Kwaliteitsagenda ‘Krachtig meesterschap’ samengevat

13/10/2008 / Thomas van Aalten

Kwaliteitsagenda ‘Krachtig meesterschap’ samengevat

Op 22 september 2008 presenteerde staatssecretaris Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart de kwaliteitsagenda ‘Krachtig meesterschap’. Dit is een kwaliteitsagenda voor de komende vier jaar, gericht op de verbetering van het opleiden van nieuwe docenten in het basis-, middelbaar beroeps- en voortgezet onderwijs. VK Banen heeft het 60-pagina’s tellende document hier voor je samengevat.

'Als we nu niets doen om meer leraren op te leiden, zal het tekort aan goede leraren uit de hand lopen. Bovendien wil ik dat er geen enkele twijfel meer is over de kwaliteit van de lerarenopleidingen’, aldus de staatssecretaris. Hoe ziet haar zogenaamde kwaliteitsagenda er eigenlijk uit?

1. De ambities

Studenten die de lerarenopleidingen binnenkomen, moeten in principe in staat zijn de opleiding met succes af te sluiten. Vooral mbo-ers zijn een kwetsbare groep. Dat blijkt ook uit het project Voortijdig Schoolverlaten. Instroom in de opleiding wordt zo nodig voorafgegaan door een (verplichte) summercourse; een intensieve training gericht op het wegwerken van achterstanden, bijvoorbeeld op het gebied van rekenen en taal.

2. Meer academici voor de klas, een grotere kweekvijver

Het aantal academisch opgeleide leraren neemt af. De staatssecretaris wil afspraken maken over het opleiden en kwalificeren van wo-bachelors voor een specifiek deel van het tweedegraads gebied: vmbo-tl en de eerste drie jaar havo/vwo. Deze kwalificatie kan worden behaald door studenten die een educatieve minor binnen de vakbachelor met goed gevolg hebben afgerond. Die educatieve minor zal samen met het vo-veld ontwikkeld worden.

3. Meer variëteit in opleiding en beroep

Om voldoende goed opgeleide leraren te krijgen, zijn goede lerarenopleidingen nodig, maar is ook een aantrekkelijk beroepsperspectief onontbeerlijk. Scholen hebben daarbij een belangrijke rol. Vanwege het (dreigende) lerarentekort moeten scholen creatiever en innovatiever zijn in de organisatie van het onderwijs. Er zal sprake moeten zijn van verschillende functies binnen teams: onderwijsassistenten, ondersteuners op het niveau van associate degree en verschillende typen leraren. Naast een eigentijdse organisatie van het onderwijs moeten scholen zorgen voor goed personeelsbeleid, verschillende leraarsfuncties waardoor leraren meer carrièremogelijkheden krijgen en een cultuur die leraren stimuleert tot voortdurende scholing en ontwikkeling.

4. Eerdere actie

Om de stijgende lijn voort te zetten en zorgen en bezwaren weg te nemen, zullen de lerarenopleidingen verdere verbeterslagen moeten maken. De staatssecraris wil met de HBO-raad en de VSNU (Vereniging van Universiteiten) afspraken maken over de onderstaande punten:

  • Het eindniveau van de opleidingen wordt duidelijk vastgelegd. Daarvoor ontwikkelen de opleidingen kennisbases en eindtermen, die worden getoetst met examens.
  • Meer structuur (waaronder voldoende contacturen), een hoger instroomniveau en rendement – vooral van mbo-ers, allochtonen en mannelijke studenten – door onder meer studiekeuzegesprekken en summercourses. De staatssecretaris vraagt de Onderwijsraad om advies over vakkenpakketeisen bij de doorstroom van met name het mbo naar het hbo. Om ervoor te zorgen dat de lerarenopleidingen aantrekkelijk zijn voor een diverse groep studenten vraag ik instellingen hun eigen doelstellingen vast te leggen voor instroom en rendement van allochtone studenten en op de pabo’s voor mannelijke studenten.
  • Opleiden in de school wordt verankerd door de ontwikkeling van keurmerken voor partnerschappen van een opleidingsschool en voor de academische opleidingsschool.

5. De basis op orde: versterking van de kwaliteit van de hbo-lerarenopleidingen

Over het eindniveau is de inzet voor de lerarenopleidingen in het hbo de volgende:

  • De lerarenopleidingen leggen de vereiste kennis vast in een kennisbasis voor alle vakgebieden. De opleidingen voor het voortgezet onderwijs zijn daar al ver mee. De pabo’s zijn begonnen met een kennisbasis voor taal en rekenen, die later wordt uitgebreid met andere vakken.
  • De eerstegraadslerarenopleidingen in het hbo en wo stemmen de vakinhoudelijke eindtermen onderling af. De HBO-raad heeft de handschoen al opgepakt. In de nota Meesterschap geeft de raad aan in het studiejaar 2009-2010 een gezamenlijke kennisbasis in te voeren voor de tweedegraadsopleidingen, in combinatie met toetsen en kennisbanken. Ook voor de pabo’s sluit de HBO-raad nauw aan bij het Actieplan LeerKracht van Nederland en het rapport van de Commissie Meijerink.
  • De HBO-raad vindt dat de kennistoetsen die opleidingen zullen ontwikkelen niet moeten worden gezien als eindexamens of eindtoetsen. Het halen van die toetsen moet voorafgaan aan het verplichte studieadvies aan het eind van de propedeuse en is de voorwaarde om een eindassessment te mogen doen.

6. Meer structuur, een hoger instroomniveau en rendement, meer diversiteit

Het niveau van studenten die instromen in de lerarenopleidingen moet in ieder geval omhoog. Voldoende structuur in de opleiding geeft studenten een steun in de rug bij hun studie. De toetsen voor rekenen en taal en doorlopende leerlijnen voor deze vakken dragen daaraan bij.

De volledige tekst vind je hier .



Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
>> Aanmelden met je LinkedIn Account

Alles over

Zoek artikel

trefwoord moet minstens 3 karakters lang zijn
Ontslag , Verdien ik wel genoeg , Juridisch advies , Leukste baan , Special werken bij de overheid , Interview , Nieuws & Achtergrond , Columns , Speechdeskundige Bas Mouton , Migratiewijzer , Carrièretips , Loopbaancoach
topbanen
Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2010 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP