Is het echt zo slecht gesteld met het onderwijs?

21/04/2009

Is het echt zo slecht gesteld met het onderwijs?

Kampt de docent met een negatief imago? Vier deskundigen discussiëren op uitnodiging van VKbanen over de stand en de toekomst van het Nederlandse onderwijs. 'Onterecht wordt de illusie gewekt dat er de afgelopen tien jaar verschrikkelijk is geknoeid.'

Aleid Truijens reageert in de Volkskrant van 21 april op deze groepsdiscussie. Lees haar column hier.

Presley Bergen (1957) is bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON). Deze vereniging is opgericht vanuit de groeiende onvrede onder docenten over de vernieuwingen in het onderwijs. BON vindt onder meer dat de zeggenschap over de inrichting van het onderwijs bij docenten moet liggen.

Robert-Jan Simons was van 1990 tot 2001 hoogleraar onderwijs- en opleidingspsychologie en onderzoeksdirecteur pedagogiek en onderwijskunde in Nijmegen. Sinds 2001 is hij hoogleraar Didactiek in digitale context aan de Universiteit Utrecht. Daar leidt hij het expertisecentrum ICT en (hoger) onderwijs. Sinds september 2006 is hij directeur van het IVLOS, het opleidingsinstituut van de UU.

Thomas Jager (1953)
is opleidingsmanager van de School of Education Amsterdam, een tweedegraads lerarenopleding van Hogeschool INholland te Diemen. Jager is Neerlandicus, werkte in het verleden als docent Nederlands en deed een postdoc in de specialisatie Nederlands als tweede taal.

Rob Martens was van 1991 tot 2004 ‘onderwijstechnoloog’ en universitair docent aan de Open Universiteit. In 2007 werd Martens daar benoemd als hoogleraar op de bijzondere leerstoel Multimediale educatie. Hij is momenteel hoogleraar en hoofd onderzoek bij het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit, het expertisecentrum voor professionalisering van beginnende en ervaren leraren.

Foto's: Kick Smeets

Leraren zijn overwerkt en leerlingen onhandelbaar, het kennisniveau is gedaald en veel onderwijsvernieuwingen bleken vernielingen. Althans, dat is het geluid zoals dat vaak te horen is in de media. Maar klopt het ook?

VKbanen organiseerde een rondetafelgesprek met vier onderwijsdeskundigen: onderwijspsycholoog Rob Martens van de Open Universiteit, Robert-Jan Simons directeur van het IVLOS (het opleidingsinstituut van de Universiteit Utrecht), Presley Bergen van Beter Onderwijs Nederland (BON) en Opleidingsmanager Thomas Jager van de School of Education (Hogeschool INholland). De belangrijkste vraag in het gesprek was: wat moeten we veranderen aan het onderwijs zodat het aantrekkelijk wordt en blijft om op een middelbare school te werken?

Het gesprek werd gevoerd aan de hand van vier hoofdthema’s: de beeldvorming, de inhoud van het onderwijs, de werkdruk en tot slot de aanbevelingen van het viertal voor de toekomst. Voorafgaand aan het gesprek bekeken de deskundigen ook de resultaten van de VKbanen Barometer Onderwijs.


Beeldvorming

Simons: ‘Ik heb de afgelopen jaren de onderwijsredactie van de Volkskrant vele malen tot een positievere toon over onderwijs proberen te verleiden. Zonder succes. Het lijkt wel of de toon juist steeds negatiever wordt. Dat zie je ook aan de resultaten van de barometer. Docenten voelen zich het minst gewaardeerd door de media en het Nederlandse publiek.’

Bergen: ‘Maar dat idee komt niet uit de lucht vallen. Vanuit het hele land krijgen wij verontrustende berichten van ouders, studenten én docenten. Er wordt niet ‘negatief’ geschreven, het is een weergave van de werkelijkheid.’

Simons: ‘Ik ben wel blij dat onderwijs eindelijk weer in de belangstelling staat, alleen niet altijd met de manier waarop. Nooit zien of horen we iets wat wél werkt.’

Jager: ‘Het onderwijs is een diaspora van stromingen die soms lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar feit is dat het nostalgische beeld dat mensen hebben van de leraar haaks staat op de realiteit van de moderne leraar.’

Martens: ‘Dat beeld is fictief. Er wordt al zeventig jaar geklaagd over bezuinigingen, de kwaliteit van de kweekschool en het aanzien van het beroep. En nu wordt onterecht de illusie gewekt dat er de afgelopen tien jaar verschrikkelijk veel is geknoeid in het onderwijs.’

Simons: ‘En omdat er zo’n negatief beeld is ontstaan over het leraarschap, gaan mensen dat op zichzelf betrekken. Vandaar de klaagcultuur in het onderwijs.’

