
Wachtlijsten, orthodontisten die massaal naar het buitenland vertrekken en kwaliteitsverlies in de zorg. Die gevolgen voorspellen orthodontisten als de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) het voornemen doorzet de tarieven van orthodontisten verder te verlagen.
Onder orthodontisten en tandartsen is de afgelopen maanden grote onrust ontstaan omdat ze vrezen dat de tarieven vanaf 2011 met meer dan 30 procent dalen. In dat geval moet eenderde van de praktijken vrezen voor zijn voortbestaan, zo vreest de beroepsvereniging. De NZa bevestigt dat de tarieven worden aangepast, maar komt deze week pas met de definitieve percentages naar buiten.
Noodklok
De Vereniging van Orthodontisten (VvO) luidt de noodklok. Woordvoerder Wilma van Beers: ‘Als de NZa de tariefsdaling doorzet, valt de orthodontische zorg voor veertigduizend patiënten, veelal kinderen, weg.’
Volgens de VvO komt door een tariefskorting 11 procent van de praktijken direct in de rode cijfers. Op langere termijn wordt het voor 30 procent onmogelijk nog een levensvatbare praktijk te voeren. Van de drieduizend tandartsen die een vorm van orthodontische zorg bieden, zegt de helft hiermee te stoppen als de daling werkelijkheid wordt.
De tarieven van orthodontisten liggen al sinds 2005 onder vuur. In januari van dat jaar werden zij met 8 procent verlaagd, een eerste stap van wat uiteindelijk een verlaging van 29 procent werd. In 2007 werd een deel van deze verlagingen door de rechter teruggedraaid. Veel orthodontisten schreven zich uit als specialist en staan alleen als tandarts geregistreerd, zodat ze hogere tarieven kunnen declareren.
Dubbel gedupeerd
Orthodontisten verdienen volgens de NZa veel meer dan het norminkomen van 140 duizend euro. De beroepsgroep werpt tegen dat zij veel meer werken dan de norm van 43 uur per week, namelijk 50 tot 55 uur. Dat zou nodig zijn om wachtlijsten te voorkomen. Bovendien hebben orthodontisten extra geld nodig om hun praktijk overeind te houden.
Volgens de VvO is de patiënt dubbel gedupeerd door een verlaging van de tarieven. Niet alleen daalt de kwaliteit van de zorg, de patiënt merkt het ook niet in zijn portemonnee.
Lachende derde
Slechts 2 procent van de orthodontische zorg valt onder de basisverzekering. In 98 procent van de gevallen betaalt de patiënt zelf, veelal via een aanvullende zorgverzekering. Wilma van Beers: ‘De tarieven van orthodontisten gaan omlaag, maar de aanvullende premies stijgen alleen maar. De zorgverzekeraar is zo de lachende derde.’
Zorgverzekeraars vinden deze redenatie te kort door de bocht. De premies dalen niet net zo hard als de tarieven omdat in een premie meerdere ‘producten’ zitten. Een woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland: ‘Orthodontie is veelal verzekerd tot een maximumbedrag. Bij lagere tarieven krijgt de patiënt meer zorg voor dit bedrag.’