
Psychiater Esther van Fenema (39) heeft twee grote liefdes: de muziek en het menselijk brein. Daarom combineerde ze als student het conservatorium met geneeskunde en richtte ze onlangs de eerste psychiatrische kliniek voor musici op.
Geen priemende ogen die dwars door je heen lijken te kijken, veelbetekenende stiltes of pijnlijke tegenvragen. Psychiater Esther van Fenema (39) is een vriendelijk en toegankelijk persoon. Wel waarschuwt ze dat ze niet te veel wil loslaten over haar privésituatie; dat kan later het contact met patiënten in de weg zitten.
‘Een psychiater is een neutraal instrument met wie de patiënt zich moet kunnen identificeren’, legt ze uit. ‘Informatie over je thuissituatie, je visie op religie of voor mijn part je afkeer van spruitjes, kan dat verstoren.’ Naast psychiater is Van Fenema professioneel violiste. Al jaren liep ze rond met het idee een speciale poli op te zetten voor musici met psychische problemen. Na haar afstuderen vorig jaar zomer kon ze er meteen mee aan de slag in het Leids Universitair Medisch Centrum.
Daar, in het doolhof van gangen gaat ze voor naar de kamer van een collega, omdat haar eigen kamer een soort bezemkast zonder daglicht is. Een methode om haar psychische stabiliteit op de proef te stellen? Lachend: ‘Ach, de plek is wel gezellig. Collega’s lopen er makkelijk binnen.’
Weet je als psychiater nou altijd feilloos hoe je je eigen problemen en dilemma’s moet oplossen?
‘Ik heb aardig wat zelfkennis. Tijdens mijn opleiding tot psychiater ben ik zelf ook in therapie geweest, een vast onderdeel. Als psychiater moet je je bewust zijn van je eigen bagage, zodat je zuiver naar patiënten kunt kijken. Je kunt je blik niet laten vertroebelen door je eigen ervaringen en emoties. Als ik zelf problemen heb, kan ik meestal vrij goed analyseren waar die mee te maken hebben. Maar oplossen is wat anders, dan zou ik ook in staat moeten zijn om ze te voorkomen. Zo werkt het niet. Problemen horen bij het mens-zijn. Je leeft, er zijn altijd wel hobbels waar je overheen moet.’
Ben jij degene bij wie vrienden en bekenden hun hart uitstorten?
‘Problemen aanhoren hoort bij vriendschap. Meer kan ik niet doen, daarvoor heb ik niet genoeg afstand. Bovendien wil ik geen ongelijkwaardigheid in de vriendschap scheppen. Mijn vrienden zouden trouwens ook veel te eigenwijs zijn om zich door mij te laten helpen.’
Hoe reageren mensen als je op een feestje vertelt wat je doet?
‘Dan ontstaat er wel eens een ongemakkelijke sfeer. Sommige mensen hebben een magisch beeld van mijn vak. Ze denken anno 2009 nog steeds dat je bionische ogen hebt en door ze heen kunt kijken. Dat schept een afstand die ik niet zo prettig vind. Op een feestje sta ik echt niet iedereen te analyseren.’
|
Wie is Esther van Fenema?
Carrière: |
Niet menselijks mag haar dan vreemd zijn, in haar studietijd leverde Esther van Fenema een bijna bovenmenselijke prestatie. Op de middelbare school werd ze heen en weer geslingerd tussen de keuze voor het conservatorium en de studie geneeskunde. Haar viool won. Maar na drie jaar op het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, begon ze de intellectuele uitdaging te missen. Omdat aan de universiteit van Brussel geen loting is, begon ze daar aan geneeskunde en vervolgde er haar vioolstudie. Na een jaar kon ze alsnog terecht op de Utrechtse geneeskundefaculteit. Inmiddels was ze te verknocht geraakt aan de romantische viooltraditie in Brussel om weer van conservatorium te wisselen. Het grote pendelen nam een aanvang. Ze bewoonde een zolderkamertje in Rotterdam en treinde vrijwel dagelijks naar Utrecht en Brussel. En dat lange tijd onder valse voorwendselen, want een bezigheid buiten het conservatorium wordt onder muziekstudenten beschouwd als verraad.
