
Door een rekentruc laat de minister alle specialisten financieel de dupe worden, schrijft Willem van der Ham, algemeen voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten.
In het interview met minister Klink (Ten Eerste, 21 juli) zegt hij een aantal dingen die ons als medisch specialisten zeer aanspreken, zoals het belonen naar kwaliteit en veiligheid. Wij betogen immers al langer dat vooral op het gebied van kwaliteit nog heel wat winsten en – daarmee verbonden – besparingen zijn te boeken. Onze stelling is niet voor niets al sinds tijden: goede zorg is ook goedkope zorg. Met zijn keiharde bezuinigingen die álle medisch specialisten treffen, blijven we het echter mordicus oneens.
Fouten
De minister zegt over de fouten in het DBC-stelsel die ervoor hebben gezorgd dat een bepaalde groep specialisten, de zogeheten ondersteuners, hun inkomens onbedoeld zwaar hebben zien stijgen: ‘In dat beloningssysteem, ontwikkeld in 2006, zat inderdaad een fout. Daardoor zijn de inkomens van specialisten fors omhoog gegaan. Zij gaan straks terug in salaris. Dat is niet bloeden, maar terug naar de maatgevende omzet die we in 2007 voor ogen hadden, maar wel opnieuw geïndexeerd. Zij hebben 2,5 jaar profijt getrokken. Dat trekken we nu recht.’
De inkomens van specialisten? Nee, de inkomens van sommige specialisten! Anderen hebben sinds de invoering van de DBC’s hun omzetten amper zien stijgen of zelfs een teruggang geboekt. En wij vinden het hoogst unfair dat zij ook fors zouden moeten inleveren. Dat hebben ze immers al gedaan.
Goochelen
Bovendien goochelt de minister een beetje met de cijfers. We hebben alle begrip voor de precaire financiële situatie van de overheid en stemmen daarom in met een plan om tijdelijk - voor twee jaar - weer een budgetsysteem in te voeren. Hiermee zijn alle voordelen van het nieuwe DBC-systeem ingeleverd en keren we inderdaad terug naar het budgetniveau van 2007.
Toegestane volumegroei (3 procent) en inflatie leveren echter een budget op van 2,3 miljard voor 2011 en dus niet de 1,7 tot 1,8 miljard waar de minister het over heeft. Dit is eenvoudigweg een extra bezuiniging van 500 tot 600 miljoen.
Verder steekt het ons dat de minister ons vrije beroep wil opheffen door de wet te veranderen. Wij mogen voortaan niet meer aan de patiënt of zorgverzekeraar declareren, maar alleen nog aan het ziekenhuis, wat inhoudt dat we niet meer voldoen aan een van de vereisten voor het zelfstandig ondernemerschap, namelijk het hebben van drie of meer verschillende opdrachtgevers.
Boos
De minister erkent dat hij met de voorgestelde wetwijziging ons vrije beroep feitelijk opheft en geeft ons hiervoor een kleine vergoeding. Daar zijn we nog bozer om omdat daarmee onze onafhankelijke positie in gevaar komt. Wij zijn er namelijk nog altijd van overtuigd dat patiënten belang hebben bij een dokter die geheel op basis van medische kennis, kunde en ervaring beslist bij welke behandeling zij zijn gebaat. Wanneer ziekenhuisdirecties hier zeggenschap over krijgen, kunnen ook andere motieven – zoals economische – hierin gaan meewegen en dat zou niemand moeten willen.
Het is veelzeggend dat ook de ziekenhuizen hebben laten weten dat zij hier evenmin op zitten te wachten. Bovendien hebben gezondheidseconomen in verschillende artikelen, ondermeer in deze krant, aangetoond dat van verplichte loondienst geen positieve effecten zijn te verwachten, maar enkel negatieve. Zoals stijgende wachtlijsten en hogere kosten. En laten wij nu denken dat de minister dat juist niet wil, net als wij.
De auteur is algemeen voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten.