
Op 22 september 2008 presenteerde staatssecretaris Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart de kwaliteitsagenda ‘Krachtig meesterschap’. Dit is een kwaliteitsagenda voor de komende vier jaar, gericht op de verbetering van het opleiden van nieuwe docenten in het basis-, middelbaar beroeps- en voortgezet onderwijs. VK Banen heeft het 60-pagina’s tellende document hier voor je samengevat.
'Als we nu niets doen om meer leraren op te leiden, zal het tekort aan goede
leraren uit de hand lopen. Bovendien wil ik dat er geen enkele twijfel meer
is over de kwaliteit van de lerarenopleidingen’, aldus de staatssecretaris.
Hoe ziet haar zogenaamde kwaliteitsagenda er eigenlijk uit?
1. De ambities
Studenten die de lerarenopleidingen binnenkomen, moeten in principe in staat zijn de opleiding met succes af te sluiten. Vooral mbo-ers zijn een kwetsbare groep. Dat blijkt ook uit het project Voortijdig Schoolverlaten. Instroom in de opleiding wordt zo nodig voorafgegaan door een (verplichte) summercourse; een intensieve training gericht op het wegwerken van achterstanden, bijvoorbeeld op het gebied van rekenen en taal.
2. Meer academici voor de klas, een grotere kweekvijver
Het aantal academisch opgeleide leraren neemt af. De staatssecretaris wil afspraken maken over het opleiden en kwalificeren van wo-bachelors voor een specifiek deel van het tweedegraads gebied: vmbo-tl en de eerste drie jaar havo/vwo. Deze kwalificatie kan worden behaald door studenten die een educatieve minor binnen de vakbachelor met goed gevolg hebben afgerond. Die educatieve minor zal samen met het vo-veld ontwikkeld worden.
3. Meer variëteit in opleiding en beroep
Om voldoende goed opgeleide leraren te krijgen, zijn goede lerarenopleidingen nodig, maar is ook een aantrekkelijk beroepsperspectief onontbeerlijk. Scholen hebben daarbij een belangrijke rol. Vanwege het (dreigende) lerarentekort moeten scholen creatiever en innovatiever zijn in de organisatie van het onderwijs. Er zal sprake moeten zijn van verschillende functies binnen teams: onderwijsassistenten, ondersteuners op het niveau van associate degree en verschillende typen leraren. Naast een eigentijdse organisatie van het onderwijs moeten scholen zorgen voor goed personeelsbeleid, verschillende leraarsfuncties waardoor leraren meer carrièremogelijkheden krijgen en een cultuur die leraren stimuleert tot voortdurende scholing en ontwikkeling.
4. Eerdere actie
Om de stijgende lijn voort te zetten en zorgen en bezwaren weg te nemen, zullen de lerarenopleidingen verdere verbeterslagen moeten maken. De staatssecraris wil met de HBO-raad en de VSNU (Vereniging van Universiteiten) afspraken maken over de onderstaande punten:

5. De basis op orde: versterking van de kwaliteit van de hbo-lerarenopleidingen
Over het eindniveau is de inzet voor de lerarenopleidingen in het hbo de volgende:
6. Meer structuur, een hoger instroomniveau en rendement, meer diversiteit
Het niveau van studenten die instromen in de lerarenopleidingen moet in ieder geval omhoog. Voldoende structuur in de opleiding geeft studenten een steun in de rug bij hun studie. De toetsen voor rekenen en taal en doorlopende leerlijnen voor deze vakken dragen daaraan bij.
De volledige tekst vind je hier .