Al dertig jaar lang probeert het kabinet voor elkaar te krijgen dat vrijgevestigde specialisten minder gaan verdienen.
Deze week mag de rechter zich weer eens buigen over de tarieven van de medisch specialisten; de zoveelste aflevering in de specialisten-soap, die al meer dan dertig jaar loopt. Het is niet de eerste keer dat de specialisten de overheid voor de rechter dagen om verlaging van hun tarieven te voorkomen. En als de artsen in het gelijk worden gesteld, zou dat ook niet de eerste keer zijn.
Tariefsverlaging
Deze keer wil het kabinet met de tariefsverlaging bereiken dat de
vrijgevestigde specialisten (die niet in loondienst zijn van het ziekenhuis)
512 miljoen euro inleveren, op een totaalbedrag van 2,1 miljard euro. De
Orde van Medisch Specialisten wil niet verder gaan dan 152 miljoen. Een
spannende zaak: de geschiedenis leert dat het achtereenvolgende kabinetten
nooit is gelukt greep te krijgen op de specialisteninkomens.
In 1980 was de toenmalige minister van Economische Zaken in het kabinet-Van Agt, Gijs van Aardenne, de eerste die probeerde de specialisteninkomens te verlagen. De Landelijke Specialistenvereniging (LSV), de voorganger van de Orde, vocht dat plan met succes aan.
Kat-en-muis-spel
Er kwam een kat-en-muisspel op gang, dat tot de dag van vandaag
voortduurt. Achtereenvolgende kabinetten probeerden met wetgeving,
afspraken, en onderzoek naar de tijdsbesteding van specialisten greep te
krijgen op de dokters, die in die tijd bijna 2 miljard gulden (900 miljoen
euro) per jaar kostten. Maar zonder veel resultaat.
Kernpunt was en is dat niemand precies weet hoe lang de specialist bezig is met een operatie. Dat was vroeger niet anders dan nu. In de jaren tachtig mocht een tijdsbestedingsonderzoek onder druk van de artsen niet worden gebruikt. Een succesvolle tactiek die vaker werd gehanteerd. Na jaren bleek dat er geen spat van terecht was gekomen. Uiteindelijk hebben de specialisten geen cent hoeven te betalen van de 400 miljoen gulden (180 miljoen euro) waarvoor ze waren aangeslagen.
Impasse
Een niet voor publicatie bedoelde opmerking van staatssecretaris Joop van
der Reijden in 1985 over specialisten en hun ‘tweede boot en derde vrouw’
verziekte de verhoudingen jarenlang. Vier jaar later, in 1989, probeerde een
commissie met alle betrokken partijen onder leiding van Gijs van Aardenne de
impasse te doorbreken.
Maar pas in 1994 bracht minister Els Borst (tijdelijk) rust aan het front. Specialisten en ziekenhuizen moesten het samen maar uitzoeken: ze kregen een vast bedrag (lumpsum) waarmee ze het moesten doen, of er nu veel of weinig patiënten waren. Het leek mooi, maar leidde tot lange wachtlijsten. Als de arts aan zijn taks was, ging hij golfen, was de gangbare kritiek.
Uurloon
In 2008 is na veel gesteggel eindelijk een uurloon vastgesteld. Daarmee
zouden artsen naar prestatie worden betaald. Maar de rechtszaak maakt
duidelijk dat daarover nog steeds onenigheid bestaat.
EscenicId: 756753