Martens: ‘Op een verjaardagsfeestje vertel je niet trots dat je docent bent.’

Bergen: ‘Er is ook steeds meer geknaagd aan de omstandigheden waarin een leraar als professional kan werken. Daar reageren docenten op, dat is niet gek. Het klagen heeft meer met de aard van de organisatie te maken dan met het beroep, denk ik. Vroeger had de docent wel degelijk meer aanzien. In de jaren ‘70 verdiende een leraar net zoveel als een Kamerlid, kun je je dat nu voorstellen?’

Martens: ‘De cijfers van uitval en burn-out in het onderwijs zijn groter dan in andere sectoren. Er is daadwerkelijk iets aan de hand. Maar ook dat is niet nieuw, in de jaren ‘50 vroeg men zich al af waarom docenten zo vaak ‘zenuwziek’ werden. Het is de fuik van de-professionalisering waar mensen in het onderwijs in gevangen worden. De docent heeft relatief weinig carrièreperspectieven. Hij is vaak alleen aangewezen om het boekje door te werken. De druk – die afgelopen jaren alleen maar is gegroeid – om het af te krijgen is groot. Dat maakt de ruimte om je als professional te ontplooien heel klein.’

Bergen: ‘Je kunt niet als een professional handelen als je geen autonomie hebt. Een jonge leraar moet voldoende basiskennis hebben, daar ontbreekt het op veel lerarenopleidingen aan.’

Jager: ‘Onzin. Lerarenopleidingen moeten wel degelijk aan bepaalde eisen voldoen. Er is nu een plan gelanceerd om universitaire studenten makkelijker het onderwijs in te laten stromen. Je kunt je afvragen of dat nou wel voldoende basis is – qua pedagogische en onderwijskundige vorming – om in bijvoorbeeld een lastige vmbo-school te opereren.’

Inhoud

Simons: ‘Wie bepaalt nu eigenlijk wat er gebeurt in een klas? Het is een te simpel idee dat de docent dat alleen zou kunnen, of dat de school dat zou moeten doen, of de politiek. Het is een complex geheel van factoren en naar mijn smaak wordt de inhoud van het onderwijs teveel bepaald door de vakcommissies. Daarin zitten alleen vakdocenten, terwijl het een samenspel zou moeten zijn van de hele samenleving. Wat willen wij nu eigenlijk in het onderwijs? Scholen zijn van ons allemaal. Onderwijs wordt veel te veel volgepropt met zinloze kennis. De optelsom van al die vakken bij elkaar zorgt ervoor dat we heel oppervlakkig alles een keertje langs laten komen.’

Martens: ‘We moeten niet hameren op die kennis alleen. We moeten beseffen dat leerlingen die nu een jaar of 12 zijn in beroepen terecht gaan komen die nu nog niet eens bestaan. Dat klinkt misschien modieus, maar er is echt iets gaande. Ik heb bijvoorbeeld een smartphone. Alle informatie van de wereld kan ik hiermee tot mij nemen. Ik kan alles opzoeken wat ik wil. En dat zal alleen maar verder gaan. De wereld is veranderd door informatietechnologie. En leerlingen moet je daarop voorbereiden.’

Jager: ‘Helemaal mee eens.’

Simons: ‘En dan schrijft de voorzitter van BON, Ad Verbrugge, dat de computer in het klaslokaal zwaar wordt overschat.’

Bergen: ‘Het grote verschil in opvatting is dat jullie middelen als doel zien. BON ziet de computer en internet als middelen. Ik heb niks aan Wikipedia als ik de informatie niet kan omzetten in kennis. Informatie is dood als je geen achtergrond hebt. Wat moet je dan zeggen: het oplossen van spelfouten, het maken van berekeningen, dat hoeven we dat dan maar niet meer te leren, want dat kan de computer wel voor je doen?’

Jager: ‘Dat is flauw. Technologie is iets waar de leerling in de 21ste eeuw mee wordt geconfronteerd. Daar moeten we onze leraren mee uitrusten.’

Bergen: ‘Ik kan ook niet zonder laptops in de klas. Ik mail ook, mijn studenten zoeken ook dingen op op internet. Maar ik gebruik het als middel! Van krijtbord naar whiteboard en smartboard. Dat zijn middelen die je helpen beter en sneller met je onderwijs om te gaan.’

Martens: ‘Maar je kunt ook nog een stap verder denken en concluderen dat er ook nieuwe didactische vormen kunnen ontstaan door technologie.’

Feiten over het onderwijs

GEEN VAKKENPAKKET
Havo- en vwo-leerlingen kiezen sinds 1998 officieel geen vakkenpakket meer maar een ‘profiel’: Natuur en techniek, Natuur en gezondheid, Economie en maatschappij, Cultuur en maatschappij. Op het vmbo hebben leerlingen geen profielen, maar sectoren. (Economie, Techniek, Zorg en Welzijn, Landbouw). Ook die sectoren zijn weer onder te verdelen in bijvoorbeeld ict of Handel en administratie. Oorspronkelijk doel van deze aanpak is dat de doorstroom naar het vervolgonderwijs beter werd. Het vmbo heeft verschillende niveaus. De Theoretische Leerweg (vmbo-t) is het best te vergelijken met de oude mavo, en wordt door sommige scholen zelfs nog zo genoemd.

EINDTERMEN
Elke onderwijsniveau heeft zogenoemde eindtermen. Dit zijn vaak globaal omschreven eisen waaraan een leerling aan het einde van zijn school moet voldoen. De ene docent vindt deze termen te ruim, de ander vindt ze juist te streng. Veelgehoorde kritiek is dat leerlingen weinig aan Nederlandse literatuur hoeven te doen. Door het ministerie van OC en W wordt echter een minimumeis gesteld. Het staat scholen en docenten vrij om dat aantal eventueel te overschrijden, zolang ook aan andere eindtermen wordt voldaan.

WEINIG VERSCHIL
Wie de resultaten van de Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau (PPON) van het Cito uit 2008 erbij pakt ziet dalende én stijgende lijnen op het gebied van rekenen en taal. Conclusie: ‘Er is weinig of geen ontwikkeling over de laatste twintig jaar; niet in positief en niet in negatief opzicht voor het kennis- en vaardigheidniveau van de leerlingen.’ Het traditioneel cijferen gaat achteruit, maar volgens Jan van Maanen (in een interview van 13 november 2008 op vkbanen.nl/onderwijs) van het Freudenthal Instituut is dat een wereldwijde trend. ‘De caissières van vandaag hoeven niet meer met potlood en papier een pond kaas en een jutezak met aardappelen af te rekenen.’

STUDIEHUIS
Vaak wordt er op de havo en het vwo gekozen voor een ‘Studiehuis-aanpak’. Daarbij coachen en begeleiden de docenten leerlingen bij hun leerproces. Het is echter nooit door de regering als zodanig ingevoerd of opgelegd. Scholen kregen zelf ruimte om te beslissen welke maatregelen men al of niet zou nemen.

INTERNATIONALE FEITEN
Wereldwijd voelen scholieren zich zeer onzeker en angstig over rekenen. Eenderde schiet in totale paniek als ze huiswerk of toetsen maken. Nederlandse leerlingen behoren tot de categorie leerlingen die het minst stress hebben. Een verband tussen dergelijke stress en prestatie is er trouwens niet. In Japan voelen leerlingen zich hulpeloos en bang maar hun resultaten behoren net als die van de Nederlandse jeugd tot de top. Nederlandse scholieren staan op nummer 4 in de wereldranglijst qua rekenvaardigheid. Ter illustratie: Duitsland staat op nummer 17. Qua leesvaardigheid scoren de Nederlanders ook hoog: ze staan op nummer 7. Beide lijsten worden overigens door dezelfde drie landen aangevoerd: Finland, Korea en Canada.

Bron: Education Today: The OECD Perspective 2009.

Simons: ‘Laten we eens een schatting maken: hoeveel docenten in het voortgezet onderwijs gebruiken Google Maps in hun aardrijkskundelessen?’

Bergen: ‘Dat heeft ook met facilitering te maken.’

Simons: ‘Niet alleen. In het onderwijs wordt onvoldoende aangesloten bij buitenschoolse ontwikkelingen. De wereld is aan het veranderen. Digitalisering maakt beroepen heel anders, het verandert de manier hoe je met informatie omgaat en wij slagen er niet in om daar in het onderwijs een goed antwoord op te vinden. Kinderen die thuis uitgebreid met Google Maps werken maar op school in een oud boekje moeten bladeren, dat klopt toch niet?’

Martens: ‘We hebben te maken met een generatiekloof. Een digitale kloof. Ik lijk misschien Chriet Titulaer met mijn smartphone, maar het is zo.’

Bergen: ‘Het feit dat de wereld digitaliseert, wil niet zeggen dat kinderen in wezen veranderen. Waar komt die logica vandaan?’

Simons: ‘Dat álle kinderen zes uur per dag met computers bezig zijn, is natuurlijk niet zo. Er zijn juist grote verschillen. Een school moet voorbereid zijn op kinderen die alles met computers kunnen en kinderen die geen idee hebben wat op internet gebeurt. Die denken dat ‘datgene wat het meeste voorkomt’ de waarheid is. Het is dus heel belangrijk dat ze leren kritisch met nieuwe media om te gaan.’

Bergen: ‘Dat ben ik met je eens.’

Martens:‘Er is niet één lesmethode zaligmakend. We hebben toegang tot veel meer mogelijkheden.’

Jager: ‘Het is belangrijk dat docenten creatief kunnen zijn in een groter leergebied dan alleen hun vak. Daar blijkt grote behoefte aan, vooral onder vmbo-scholen.’

Bergen: ‘Ik heb zo mijn twijfels over die al te grote leergebieden. Scholen maken er teveel gebruik en soms ook misbruik van. Die docent Engels die kan ondersteunen bij Frans, wordt ineens ingezet om alleen Frans te geven. Dat haalt de kwaliteit van het vak Frans naar beneden. Als mijn kinderen klagen over school is het altijd hetzelfde: die docent weet niks. Dus de docent van de toekomst moet volgens BON veel weten over de inhoud van het vak, vakkennis.’

Martens: ‘Ik proef dat jij eigenlijk bedoelt dat die vakkennis nu is verwaarloosd. Ik spreek veel leerlingen en ik vraag altijd of ze het ook leuk vinden wat ze leren, wat ze doet op school. Dan kijken ze me met grote ogen van verbazing aan: ‘Hoezo, dat is toch niet de bedoeling, het moét toch gewoon?’ Dat vind ik een grote uitdaging van het onderwijs: je moet mensen voorbereiden op een leven lang leren. Plezier in het leren. Het onderwijs is te verkrampt op dit moment.’

Bergen: ‘Wie bepaalt wat goed is voor leerlingen, dat doen toch volwassenen?’

Martens: ‘Zo zwart-wit moet je het niet zien. Een kind moet niet alles blind opzuigen, er moet een uitwisseling zijn. Het heeft bij mij na de middelbare school nog jaren geduurd voordat ik besefte dat het werk van Hemingway fantastisch was. Het is aan de leraar om rekening te houden met de nieuwsgierigheid van het kind. Je kunt niet zomaar roepen bij het vak Engels: ‘lees je dat? Dat telt niet mee voor je lijst’.’

Werkdruk

Simons: ‘Wij hebben het grootste aantal lesuren per week van alle ontwikkelde landen. Dat is een grof schandaal.’

Jager: ‘De vraag is niet of je het aantal lesuren moet reduceren, de vraag is of je onderwijs nog wel moet meten in lesuren. Een lesuur, dat is geen eenheid voor een taak van de docent. Daar wil ik dolgraag vanaf.’

Bergen: ’En we worden het minste betaald.’

Simons: ‘En we hebben het grootste aantal leerlingen in de klas.’

Martens: ‘Ons niveau van onderwijs scoort internationaal heel hoog, maar ga eens kijken wat we er aan uitgeven. We zitten zoveel lager dan andere landen!’

Simons: ‘We zitten voor een dubbeltje op de eerste rij.’

Bergen: ‘Veel mensen roepen dan: er moet meer geld bij. Maar wat volstrekt onduidelijk is in Nederland, is waar dat geld naar toegaat. Maak die geldstromen transparant. Heel veel geld gaat naar plaatsen waar het niet moet gaan. Een bestuur heeft drie secretaresses en een andere school heeft een leger aan dure Audi’s. Scholen dragen af aan het bestuur in plaats van docenten.’

Martens: ‘Natuurlijk zie ik ook salarissen voorbij komen waarbij ik denk: goh, ik doe toch iets verkeerd, maar zeg je nu ook dat een management überhaupt te groot is en een verborgen agenda heeft?’

Bergen: ‘Ik geloof niet dat er in het onderwijs iemand rondloopt die niet integer is. Maar ik zie wel een glijdende schaal op het niveau van managementpraktijken. Een school is geen bedrijf. Je werkt met kapitaal van de burger, ik weet niet of iedereen zich dat wel goed realiseert.’

Toekomst

Simons: ‘Ik wil drie voorstellen doen voor de docent van morgen. Ten eerste worden kinderen steeds meer verschillend. Daar moet de docent van de toekomst op in kunnen spelen. Dat is een competentie die docenten nog niet voldoende beheersen – ook het signaleren van subculturen hoort daarbij. Een docent moet zich verdiepen in de jongerencultuur. Het kan niet dat een docent niet weet wat Hyves is. Er zijn ook leerlingen die buiten de boot vallen omdat ze thuis geen computer hebben. Die hebben straks een gigantische achterstand. Hen moet mediawijsheid worden bijgebracht. En een docent van de toekomst moet nog veel meer een teamspeler worden. Professionaliteit kan nooit individueel zijn. Ten derde moet een docent

EscenicId: 741925


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

lezersreacties (20)


05/05/2009
Petra Arkenbout , Intern begeleider primair onderwijs

De door het Freudenthal Instituut geïntroduceerde inzichtelijk rekenen trend (te weinig cijferend rekenen) werd niet verplicht opgelegd aan de basisscholen. Echter, wanneer de CITO eindtoets slechts inzichtelijk rekenen toetst en de inspectie een negatieve beoordeling geeft wanneer je als school niet met een inzichtelijk rekenmethode werkt dan kan je niet met droge ogen zeggen dat scholen zelf hebben gekozen voor een methode die toch niet zo goed blijkt te werken. Dat geldt ook voor het studiehuis. Scholen hebben helemaal niet de ruimte gekregen om te beslissen welke maatregelen men al of niet zou nemen. Het werd opgelegd door mensen die de hele dag niets anders te doen hebben dan vernieuwingen op slinkse wijze door de strot van hardwerkende onderwijzers te douwen.