Twee zware studies in twee landen, hoe was dat vol te houden?
‘Ik deed veel in de trein, leerde er al mijn tentamens. Het was natuurlijk een hoop geregel en gedoe, maar het waren twee passies van me. Dat gaf genoeg energie. Ik leefde in twee heel verschillende werelden. Overdag een anatomieles in Utrecht en ’s avonds op de planken voor een Bachconcert met het kamerorkest van het conservatorium. Toch ik kan me ook nog wel avonden in de kroeg herinneren.’
Waar komt die passie voor viool vandaan?
‘In ons gezin was er veel aandacht voor muziek. Mijn moeder heeft ook op het
conservatorium gezeten en het was heel vanzelfsprekend dat de kinderen op
jonge leeftijd een muziekinstrument gingen bespelen. Op de lagere school
moest mijn moeder nog wel de wekker zetten zodat ik lang genoeg oefende,
maar vanaf mijn pubertijd kwam het fanatisme en het idee om er professioneel
mee door te gaan. Ik begon heel hard te studeren. Wij woonden in Driebergen
en ik had een paar keer per week les in Amsterdam. Ik kreeg ook een
bijzondere positie op het gymnasium, omdat ik de laatste twee jaar de
vooropleiding voor het conservatorium in Utrecht volgde.’
Geneeskunde was toen ook al in beeld?
‘Ja, ik was ontzettend geïnteresseerd in hersenwetenschap, las er veel over.
Half uit meligheid heb ik een keer een spreekbeurt gehouden over de diepere
betekenis van Roodkapje volgens Freud. Mijn medeleerlingen keken wel glazig
uit hun ogen bij die stortvloed aan intellectueel jargon.’
|
Pillen of praten? Toch hoeft de aanpak niet altijd te verschillen. Ook in de psychiatrie kan psychotherapie soms voldoende soelaas bieden, bijvoorbeeld als de patiënt vooral problemen heeft met de sociale omgang. ‘Het is aangetoond dat therapie effect kan hebben op de structuur van het brein’, zegt Esther van Fenema. Maar meestal is zij gespitst op de biologische oorzaken van psychische stoornissen, waarbij de behandeling veelal ook medicatie vergt. ‘Het leuke van dokter zijn is dat je naar het hele lichaam kijkt. Somberheid kan bijvoorbeeld voortkomen uit een traag werkende schildklier of te maken hebben met de bijwerkingen van bepaalde medicijnen. Welke aanpak werkt, hangt helemaal van de klachten af. Pillen óf praten, dat is gelukkig geen morele vraag meer.’ |
Het is wel een lange studie. Pas op je 37ste was je klaar.
‘Ik heb nog een kleine omweg gemaakt. Na vier jaar geneeskunde en twee jaar
co-schappen moest ik mijn specialisatie kiezen. Ging ik toch weer twijfelen,
want het ambachtelijke vakmanschap van chirurgie sprak me ook heel erg aan.
Om er even vanaf te zijn heb ik een jaar als arts op de eerste hulp gewerkt.
Toen merkte ik dat ik psychische problematiek toch het spannendst en
afwisselendst vind. In Leiden ben ik daarna in vierenhalf jaar opgeleid tot
psychiater.’
Tijdens haar specialisatie polste Van Fenema al voorzichtig de animo op het
Leids Universitair Medisch Centrum voor haar droom: een poli voor musici met
psychische problemen. Een origineel plan, want zo’n specifieke
dienstverlening bestond nog nergens. Niet in Nederland, maar voor zover Van
Fenema weet ook niet elders ter wereld. Weliswaar kunnen getroebleerde
musici in Amsterdam en Maastricht terecht, maar daar is psychische hulp
slechts een onderdeel van de hulpverlening.
Het hoofd van de afdeling psychiatrie was onmiddellijk enthousiast. Zodra Van
Fenema was afgestudeerd, in juli 2008, kreeg ze een vaste aanstelling en
groen licht voor het opzetten van de poli. Ze nam een jaar om de praktijk op
te bouwen en de belangstelling te onderzoeken. Deze nazomer kwam het moment
om ermee naar buiten te treden. Het leidde tot een storm van publiciteit,
ook internationaal.
Hoe kwam je op het idee van deze muziekpoli?
‘Al toen ik op het conservatorium zat viel me op hoeveel studenten psychische
problemen hadden. Ik schrok van de ernst daarvan, tot zelfmoordpogingen aan
toe. Veel mensen leden onder de spanning van examens, audities, de
concurrentie van medestudenten. Gelukkig had ik een docent die daar erg op
gespitst was. Zij zei: het is niet alleen belangrijk of je mooi een sonate
kunt spelen, het gaat om de hele persoon. Zij kon zien of je goed in je vel
zat aan hoe je speelde, aan je hele motoriek. Ik heb daar vaak met haar over
gepraat.’
|
Paniekaanvallen |
Zijn het altijd externe factoren die musici parten spelen of heeft het ook
met een bepaalde gevoeligheid te maken?
‘Allebei, denk ik. Musici hebben ongetwijfeld een speciale
persoonlijkheidsstructuur. Zij zijn vaak obsessief, perfectionistisch. Dat
moet ook wel om dit vak te kunnen uitoefenen. Bij mijn patiënten merk ik dat
er ook vaak psychische klachten in de familie voorkomen, wat hen extra
kwetsbaar maakt.’
En waarom is het zo’n stressvol vak?
‘Beroepsmusici moeten altijd een topprestatie leveren, leggen hun hele ziel
en zaligheid in de muziek. De werkomstandigheden zijn onregelmatig, de
betaling is laag en er zijn beperkte doorgroeimogelijkheden. De
concurrentie, ook binnen een orkest, is zwaar. Musici met een kwetsbaar
zelfbeeld zijn als de dood dat de anderen horen dat ze een fout maken. Na
één valse noot kunnen ze soms nachten niet slapen of durven zelfs de straat
niet meer op.’
Hoe pak je de problemen aan?
‘Het gaat om algemene psychische stoornissen, vaak om depressies en
angststoornissen. De behandeling daarvan wijkt niet af van de algemene
richtlijn. Wel is het belangrijk dat ik zelf violiste ben en het
muziekwereldje begrijp. Musici vinden het moeilijk om toe te geven dat ze
ergens mee zitten, je kwetsbaar opstellen is absoluut niet de mentaliteit.
Ook moet je je als arts realiseren welk effect medicatie kan hebben op de
uitoefening van hun vak. Zo kun je van bepaalde antidepressiva trillende
handen krijgen, en dat kan natuurlijk echt niet.’
De muziekpoli is niet Van Fenema’s enige besogne. Ze blijft haar werk als
psychiater combineren met muziek. Niet een plichtmatig riedeltje tijdens de
feestdagen, maar elke dag serieus studeren en geregeld optredens. Zo speelt
ze op projectbasis mee met een Engels kamermuziekensemble, dat vrijwel elke
zomer meedoet aan een operafestival. Begin januari geeft ze met hetzelfde
gezelschap een kinderconcert in Doorn: de Notenkrakersuite van Tsjaikovski.
Ook op het Leids Universitair Medisch Centrum heeft ze, naast haar werk voor
de muziekpoli, nog andere taken. Ze is algemeen ziekenhuispsychiater, wat
betekent dat ze samen met collega-psychiaters alle voorkomende gevallen van
acute psychische nood opvangt. Ouderenpsychiatrie is daarbij een speciaal
aandachtsgebied. En dan is ze ook nog eens aan het promoveren.
Wat is er mooi aan je vak?
