
Jongeren van allochtone afkomst doen het van alle rijke industrielanden in Nederland het slechtst op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit een vorige week verschenen onderzoeksrapport over jongeren tussen 20 en 29 in 16 lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de club van rijke industrielanden.
De OESO vergelijkt daarmee voor het eerst bij aangesloten landen de integratie op de arbeidsmarkt van autochtonen, allochtonen van de tweede generatie en immigranten. Het rapport baseert zich op cijfermateriaal uit de periode 2005-2007.
In de meeste OESO-landen hebben allochtonen van de tweede generatie minder vaak een baan dan kinderen van autochtonen. Maar in Nederland en België is het verschil het grootst. Waar 9 op de tien autochtone Nederlandse twintigers in 2005 een baan hadden, lukte dat slechts 7 op de tien jongeren van allochtone afkomst. Wanneer ‘westerse’ allochtonen uit andere OESO-landen niet worden meegeteld, wordt het beeld nog negatiever. De kloof is dan in België het grootst, gevolgd door Nederland.
Lost generation
Wanneer ook naar geslacht en opleidingsniveau gekeken wordt, scoort Nederland
van alle OESO-landen het slechtst wat betreft de activering van
laagopgeleide allochtone jongens. Deze jongens hebben vergeleken met
dezelfde groep bij de autochtonen de meeste moeilijkheden op de
arbeidsmarkt. Van de eerste groep heeft slechts de helft een baan, in de
tweede groep is dat acht op de tien. België heeft procentueel de grootste
groep laagopgeleide werkloze meisjes en staat bij de jongens op de tweede
plaats.
Jean-Pierre Garson, hoofd van de afdeling International Migration bij de OESO, noemt de situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt ‘complex’ en roept de Nederlandse overheid op dringend maatregelen te nemen. ‘Anders creëer je een ‘lost generation’. Allochtonen van de tweede generatie gaan niet terug.’
In september bleek uit onderzoek van het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum al dat niet-westerse allochtonen in Nederland onevenredig hard getroffen worden door de economische crisis. Een kwart van de totale werkloosheidsstijging komt voor rekening van niet-westerse allochtonen terwijl zij slechts 10 procent van de beroepsbevolking uitmaken. Forum-directeur Sadik Harchaoui noemde de cijfers toen zorgwekkend, vooral omdat de tweede generatie hard wordt getroffen. ‘Dit OESO-onderzoek onderstreept nog eens de ernst en dringendheid van de situatie’, zegt Harchaoui. ‘Werkloosheid onder allochtone jongeren varieert per etnische groep, maar ligt twee tot drie keer zo hoog als onder autochtone jongeren en kan oplopen tot 25 à 30 procent.’
Het paradoxale, zegt Harchaoui, is dat Nederland met UWV en Werkpleinen een uitstekende infrastructuur kent om werkloze jongeren te begeleiden, maar die te weinig inzet voor de moeilijkste doelgroepen. ‘De mbo’ers en hbo’ers komen er wel. We moeten ons vooral gaan richten op jongeren met de slechtste uitgangspositie.’
Metselen is fantastisch
OESO-expert Garson ziet meerdere oorzaken voor de slechte Nederlandse scores.
‘Er is veel weerstand tegen immigranten in Nederland, maar het is niet fair
om dit verschil alleen op discriminatie af te schuiven. Of iemand een baan
krijgt hangt ook af van zijn beheersing van de landstaal, en dat is
Nederland een groter probleem dan in landen als de VS, het Verenigd
Koninkrijk of Frankrijk, waarvan de talen in vele ex-kolonies onderwezen
worden.’
Ook het opleidingsniveau van ouders en jongeren speelt volgens de Fransman een rol, net als de huwelijkspartner. ‘Wie trouwt met een laagopgeleide partner uit het land van herkomst, wat vaak voorkomt in landen als België, Frankrijk en Nederland, vertraagt in feite de integratie. Bovendien is een huwelijk op jonge leeftijd een slechte zaak voor de arbeidsmarktparticipatie van allochtone vrouwen. Ook willen allochtonen van de tweede generatie bepaalde banen met een lage status, die hun ouders vroeger vaak uitvoerden, niet meer aannemen.’
Sadik Harchaoui verwacht daarbij veel van de vorig jaar heropgerichte vakscholen. ‘Vaak zijn deze jongeren laagopgeleid. Naar hen moeten we uitstralen: werk als lasser of metselaar is fantastisch werk. Er is ook tekort aan, dus je verdient ook nog goed je boterham. Niet iedereen hoeft een stapje hoger te zetten. Een baan als dokter of advocaat is voor hen gewoon te hoog gegrepen. En andere beroepen zijn voor de samenleving net zo belangrijk.’
Overheid doet het goed
Vooral toegang tot de arbeidsmarkt is een probleem, concludeert de OESO.
Jean-Pierre Garson pleit voor positieve discriminatie in de vorm van extra
stageplekken, werkervaringsplekken en quota. Want: ‘Als kinderen van
immigranten eenmaal een baan gevonden hebben, hebben ze verder dezelfde
carrièreperspectieven als Nederlanders.’
De Nederlandse publieke sector doet het goed en stelt in vergelijking met andere landen relatief veel allochtonen van de tweede generatie tewerk. Volgens de OESO is dit een gevolg van langdurige beleidsinspanningen op dit terrein.