
Op het Bonifatiuscollege in Utrecht kiest een ruime meerderheid van de leerlingen voor een profiel met bètavakken. Oók de meisjes. Natuurkundeleraar Kees Hooyman vertelt hoe dat kan.
Natuur- wis- en scheikunde, wat kun je er mee? Veel leerlingen in de onderbouw hebben geen flauw idee. Bovendien worden de bètavakken vaak als saai en moeilijk ervaren. Formulevrees, noemt bètacoördinator en natuurkundeleraar Kees Hooyman dat. Na een aantal succesvolle onderwijsvernieuwingen is die angst op het Bonifatiuscollege in Utrecht – ‘een gewone en vrij traditionele havo/vwo-school’ – voor een groot deel verdwenen.
De resultaten zeggen eigenlijk alles. ‘Vroeger koos de helft van onze leerlingen een natuurprofiel (natuur en gezondheid of natuur en techniek, red.), nu is dat 65 procent. Bij de meisjes was het vroeger 35 procent en nu 55 procent.’ Ook kiezen meer leerlingen na hun eindexamen voor een bètastudie. Elk jaar gaan er ongeveer tien leerlingen naar de TU Delft, op ongeveer 150 eindexamenkandidaten. ‘Wij hebben veel meer bètaleerlingen dan gemiddeld, maar tijdens het eindexamen doen zich bij deze vakken juist weinig problemen voor.’
|
Krantje in de klas Vernieuwingen hoeven niet ingewikkeld te zijn. Dat bewijst Hooyman met het wetenschapskrantje Natuurwetenschap in het Nieuws Hij brengt het vijf keer per jaar uit, en is inmiddels toe aan editie nummer 42. In de krantjes staat wetenschapsnieuws uit kranten en tjdschriften, verzameld en samengevat door Hooyman. De krantjes kunnen door leerlingen (maar via de website ook door anderen) worden gedownload, geprint en gekopieerd. De bedoeling is het kweken van enthousiasme voor de bètavakken. Hooyman: ‘Wat je met wis-, natuur- en scheikunde kunt, wordt voor veel leerlingen pas duidelijk als ze zien hoeveel nieuwe ontdekkingen en toepassingen er zijn. Zo komt de actualiteit letterlijk de klas binnen.’ |
Waarom zijn de bètavakken vaak zo’n struikelblok?
‘Veel docenten realiseren zich niet dat leerlingen vaak alleen maar nadoen wat
de docent voordoet, zonder dat ze snappen hoe het écht in elkaar zit.
Sommige docenten vinden dat bovendien niet zo erg. Zij denken: de helft van
mijn leerlingen kiest tóch geen natuurkunde. Ik denk dat er op veel scholen
te snel wordt gezegd: die leerling kan het niet.
‘Een groot probleem is verder het gebrek aan universitair geschoolde
bètadocenten. Jaarlijks kozen tot voor kort maar ongeveer vier
natuurkundigen voor een baan in het middelbaar onderwijs. Een baan in het
bedrijfsleven of als onderzoeker is meestal aantrekkelijker: je verdient
meer, en je hoeft geen aparte lerarenopleiding te doen. Je zou cynisch
kunnen zijn en zeggen: er is de afgelopen jaren alles aan gedaan om deze
mensen níét naar het onderwijs te krijgen. Gelukkig is er inmiddels wat
verbeterd’
Wat is er zo bijzonder aan de aanpak op uw school?
‘Wij hebben de bestaande lesmethoden, die volgens mij veel te veel gaan over
sommen en formules, aangevuld met eigen materiaal. Voor we aan het echte
rekenen beginnen, laten we de leerlingen eerst in groepjes werken. Bij een
les over energie laten we derdeklassers eerst in kleine groepjes nadenken en
discussieren over welke batterij een lamp het hardst laat branden, en welke
batterij het langste meegaat. Zo raken ze bekend met begrippen als spanning
en energie en krijgen ze er een beter beeld bij. Het aan elkaar uitleggen
van de lesstof is een belangrijk onderdeel van het soul-project.
‘In het verleden kwam vaak eerst de theorie, en dan pas veel later een klein
beetje praktijk. Wij doen dat andersom. Ook doen wij mee aan het landelijke
project Salvo.
Het leren van rekenvaardigheden wordt van de tweede tot de vierde klas bij
verschillende vakken in samenhang aangeboden Neem procenten en verhoudingen;
daar moet je in veel verschillende vakken mee leren rekenen. Wij willen niet
dat ze dat vijf keer op verschillende manieren krijgen uitgelegd, waardoor
het alleen maar ingewikkelder wordt.’
Is zelfstandig leren een verstandige aanpak bij de bètavakken?
‘Leerlingen leren weinig van een docent die alleen maar uitlegt. Na tien minuten zijn ze het spoor bijster. Maar zelfstandig leren is bij wis- en natuurkunde volstrekt onhaalbaar. Vandaar dat wij voor een mengvorm kiezen – de leerlingen werken voor een groot deel in groepjes, maar er is altijd een leerkracht beschikbaar voor het geval dat ze vastlopen.’
Worden leerlingen actief aangemoedigd om een natuurprofiel te kiezen?
‘Je hoeft er geen reclame voor te maken. Leerlingen snappen zelf ook wel dat je met een natuurprofiel gewoon veel meer kanten op kunt. Je sluit eigenlijk geen enkele studie uit. Een natuurprofiel is – als je het kan – gewoon de meest logische keuze.’
|
Lees meer over andere projecten waar het Bonifatius college aan meedoet:
Natuur,
Leven en Technologie: een geïntegreerd bètavak over onderwerpen op
de grensvlakken van de disciplines biologie, natuurkunde, fysische
geografie, scheikunde en wiskunde. Lees meer over andere hemelbestormers in het onderwijs:
Dansend
in de economieles Ook een hemelbestormer? VKbanen is benieuwd naar andere vernieuwingen in het onderwijs. Mail naar onderwijs@vkbanen.nl. |