02/05/2009
Presley Bergen , Hogeschooldocent

Presley Bergen heeft tot 1997 les gegeven in het VO. Van 1997 tot heden is hij werkzaam als docent Nederlands en communicatie in het hbo.

02/05/2009
Presley Bergen , Hogeschooldocent

Er zijn inderdaad veel meer en veel betere argumenten aan te voeren. Dit interview is een abstract van een twee uren durend gesprek. Niet alle gebezigde argumenten zijn verwoord. Daarnaast kunnen veel "non-verbale argumenten" uit een gesprek niet op schrift gesteld worden. Maar mevrouw Van Meer heeft gelijk. In dit in de krant verschenen interview zijn zeker nog tientallen betere argumenten aan te dragen. Ik zou zeggen, zoek (google) mijn ( namens BON) reeds verschenen publicaties in de verschillende dagbladen op. Daar zult u alle andere argumenten treffen.

28/04/2009
Christine van Meer

Bergen verwoordt wat ik denk maar kan veel betere en meer argumenten aanvoeren, je ziet duidelijk dat de drie anderen niet met kinderen werken maar met rapporten. Wat willen ze met ontschotten bereiken? Meer raakvlakken tussen de vakken uitbuiten is een goed idee, maar dat kost tijd voor overleg tussen docenten. Wanneer spreek ik mijn collega’s...alleen bij de koffie. Betere samenwerking tussen universitaire + hbo-opleiding en school? Dan zal je de docent daarvoor tijd moeten geven om nieuwe docenten te begeleiden en....zeggenschap over de eisen! Meer eigen inbreng van materiaal van docenten, graag, want dan wordt je werk weer leuk en inspirerend, maar als ik 23 lesuren + bijbehorend toetsen en nakijkwerk per week heb, hoe kom ik dan aan het ontwikkelen van lesmateriaal toe?
Kortom de docenten binnen de scholen moeten veel directer zeggenschap over het beleid en daarmee over de geldstromen hebben, de MR is in bijna elke school een wassen neus en heeft het management nauwelijks iets van doen met het lesgeven. Ik geloof dat er weinig verandert zolang er zo gekakeld wordt als de heren Simons, Jager en Martens doen en het geld door Den Haag niet geoormerkt wordt!
De leerling centraal betekent de leraar centraal in het klaslokaal, want daar moet het gebeuren of je nou leert taarten bakken, toneel spelen of moeilijke teksten lezen.

28/04/2009
Marjolein , Docent muziek en informatica

Is deze discussie interessant of eigenlijk verspilde tijd? Vooral dhr.Simons weet als niet-docent geweldig wat een docent allemaal MOET. Meer een teamspeler: ONZIN. Niet alleen vakmensen in de vakcommissies: ONZIN. Meer leerdomeinen: ONZIN. Ontschotten: ONZIN. Elke docent zijn eigen lesmateriaal ontwikkelen: ONZIN. Een homogene klas, waar de leraar de regie heeft, een goede vakkennis heeft, liefst ondersteund wordt door goede faciliteiten, en die de lessen duidelijk gestructureerd geeft, levert de beste resultaten op, en dat is wat leerlingen uiteindelijk ook willen. Leerlingen willen graag ergens goed in zijn, en dat bereik je niet als de lessen alleen maar "leuk" zijn.

24/04/2009
Peter Koster , Decaan

Onderwijsvernieuwing!!!

Het moest wel! De maatschappij vraagt om anders opgeleide mensen.

Er zijn nog scholen waar leerlingen 7 uur per dag in een bus opstelling naar de docent moeten luisteren met hier en daar en andere werkvorm.
Deze methode is ontstaan in de tijd van de industriele revolutie.
Als de doecent maar praat en alles behandelt dan leren ze het meest!

Aan de andere kant is het te ver doorgeslagen "competentiegericht onderwijs". Je moet telkens aan kunnen tonenen dat je ergens van geleerd hebt ...dat je vaardigheden verbeterd zijn etc..
Lijsten vol competenties waar je aan moet voldoen. Afgevink in telkens maar die gesprekken.
Als jij maar aan kan tonen dat je verbeterd dan is het goed.

In praktijk is het bedrijfsleven meer enthousiast over de contacten met beropesopleidingen...maar klaagt men enorm over het niveau van de afgestudeerde leerlingen.

Logisch toch! Compententiegericht onderwijs en nog maar een 20 tal college uren per week....een goedbedoelde doodsteek voor het onderwijs!!

23/04/2009
Yvonne , docent

Ik ben er trots op om op een feestje te vertellen dat ik docent ben. Ja, ik moet hard werken en moet mezelf behoeden voor een burnout. Ja ik vind dat er meer waardering moet komen etc. etc. Ook moet op sommige punten het niveau flink omhoog. (Ik werk op een pabo dus ik ben er dagelijks mee bezig. Ik zou de media graag eens uitnodigen om eens te kijken op een pabo.)

Maar leraar zijn is het mooiste beroep dat er is! Mijn werk doet er toe. Mensen inspireren, bezig zijn met passie, maatschappelijke ontwikkelingen integreren in je werk en ontwikkeling zien bij anderen is fantastisch.

De politiek en de samenleving moet zich schamen door alleen maar negatieve kanttekeningen te plaatsen bij het onderwijs.

23/04/2009
Marjolein

Margreet schreef: 'Zijn soort mensen wil niet zien dat de Commissie Dijsselbloem heel duidelijk heeft aangetoond wat deze woorden inhouden, en wát er nu eigenlijk moet veranderen in het onderwijs: onderwijs moet terug naar de ware onderwijsdeskundigen. De onderwijzers, dus.'
Dat is allemaal leuk en aardig, maar het is ook wel weer zo dat het rapport van Dijsselbloem niet altijd even objectief of goed onderbouwd is.

De conclusies van dat rapport zijn niet gerechtvaardigd:
Als je ‘Tijd voor onderwijs’ leest, denk je dat het nog niet zo rampzalig gesteld is met het Nederlandse onderwijs. Als je dan vervolgens de conclusie van datzelfde rapport leest, begin je je toch sterk af te vragen of je niet toevallig het verkeerde rapport hebt gelezen, want de conclusie wordt nauwelijks ondersteund door wat eraan voorafgaat. Het is net alsof de commissie op het laatste moment bedacht heeft dat ze met een rapport met als hoofdlijn dat het niet zo heel dramatisch is niet ver zullen komen, en toen in de conclusie maar een pleidooi voor het stopzetten van de onderwijsvernieuwing in het algemeen heeft gezet.

Het rapport zelf is behoorlijk subjectief:
Waar alle wetenschappers vanaf dag één op het hart gedrukt krijgen dat ze zo objectief mogelijk moeten zijn, daar lijken Jeroen Dijsselbloem en consorten zich niet storen aan hun al dan niet objectieve onderzoek. Een greep uit de faux pas? Van het weglaten van het getuigenissen (http://www2.ivlos.uu.nl/nieuwsbrief/files/0708/interview_RJ_Simons.pdf) tot het slechts willen focussen op één uitkomst en daardoor geen ruimte laten voor andere interpretaties (http://www.ou.nl/Docs/TijdschriftOI/OI_Juni_2008.pdf): kiest u zelf maar.

(http://theotherfool.web-log.nl/marjolein_schrijft/2009/04/waarom-je-als-a.html)

23/04/2009
Marjolein

Ik denk overigens dat we eens af moeten van het rare idee dat onderwijskundigen geen verstand hebben van onderwijs. Alleen in het onderwijs maken ervaringsdeskundigen blijkbaar de dienst uit en wordt er vreemd naar je gekeken als je met empirisch bewijs probeert je argumenten te ondersteunen. Onderwijs is net zozeer een wetenschap als de biologie en de scheikunde dat is - en daar hoef je ook niet in DNA te veranderen om als geloofwaardig bestempeld te worden. We hebben nou eenmaal ervaringsdeskundigen en wetenschappers. En het grote verwijt dat wetenschappers geen verstand hebben van onderwijs en maar in hun ivoren toren visionair zitten te doen, is gewoon niet eerlijk. Zo kun je docenten net zo goed verwijten dat zij alleen maar op ervaringen steunen en geen empirisch bewijs voor hun argumenten hebben.

Laat wetenschappers en docenten nou samenwerken (overigens gebeurt dat ook al vrij veel). Laat docenten hun wantrouwige houding eens varen. We willen allemaal hetzelfde: beter onderwijs. En daar zou toch echt geen bond voor opgericht moeten worden, alsof binnen het beter onderwijs willen weer heel verschillende belangen spelen.

23/04/2009
Robert van Kesteren , docent geschiedenis en maatschappijleer

Kennis, plezier en veel ervaring heb ik altijd gehad en goed contact met leerlingen. Al hun problemen konden zij bij mij kwijt en ik stond open voor hen met hun drank- en drugsproblemen.

Veel leraren worden leidinggevende figuren en dan stijgt een goedkope macht naar hun kop. Het gaat om de hyptheek, hun Audi en caravan. Het zijn geen pedagogen maar machthebbers die het personeel afzeiken en kinderen uittspelen naar het personeel. De oude gezellige solidariteit is weg wat de scholen tot successen maakten.Die scholen hadden namen en goede tradities.

Door een van die hufters is voor mij drie jaren geleden een carriere kapot gemaakt omdat ik zaken had ontdekt die niet deugden. Dat gebebeurde op een particuliere school met de welbekende heer St. uit die bekende vakbondsfamilie ja. Een schoft en een salonsocialist. Een echte socialist kiest niet voor priveonderwijs maar is een idealist.
Hij vecht voor de toekomst en het geluk van de leerlingen en niet pissig is als zij ergens op worden aangesproken.
Ik wil heel graag terug naar de klas.

23/04/2009
Fiona de Langen

Op dit moment geef ik op een vmbo school tijdelijk les. Ik was ook bij het examen aanwezig, waar leerlingen met elkaar aan het overleggen waren, elkaar printjes uit de printer pakten en vervolgens hun eigen gegevens weer aanpasten. Mijn MOND viel letterlijk open.
Daarnaast is de taalachterstand verschrikkelijk. Snappen wat er op papier staat, en dat vertalen naar iets wat ze moeten doen is hopeloos. Dat leerlingen die bijvoorbeeld op de PABO hun taal- en rekentoets niet halen is niet hun schuld, maar de schuld van docenten die het ook niet echt meer.... Maar goed wie verandert de spelling dan ook 300 keer? Kippenei, Kippe-ei en Kippen-ei? of misschien wordt het volgend jaar ook nog Kippenij??? ;)

23/04/2009
John Hos , Leerkracht BaO.

De ontwikkelingen in het Nederlandse (Basis) Onderwijs zijn groots te noemen. Of dit alles meewerkt naar GOED onderwijs blijft meestal achteraf te stellen. Regelmatige evaluatie dus!
BELANGRIJK vind IK, dat je als leerkracht, docent vertrouwen, een band met je leerlingen, studenten weet te creëren, een luisterend oor!
Verwondering, het zgn. AHA-erlebnis, motiveert en zet aan tot meer.
Het werken naar een hogere CITOscore voor de school, ten koste van wie of wat dan ook vind ik verwerpelijk.
Alle berichten en reacties lezende, zie je dat er nog heel veel te doen is in Onderwijsland. Dus.....................

22/04/2009
ingrid

Ik heb gisteren al gereageerd, maar kan nu slechts drie reacties lezen. Bij toon alle reacties en meer lezersreacties krijg ik steeds te lezen dat de pagina verlopen is. Jammer!

22/04/2009
Mike

Bergen schijnt inderdaad de enige te zijn die contact met de werkelijkheid heeft.
De rest loopt mooie kreten te slaken zonder ook maar enige hinder van kennis van zaken. En het nadeel is dat een zo'n figuur op een machtsposite in je school meer kapot kan maken dan een heel leger aan gekwalificeerde docenten voor de klas weer goed kan maken.
Wat nog erger is: deze mensen besluiten wie er geschikt is als leraar. Iedereen die hun geloof niet deelt kan het verder wel vergeten. Dat is de echte misdaad van deze mensen. Hoezo aanpassen aan veschillende stromingen in de maatschappij ? Ze zijn zelf volstrekt autoritair wat hun eigen gedachtengoed betreft.

22/04/2009
Pyke , docent

Ik wil BON bedanken dat ze zichzelf heeft opgericht, en alle docenten die vervolgens lid zijn geworden. Inmiddels is BON uitgegroeid tot een zeer respectabele club mensen (in aantal en in woordvoerders) die op alle niveaus niet meer genegeerd kan worden. Inderdaad een zegen dat ook in dit artikel de standpunten van BON naar voren kwamen. Als bevlogen en zeer bij de deelnemers/leerlingen betrokken docent is BON mijn enige hoop dat er 'in hogere regionen' een ander geluid doorkomt bij alle 'deskundigen' die het voor het zeggen hebben in onderwijsland. Ik kom gelukkig heel veel slimme en goede mensen tegen in de praktijk; mijn collega's! Helaas wordt onze stem nooit gehoord (ook niet binnen de onderwijsorganisaties zelf, waar de ondeskundige directies, besturen en andere omhooggevallen, duur betaalde beleidsmakers die zelf niet kunnen en/of willen lesgeven - het voor het zeggen hebben).
Het is echt om radeloos van te worden.

22/04/2009
ingrid

In principe ben ik het eens met de heer Bergen. De andere heren bezigen het begrip professionalisering zonder ook maar één keer uit te leggen wat ze hiermee bedoelen.
Bedoelen ze dat de docenten weer op cursus moeten om te leren hoe nieuwe didactische methoden toe te passen óf hoe hyves werkt óf gewoon meer vakkennis opdoen. Dat laatste lijkt me niet logisch gezien de verdere loop van het gesprek.
Het verwondert mij als ik lees dat de docent weinig carrièreperspectieven heeft. Wil men dan nog steeds dat goede docenten zo snel mogelijk stoppen met lesgeven om schoolmanager te worden om vervolgens vanachter hun bureau te bepalen hoe er moet worden lesgegeven. Waarom wordt er aan een huisarts nooit gevraagd naar zijn carrièreperspectief? Is steeds beter worden in je vak en elk jaar wat meer verdienen niet een prachtig carrièreperspectief?
En dan de ontschotting van de heren Jager en Martens. Zouden die met een uitgewerkt voorbeeldplan kunnen komen over hoe de dagen van laten we zeggen 1000 middelbare scholieren er van uur tot uur, nee eigenlijk van minuut tot minuut en ook van dag tot dag en van week tot week uit komen te zien? En hoe willen ze er met die leerpleinen voor zorgen dat de leerlingen niet verdwijnen naar de coffeeshop of kattenkwaad gaan uithalen, wanneer hun docent/begeleider persoonlijke aandacht geeft aan één of enkele leerlingen? Hoe wil je ervoor zorgen dat de leerlingen op zo’n plein zich veilig en beschermd voelen. Ik stel me namelijk voor een plein met een paar honderd leerlingen die allemaal met iets anders bezig zijn in een lawaaiige sfeer en waarbij de leerlingen zich aan het eind van weer zo’n dag afvragen wat ze nou eigenlijk hebben gedaan/geleerd.
Enige uitleg lijkt mij gewenst.

22/04/2009
Margreet , lerares

Wat een ouderwetse ideeën houden de heren Jager, Marten en Simons er op na. In de jaren 70 is al geëxperimenteerd met ‘ontschotting’ en wegens groot gebrek aan succes weer opgedoekt. De fantastische invloed die computers zou hebben op motivatie etc van leerlingen is in scholen als Slash al zonder veel positief resultaat uitgeprobeerd. En nu komen zij wéér met deze achterhaalde ideeën aan als waren het zeer vernieuwende en originele gedachten!

En dan de laatste opmerking van Martens: "En woorden als onderwijsdrama en onderwijsramp moeten we nooit meer gebruiken."
Nee - dat zijn woorden die bij zijn soort mensen heel verkeerd vallen. Zijn soort mensen wil niet zien dat de Commissie Dijsselbloem heel duidelijk heeft aangetoond wat deze woorden inhouden, en wát er nu eigenlijk moet veranderen in het onderwijs: onderwijs moet terug naar de ware onderwijsdeskundigen. De onderwijzers, dus.

22/04/2009
Hannes Minkema

"VKbanen organiseerde een rondetafelgesprek met vier onderwijsdeskundigen"

Het is duidelijk dat VKbanen onder 'onderwijsdeskundige' verstaat: iemand die zelf niet voor de klas staat.

Martens en Simons hebben zelfs nooit voor de klas gestaan in het type onderwijs waarvoor hun 'deskundigheid' zou gelden.

Jager en Bergen stonden vroeger voor de vo-klas, maar zijn daar al een tijd uit vertrokken.

In het gesprek ontpoppen Simons, Martens en Jager zich als naïeve wolkenridders die met slogans gooien in de trant van "de samenleving verandert DUS moet de school meeveranderen DUS is onderwijsvernieuwing goed". Onzin, en als deze uit de mond van 'deskundigen' komt is het zelfs onthutsende onzin.

Een vernieuwing is alleen goed als het een verbetering *blijkt*. Talloze vernieuwingen zijn op geen enkele wijze een verbetering gebleken.

Bergen van BON is de enige die consequent het perspectief van de docent kiest of van de leerling. Niet dat van de onderwijsmakelaar, de integratiebeluste politicus of de vernieuwingsgezinde experimentator. Ook toont Bergen een stuk beter naar de argumenten van zijn opponenten te luisteren dan andersom.

Volgende keer graag wat meer échte deskundigen uitnodigen. U weet wel, mensen die ergens veel verstand van hebben omdat ze er al jarenlang dagelijks ervaring mee opdoen.

21/04/2009
dini , docent

helemaal mee eens , Henk. Leg de examens van 40 jaar geleden en nu naast elkaar .. zie het verschil ..op alle niveaus...ondanks alle hulpmiddelen ..die zoooo mooi zijn als HULPmiddel

21/04/2009
Henk

De hemel zij dank dat ook P. Bergen mocht meepraten in deze discussie. Hij verwoordt wat wij op de werkvloer allang weten.


Gerelateerde artikelen

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP