
Vorig jaar verruilde Teun Gautier een managementfunctie voor het directeurschap van De Groene Amsterdammer. Zijn salaris halveerde en hij kreeg er een verzakt pand en een zeer kritische redactie voor terug. Toch is dit zíjn baan. ‘Ik voel me Hansje Brinker, met zijn vinger in de dijk.’
Er is het verhaal van het Kamerlid dat de hoofdredacteur, destijds Martin van Amerongen, uit Den Haag belt en met lichte paniek in de stem meldt: ‘Zeg, er hangt hier een dronken vent in de lamp die beweert dat hij directeur van de Groene Amsterdammer is, klopt dat?’ Om wie het gaat, blijft hier uit piëteit in het midden, maar Van Amerongen moest het beamen: ‘Ik vrees van wel.’
Opinieblad ‘de Groene’, onafhankelijk sinds 1877, kent meerdere woelige geschiedenissen en de aard en opeenvolging van directeuren is daar één van. ‘Ik geloof dat in de eerste jaren, dus nog in de negentiende eeuw, al tien directeuren zijn versleten’, zegt uitgever-directeur Teun Gautier (41), die zelf uit een Hugenoten-geslacht stamt dat in 1720 in Nederland arriveerde.
De nieuwe directeur zit er nu ruim een half jaar, in een tamelijk kale, studentikoze kamer met uitzicht op de deftige De Nederlandsche Bank. Maar wat iemand als Gautier, eerder adjunct-directeur bij Elsevier Business en bestuursvoorzitter bij Telegraaf Expomedia, bij de Groene doet, is de vraag.
Een hoofdkenmerk van het vrijzinnige opinieblad – dat in weerwil van de naam noch extreem op het milieu is georiënteerd noch bol staat van Amsterdamse perikelen – is immers dat het altijd op omvallen staat. En daarmee wordt niet alleen gedoeld op het verzakkende bedrijfspand, maar vooral op het geringe aantal vaste abonnees en de tegenvallende baten uit de losse verkoop.
Geen eer aan te behalen, dus: waarom?
|
Wie is Teun Gautier?
Geboren: |
‘Ik heb zelf de Groene pas acht jaar geleden ontdekt en sindsdien ben ik verslaafd aan het blad. We lazen het thuis niet, maar inmiddels heeft mijn vader ook een abonnement en staat hij op donderdag te trappelen bij de brievenbus. Mijn algemene interesse in het leven is van sociologische aard, ik ben geïnteresseerd in het samenleven van mensen. Daarbij klopt mijn hart links, maar ben ik wars van dogma’s. Die basale interesse en intellectuele houding vind ik terug bij de Groene.
'Omdat ik weet dat ik talent heb, dat ik echt verschil kan maken, wil ik mijn capaciteiten graag inzetten voor de Groene. Natuurlijk had ik in eerdere functies een grote auto, een grote kamer en twee secretaresses, maar wat heb je eraan? Geld is in het leven niet de maat der dingen. Ik rij nu tevreden in een oude Saab. Juist in een tijd waarin het medialandschap vervlakt, moeten we een onafhankelijk informatieplatform hebben en houden. Ik voel me Hansje Brinker, met zijn vinger in de dijk.’
Welke plannen heb je met de Groene?
‘Ik wil om te beginnen ervoor zorgen dat we structureel 100 duizend euro per jaar winst maken. De jaarlijkse winst, of soms verlies, gaat te veel op en neer. Daarnaast wil ik de kosten normaliseren. Dat wil gek genoeg zeggen dat we méér geld moeten uitgeven, onder andere voor mijn derde doel: het pand in orde brengen, want dat is de laatste vijftig jaar verwaarloosd en moet echt opgeknapt worden.
'Structurele winst wil ik ook gebruiken om de salarissen voor het personeel op
het niveau van de cao te brengen. Natuurlijk is werken bij de Groene iets
dat je je moet kunnen permitteren: we betalen journalisten ongeveer 2300
euro bruto. Daar staat veel vrijheid in vele opzichten tegenover, m aar het
is geen vetpot. Toch hebben we dit jaar voor het eerst een loonsverhoging
van 1 procent doorgevoerd. Ook wil ik naar een winstdelingsregeling toe.
'Niemand werkt hier voor het geld, maar het is leuk als je soms iets meer kan
doen. En dan doel ik niet alleen op de zalm die we vorig jaar met Kerst voor
iedereen hadden, maar vooral op journalistieke projecten. We willen graag
investeren in ons correspondentennetwerk. De Groene is nooit Amsterdams,
maar altijd kosmopoliet geweest. Dat moet je dus onderhouden. En als we een
mooie reconstructie van een affaire willen maken, hebben we geen geld. Dat
moet anders.’
