
Seksuele intimidatie onder verplegend personeel is van alle tijden. Dat bewijst deze kwestie uit 1998. De aanklaagster: een geïntimideerde verpleegster. De gedaagde: het lijdzaam toeziende ziekenhuis.
Onder de kop “Cupmaatje B, kom maar aan tafel” deed de Volkskrant op 24 november jl. verslag over seksuele intimidatie van co-assistenten. Uit een recent onderzoek van het UMC Groningen bleek dat bijna 25 procent van de vrouwelijke co-assistenten wel eens last heeft van seksueel intimiderend gedrag. Een hardnekkig probleem binnen de ziekenhuiswereld, getuige de zaak die op 5 november 1998 voor de rechter te Zutphen diende.
Wat is de kwestie? Een verpleegster die sinds juli 1996 in een ziekenhuis werkzaam is, wordt op intimiderende wijze bejegend door haar collega’s. Er zijn diverse negatieve uitlatingen over haar huidskleur gedaan en er zijn seksueel getinte opmerkingen gemaakt. Maar het ziekenhuis treedt niet handelend op tegen dit gedrag.
|
|
Arbeidsongeschikt
Nog geen jaar na haar indiensttreding raakt de verpleegster
arbeidsongeschikt. De reden daarvoor laat zich raden. In 1998 vraagt de
verpleegster aan de rechter haar arbeidsovereenkomst te ontbinden. Ter
discussie staat of een vergoeding moet worden betaald en zo ja, hoe hoog
deze vergoeding dan moet zijn.
De verpleegster stelt dat zij slachtoffer is geworden van rassendiscriminatie en seksuele intimidatie. Zelfs de collega die haar moest begeleiden, heeft zich hieraan schuldig gemaakt. Zij werd daardoor onzeker en dat was van invloed op haar functioneren.
Na een klacht door de verpleegster bij het Antidiscriminatiebureau in Arnhem heeft een gesprek plaatsgevonden, waarbij onder andere de bewuste collega’s die de uitlatingen hadden gedaan aanwezig waren. Van dit gesprek is een verslag gemaakt. Dit verslag is niet betwist.
Jarretelgordel
Uit het verslag blijkt dat één van de collega’s heeft gezegd dat haar huid
een schoensmeerkleur heeft en dat zij zou spreken met een dikke W. Bij een
andere gelegenheid heeft een collega gezegd: “Ik zie je wel naakt uit een
taart springen.” Ook zou zijn gezegd: “Trek je jarretelgordel maar naar
beneden” en “ik zie je wel lopen in een gouden tangaslip met piercings.”
Deze collega’s hebben toegegeven dat zij deze uitspraken hebben gedaan.
Wat vindt de rechter?
De kantonrechter vindt deze opmerkingen duidelijke uitingen van rassendiscriminatie en ook de toespelingen van seksuele aard overschrijden volgens de rechter de grenzen van fatsoen. De rechter kan zich dan ook goed voorstellen dat het functioneren van de verpleegster onder deze uitlatingen te lijden heeft gehad. Met het argument van het ziekenhuis dat de verpleegster heeft nagelaten zich tot de vertrouwenspersoon te wenden, maakt de rechter korte metten. Het maakt de uitlatingen niet minder ernstig.
Grensoverschrijdend
Wat de rechter nog erger vindt, is dat het ziekenhuis geen enkele
maatregel heeft getroffen nadat zij bekend was geraakt met deze uitlatingen.
Er is geen actie tegen de collega’s ondernomen en ook van een concreet
beleid ter voorkoming van dergelijk gedrag van werknemers is geen sprake. De
rechter vindt het dan ook onvoorstelbaar dat er binnen een ziekenhuis een
zodanig klimaat heerst dat meerdere werknemers zich van zulk
grensoverschrijdende uitlatingen hebben kunnen bedienen.
De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dan ook toe, onder toekenning van een vergoeding van € 25.000,--. Gelet op de duur van het dienstverband is deze vergoeding uitzonderlijk hoog te noemen. Daaruit blijkt dat de rechter het ziekenhuis zwaar aanrekent dat zij dergelijk gedrag op de werkvloer heeft getolereerd.