Gefascineerd door het alledaagse

27/01/2009 / Ianthe Sahadat en Frederieke van Velzen

Gefascineerd door het alledaagse

Schrijver Alain de Botton werkte ruim twee jaar aan een boek over werk, en hoe werk mensen gelukkig maakt. Als verbaasde buitenstander interviewde hij koekjesbakkers en vissers op de Maldiven. 'Ik zou dolgraag een gelukkige accountant willen zijn.'

'Wat doe jij?', is vaak het eerste wat mensen elkaar vragen. Je baan bepaalt tegenwoordig je identiteit. Waarom willen mensen tegenwoordig zelfs gelukkig zijn in hun werk, vraagt Alain de Botton (39) zich in zijn nieuwste boek af. ‘Vroeger wist men tenminste dat werk een kwelling of noodzakelijk kwaad was. Een tevreden werker is net zo’n ongewoon verschijnsel als een groot schrijver.’

Verwondering over het alledaagse leven. Vragen over werk, liefde, status en geluk. Daar heeft historicus De Botton zich in bekwaamd sinds hij als 23-jarige schrijver debuteerde met Proeven van Liefde. In deze essayistische roman voorziet hij de liefdesrelatie tussen een Franse schone en een anonieme ik-figuur van filosofische context. Het boek verscheen wereldwijd in veertien edities. Zijn echte doorbraak beleefde hij met zijn derde boek Hoe Proust je leven kan redden, dat vooral in Amerika de bestsellerlijsten aanvoerde. Zijn boeken leverden de Brit van Zwitserse komaf bij critici het label ‘light-filosoof’ of ‘zelfhulpintellectueel’ op.

De Botton, ter promotie van zijn nieuwste boek Ode aan de Arbeid in Nederland, ligt niet wakker van de typeringen. Want waarom zou iemand die goed wil leven niet bij filosofen te rade mogen gaan? Dus adviseert hij in zijn boek De Troost van de Filosofie: Socrates, in te nemen bij impopulariteit. Epicurus bij al uw geldzorgen en een pilletje Schopenhauer tegen liefdesverdriet.

De Botton bedient zich al vijftien jaar van een succesformule: op speels essayistische wijze verkent hij alledaagse dilemma's en menselijke zorgen aan de hand van filosofische inzichten. Hij schrijft elegant, observeert scherp en heeft een schijnbaar onbegrensd vermogen tot verwondering.

Al is Ode aan de arbeid veel minder dan voorgaande uitgaven een citatencircus van oude wijsgeren, ook in zijn jongste boek wandelt De Botton als een kind met grote verbaasde ogen – Kuifje in werkland – door de wereld. ‘Ik wilde de avontuurlijke kant van werk laten zien. Kinderen denken bij werk aan iets spannends, aan vrachtwagens of vliegvelden. Wij volwassenen zijn veel meer blasé.’

Met welke vraag begon u dit boek?

‘Ik begin mijn boeken eigenlijk meer met een beeld. Van daaruit begin ik dan met analyseren, vragen stellen. Het startpunt voor dit boek was een reusachtig pakhuis in het logistieke hart van de haven van Londen. De sfeer van die ondoorgrondelijke bedrijvigheid daar, die wilde ik vangen. Zo’n plek is de wereldeconomie in een notendop. Wat gebeurt daar? Ik wilde uitvinden hoe dingen gemaakt worden. En een poging doen om de esthetiek van de economie te vangen, al die dingen die schuil gaan achter de onderwerpen in de Financial Times.'

De Botton’s geïsoleerde positie als schrijver was een extra motivatie voor zijn expeditie. ‘Ik hoor er niet echt bij. Ik maak geen onderdeel uit van een grotere industriële of technologische keten. Ik wilde weer in contact komen met het werkende bestaan.’

Per hoofdstuk bespreekt hij een andere beroepsgroep. Vissers op de Maldiven, medewerkers in een koekjesfabriek, raketingenieurs. Een terugkerende vraag is: hoe kan een baan betekenisvol zijn? ‘Voor mij is dit het grootste dilemma van de moderniteit.’

De schrijver nam een kijkje in een Belgische koekjesfabriek, waar vijfduizend man personeel, naast talloze machines, massaproducten moet fabriceren voor de Britse markt, waar jaarlijks voor 1,8 miljard aan koekjes wordt gegeten. De Botton neemt het even geschokt als gefascineerd in zich op. ‘Er werken mensen in een koekjesfabriek die nooit iets eetbaars aanraken. En toch zetten zij zich met hart en ziel in voor een gezamenlijk eindproduct, door soms volkomen onbeduidende taken met totale vastberadenheid op zich te nemen. Zoals de werknemer die zich dagelijks buigt over ‘de minimalisering van wafelfrictie’ tijdens het transport.’

Welke van de mensen die u gevolgd heeft benijdde u het meest?

‘Ik benijd niet zozeer iemands beroep, maar meer het vermogen van mensen om gelukkig en tevreden in hun werk te zijn. Ik zou dolgraag een gelukkige accountant willen zijn.’

Zou u niet liever een gelukkige schrijver zijn?

‘Gelukkige schrijvers bestaan niet. De meeste schrijvers zijn behoorlijk getormenteerd en hebben het gevoel dat de wereld niet genoeg van hen houdt. (denkt na) Kijk, als je hard studeert, kun je een goede tandarts worden. Maar een goede schrijver... Miljoenen mensen willen een boek schrijven, maar slechts een fractie van hen zal ooit een goéd boek schrijven, laat staan verkopen. Bij schrijven zijn ambitie en realiteit volkomen onevenredig. Dat levert een hoop zielepijn op.’

Geldt dat ook voor u?

‘Nou, het blijft altijd een kleine lijdensweg.’

U heeft tweeënhalf jaar aan dit boek gewerkt. Hoe zou u die jaren samenvatten?

‘Vol van verlegenheid.’

De Botton zwijgt even. Dat doet hij vaker, vlak voor hij – op zijn beminnelijke Britse toon – een zelfrelativerende of ironische opmerking plaatst. Om vervolgens het effect af te wachten. Dan pas gaat hij verder.

‘Ik heb veel research gedaan, als een journalist op reportage, dat ben ik niet gewend. Normaal zit ik in de bibliotheek. Boeken zijn niet eng, maar van mensen word ik soms verlegen.’

Beschrijft u eens uw gemiddelde werkdag.

‘Dat is precies de vraag die ik ook aan iedereen stelde. Ik ga naar mijn kantoor aan de overkant van de straat. Ik doe mijn computer aan, lees wat mails en dan begin ik. Normaal gesproken heb ik twee goede schrijfsessies per dag. Van tien tot één en van vijf tot zeven uur. Dan stop ik. De avond en de nacht gebruik ik om te herstellen.’

Bent u gedisciplineerd?

‘Ik probeer het te zijn. Schrijven is geen baan waarbij je jezelf met een ketting aan je bureau vastketent en vervolgens goed werk aflevert. Het draait meer om mentale discipline. Ben je kritisch, zeg je tegen jezelf dat een slechte zin herschreven moet worden? Ik ben daar redelijk goed in, denk ik. Maar toch, ik ben nooit optimaal tevreden.’

Waarin verschilt u met de gelukkige accountant, die u eerder zei te benijden?

‘Ik geniet ervan dat ik zelf bepaal wanneer ik aan het werk ga. Begin ik een keer om elf uur, dan zal niemand daar iets van zeggen. Maar ik ben jaloers op de structuur die accountants in hun baan vinden. De omschakeling ‘s morgens kan heel fijn zijn. Je verlaat het huis, het is een mooie zonnige ochtend, je komt het kantoor binnen, ruikt de geur van verse koffie... Mensen in kantoren vergeten soms dat schrijven ook moeilijk kan zijn. Je bent geïsoleerd, alleen.’

Hoe beleeft u dat, het alleen-zijn?

‘Soms verafschuw ik het. Het is geen eenzaamheid in de zin dat je niemand ziet of spreekt. Maar meer dat alles op jou neerkomt. Ik bespreek met anderen wat ik doe, maar zij zijn niet eindverantwoordelijk. Anderen geven er niet echt om. Zelfs mijn uitgever kan het weinig schelen.’

Hoe komt dat?

‘Er zijn zoveel schrijvers. Als je een rampzalig boek schrijft, zullen ze niet opnieuw met je in zee gaan. Vergelijk het met verdrinken. Ze zullen je een kleine reddingsboei toewerpen, maar ze springen echt niet in het water om je te redden.’

U hanteert in uw boeken een sterk persoonlijke stijl. Waarom?

‘Een stuk moet gekruid zijn geschreven. Ik hou van subjectieve verslaggeving, dat heb ik liever dan schijnobjectiviteit. Bij een goed essay voel je de persoonlijkheid.’

