
Nederlandse vrouwen zijn kampioen deeltijdwerken en de meesten vinden dat wel best. Toch wil de Taskforce Deeltijdplus een cultuurverandering teweegbrengen, want de vergrijzing komt eraan. Nuttig of niet?
De vergrijzing zal leiden tot tekorten op de arbeidsmarkt. Dus wil de Taskforce Deeltijdplus het enthousiasme over meer werken onder vrouwen vergroten. Daar stelden regering en sociale partners de werkgroep immers voor aan in april 2008; om vrouwen met kleine deeltijdbanen te stimuleren meer uren te werken.
Ook de beeldvorming over werkende vrouwen kan nog verbeterd. Daarnaast is het goed als vrouwen meer uit zichzelf halen. Zestig procent is nu nog financieel afhankelijk van hun partner. Kortom: het is tijd voor een cultuurverandering.
Rapport
Afgelopen periode droeg de Taskforce, geleid door Pia Dijkstra, zijn
boodschap uit in ‘deeltijdcafés’ - aanwezig op onder meer de Huishoudbeurs -
via ‘pilots’ bij bedrijven en overheden, en in de media.
De bevindingen worden 30 maart gepresenteerd in een rapport aan afgevaardigden van de ministeries van Sociale Zaken en Onderwijs, en aan werkgevers- en werknemersorganisaties. Over de conclusies en aanbevelingen van het rapport wil de Taskforce nog niets loslaten.
Ambitie
Wat al bekend is: Nederlandse vrouwen werken meer dan andere westerse vrouwen
parttime. Een mogelijke verklaring is dat Nederlandse vrouwen niet zo
ambitieus zijn, maar een door de Taskforce gefinancierde studie van de
Radboud Universiteit Nijmegen en bureau Research en Beleid concludeerde
in november 2009 dat Nederlandse vrouwen wel degelijk ambitie hebben.
Ze zouden meer op inhoud, en minder op promotie en leiderschap zijn gericht; en als de thuissituatie daarom vraagt, stellen ze hun ambities bij. Maar een gebrek aan ambitie is dat niet, stelt de Taskforce. Een ‘behoefteonderzoek’ van het Sociaal Cultureel Planbureau, in opdracht van de Taskforce, concludeerde dat vrouwen wel meer zouden willen werken als de werkgever hen daarin tegemoet zou komen.
Maar heel veel meer willen de vrouwen nu ook weer niet werken: gemiddeld twee uur. Bovendien merkt het SCP op dat de meeste vrouwen ‘het zo wel best’ vinden. ‘Het is vooral het kabinet dat de geringe omvang van veel deeltijdbanen problematiseert.’
Deeltijdwerk is geïnstitutionaliseerd fenomeen
Die laatste conclusie sluit aan bij het onderzoek van de economen Bas van der
Klaauw, Jan van Ours en Nicole Bosch. Op de website VoxEu schreven
zij dat Nederlandse vrouwen zeer tevreden zijn met hun deeltijdwerk. Hoe
dat komt? Deeltijdwerk is een geaccepteerd, ‘geïnstitutionaliseerd’
fenomeen. ‘Vrouwen zijn tevreden met parttime werk, omdat relatief
hooggeschoolde arbeid parttime gedaan kan worden.’
Heeft een Taskforce dan wel zin? Als vrouwen zelf blijkbaar niet meer willen werken, waarom ze dan toch proberen te overtuigen om meer uren te maken?
Juist omdat het gebrek aan ambitie cultureel en institutioneel bepaald is, zegt Esther-Mirjam Sent, hoogleraar Economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Vrouwen hebben de neiging om te willen voldoen aan verwachtingen. Er wordt niet van ze verwacht dat ze carrière maken, maar wel dat ze een goede moeder zijn.'
Ze merkt het zelf ook: 'Op het schoolplein hoor je: wat knap, dat je je carrière en je kinderen zo goed kunt combineren. Ik denk niet dat een man dat snel te horen krijgt. Er is echt een cultuuromslag nodig.’
Mevrouw de professor
Recent kwam er bij de decaan van de Faculteit Managementwetenschappen, waar
Sent werkt, een uitnodiging binnen voor een debat met de titel ‘Mevrouw de
professor’, dat gaat over het tekort aan vrouwelijke hoogleraren. Sent: ‘Wat
doet deze decaan? Die stuurde het naar alle vrouwelijke hoogleraren. Maar
niet naar mannen. Ongelooflijk vond ik het, dat hij niet begrijpt dat ook
mannen daarin geïnteresseerd zouden moeten zijn.’
En de institutionele factoren? ‘Denk aan de schooltijden, die zijn heel ongelukkig. Het maakt het veel makkelijker om te werken als een kind bijvoorbeeld tot vijf uur op school zou kunnen blijven. In de Verenigde Staten worden ze om 7 uur opgehaald, en om 6 uur teruggebracht. Dat is het andere uiterste, maar het maakt werken, en ambitie, wel mogelijk.’
Mannelijke normen dominant
Daarnaast constateert Sent dat er op de werkvloer mannelijke normen dominant
zijn. Dat schrikt vrouwen af, dat ze worden getoetst aan mannelijke
standaarden. ‘Het is het klassieke katten- en hondendilemma: als je je als
kat niet aanpast, word je nooit opgenomen door de honden. Als je je als hond
voordoet, verloochen je jezelf.’
Bedrijven laten zo veel talent onbenut. ‘Diversiteit op de werkvloer leidt aantoonbaar tot betere resultaten. Uit experimenten blijkt echter dat werkgevers vaak geneigd zijn om voor een man te kiezen, bij gelijke geschiktheid. Vrouwen worden ook systematisch niet als leider gezien.’ Vandaar dus ook dat Sent pleit voor stevige wet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld het quotum voor het aantal topvrouwen.
Belerend
Haar vakgenote Barbara Baarsma ziet niets in zulke quota. Zij kan haar
afkeuring daarvoor, en voor initiatieven zoals de Taskforce Deeltijdplus
maar moeilijk onderdrukken, en doet dat daarom ook maar niet. ‘Typisch zo’n
wij-weten-wat-goed-voor-u-is-clubje’, zegt Baarsma, die directeur is van SEO
Economisch Onderzoek.
‘En tsja, Pia Dijkstra is een babyboomer, mensen die zijn opgegroeid met het maakbaarheidsgeloof. Best belerend. Zo van: het is goed voor u als u een grotere deeltijdbaan neemt. Vrouwen weten zelf wel wat goed voor ze is.’
Baarsma wijst op een eerdere publicatie van het SCP, uit eind 2008, waaruit bleek dat slechts 4 procent van de Nederlandse vrouwelijke deeltijdwerkers voltijd wilde werken. ‘Waarom werken vrouwen niet voltijd? Omdat ze het niet willen. Veel van hen hebben blijkbaar een andere ambitie dan alleen door te groeien in hun werk.’
Prikkels op scherp
Baarsma ziet dus geen reden voor overheidsingrijpen. Er is geen sprake van
vrouwen die tegen hun wil van het werk afgehouden worden. Bovendien: vrouwen
die wel full time werken doen het Europees gezien erg goed. Relatief veel
Nederlandse vrouwen hebben een leidinggevende functie. Wel is het goed ‘om
sommige prikkels op scherp te zetten’. De zogenoemde aanrechtsubsidie – de
naam voor heffingskorting, waarbij de niet-werkende partners geld ‘terug’
krijgen van de fiscus – moet volgens Baarsma van tafel.
Betere secundaire arbeidsvoorwaarden
Maar zijn er dan niet meer werkende vrouwen nodig, omdat we anders met
tekorten op de arbeidsmarkt komen te zitten? ‘Natuurlijk’, zegt Baarsma.
‘Maar als die tekorten er zijn, werkt de markt prima. Werkgevers zullen
vanzelf met betere secundaire arbeidsvoorwaarden komen, zoals een goede
kinderopvang. Dat is ook hun belang.’
Taskforce-lid Martijn de Wildt denkt ook dat tekorten op de arbeidsmarkt zullen leiden tot betere arbeidsvoorwaarden voor vrouwen. ‘Als de pijn gevoeld wordt, maken mensen en bedrijven uit zichzelf wel de stap. Maar wij willen vrouwen en mannen ervan bewust maken dat de huidige rolverdeling in de cultuur zit. Die cultuuromslag is niet zomaar te maken. Je kunt wel proberen het proces te bespoedigen.’