook met Radio 1, BNR en nog een paar radiostations afspraken gemaakt. Zo haal ik er een goede media exposure uit. En het was ook fantastisch om een keer mee te maken.’

Kijkt u uw eigen mediaoptredens weleens terug?

‘Ja, maar niet alleen ikzelf. Ik vraag anderen ook om erop te schieten.’

Wat zijn uw zwakheden?

‘Op dit moment heb ik op sommige gebieden te weinig dossierkennis. Kijk, bij het CDA zitten ze met drie woordvoerders op buitenlandse zaken. Maar ik doe binnenlandse zaken, Antilliaanse zaken, buitenlandse zaken, defensie, onderwijs en dan vergeet ik er nog wel een paar. En als fractievoorzitter moet je ook financieel onderlegd zijn.

‘Ik wil graag goed op de hoogte zijn, maar ik zit er pas twee jaar. Het is niet dat ik daardoor snel onzeker ben.’ (Grinnikend:) ‘Soms kun je bluffen.’

En wat kan er beter aan uw presentatie?

‘Tsja, van alles. Rustiger praten. Meer contact zoeken met het publiek. Niet alleen maar in dat papier staan koekeloeren.

‘In het begin probeerde ik zoveel mogelijk te zeggen in een interview van een paar minuten voor de radio, maar dan loop je het gevaar dat de boodschap niet goed overkomt. En ik heb ook de neiging om zinnen niet af te maken. Dan denk ik te ver vooruit, en begin ik al aan een nieuwe zin terwijl de vorige nog niet af is. Bij vijftig procent van de mensen komt de boodschap dan wel over, maar bij die andere vijftig procent niet.’

Vijf jaar lang was u veilingmeester en adjunt-directeur bij Van Stockum’s Veilingen in Den Haag. Heeft u als veilingmeester geleerd hoe u het publiek kunt bespelen?

‘Wat ik daar geleerd heb is mijn stem goed te gebruiken. Toen ik voor het eerst moest veilen was ik na drie uur mijn stem kwijt. Het maakt dan niet uit of je een microfoon hebt, want je praat zoveel en snel aan een stuk door.

‘Ik heb daar ook geleerd hoe ik moet articuleren. Ik moest zo’n zaal de hele tijd goed in de gaten houden. Tot in ieder hoekje kijken naar wat er gebeurde.

‘Als veilingmeester zag ik zo aankomen wanneer iemand een bod ging doen. Nu zie ik in de Tweede Kamer ook wanneer iemand gaat interrumperen. Dat zijn van die dingen waar ik nu dus nog steeds wat aan heb.’

Wat trok u aan in het veilingmeesterschap?

‘Ik vond het hele proces fascinerend: van het binnenhalen van stukken tot het beschrijven ervan en het maken van de catalogus.

‘Ik had vanaf het begin van mijn studie al een baantje als suppoost en receptionist bij museum de Lakenhal in Leiden. Na zeven jaar werd ik gevraagd of ik voor een paar dagen in de week assistent wilde worden bij Van Stockum. Omdat de directeur daar onverwachts ziek werd, mocht ik wat van zijn taken overnemen.

‘In een paar maanden tijd las ik elke avond boeken over juwelen, tapijten, meubelstijlen en ga zo maar door. Ik had vier veilingen per jaar waar ik de verantwoordelijkheid voor had, dus ik moest van alles iets afweten. Dat was prachtig.’

Hoe combineerde u die baan met uw studie?

‘Niet. Het studeren lag vanaf 1992 helemaal stil. Eigenlijk was de studie wel af, maar ik moest nog een scriptie schrijven.

‘Toen ik eenmaal lid werd van D66 gingen dingen vrij snel. Ik werd na een jaar fractieassistent. In 1990 ging die fractie van twee naar acht zetels. Ik werd woordvoerder van commissies en dat was natuurlijk veel leuker en spannender dan de studie, vond ik.

‘Mijn toenmalige vriendin – nu mijn vrouw – stelde me in 1996 voor de keuze. Of ik gooide alle papieren over de scriptie bij het oud papier óf ik zou het afmaken. Zij zou dan elke dag voor koffie, lunch en eten zorgen. Dat vond ik een goede deal, dus toen lukte het ook.’

U hebt veel banen gehad: suppoost, receptionist, raadslid, wethouder, veilingmeester, burgemeester, minister en nu fractievoorzitter. Bij welk vak ligt uw hart?

‘Aan het burgemeesterschap heb ik veel plezier beleefd. Ik heb ook het gevoel dat ik die functie tekort heb gedaan, door al na anderhalf jaar te vertrekken en minister te worden.

‘Als burgemeester sta je dichterbij de mensen dan in Den Haag, het is concreter en je bent meer een bruggenbouwer dan een politicus.’

Bent u daarom ook in Wageningen blijven wonen, om hier straks weer burgemeester te worden?

(lacht) ‘Nee, zo werkt dat niet. We zijn hier blijven wonen om het privé rustig te houden, omdat we een paar roerige jaren achter de rug hebben.

‘Mijn vrouw werkt nu bij het ministerie van Landbouw, één dag per week in Den Haag en vier dagen in Arnhem. Het was voor haar praktisch om in Wageningen te blijven. En het is heerlijk om na een lange dag werken hier thuis te komen. Als ik eenmaal voorbij Utrecht ben, kan ik de Haagse hectiek ver achter me laten.’

Meer over Alexander Pechtold

‘Elke zondagavond ligt de tafel hier vol met mappen en agenda’s. Dan plannen mijn vrouw en ik onze week in en kijken we wanneer de oppas moet komen. Maandag en dinsdag breng ik de kinderen naar school. Op vrijdag breng en haal ik. ’Als ik ’s avonds thuiskom, is dat meestal niet voor tien uur. Dus dan liggen Elske en Jacco al in bed. ’Meestal overnacht ik ook één keer per week in mijn flatje in Scheveningen.’

‘De kinderen vinden het al vrij ‘gewoon’ dat papa op televisie is. Dat is wel raar, maar we houden het heel goed in de gaten. Ik zie ze ’s ochtends en ik probeer ze ook in het weekend zoveel mogelijk te zien. ‘Ook in het huishouden probeer ik zoveel mogelijk te doen. Ik doe de tuin, de afwasmachine en de vissenkom.’

‘Als er signalen zijn dat het minder gaat met de kinderen, dan bespreken we dat. Ik zou – als het nodig is – bereid zijn een drastische stap terug te nemen.’

EscenicId: 724626


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP