
Steeds meer psychologisch georiënteerde economen betwijfelen of bonussen werknemers wel aanzetten tot betere prestaties.
Onder wetenschappers is een schisma ontstaan over het nut van bonussen. Een groep traditioneel geschoolde economen is van mening dat een variabele beloning werknemers en managers kan prikkelen tot betere prestaties. Een groeiende groep psychologisch georiënteerde economen heeft juist grote twijfels over de positieve effecten.
De tegenstelling is zichtbaar in de promoties en oraties van wetenschappers. Vandaag houdt bijvoorbeeld bijzonder hoogleraar Robert Dur aan de Erasmus Universiteit een pleidooi voor de invoering van bonussen in de publieke sector. Als je ambtenaren, leraren en verpleegkundigen een beloning voorhoudt, gaan zij beter presteren, meent Dur.
Compliment is beter
Vorig week hield bedrijfskundige en psycholoog Marius Rietdijk aan de Vrije
Universiteit bij zijn promotie daarentegen een pleidooi tegen hoge bonussen.
Met waarderingen
en complimenten zijn veel betere resultaten te halen dan met bonussen,
blijkt uit zijn onderzoek.
Het wetenschappelijke debat over de bonussen is relevant vanwege de wereldwijde onrust over hoge bonussen van bankiers. Deze beloning wordt gezien als een van de aanjagers van de kredietcrisis. Tot nog toe waren vooral politici, vakbondbestuurders, burgers en een enkele toezichthouder kritisch over de bonussen, maar bleef het wetenschappelijke vertrouwen in variabele beloningen recht overeind. Maar door nieuwe inzichten stellen ook wetenschappers vraagtekens bij variabel loon.
Bonus = prestatie
In de jaren negentig en na de eeuwwisseling waren bonussen onder
wetenschappers onomstreden. Als je managers maar een beloning belooft in
geld, aandelen, of opties, zullen zij beter hun best doen om de waarde van
het bedrijf en dus de winst voor de aandeelhouder op te voeren.
De hoogleraren Jan Bouwens en Piet Duffhues uit de Universiteit van Tilburg zijn representanten van deze stroming. ‘Is er een alternatief voor marktwerking?’, vraagt Bouwens retorisch. ‘De bankiersbeloningen zijn uit het lood geslagen, maar de markt corrigeert dergelijke bubbels ook weer.’ Bouwens en Duffheus vinden ingrepen in de beloning van bestuurders dan ook overdreven. In hun ogen zijn de problemen met beloningen een weeffout die met enkele simpele ingrepen door bedrijven en banken zelf is recht te zetten.
De hoogleraren economie Frank Hartmann en Gerard Mertens van de Erasmus Universiteit hebben daarentegen minder vertrouwen in het nut van extra beloning. Zij sluiten aan bij de kritiek die de Amerikaanse hoogleraren Lucian Bebchuk en Jesse Fried vijf jaar geleden als een van de eersten op papier hebben gezet.
Voortschrijdend inzicht
‘Bij mij is sprake van voortschrijdend inzicht’, zegt Mertens. ‘De afgelopen
25 jaar hebben we te vaak gezien dat het mis is gegaan met beloningen.
Bovendien blijkt uit onderzoek dat de standaardtheorie niet werkt. Je moet
dus vraagtekens zetten bij het idee of je managers wel goed kan prikkelen om
voor het belang van de aandeelhouder op te komen.’
Volgens zijn collega Hartmann hebben economen in het verleden te weinig oog gehad voor de dynamische effecten van beloning. ‘Neem een organisatie die variabel loon introduceert, zoals de banken hebben gedaan. Zo’n organisatie krijgt daarmee een type werknemer in huis dat grotere risico’s neemt. Of neem de onderzoeken waaruit blijkt dat na verloop van tijd het effect van bonussen is uitgewerkt. Van huis uit ben ik hard economisch geschoold, maar ik heb gemerkt dat je een meer psychologische benadering nodig hebt om deze materie te bestuderen.’
De wetenschappers willen daarmee niet zeggen dat je variabel loon direct moet afschaffen. ‘Maar je moet wel voorzichtig zijn’, stelt Mertens: ‘Er is geen bewijs dat bonussen echt helpen en we hebben gezien dat er soms ongeoorloofde risico’s worden genomen. Als ik zie dat de banken in Nederland het probleem met een code willen oplossen, maak ik me grote zorgen.’
Tilburger Bouwens wijst de kritiek van zijn collega-economen van de hand. Zelf deed hij onderzoek bij de Free Record Shop, waar variabel loon bleek te werken. ‘Bij alle kritiek op variabel loon blijft de vraag of we wel een alternatief voor marktdenken hebben, zegt Bouwens. Onzin, meent Hartmann: ‘Het probleem van veel economen is wellicht dat ze zich ook bij het onderwerp bonussen geen alternatief voor marktwerking kunnen voorstellen.’