
Voor het tot bloei laten komen van talent, is de werknemer net zo verantwoordelijk als de organisatie waarin hij werkt. ‘Je hebt wel talent, maar het komt er niet uit? Onzin, dan moet je daar wat aan doen.’
Da’s de aard van het beestje’, zegt Geert Crielaard (38) over zijn enthousiaste persoonlijkheid. Als werknemer – hij beheert recreatie- en natuurterreinen – wil hij het liefst anderen aansteken met zijn bevlogenheid. Soms wordt hij daarin geremd. Een voorbeeld: bij elke beslissing een handtekening van een verdieping hoger moeten halen. Helemaal erg als de juiste contactpersoon die dag een atv-dag heeft. Ander voorbeeld: voortdurend gesprekken voeren waar hij het nut niet van inziet. Crielaard wil dolgraag wat van zijn baan maken, maar dan moet hij daar wel de ruimte voor krijgen.
Cultuur
Uit onderzoek van Nyenrode Business Universiteit blijkt dat de cultuur van
een bedrijf in belangrijke mate bepaalt of een werknemer zich op zijn plek
voelt. Nog meer dan het product dat een organisatie vervaardigt of verkoopt,
of de sector waarin iemand werkt. Een werknemer, blijkt uit het onderzoek,
kan zich het beste ontwikkelen in een omgeving die aansluit op zijn
persoonlijkheid en normen en waarden.
En ontwikkeling is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. ‘Werknemers moeten constant bakens verzetten’, zegt Lidewey van der Sluis, hoogleraar Strategisch Talent Management aan Nyenrode. ‘Als je niet wilt verouderen als arbeidskracht, moet je in beweging blijven.’
Leerproces
Sinds twee jaar wordt Crielaard als interim professional bij verschillende
opdrachtgevers gedetacheerd via Vitae. In samenwerking met Nyenrode was de
personeelsbemiddeling- en netwerkorganisatie de afgelopen vier maanden
verantwoordelijk voor het ‘Vitae Talent Lab’, een project waarin nader werd
onderzocht hoe het leerproces van verschillende individuen eruit ziet, en
hoe dat proces kan worden verbeterd.
Crielaard – inmiddels zit hij bij een nieuwe opdrachtgever – was een van de proefpersonen. Van augustus tot december werd hij maandelijks gecoacht, net als zestien andere werknemers van Vitae. ‘Tot nu toe heb ik geen verrassende dingen over mezelf ontdekt’, zei hij in september nog. ‘Ik weet wat ik kan. Maar ik ben benieuwd wat er verder uitkomt. Het is altijd goed als een nieuw gezicht naar je kijkt.’
Dat nieuwe gezicht behoort in dit geval tot Lidewey van der Sluis. Ze ontwikkelde onder meer een talentenkompas dat wordt ingezet bij de ontwikkeling van werknemers (zie kader). Van der Sluis schuift aan bij diverse coachingsgesprekken, net als een collega van Nyenrode en vier medewerkers van Vitae. ‘We vragen hoe de deelnemer zich wil ontwikkelen en kijken hoe hij of zij dat kan bereiken. Vervolgens krijgt iemand opdrachten mee naar huis om aan zijn ontwikkeling te werken.’
Bloei
Iedereen heeft talent volgens Van der Sluis. Of iemand ook een talent is,
hangt af van de omgeving waarin iemand werkt en van het feit of iemand zijn
momenten pakt om talent tot bloei te laten komen. Daarvoor is het wel nodig
dat een werknemer zichzelf goed leert kennen en dus weet wat bij hem past.
Een proces dat langere tijd kan duren en versnelt wanneer een spiegel wordt
voorgehouden.
‘Je leert met vallen en opstaan jezelf kennen’, zegt Van der Sluis. ‘Bij leren
in de praktijk komt ook groeipijn kijken, dat hoort er nou eenmaal bij.’ Net
als lef, zegt ze, om waar nodig offers te brengen vanuit je passie. Mensen
met talent zijn in ‘hun kracht’ bezig, ziet de hoogleraar: ‘Er komt energie
vrij, en daarmee resultaten. Voor een organisatie is het de opdracht om die
elementen van talentontwikkeling naar boven te laten komen.’
|
Hoe zit jij in elkaar? |
Crielaard een maand later. Hij heeft nagedacht over iets dat hem toch al langere tijd dwarszit. Of het wel zo effectief is dat hij het werk altijd op zijn eigen manier wil aanpakken. Hij wil vertrouwen krijgen, het niet hoeven verdienen. Maar: ‘Had ik in sommige gevallen niet geroepen: ‘Laat mij mijn klus gewoon doen’, dan had ik misschien twee weken over een financiële opdracht gedaan in plaats van acht.’
Deuren openen
Volgens Lidewey van der Sluis is Crielaard van nature geneigd mensen te
benaderen en hen ongevraagd zijn mening te geven. ‘Je kunt dit ombuigen naar
een passievere houding, zodat deuren straks vanzelf voor je opengaan in
plaats van dat jij ze open moet gooien. Naast zelfbewustzijn vergt dit
reflectie op je handelen en de effecten daarvan’, zegt ze tijdens het
laatste coachingsgesprek in november. Iets meer vragen, iets meer luisteren;
Crielaard gaat eraan werken. Zwaar vindt hij de gesprekken wel: ‘Een
zakelijk gesprek, daar fiets ik zo doorheen, maar na zo’n coachingsgesprek
lig ik voor pampus.’
Ook Karin Kranendonk omschrijft de gesprekken als intensief. In het dagelijks leven stuurt ze als regiodirecteur van Vitae diverse consultants aan, die verantwoordelijk zijn voor een netwerk met organisaties en (werkzoekende) kandidaten. Door het talententraject is ze over zichzelf te weten gekomen dat ze als leidinggevende rust krijgt door anderen de ruimte te geven.
‘Het is mijn aard om veel naar me toe te trekken’, zegt Kranendonk (47). ‘Ik wist wel dat een leider zijn werknemers moet laten schitteren, maar ik deed het te weinig. Nu zit ik op de goede weg. Lidewey kan zulke vragen stellen dat het antwoord uiteindelijk uit jezelf komt en niet van haar.’
Schaapherder
Kranendonk wil nu minder de kartrekker zijn, omdat het ‘iemand geen
vertrouwen geeft als je op diens stoel gaat zitten’. Daarom heeft ze de
laatste tijd aan haar ‘schaapherdersrol’ gewerkt. Er is een last van haar
schouders gevallen. ‘Ik heb een dominante kant, maar houd ook van
observeren.’ Aan haar coach die ze al binnen Vitae had voordat het Talent
Lab aanving, heeft ze gevraagd haar verandering in de gaten te houden. Ze
spreken nu eens per twee weken af, voorheen schoot dat er nog wel eens bij
in. ‘Ik heb geleerd me aan de afspraken met mezelf te houden.’ Als haar
coach nu belt, vraagt hij: ‘Hoe is het met de schaapjes?’
|
Je kans op succes vergroten |
Ambities
Iedereen is uniek, zegt Lidewey van der Sluis. Dat maakt dat iedereen zijn
talent op een andere manier en in een ander tempo ontwikkelt. ‘Niet one
size fits all gaat in dit geval op, maar one size fits one. Waar
de een kickt op een ‘uitdagende baan’, krijgt de ander daar alleen maar
stress van.’ Als Van der Sluis begin december terugblikt op het Vitae Talent
Lab, is haar vooral bijgebleven hoe de deelnemers de individuele begeleiding
bij hun talentontwikkeling op prijs stelden. ‘Het kost veel tijd en energie,
maar dat uit zich in een hoog rendement.’
De deelnemers zijn zich volgens haar bewuster geworden van hun handelen en ondernemen actie als ze inzien dat het anders kan. ‘Wij zeiden: ontwikkel je zelfkennis en durf je zichtbaar te ontwikkelen; wees je bewust van wat je wilt en kunt.’ Van der Sluis gelooft niet in berustingen als: het zit er wel in, maar het komt er niet uit. ‘Onzin. Als je ergens niet op je plek bent of je er niet kunt ontwikkelen, moet je er weg, of het er voor jezelf zo leuk mogelijk maken.’