‘Ik zie schrijven als verleiden. Niet op een sinistere manier, maar omdat je nadenkt over elke zin, elk woord. Als schrijver ben je een soort gastheer. De lezer komt in jouw huis, jij moet het hem comfortabel maken. Ga met me mee, zeg je eigenlijk. Je vraagt iemand om je een tijdje te volgen en daar heb je charme en overtuigingskracht voor nodig.’

U schrijft over de wens om betekenisvol te zijn. Wat is uw betekenis als schrijver?

‘Dat is een hele grote vraag, die ik mezelf continu stel. Wat is het nut van mijn boeken, waarom schrijf ik ze, met welk doel? Ik vind het belangrijk dat mijn boek een verschil maakt.

‘Op een bescheiden manier hoop ik de ogen van mijn lezers te openen. Door over mijn eigen gevoel te schrijven, vindt hun gevoel misschien een echo. Zo ontstaat er een abstracte vorm van vriendschap, of op z’n minst erkenning.’

Krijgt u brieven van lezers waaruit dat blijkt?

‘Ja. En mensen vertellen het me. Dat is belangrijk voor me. Een boek is pas af als het gelezen is. Ik zou het moeilijk vinden te blijven schrijven als ik iets zou publiceren en er vervolgens nooit meer iets over zou horen. Hoe vreselijk ook, het is leerzaam als iemand je bijvoorbeeld op een lacune wijst. Praten over je boek is een belangrijke manier van spijsvertering.’

Wat is uw motief om te schrijven?

‘Ik wil mijn eigen gevoelens begrijpen. Mijn eerste boek, over liefde, schreef ik in een tijd dat ik nogal in verwarring verkeerde over de liefde. Eigenlijk heb ik die twijfel gewoon uitgeschreven en uitgedacht. Schrijven is voor mij heel nauw verbonden met mijn wens om orde te scheppen in de chaos.’

Publieke therapie?

‘Absoluut, ik schaam me niet om dat te zeggen. Het begon als tiener met een dagboek, ik had het verlangen om alles te analyseren en te ordenen. Dat begon met: iemand was lelijk tegen me, waarom, en wat deed dat met me? Of ik zag iets moois, mijn hart brak. Daarover schreef ik dan.’

Heeft u uw eigen vragen beantwoord, over de liefde bijvoorbeeld?

‘Het is niet zo dat ik helemaal geen romantische vragen meer heb, maar ik heb wel het gevoel dat ik het onderwerp meer beheers.’

De Botton is getrouwd, met Charlotte. Ze hebben twee zoons, Samuel en Saul van 4 en 2. Zijn vrouw is overdag bij de kinderen. In de avonduren runt ze het bedrijf dat de documentaires van De Botton naar aanleiding van zijn boeken produceert.

De liefde van uw leven?

‘Ja, dat is ze. Dat weet je nooit zeker natuurlijk, maar so far so good.’

Is ze betrokken bij de totstandkoming van uw boeken?

‘Nee, zij heeft het te druk met de kinderen. En anders zou ze er ook niet echt in geïnteresseerd zijn.’

Hoe bedoelt u?

‘Mijn vrouw is geen intellectueel. Ze is slim, maar geen intellectueel. Ik moet er ook niet aan denken dat we met z’n tweeën de hele dag over de zin van het leven zouden praten. Wij zijn yin en yang. Ik bewonder mensen die iets kunnen wat ik niet kan. Mijn vrouw is praktisch en nuchter, goed in zaken doen en vindt cijfers nog leuk ook. Ik niet.

Zij leest weer zelden een boek. Maar ze stelt zich loyaal naar me op en zegt te houden van wat ik schrijf. Het is niet de schrijver Alain de Botton op wie ze verliefd werd. Ze vroeg aan vrienden: ‘Wie is dat? Oh, schrijft hij boeken?’ Ze had nooit eerder van me gehoord.’

School of life

In september 2008 startte Alain de Botton met enkele anderen de School of Life, een school die levenslessen verzorgt over thema’s als werk, liefde of familie. Het is een lang gekoesterde droom van De Botton. De school is het tastbare equivalent van zijn boeken, met het doel niet alleen over het leven te discussiëren, maar het ook daadwerkelijk een beetje te veranderen. Met de hulp van bibliotherapeutes, die voor elk dilemma – van midlifecrisis en depressie tot gebroken hart – een boek voorschrijven. Of via conversatielessen, waarbij vreemden met elkaar eten en verplicht vragen van een menukaart afhandelen. De Botton: ‘Bijvoorbeeld: zou je meer of minder tijd in je eentje willen doorbrengen?

Het is een prachtige manier om snel tot een goed gesprek te komen met iemand die je niet kent. In het begin giechelt en klaagt iedereen wel een beetje. We pakken het daarom bewust theatraal aan. Er gaat een bel waarna mensen verplicht over één onderwerp moeten spreken. Maar het werkt om de schaamte weg te halen. Tot nu toe is de opkomst groot. Het is verbazingwekkend om te zien hoe mensen binnen vijf minuten tranen in hun ogen kunnen krijgen. En dat bij de Engelsen...’

U heeft het boek aan uw oudste zoon opgedragen. Wilt u uw kinderen op een speciale manier naar de wereld laten kijken?

‘Nee, dat niet. Maar ik vind wel dat je als vader verantwoordelijk bent om je zoon tot op zekere hoogte te leren wat werk inhoudt. Toen ik dit boek aan het schrijven was, was mijn werktitel ‘wat doen mensen de hele dag’, naar een beroemd kinderboek. Dat had ik aan Samuel voorgelezen en hij was daar helemaal door gebiologeerd. Het is een boek met veel tekeningen over allerlei verschillende banen. Erg leuk. In kinderboeken zijn volwassenen altijd bakker of politieman, nooit multidisciplinair installatiedeskundige of regionaal salesmanager. Ik zie mijn boek als een volwassen versie van dat kinderboek.’

U leest uw kinderen geen Nietzsche voor?

‘Dat zou ik nooit doen. Ik hoop juist dat ze niet intellectueel zullen worden, net zo min als schrijver, daar zijn er al veel te veel van, en het is een totaal overgewaardeerd en overgeromantiseerd ambacht. Intellectualiteit associeer ik met neuroses. In mijn geval: de manier waarop ik met dingen omga. Problemen die je moet verwerken. Ik bewonder mensen die niet te veel tijd aan denken besteden.’

Zoals uw vrouw?

‘Ja.’

Zij is ongecompliceerd?

‘Iedereen is gecompliceerd, maar soms lossen problemen zichzelf op. Zij hoeft het niet allemaal op te schrijven.’

Wat zijn uw neuroses?

‘Ik ben een angstig mens. Laat ik het zo zeggen, ik ga er niet vanzelfsprekend vanuit dat iets goed komt. Onze voordeur was laatst kapot. Dan denk ik meteen: hoe wordt die deur in vredesnaam weer heel, en wie gaat dit oplossen? Mijn vrouw zegt dan: ‘rustig, we halen er iemand bij.’ Wanneer?, wil ik dan weten? En wie gaat het doen? Ik schiet ervan in de stress.’

U schrijft: ik verkeer regelmatig op de rand van een depressie.

‘In het dagelijks leven heb ik best een goed humeur. Maar het leven zelf is in wezen onbevredigend. Mensen zijn nou eenmaal ingewikkelde machines die altijd problemen vinden. Je reist bijvoorbeeld naar de ultieme vakantiebestemming, en vindt het er uiteindelijk toch niet zo leuk. Of je blijkt je ook aan de liefde van je leven te kunnen storen. De boeddhisten hadden gelijk toen ze zeiden dat het leven uit de frustratie van het verlangen bestaat.’

Maar nadenken biedt u hoop?

‘Meer troost. Het probleem zal niet weggaan zoals sommige Amerikaanse zelfhulpboeken suggereren, maar je kunt ten minste proberen met je problemen om te gaan.’

Dus als u somber bent, leest u Schopenhauer.

‘Ja, ik denk dat het kan helpen om werk te lezen van pessimistische denkers als je je depressief voelt. Net zoals je niet té opgewekte vrienden om je heen moet hebben als je het even niet ziet zitten. Van die mensen die roepen: ‘kop op, de zon komt straks weer op’.’



Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
>> Aanmelden met je LinkedIn Account

Zoek artikel

trefwoord moet minstens 3 karakters lang zijn
Ontslag , Verdien ik wel genoeg , Juridisch advies , Leukste baan , Special werken bij de overheid , Interview , Nieuws & Achtergrond , Columns , Speechdeskundige Bas Mouton , Migratiewijzer , Carrièretips , Loopbaancoach
topbanen
Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2010 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP