
Gilbert de Bock bezit twee vrachtschepen. Vanwege de crisis moet de jongste rede van ons land weer zelf gaan varen. Deel twee in een serie over de Jongste van Nederland.
De Saffier ligt in de brandende zon in de haven van Bremen, Duitsland. Een immense kraan hijst stalen buizen uit het ruim van het schip. ‘Geen idee eigenlijk waar die buizen voor worden gebruikt, iets in de gasindustrie geloof ik’, zegt reder Gilbèrt de Bock. ‘Vaak denk ik: het wordt betaald en verder zal het me een zorg zijn wat we vervoeren. Het moet wel netjes aankomen, natuurlijk.’
De Bock, die twee vrachtschepen bezit, is maanden niet op de Saffier geweest. Maar daar komt binnenkort verandering in. Vanwege de economische crisis moet hij weer zelf als kapitein op zijn eigen schip gaan varen en zal hij niet meer zo vaak op zijn kantoor in Alkmaar zijn. ‘Hoe meer ik zelf vaar, hoe meer ik aan personeelskosten uitspaar’, vertelt de reder, die het ook weer geen ramp vindt, want ‘varen op je eigen schip is toch het mooiste dat er is’.
Tekst gaat door na de video
Gilbèrt de Bock (32) is volgens redersvereniging KVNR de jongste reder (met meer dan één schip) van Nederland. Al op zijn 25ste kocht hij zijn eerste schip, de Smaragd, voor vijf miljoen euro. Vorig jaar kwam de Saffier (6.000 ton, lengte 100 meter) in de vaart. Dit vaartuig kocht hij voor 9 miljoen. Gouden tijden waren het voor de jonge reder, die zich nu voor het eerst in zijn loopbaan geconfronteerd ziet met een crisis waarvan het einde nog lang niet in zicht lijkt. ‘Ik had niet gedacht dat het zó diep zou gaan. Het is nu wel heel zwaar.
De vrachtprijzen zijn met meer dan vijftig procent gedaald. Ik vaar sinds het laatste kwartaal van vorig jaar continu met verlies.’ Maar alles beter dan stilliggen, want dan draait hij 100 procent verlies. De Bock slaapt er niet minder om. ‘Ik heb wel stress natuurlijk, want ik heb vierentwintig man in dienst en die hebben ook allemaal gezinnen. Maar ik heb er vertrouwen in dat het goed komt’. Hij heeft regelmatig contact met zijn bank en met het bevrachtingskantoor dat voor een deel vennoot in het schip is. ‘Ik heb afspraken gemaakt met die twee partijen en met het scheepsbouwfonds – waar ik geld heb geleend om de financiering van het tweede schip rond te krijgen Ik moet het een tijdje vol kunnen houden. Geen járen natuurlijk, maar een jaar zouden we moeten redden.’
|
WIE IS GILBÈRT DE BOCK? |
Ambitieus
Zijn interesse voor het zeemanschap werd al vroeg gewekt. ‘Als elfjarig
jochie werd ik lid van het Zeekadetkorps, een stichting die probeert
jongeren te interesseren voor een beroep in de maritieme sector.’ Dat sloeg
aan, want op zijn vijftiende ging hij naar de zeevaartschool in IJmuiden,
waarna hij achtereenvolgens leerling-stuurman, 3e, 2e, 1e stuurman en
kapitein werd. Hij was toen vierentwintig. Dat het allemaal zo snel ging,
kwam niet omdat hij opvallend leergierig was. ‘Dat zou impliceren dat ik een
hele goede leerling was. Ik was wel heel ambitieus. Toen ik op mijn
vierentwintigste kapitein was en het hoogste had bereikt wat er in deze
sector mogelijk is, besloot ik te gaan ondernemen. Net als mijn vader. Ik
kon van hem geld lenen om mijn eerste schip te kopen.’
Van zijn vader – geen zeeman, maar ondernemer in de ‘zoetwarenindustrie’ – leerde De Bock dat je vooral rekening moet houden met slechte tijden. ‘Hij leerde mij behoudend te financieren. Ik heb natuurlijk geen economische opleiding gedaan. Met zijn hulp heb ik heel veel geleerd over het managen van een bedrijf. Het mooie is dat hij zich niet met inhoudelijke zaken bemoeit, maar wel heel goed is met cijfertjes.’
De Bock toont de vertrekken op de Saffier waar de bemanning overnacht en eet. Een kleine bar in de messroom, een gigantische televisie (‘veel is er niet te doen aan boord’) en in de kombuis staat de Indonesische kok een warme maaltijd te bereiden met rijst, saté, kroepoek. De hut van de kapitein heeft als extraatje een rode knop, de panic button. Voor als er piraten zijn? ‘Ja, of een terroristische aanval. Als de kapitein erop drukt, gaat er een bericht naar mij en naar de Nederlandse kustwacht. En wat er dán gebeurt, daar moet je je denk ik niet teveel bij voorstellen’, schampert hij.
Het besluit van het kabinet om Nederlandse koopvaardijschepen geen bescherming van mariniers te geven, vindt hij schandalig. ‘Het is een blamage dat ze Nederlanders die daar varen niet willen beschermen. De Russische en Franse mariniers waren er allang om hun landgenoten te helpen, maar toen zaten ze in Den Haag nog te vergaderen.’ Zelf piekert hij er niet over om zijn schepen gevaarlijke wateren in te sturen. ‘Misschien nog wel in de veilige zone die er net is ingesteld, maar daarbuiten niet. En tegen zelf wapens meenemen heb ik principiële bezwaren.’
Varen
Binnenkort vaart Gilbèrt de Bock weer als kapitein op de Saffier. ‘Het is de
bedoeling dat ik weer zes maanden per jaar ga varen. Op dit schip, met de
modernste communicatiemiddelen ben ik dan 24 uur per dag bereikbaar. Dat is
een voorwaarde, omdat ik ook eigenaar van nog een ander schip ben.’ Het
behouden van de twee vrachtvaarders en de bemanning is voorlopig het hoogste
doel dat hij kan bereiken. Als het dan weer beter gaat zal de ambitie zijn
om verder te groeien en meer schepen te kopen. De reder: ‘Ik hoor de laatste
tijd vaker dat je beter uit slechte tijden komt dan je erin ging. Daar
vertrouw ik dan maar op.’
VKbanen gaat op bezoek bij de Jongste. Ook bij de jongste museumdirecteur.
EscenicId: 747195
Op de Nederlandse snelwegen stond vanmiddag op het hoogtepunt 831 ...
Sommige mensen opperen dat een opgeruimd bureau zorgt voor effectiever en ...
40 procent van de werknemers wil liever niet werken voor een werkgever die ...
De werkloosheid onder westerse en niet-westerse allochtonen is het ...
Een Italiaanse vrouw kon het niet meer aanzien dat haar zoon zonder werk ...