Kenners zeggen dat de Groene nooit fundamenteel, hooguit marginaal kan
groeien.
‘Dat is waar. De Groene moet klein en onafhankelijk blijven en zéker niet
gaan fuseren. Maar klein kan wel iets groter zijn. Die timide,
Calimero-achtige houding moet veranderen, we zijn klein maar ondertussen wel
het allerbeste blad van Nederland. De oplage lag op 13.000 exemplaren en die
kan heel goed naar 20.000. Dan ben je nog steeds niet groot, maar financieel
sta je een stuk steviger.
'Ik wil die bodem leggen. Dat kan ook, bleek afgelopen jaar al. We klommen
naar een betaalde oplage van 15.000 exemplaren, met eenvoudige maatregelen.
We gingen niet agressiever, maar intensiever telemarketeren: proefabonnees
werden soms niet teruggebeld, nu wel. We vroegen of ze van proef op een vast
abonnement wilden overstappen. Of ze iemand kenden die het blad vijf weken
gratis zou willen hebben. We sturen ook nog een e-mail na, dat was even
wennen, en een brief. Zulke dingen.
'Van gratis, naar proef naar vast: dat werkt als een speer. Belangrijk is dat
wij zelf, betrokken medewerkers, bellen en niet een callcenter dat ook de
Donald Duck slijt. Werving moet beschaafd gaan, in de Groene-geest.’
Een beroemde anekdote wil dat twee Groene-redacteuren zich ooit vervoegden in
‘barretje Hilton’, verzamelplaats van rijke - en niet zelden dubieuze -
zakenlieden en vastgoedlui met een voorkeur voor De Telegraaf. Een van die
heren was ondernemer Willem Smit. Deze had bedacht dat zijn imago wel eens
behoorlijk zou kunnen opknappen van een mecenaat aan een kwaliteitsblad als
De Groene Amsterdammer.
Na twee uur praten als Brugman en vele, vele glazen alcohol verder, zegde Smit
in halfdronken staat – en hij niet alleen, ook de redacteuren bekenden ‘in
hun leven nooit zo dronken als toen’ te zijn geweest – twee ton toe aan het
noodlijdende bedrijf.
Een dag later belde een beleefde Martin van Amerongen op met de vraag of de
toezegging geëffectueerd kon worden. Smit herinnerde zich er weinig van,
maar bleek uit het ‘een man een man, een woord een woord’-hout gesneden en
beloofde het geld over te maken. En zo werd het onafhankelijke blad weer
eens op een vrijzinnige manier van de ondergang gered. Staande praktijk was
toen al de zogenaamde ‘kerstenvelop’, een door Van Amerongen in krullende
taal geschreven bedelbrief aan abonnees. Gautier: ‘Die envelop hebben we nog
steeds, niet meer uit armlastigheid maar om extra’s te kunnen doen.’
Toch: groter worden is meestal commerciëler worden.
‘Welnee. Als we nu intellectueel een 9 scoren, gaan we voor meer gewin niet
zakken naar een 8. We gaan ons niet aanpassen aan de markt en vlot restylen,
nee. Je moet als opinieblad doen wat politici ook zouden moeten doen: de
leiding nemen en zelf de agenda bepalen. Dat doen we nu en met succes.
|
Groene marketing
Van de nood een deugd maken, de arme Groene heeft er rijke ervaring mee.
Auto's en exclusieve sieraden konden adverteerders er niet slijten,
dus bedacht ex-directeur Constant Vecht (1985-1995) een list: toen de
Muur viel, toog hij met 'marketing-man' Clement Postmus ('ik was
politicoloog en schreef stukjes over muziek') naar Berlijn, hakte
wat steen uit de muur, en goot in de kelder van de Groene de brokjes
historisch puin in plexiglas. |
'Met een toename van 17 procent van de betaalde oplage, waarin de stijging van de losse verkoop met 46 procent is meegerekend, zijn we de grootste groeier van de opiniebladen. En we horen bij de toptien van bladen die afgelopen jaar het hardst groeiden. We hebben geen moeite met het verbinden van grote namen aan ons blad, die komen wel. Met Xandra Schutte als hoofdredacteur hebben we iemand met een groot cultureel netwerk in huis, iemand ook die een goede intuïtie heeft voor de thema’s die spelen in de onderstroom van de samenleving. Dus er is echt nog veel te halen.’
Hoe lang blijft u dit doen? De Groene-geschiedenis leert ook dat het glanspapier van de ene directeur weer wordt teruggedraaid naar krantenflodder door de nieuwe directeur. Daar gaat je werk¿
‘Ik denk dat ik voor mijn doelstellingen een paar jaar nodig heb, niet langer. Dat je werk de nek wordt omgedraaid zodra je hier je hielen licht, zou ik erg vinden. Ik wil dus ook heel graag dat wat we hier doen beklijft, dat de redactie en medewerkers overtuigd zijn van de nieuwe werkwijze.’
Van de Groene-redactie is bekend dat de financiële interesse mondjesmaat is, maar dat een directeur die niet wordt vertrouwd of geloofd, wel een grote mond kan krijgen. Dat was nog onlangs zichtbaar in de NCRV documentaire Dwars, van Marieke van der Winden. Daarin werd je voorganger, Paul Disco, heel stevig aangepakt.
‘Dat er ter redactie weinig spontane belangstelling is voor geldzaken, klopt. Tegelijk vind ik die kritische houding van de redactie toe te juichen. Ik heb met verbijstering toegekeken hoe de Nederlandse journalistieke elite bij de PCM-kranten in 2004 de wolven heeft binnengelaten. Opkoopfonds Apax kwam ze leegroven, en ze keken ernaar en deden niets. Ongelooflijk! Nee, dan liever een wantrouwige redactie.
'Ik wil ook graag uitleggen en toelichten. Zelf heb ik van enige weerstand of tegenwerking van de redactie overigens nog niets gemerkt. Natuurlijk komt dat ook omdat het goed gaat met het blad, zo werken die dingen. Maar de cijfers hangen beneden in de hal, iedereen kan ze zien en vragen stellen. En verder praat ik twee keer per jaar met iedereen samen. Ik wil me en kan me ook verantwoorden, maar ik zal me nooit naast een flip-over gaan verdedigen, dat nooit.’
Je bent ook nog voorzitter van de Amsterdamse D66-afdeling. En dat bij een blad dat uit overwegend GroenLinks-stemmers bestaat. Lastig?
‘Het klopt niet dat de dominante lezer van de Groene van GroenLinks is, ook D66 en VVD scoren goed. Het zijn de vrijzinnige types. Dogma’s zijn gif, en een open, liberale en kritische houding is wat Groene-lezers bindt. Een advertentie voor atoomenergie hebben we in oktober ook niet geweigerd: het is weer eens iets heel anders, en mensen denken zelf wel na. We hebben ook nauwelijks boze reacties gehad. Dat ik D66-voorzitter ben, heeft me precies twee vragen van lezers opgeleverd. Het scheelt daarbij natuurlijk dat ik niet in de actieve politiek zit, dan zou het minder goed samengaan.
'Maar je kunt niet vermijden dat mensen die iets met de Groene hebben, geëngageerde mensen zijn. Als er strijdige belangen zouden ontstaan, leg ik mijn voorzitterschap neer. Uiteraard. Zoals PvdA’ster Jeltje van Nieuwenhoven ons stichtingsbestuur als voorzitter heeft verlaten toen ze zich kandideerde voor Haagse gemeenteraad.’
Je zat vroeger op de mavo, nu ben je Groene-directeur, hiervoor was je verantwoordelijk voor de marketing, communicatie en verkoop bij het Concertgebouw. Een hele klim?
‘Ik was thuis het enfant terrible tussen twee andere kinderen die heel goed konden leren. Ik deed maar wat in de brugklas, was speels, het interesseerde me niet. Later deed ik de havo met twee vingers in de neus en ben ik economie en communicatie gaan doen op hbo-niveau.
'Je hebt volgens mij replicerende en genererende mensen, tot de laatste categorie reken ik mezelf. Ik weet dat ik talent heb en ik geloof dat individuen het verschil kunnen maken. Ik ben eerder toplui tegengekomen die moesten beslissen over internetinvesteringen en nog nooit van een portal hadden gehoord. Vreselijk. Dus ja, grote beslissingen kunnen van één persoon afhangen. Ik hoop hier de goede te nemen.’
En straks, 41 jaar – en alles al gedaan. Wat dan?
‘Ik weet het echt niet. Mijn vrouw zegt wel eens dat ik moet gaan studeren. Ik weet het niet.’
Zijn er desnoods nog hobby’s?
‘Ik speel niet onverdienstelijk saxofoon. Ik heb vroeger een band gehad, Shotgun wedding. Ik vind het altijd wel leuk om te noemen dat Anouk daarin zat, ze was toen achtergrondzangeres bij ons. Verder ben ik ook fanatiek zeiler, ik heb zeven jaar op een klipper gewoond, uit 1897. Die had ik zelf helemaal gerestaureerd. Voor het oplappen van een oud pand zoals dit deins ik dus niet terug, nee.’