Niet teveel op de ander letten

30/03/2010

Niet teveel op de ander letten

Gelukkig worden kan alleen als je succes in je leven hebt, zo is de heersende gedachte. Niet volgens filosoof Bas Haring, die pleit voor een onsuccesvol maar minstens zo gelukkig leven. ‘Uitgebreid koffie zetten, mijn konijn aaien: daar gaat het om.’

Ergens is het wel een vreemde plek om Bas Haring te ontmoeten. Tientallen meters verderop zoeven de auto's over de A10 langs de contouren van het hoofdkantoor van ABN Amro. Op het plein bij het Amsterdamse World Trade Center krioelen de krijtstreeppakken – het is lunchtijd, maar dat betekent niet dat de Blackberry met rust gelaten wordt.

Hier, in het hart van de Nederlandse big business, in de wereld van mergers & acquisitions, van up or out, van hoge bonussen met bijpassende levensstijl, is succes iets vanzelfsprekends. En lijkt iedereen ervan uit te gaan dat je pas echt gelukkig wordt als je keihard werkt.

Op die aanname valt nog wel wat af te dingen, vindt Bas Haring (41). Hij is filosoof, columnist, schrijver, en presenteerde eerder twee tv-programma’s. Sinds ruim vier jaar is Haring bovendien bijzonder hoogleraar aan de Leidse universiteit op de leerstoel ‘Publiek begrip van wetenschap’. Drie jaar geleden schreef Haring Voor een echt succesvol leven – één van zijn goed verkopende ‘boekjes’, zoals hij ze zelf noemt.

In het boekje zet hij vraagtekens bij het nut van doelen en de ongebreidelde prestatiedrang die tegenwoordig in de meeste kringen de norm is. Succes is verworden tot een soort religie, schrijft Haring, en de meerderheid doet er klakkeloos aan mee. Terwijl in zijn ogen een onsuccesvol leven minstens zo zaligmakend kan zijn.

Uit allerlei wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen juist heel gelukkig worden van doelen stellen en bezig blijven, omdat ze het gevoel hebben vooruit te komen. Hoe valt dat te rijmen met een pleidooi voor een onsuccesvol leven?

‘De vraag is hoe het komt dat mensen gelukkig denken te worden van succes. Is dat omdat hen geleerd is dat ze alleen op die manier gelukkig kunnen worden? Of zou je ook gelukkig kunnen worden wanneer je die doelen niet nastreeft? Dat laatste is ook het geval. Er zijn genoeg voorbeelden van samenlevingen waarin helemaal niet benadrukt wordt dat je doelen moet bereiken voordat je gelukkig kunt zijn. En die mensen zijn ook prima gelukkig. Dat kan heus.

‘Het is waar dat mensen door de bank genomen gelukkiger worden als ze iets bereiken. En dat vind ik belangrijk. Maar dat komt deels door het feit dat wij in een samenleving zitten waarin we mensen leren en vertellen dat je dán gelukkig wordt. En die overtuiging wordt overgedragen. Maar de vreemde uitzondering die gelukkig wordt zonder al die doelen te bereiken, die moet niet denken dat hij verkeerd bezig is, vind ik.’

Is dat echt zo'n vreemde uitzondering? Er zijn toch genoeg mensen die een simpele baan hebben voor het geld en zich verder niet zo interesseren voor de weg naar de top?

‘Volgens mij zijn het er niet zoveel. Ik ben wel lichtelijk jaloers op die mensen, want het is heel fijn. Soms heb ik momenten dat ik bijvoorbeeld uitgebreid de tijd neem om koffie te zetten, of mijn konijn te aaien. Dan denk ik: wat ben ik normaal toch een lul. Híer gaat het om.'

Maar kan geluk niet alleen bestaan bij gratie van ongeluk of lijden? Veel mensen ervaren een soort loutering als ze hard moeten werken om iets te bereiken.

‘Dat is waar, maar ik denk niet dat lijden noodzakelijk is om geluk te kunnen ervaren. Het is – treurig genoeg – wel zo dat mensen pas geluk ervaren als ze iets hebben wat een ander niet heeft.

Er is een heel beroemd Amerikaans experiment. Studenten kregen een dilemma voorgelegd: ze mochten op een andere planeet gaan wonen en kiezen uit twee salarissen. Optie 1 was dat ze jaarlijks 100.000 dollar zouden krijgen en de rest van de planeet 50.000 dollar per jaar. Optie 2 was dat ze jaarlijks 200.000 dollar zouden krijgen, maar de rest 400.000 dollar. Die dollar was evenveel waard op beide planeten, dus op planeet twee konden die studenten veel meer spullen kopen. Massaal kozen ze voor optie 1.

Het gaat kennelijk dus niet om wat je hebt, maar wat je hebt ten opzichte van anderen. Dat moet meer zijn, daar worden mensen vreemd genoeg gelukkig van. Dat tekent wel wie we zijn. De mensen die dat niet hebben, zijn wel te benijden. Ik vind dat mooiere mensen.’

Wie is Bas Haring?

Geboren:

23 april 1968, De Bilt.

Opleiding:

1988 - propedeuse Natuurkunde aan de Universiteit Utrecht
1992 - doctoraal Wijsbegeerte
1997 - promotie Cognitieve kunstmatige intelligentie

Carrière:

1998 - docent mediatechnologie aan de Universiteit Leiden
2001 - boek 'Kaas en de evolutietheorie'
2003 - boek 'De ijzeren wil'
2004 - tv-programma Stof
2006 - tv-programma Haring. Ook wordt Haring benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Publiek begrip van wetenschap’
2007 - boek 'Voor een echt succesvol leven'
2009 - Het aquarium van Walter Huijsmans of waarom zouden we ons zorgen maken over de toekomst van de aarde? (essay vanwege de Maand van de filosofie).

Het probleem, zegt Haring, zit ’m erin dat mensen al vanaf de kleuterschool niet om hun intrinsieke prestaties worden beloond, maar alleen omdat ze iets beter kunnen dan een ander. ’Dat je een sterretje of stickertje op je schrift krijgt als je een betere prestatie hebt geleverd dan een ander, in plaats van dat je een keer beloond wordt als je een mooi verhaal hebt verteld.’

Maar heeft die drang tot competitie de mensheid in zijn geheel niet verder gebracht?


‘Dat interesseert me geen reet. De mensheid als geheel verder brengen? Wat betekent dat?’

Technologische ontwikkelingen bijvoorbeeld. Telefoons. Treinen. Het riool. Als niemand ooit iets had geprobeerd te bereiken, woonden we nu nog in lemen hutjes.

‘Stel je eens voor dat er een andere wereld is, een eindje verderop. Daar werkt men nóg harder. En daar hebben ze gouden kranen, zwevende auto’s, noem maar op. Zij kijken naar onze wereld en denken: ach, ach, die arme mensen toch¿ Als ze nóg wat harder hadden gewerkt, hadden ze ook gouden kranen gehad. Dan haal je hier toch je schouders op? Zo had je vermoedelijk ook naar ons gekeken als je in een lemen hutje had gezeten en in je tuintje had rondgelopen.’

Maar er is toch wel een ondergrens? Mensen moeten een volle buik hebben, kleren aan hun lijf en een dak boven hun hoofd?


‘Economen hebben wel eens berekend dat je 11.000 euro per jaar nodig hebt. Daarmee kun je alles kopen dat noodzakelijk is om gelukkig te worden. Dat is de ondergrens: alles daarboven is luxe.

‘Volgens mij zit de oplossing niet zozeer in technologische vernieuwing. Het heeft veel meer te maken met de manier van organiseren, met solidariteit. Ik ben in veel landen geweest, ook waar men een stuk minder heeft. Het probleem is dat er een paar mensen zijn die heel veel hebben, en heel veel mensen met heel weinig. Dat heeft vooral te maken met de manier waarop een land is georganiseerd.

‘Er zijn wel technologische vernieuwingen geweest die heel bepalend zijn – het riool is een goed voorbeeld, maar ik zie dat meer als een organisatie dan als een uitvinding. Van iets als internet word je geen steek gelukkiger. In een wereld met internet zijn we ongelukkig als we het niet hebben. Maar in een wereld zonder internet, waren we niet ongelukkig.’

Volgens filosoof Alain de Botton, die veel schrijft over werk, zijn mensen tegenwoordig ongelukkiger dan vroeger omdat de samenleving zoveel individualistischer is geworden. Vroeger werd het hebben van pech of geluk toegeschreven aan het lot. Tegenwoordig is het jouw verdienste als je succesvol bent, en tegelijk jouw falen als dat niet lukt.

Is dat gezond?

‘Nee, maar het is wel dichter bij de realiteit. Als jij een hele goede schaatser bent, dan heb je dat voor een deel aan je lot te danken. Omdat je zo in elkaar zit dat je gewoon goed kunt schaatsen. Maar daarnaast moet je ook zo stom zijn om je hele jeugd keihard te gaan zitten trainen. Het is dan te wijten aan jezelf dat je uiteindelijk kampioen wordt.

‘Wat De Botton zegt is waar, er zijn steeds meer mensen met pech. De voorbeelden waaraan we ons spiegelen worden steeds bijzonderder. Als je vroeger piano speelde en echt goed wilde worden, dan spiegelde je je aan de kroegpianist een dorp verderop. Nu moet je minstens zo goed worden als Wibi Soerjadi. En dus word je eerder ongelukkig, omdat je niet kunt voldoen aan de verwachtingen die je voor jezelf geschapen hebt.

Dus dat is het probleem, dat we onszelf continu vergelijken met anderen en daardoor gefrustreerd raken.

‘Ja, daar zit hem de ellende in. Het zou veel fijner zijn als we dat minder deden. Misschien is het wel onmogelijk, maar ietsje minder moet toch kunnen. Let nou niet altijd maar op die ander.’

Doe jij zelf wel echt wat je wilt?

‘Nouja¿ Soms. (stilte). Het is heel moeilijk om precies te weten of je echt doet wat je wilt. Ik geloof dat ik dat wel redelijk doe ja.

Bedoel je dat het überhaupt moeilijk is om te weten wat je wilt?

‘Ja, dat is moeilijk. Maar het is ook moeilijk om te weten of je echt doet wat je wilt, of dat je later terugkijkend denkt: ik was mezelf toen toch wel voor de gek aan het houden. Als ik naar mijn werk kijk: schrijven vind ik superleuk. Dat is wat ik het liefste wil, maar ik doe het maar een heel klein deel van de tijd. Omdat ik ook allemaal andere dingen doe die nodig zijn om boekjes te kunnen schrijven en publiceren. Lezingen, interviews geven.. Het is maar zeer de vraag of dat allemaal dingen zijn die ik écht wil.’

Biodiversiteit

‘Zelfs als we alle regenwouden platgooien en daar maïsvelden van maken, zullen de mensen van de toekomst daar vermoedelijk niet ongelukkig van worden’, stelde Haring vorig jaar in het essay Het Aquarium van Walter Huijsmans, dat hij toen voor de Maand van de Filosofie over de natuur schreef.

Achteraf ‘kwamen de praatjes’, zegt Haring. ‘Dat ik zo’n verschrikkelijk man was, die zulke dingen durfde te beweren.’ Daarom wil hij nu een boekje schrijven over biodiversiteit. ‘Die heisa heeft ook te maken met onze visie op natuur. De reflex bij veel mensen is: de natuur is heilig en moet hoe dan ook beschermd worden. Maar waarom?

Stiekem zit daar het idee achter: de natuur is er niet zomaar, die schoonheid is gemaakt vanuit een of ander plan en daar mogen we niet aan raken. Maar er is helemaal geen plan. Planten en dieren zijn er gewoon toevallig gekomen. Ik vind dat je met een goede argumentatie moet komen om te staven dat het verdwijnen van soorten slecht is. ‘Het is toch verschrikkelijk als zoiets gebeurt’, is geen goed argument.

’Uiteindelijk is een deel van de biodiversiteit noodzakelijk voor ons, geeft Haring toe. De natuur levert voedsel, zuurstof, geneesmiddelen en hardhout. ‘Alleen: met dat argument heb je maar 20 procent van de huidige biodiversiteit nodig. Het maakt voor ons niet uit wanneer een of ander obscuur insectje verdwijnt. Natuurlijk kan daarmee een onbekend medicijn verloren gaan. Maar dan is het dilemma: wat ga ik bewaren?

Ga ik veel energie steken in het bewaren van iets dat misschien iets oplevert, óf laat ik dat verdwijnen en zet ik iets in de plaats waarvan ik zeker weet dat het iets oplevert? Maïs bijvoorbeeld: dat levert zeker wat op.’


EscenicId: 760112


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP