Meppen op de hulpverlener

24/01/2008

Aangevlogen worden terwijl je een infuus inbrengt, een brand niet kunnen blussen omdat omstanders je er niet door laten. Hulpverleners hebben te maken met steeds verdergaande vormen van agressie. ‘Ik was daar om mensen te redden, maar ik werd in elkaar geslagen.’

Op de vraag of hij bang is, komt eerst een bits: ‘Nee natuurlijk niet. Ik laat me niet angstig maken.’ Dan kan hij wel met zijn eigen naam in de krant? ‘Oké, oké. ik ben wel bang. Bang voor wraak. Ik ben al bedreigd. Wat als ik straks niet meer naar de kazerne kan?’

Marco (niet zijn echte naam) is een 26-jarige brandweerman. Zo ziet hij er ook uit. Robuust, gespierd. Bij de brandweer werken was zijn jongensdroom. De afgelopen vijf jaar redde hij mensenlevens en ving hij slachtoffers op die door een brand huis en haard waren kwijtgeraakt.

Nu loopt hij zelf bij Slachtofferhulp en doet met moeite zijn verhaal. ‘Vorig jaar zomer kregen we de melding dat er brand was uitgebroken boven een café. Er zouden nog mensen binnen zijn die direct moesten worden geëvacueerd.’ Toen de brandweerwagen met Marco en zijn collega’s bij het café aankwam, stonden er veel mensen te kijken. ‘Het schelden begon meteen. Het had een minuut of twintig geduurd voor we er waren. Logisch, we moesten dwars door de avondspits. Omstanders maakten daar opmerkingen over.’

Marco wilde zo snel mogelijk uit de wagen springen om de situatie ter plaatse te bekijken. Terwijl het pand volop brandde, begonnen een paar jongens tegen hem aan te duwen. ‘Ze wilden weten waar we zo lang waren gebleven, waarom we niets deden. Ik probeerde ze uit te leggen dat er mensen in gevaar waren, maar het hielp niet.’ Marco trachtte een van de jongens van zich af te schudden, iets dat een explosie aan geweld teweegbracht. ‘Ik probeerde door te lopen, maar de jongen die me tegenhield, struikelde daardoor. Zijn vrienden sprongen met z’n allen bovenop me. Ik kon geen kant op, alleen mijn handen voor mijn gezicht houden en om hulp roepen.’

Blauwe plekken

De vechtpartij heeft niet langer dan vijf minuten geduurd, maar Marco was ‘volledig in elkaar geramd’. Zijn neus was gebroken, twee nekwervels bleken beschadigd en hij zat onder de blauwe plekken. ‘Het ergste is dat ik mijn werk niet kon doen en in elkaar geslagen ben, ik lig er nog steeds wakker van.’

De ervaring van Marco is niet uitzonderlijk. Agressie tegen hulpverleners is aan de orde van de dag. Uit diverse onderzoeken blijkt dat hulpverleners steeds meer risico lopen om met geweld in aanraking te komen.

April dit jaar meldde het ministerie van Binnenlandse Zaken dat een kwart van de brandweerlieden vindt dat het geweld tegen hen en hun collega’s onbeheersbaar is geworden. Van de brandweermensen is 18 procent de afgelopen 12 maanden met fysiek geweld geconfronteerd. Van de GGZ-medewerkers liep in 2003 14 procent lichamelijk letsel op. En ook in ziekenhuizen gaat het er steeds harder aan toe. In 2005 registreerden 29 ziekenhuizen die deelnemen aan het project Veiligezorg, gezamenlijk 1560 ‘agressie-incidenten.’ In 2004 waren dat er nog maar 1145.

Spoedeisende hulp

Paul Geenen is veertien jaar verpleegkundige op de spoedeisende hulp van het Elkerliek-ziekenhuis in Helmond. ‘Als er geweld voorkomt in het ziekenhuis, dan is dat meestal op deze afdeling. Als mensen hier binnenkomen, zijn ze vaak in paniek en vinden ze alleen zichzelf belangrijk. Als jij een sneetje in je vinger hebt is dat voor jou belangrijker dan de patiënt die naast je ligt met een beenwond. Wíj bepalen wie er het ernstigst aan toe is.’

En dat wordt niet altijd gewaardeerd. ‘Mensen die worden gezien als niet zo urgent willen nogal eens over de rooie gaan. Ze hebben iets meegemaakt, zijn geschokt en krijgen te horen dat ze lang moeten wachten.’

Geenen geeft toe zo nu en dan met knikkende knieën zijn werk te doen. ‘Niet zo lang geleden kwam er een patiënt binnen, een dame met een hersenbloeding. Op zich was ze stabiel, dus konden we het protocol volgen. Er werd bloed geprikt, een foto gemaakt, een hartfilmpje; gewoon het rijtje afwerken. Volgens haar zoon ging het te langzaam; hij begon te schelden en ik maakte hem duidelijk daar niet van gediend te zijn en verzocht hem vriendelijk weg te gaan.’

Geenen voelde aan dat het mis kon gaan en bewoog zich tijdens het gesprek langzaam ruggelings naar de deur van de kamer. ‘Gelukkig, want plots vloog de man me aan en werd ik tegen de muur gewerkt. Uiteindelijk ben ik de gang op gerend en heb ik de politie gewaarschuwd. Ik voelde me op dat moment heel erg klein.’

Door de toenemende agressie is de werkomgeving van Geenen de laatste jaren flink veranderd. Was vroeger de eerste hulp nog een open ruimte, nu is de balie waarachter het verpleegkundig personeel zit, grondig afgeschermd van de wachtkamer. Dat is vaak maar goed ook, aldus Geenen . ‘Enkele jaren geleden was er een patiënt die uren bij ons in de wachtkamer had gezeten, maar zich niet bij ons had gemeld en dus ook niet was opgemerkt. Vervolgens heeft hij aan de portier gevraagd of hij even mocht bellen en is naar het telefoonhok gelopen. Op een gegeven moment loopt mijn collega daarlangs en ziet die man onder het bloed op de grond liggen. Had hij zichzelf voor zijn kop geschoten. Dat had weliswaar niks met agressie tegen ons te maken, maar het is geen fijn idee dat die kerel urenlang naast ons heeft gezeten met een pistool in zijn zak, en met het voornemen dat te gebruiken.’

Overleden

Nu de eerste hulp meer is afgesloten van de wachtkamer voelt Geenen zich veiliger, maar het heeft ook nadelen. Onlangs kwam een groep jongens ’s nachts totaal in paniek aan de balie. ‘Ze waren gehaast en agressief, er was geen land mee te bezeilen. Het heeft me heel veel moeite gekost ze tot bedaren te brengen. Ze bleven maar schelden en dreigen.’ Omdat Geenen daar zo mee bezig was, merkte hij niet op dat op de grond een jongen lag te creperen die in elkaar was geslagen. ‘Gewoon niet gezien. Die jongen is aan zijn verwondingen overleden. Vreselijk. Als ik niet de hele tijd bezig was geweest om de agressie bij zijn vrienden te beteugelen, had ik hem eerder kunnen helpen.’

Het is een frustratie die veel voorkomt bij hulpverleners die te maken krijgen met geweld. Dat ze worden uitgescholden of lastig gevallen is tot daar aan toe, maar dat ze hun vak niet kunnen uitoefenen, is fnuikend.

Vooral onder het ambulancepersoneel vallen de laatste jaren vaak klappen. Op Koninginnedag dit jaar werd in Doetinchem een ambulance belaagd en tegengehouden door vijf mannen: de ambulancemedewerkers liepen onder meer oogletsel op.

Uit onderzoek blijkt dat 60 procent van het ambulancepersoneel te maken krijgt met geweld. Hierdoor kan 12 procent het werk niet meer naar behoren uitoefenen.

Het zijn cijfers die Ed Worm, voorzitter van AmbulanceZorg Nederland, kan dromen. ‘Dat onderzoek is al enkele jaren oud maar het onderwerp speelt nog steeds, ondanks alle pogingen om de uitwassen te voorkomen.’ Worm somt moeiteloos een pakket maatregelen op. Zo is er een training voor ambulancemedewerkers over omgaan met geweld, zijn er afspraken met de politie gemaakt om de ambulancemedewerkers zo veel mogelijk te beschermen en is elke ambulance uitgerust met alarmknoppen. ‘We zitten er bovenop, proberen het signaal te geven dat we agressie niet accepteren, maar het blijft toenemen.’

Het probleem is, zegt Worm, dat je maatregelen kunt nemen om hulpverleners meer te beschermen, maar dat daders van agressie doorgaans vrijuit gaan. ‘Veel mensen durven geen aangifte te doen uit angst voor represailles. Het is lastig de strijd aan te gaan.’

Politie

Peter van den Berg is de strijd wel aangegaan. Hij werkt op de ambulance van Nijmegen en is een jaar geleden slachtoffer geworden van mishandeling. ‘Tijdens de vierdaagse kregen wij de melding dat iemand niet goed was geworden, waarschijnlijk door te veel alcohol. Toen we aankwamen, lag er inderdaad een man laveloos op straat. Wat we ook probeerden, we kregen hem niet wakker en dus besloten we hem mee te nemen.’

Op het moment dat Van den Berg in de ambulance een infuus bij de man aanbracht, ging het mis. ‘Hij werd zwaar agressief, begon keihard te schoppen en te slaan.’ De man verbouwde de halve ambulance, inclusief Van den Berg en zijn collega. ‘Het enige wat ik nog kon doen was uit de auto springen. Daarna werd ik zo vreselijk boos. Ik vond gewoon dat die man van onze spullen en van ons af diende te blijven. Uiteindelijk heb ik hem met de politie weten te overmeesteren. Dat gaf wel een goed gevoel, dat ik weer controle over de situatie kreeg.’

Van den Berg zat na de vechtpartij onder de blauwe plekken en zijn oogkas was gekneusd. ‘Die verwondingen zijn genezen, de woede is gebleven.’ Hij werkt nu vier jaar op de ambulance en heeft de sfeer langzaam zien veranderen. Gemiddeld één keer per week heeft hij met agressie te maken. Dat varieert van mensen die beginnen te schelden tot omstanders die met bierflessen gooien en slaan. ‘Het respect voor de hulpverlener is weg. Vroeger gingen we gerust alleen een café binnen als daar iets aan de hand was, tegenwoordig gaan we geen openbare gelegenheid meer in zonder politiebegeleiding. Echt, ik wacht net zo lang tot de politie er is.’

Cokegebruik

Van den Berg merkt dat de grens bij hem inmiddels is bereikt. ‘Je kunt het wel allemaal normaal gaan vinden, maar dat is het niet. Ik sta steeds meer op mijn strepen. Drie jaar geleden hadden we een gevalletje cokegebruik tijdens oud en nieuw. Een jongen was gewond geraakt aan zijn been door vuurwerk en wij kwamen om hem te helpen. Vervolgens gingen hij en zijn vrienden zo tekeer tegen ons, dat ik me heb omgedraaid en ben weggegaan. Dan zoeken ze het zelf maar uit. Achteraf voelde ik me daar toch ontzettend rot over. Ik doe het liefst gewoon mijn werk.’

Het is vooral machteloosheid waar Van den Berg last van heeft. ‘Er zijn collega’s die vinden dat agressie er nu eenmaal bij hoort als je hulpverlener bent. Dat is toch van de zotte? Om te laten zien dat ik het daar niet mee eens ben, heb ik nu een rechtszaak aangespannen tegen de jongen van het ambulance-incident vorig jaar. Ik heb drieduizend euro smartengeld gevraagd.’

Of hij dat geld daadwerkelijk krijgt, is de vraag. ‘Ik ben benieuwd naar de uitkomst van het proces. De kans dat hij er met een taakstraf van af komt, is groot. Eigenlijk is dat ongelofelijk.’

Klachtenbemiddeling

Ook verpleegkundige Geenen baalt ervan dat hij nauwelijks kans heeft iets tegen de daders van agressie te ondernemen. ‘Laatst ben ik weer zo verschrikkelijk grof uitgescholden door een vrouw hier op de poli, dat was echt niet normaal. Opeens had ik er schoon genoeg van en heb ik bureau klachtenbemiddeling van het ziekenhuis ingelicht en gezegd dat ik een klacht in wilde dienen tegen de patiënt. Kon niet. Een patiënt kan een klacht indienen tegen mij als hij lang moet wachten, als ik vergeten ben koffie te geven of om andere onbenullige dingen, maar als ik verbaal met de grond gelijk wordt gemaakt, kan ik nergens heen.’

Ed Worm onderkent dit probleem. ‘We zullen maatschappelijk veel meer een front moeten vormen tegen agressie; dat is het enige wat echt gaat helpen. Probleem is dat dit structureel in de maatschappij verankerd ligt. Mensen hebben steeds meer een claimgedachte, vinden dat ze er recht op hebben onmiddellijk geholpen te worden. En als dat niet gebeurt omdat het domweg niet kan, worden ze agressief.’

Worm stelt momenteel samen met andere hulpverlenersinstanties en het ministerie van Binnenlandse Zaken een manifest op om mensen bewuster te maken van het agressieprobleem. ‘Maar eigenlijk willen we meer. Het zou een politieke wilsverklaring moeten zijn waarin staat dat we het niet langer pikken met z’n allen. Het moet verder gaan dan de zoveelste discussie over normen en waarden. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik voorlopig geen oplossing zie. Dit is maar heel moeilijk te keren.’

Brandweerman Marco denkt dat ook. Hij zit inmiddels een half jaar thuis, is niet meer in staat om te werken. ‘Ze hebben het voor elkaar, ik blus niet meer.’

EscenicId: 711945


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP