Het lijkt eenvoudig: je hebt gestudeerd aan een lerarenopleiding en je zoekt een baan. Dus speur je de vacaturebanken af op de term ‘leraar’. Toch is dat niet geheel vanzelfsprekend. Op sommige scholen is die term niet in gebruik, zoals bij de middelbare school De Nieuwste School (DNS) in Tilburg. Daar gebruiken ze termen als mentor, tutor en expert.
'Zoals een bergbeklimmer op weg naar de top ondersteuning krijgt van een
sherpa, zo begeleidt de mentor alle aspecten van het leerproces van de
leerling.' Voor sommige werknemers in het onderwijs heeft het woord ‘mentor’
een heel andere betekenis; dat is de man of vrouw die de leerlingen
nauwlettend volgt en contact onderhoudt met ouders en aan het eind van het
jaar een avondje gaat bowlen met de klas.
Op De Nieuwste School vervult de
mentor een andere rol. 'De mentor stuurt zijn leerlingen aan bij het
samenstellen en doorlopen van individuele leerarrangementen, volgt hun
ontwikkeling en stimuleert hen daarop te reflecteren,' aldus de schoolgids
van De Nieuwste School. Naast de rol van de mentor zijn de tutor en de
expert de belangrijkste medewerkers die leerlingen helpen bij hun ‘zoektocht
naar verwondering’. Uitgangspunt is dat de leerling leert vanuit de eigen
nieuwsgierigheid.

Gereedschappen voor leerlingen
Directeur Toine Peerboom: ‘De reacties bij het opzetten van deze school waren
destijds heel wisselend. Voor nieuwe docenten die gewend waren te werken
volgens de PGA-methode (Probleem Gestuurde Aanpak) op hun eigen
lerarenopleiding, sloot het prima aan. Daarnaast waren er mensen die
terugdeinsden. Die riepen dingen als: “U neemt me mijn vak af.” Dat is een
interessante discussie: Wil je in de klas bijvoorbeeld strikt een historicus
zijn, of een leerling helpen op de weg naar volwassenheid?’
De school biedt, grofweg gezegd, gereedschappen voor leerlingen om verschillende leergebieden af te kunnen ronden. Er zijn dus geen vakken zoals je die misschien kent uit het klassikale onderwijs, maar leergebieden, zoals de mens en zijn taal (talen), de mens en zijn natuurlijke omgeving (natuurwetenschappen en wiskunde), de mens in tijd en omgeving (mens- en maatschappijwetenschappen), de mens en zijn scheppend vermogen (kunsten), en de mens in beweging (bewegingsonderwijs).
22 verschillende leerconcepten
‘Ik ben een beetje huiverig voor de term progressief, alsof het slechts het
tegenovergestelde zou zijn van conservatief,’ aldus Peerboom. ‘Er is geen
eenduidige versie van goed onderwijs. Het APS (Algemeen Pedagogisch
Studiecentrum) heeft onlangs 22 verschillende leerconcepten verzameld. Er is
geen één de ultieme.’
Maar waar haalt DNS nou zijn werknemers vandaan? Peerboom: ‘We zijn aangesloten bij Ons Middelbaar Onderwijs, het schoolbestuur van 45 scholen voor voortgezet onderwijs in Noord-Brabant. Als wij een vacature hebben, regelen zij de kandidaten. Daarnaast staat onze school altijd open voor nieuwe impulsen. Ik nodig potentiële medewerkers dan ook uit om zeker eens een kijkje te nemen.’
De eindtermen die landelijk gelden, worden door de school strikt in de gaten gehouden. De expert overziet de kerndoelen en eindtermen, bewaakt het eindniveau en onderhoudt contacten met het vervolgonderwijs. Peerboom: ‘Ook onze leerlingen moeten gewoon examen doen en dat daar voor geoefend moet worden, is evident.’