‘Ik beschouw het als een privilege dat mensen je zo dichtbij laten komen, je
vertrouwen geven. Je hebt toegang tot dat wat mensen authentiek maakt, hun
unieke patronen. Dat maakt mijn werk ontzettend afwisselend. Ik leer van
elke patiënt.’
Over psychologen wordt vaak gezegd dat ze voor hun studie hebben gekozen
omdat ze zelf psychisch in de knoop zitten. Gaat dat ook op voor psychiaters?
‘Dat cliché klopt soms, maar lang niet altijd. Om begrip op te kunnen brengen
voor de problemen van mensen, is het wel handig als je een bepaalde
gevoeligheid hebt. Ieder mens kent fluctuaties in zijn gevoelsleven.
Daardoor kun je je voorstellen wat het is om somber te zijn, wat kan
uitlopen op een depressie. Of bang te zijn om afgewezen te worden, een
mogelijk symptoom van een borderlinestoornis. Je bent niet óf gezond óf gek;
het is vaak een glijdende schaal. Wel van belang is dat je als psychiater
genoeg afstand houdt om naar een patiënt te kunnen kijken, anders verlies je
het overzicht.’
Het moet af en toe wel zwaar zijn, al die ellende die je tegenkomt.
‘Het valt me soms zwaar om te zien hoeveel impact een psychische klacht op het
leven van een patiënt heeft. Een depressief persoon kan vaak nergens meer
van genieten, geen kleuren meer zien. Een enkele keer kan het gebeuren dat
iemand is uitbehandeld, dat niets helpt. Zelfmoord komt ook voor. Als je dat
als behandelend arts gaat zien als je eigen falen is het heel belastend. Je
moet je blijven realiseren dat zo’n stap het gevolg is van een psychische
aandoening. Een oncoloog heeft te maken met mensen die overlijden, een
psychiater heeft dat net zo goed.’
Kun je deze misère van je afschudden als je naar huis gaat?
‘Voor zowel mijn muziek als de psychiatrie geldt dat de scheidslijn tussen
privé en werk vaag is. Thuis denk ik vaak nog na over interessante patronen
die ik bij patiënten heb gezien. Emotioneel laat ik het wel los. Die afstand
leer je door je ervaring, en ook tijdens de studie wordt daar veel aandacht
aan besteed. Wel moet ik een balans zoeken, ervoor zorgen dat mijn eigen
brein tot rust komt. Muziek helpt daarbij, maar ook contact met vrienden.’
Is een bezoek aan een psycholoog of psychiater nog steeds een taboe?
‘Ja, stom genoeg wel. Als je suikerziekte hebt ga je naar de internist, als
je een depressie of een angststoornis hebt naar de psychiater. Is dat nou zo
moeilijk? Met de muziekpoli hoop ik het taboe in de muziekwereld te
doorbreken, zodat musici met klachten daar minder lang mee door blijven
lopen en niet in de ziektewet belanden. Ik wil laten zien dat een psychische
stoornis niet raar is en ongelooflijk vaak voorkomt. Mensen zoeken vaak een
metafysische oorzaak, maar als ik eerlijk ben zie ik het heel biologisch.
In de maatschappelijke discussie wordt dan gezegd dat je daarmee de mens reduceert tot biologie. Zo zie ik dat niet. De biologie is zo fascinerend, heeft een complexiteit waar een enorme schoonheid in schuilt. Ik ben heel nieuwsgierig naar de toekomst van mijn vak. Ik hoop dat we er nog eens achter komen wat nou precies de biologische basis is van psychische ziekten. Maar ook wat er in je brein gebeurt als je tot tranen toe geroerd bent door de Mattheus Passion.’
EscenicId: 755326
Om erachter te komen waar je precies gelukkig van wordt op je werk, is het ...
Docenten hebben een belabberd imago. Het gevolg, zegt Nederlands bekendste ...
Voor het eerst staat een Chinese topbankierster, Xiaoyan Yan, een westerse ...
Amazon is voor veel bedrijven een goudmijn geworden: de winkel deelt ...
Ze was een van Nederlands invloedrijkste ambtenaren, maar een ...