
De Onderwijsagenda draagt oplossingen aan voor de dieper liggende problemen in het onderwijs. Vandaag: is specialiseren beter dan mengen? Onderzoeker Lotje Cohen vindt van wel.
Educatief vergezicht: over tien jaar staan in witte Amsterdamse wijken als IJburg, Centrum en Oud-Zuid scholen waar kinderen van vroeg tot laat in de middag terecht kunnen voor allerhande activiteiten. In wijken als Geuzenveld, Osdorp en Zuidoost daarentegen staan kwalitatief minstens zo goede scholen waar alles gericht is op het wegwerken van achterstanden.
Maatwerk
Specialiseren dus, en niet meer zo veel geld en energie te steken in het
koste wat het kost, vaak tegen de zin van ouders in, gemengd krijgen van
basisscholen. Investeren in de kwaliteit van beide soorten scholen, want
misschien bieden die zo wel meer maatwerk in het onderwijs dan de huidige
soms geforceerd gemengde scholen, vijfpotige schapen als die noodgedwongen
zijn.
Het vergezicht komt van Lotje Cohen en Jeroen Slot van de Amsterdamse dienst Onderzoek en Statistiek (O + S). ‘Als je er niet voor kiest de segregatie met andere maatregelen te bestrijden, bijvoorbeeld door de wijken actief te mengen of door Artikel 23 van de Grondwet af te schaffen, moet je scholen maken die de verschillende wijken beter bedienen. Dat is onze grondgedachte’, zegt Lotje Cohen, die naast haar werk bij O + S ook lesgeeft op een school voor voortgezet onderwijs. ‘Maar die twee soorten scholen moeten wel supergoed zijn.’
Verschillen
Cohen benadrukt dat ze niets tegen gemengde scholen heeft. Maar alle
goedbedoelde maatregelen om scholen minder wit of zwart te maken, hebben
maar weinig uitgehaald. ‘De verschillen worden niet kleiner, eerder groter.’
Leg je erbij neer en maak er letterlijk het beste van.
De school op IJburg, een Amsterdamse nieuwbouwwijk, hebben Slot en Cohen in het gedachtenexperiment getypeerd als de ClubMed-school. De vaak beiden werkende ouders verwachten er veel van: niet zomaar een voltijdse opvangplek voor hun kinderen, maar ook een ruim aanbod aan sport, cultuurbezoek en muzieklessen. ‘Zie het als kostschool op dagbasis’, zegt Cohen. ‘Van hoogwaardige kwaliteit. De ouders zijn veeleisend, maar niet aanwezig. Ze moeten er hun kinderen vol vertrouwen kunnen achterlaten.’
Kop- en voetklassen
Daarnaast moet in de achterstandswijken de ‘Triple A-school’ groeien,
filosoferen Slot en Cohen: ‘Hier moet het gaan om kwaliteit, kwaliteit en
nog eens kwaliteit’, zegt Cohen. ‘Die is voor een groep ouders met heel
andere wensen: niet zozeer een geheel verzorgd dagarrangement, maar een plek
waar maximaal wordt gewerkt om achterstanden weg te werken.’ Geen dure
opvang tot half zeven ’s avonds dus, wél de allerbeste leraren, gerichte
taal- en rekenprogramma’s, voorschool, kop- en voetklassen. Alles om de
leerlingen na acht, negen of desnoods tien jaar basisschool dezelfde
mogelijkheden te geven als de leerlingen van de ClubMed-school.
Zie het niet te zwart-wit, alsof scholen bij of het ene of het andere model zouden moeten horen, eerder als twee uitersten op een lijn, met allerlei mengvormen ertussenin. ‘Maar erken wel dat er verschillende doelgroepen bestaan’, zegt Cohen. ‘Die hoef je niet allemaal met dezelfde scholen te bedienen.’
Investeren
In concreto moeten besturen en gemeenten vooral investeren in die
achterstandscholen, denkt Cohen. ‘Bij de andere scholen zullen de wensen van
de ouders automatisch leiden tot meer voorzieningen. Maar bij die zwartere
scholen moet je meer moeite doen, bijvoorbeeld om er de beste leraren heen
te krijgen.’ Probeer het niet een slap aftreksel te laten zijn van die
ClubMed-school, waarschuwt ze. ‘Het is echt een school met een ander
profiel.’
Overigens zou het dan natuurlijk wel goed zijn om bij de naschoolse activiteiten, sport, muziek, te pogen de verschillende leerlingengroepen alsnog met elkaar in contact te brengen. ‘Je kunt ouders van de ClubMed-school ook naar de Triple A-school lokken door daar bijvoorbeeld de allerbeste huiswerkbegeleiding te organiseren.’