
Helaas gebeurt het nog te vaak dat leraren zich niet begrepen voelen door hun directeur of opleidingsmanager. Er is nog een hoop te leren in de hoogste regionen.
Wat doet een goede manager? De site carrieretijger.nl schrijft: ‘Het gaat om plannen, organiseren, leidinggeven en controleren. Deze vier stappen vormen een cyclus, die steeds herhaald wordt.’ Dat is een mooie oneliner, maar wat betekent dat in de praktijk van het onderwijs? Er zijn bovendien talloze posten te bedenken op management-niveau. Denk aan termen als deelschoolleider, rector, afdelingsmanager, algemeen directeur, regiodirecteur, opleidingsmanager, vestigingsdirecteur een sectordirecteur.
‘Al die verschillende termen maken het inderdaad soms tot een jungle,’ vertelt Marike Jonker, directeur van Parcours, een werving- en selectiebureau voor schoolleiders in Amersfoort. ‘Welke taken er passen bij al die verschillende termen hangt heel erg af van de school. Ik moet me altijd weer flink inlezen en onderzoek doen als er een functie beschikbaar is bij een onderwijsinstelling. Er is geen vaststaand, landelijk stelsel. Elke school zoekt weer wat anders.’
'Adjunct sectordirecteur'
Voor de duidelijkheid: een directeur houdt zich niet met de inhoud van de
lessen bezig, maar zorgt ervoor dat de visie van de school volgens een
juiste werkwijze wordt verwezenlijkt. Kort door de bocht heeft hij daar
mensen voor nodig, die weer al dan niet direct de docenten aansturen. En
over die mensen hebben we het nu; niet over de directeur.
Jonker: ‘Vaak zie je aan de salarisschaal wel hoe zwaar de functie is. Maar sommige termen zijn zo verwarrend. Wat dacht je van adjunct sectordirecteur? Wat precies gezocht wordt, is situationeel gebonden.’
Een ervaring met een manager uit de praktijk. Een jonge docente, Thea (29), heeft nogal wat klachten over het management op de school waar ze werkt: een vmbo-school met beroepsopleidingen in Eindhoven. Ze geeft Engels in de onderbouw. ‘Zo hoort het dus niet. Een totaal incompetent figuur die volgens mij uit de tapijthandel komt en niets met onderwijs lijkt te hebben. Waar hebben ze hem vandaan gehaald? Hij leidt de vergaderingen niet, valt bijna in slaap bij functioneringgesprekken en onderneemt geen stappen bij aantoonbare klachten. Veel docenten vragen zich af hoe het kan dat zo’n manager op die plek komt, maar nog erger: hoe hij kan blijven zitten.’
modieus taalgebruik
De schoolleiding en de medewerkers ‘in het veld’, de leraren dus, zitten te
vaak ver uiteen, is een veelgehoorde klacht. Het is echter onzin om te
denken dat een manager alles kan bepalen voor de docenten; hij of zij heeft
uiteindelijk verantwoording af te leggen aan de directie. Wie als
leidinggevende niet kan omgaan met verschijnselen als het Persoonlijk
Ontwikkelings Plan, 360 graden feedback en andere termen uit je
beoordelings- of functioneringsgesprek, is volgens docent economie Koen (39)
niet op zijn plek in het onderwijs. ‘Het klinkt misschien als modieus
taalgebruik, en elke manager zal zijn eigen strategie gebruiken, maar de
tijd van honderd verschillende vakken en docenten die hun eigen plan trekken
is voorbij.'
Volgens Marike Jonker van Parcours is een goede manager in het onderwijs in staat zijn medewerkers met elkaar te verbinden, maar kan hij ook genoeg ruimte over laten. ‘Hij moet voorkomen dat er eilandjes worden gevormd.’
Docent Koen: ‘Ik heb een goed contact met mijn manager. Hij kan een beleid aanvoelen en aansturen, maar niet als een dictator. En vergis je niet: ik ben niet voor een raar businessmodel vol Engelse termen. Een goede manager die direct met docenten van doen heeft, zie je in de schoolgangen lopen, zijn ogen en oren open. Die spreekt leerlingen, de kantinevrouw en vraagt hoe het is gegaan met een schoolreisje. Een slechte manager herken je aan het bordje “niet storen” dat te vaak op zijn deur hangt.’
Meer weten? Opleidingsmanagement - Van human resource development naar een lerende organisatie van R.M.W. van Tellingen (2000, Stenfert Kroese)