Om les te mogen geven aan leerplichtige leerlingen, moet een school voor primair onderwijs (po) of voortgezet onderwijs (vo) erkend worden door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Voor particuliere scholen in het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) en in het hoger onderwijs, geldt dit niet. Zij kunnen zelf bepalen of ze een opleiding laten erkennen.
Particuliere dagscholen voor primair onderwijs of voortgezet onderwijs komen wat betreft de inrichting van het onderwijs en de bevoegdheden van de leraren overeen met reguliere scholen.
De overheid verstrekt geen financiële middelen aan particuliere scholen. Hierdoor zijn de instellingen volledig afhankelijk van de bijdragen van derden, waaronder de ingeschreven leerlingen. De bijdrage die de (ouders van) leerlingen moeten leveren, is daarom meestal hoger dan de bijdrage op niet-particuliere scholen. De hoogte van de bijdrage kan verschillen per particuliere onderwijsinstelling.

Particuliere instellingen voor beroepsonderwijs, zoals regionale of agrarische opleidingencentra, kunnen voor het erkennen van een opleiding terecht bij het Centraal Register Erkende Beroepsopleidingen (CREBO). De Inspectie van het Onderwijs bekijkt of de instelling voldoet aan de kwaliteitsnormen. Hiervoor kijkt de Inspectie onder meer naar het onderwijs- en examenreglement (OER).
Wanneer particuliere onderwijsinstellingen een erkenning hebben gekregen, vallen zij onder toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Deze controleert de kwaliteit van het onderwijs. Mocht de kwaliteit onder de maat zijn, dan kan de erkenning worden ingetrokken.
Kijk voor meer informatie op de site van Postbus 51.