
In het boek Leren in vijf dimensies van Robert Marzano en Wietske Miedema (Van Gorcum, 2005) wordt uitgelegd hoe je met nieuwe inzichten leerlingen beter kunt laten leren. Dimensie 4: Kennis toepassen in betekenisvolle situaties.
Een leerling heeft een spelcomputer gekocht en verheugt zich nu al op dat nieuwe spel dat hij al heel lang wil spelen. Om dat spel te spelen, moet hij eerst de werking van de computer begrijpen en daarna ontdekken hoe het spel gaat. De leerling zal zijn ervaring van eerder gespeelde spellen toepassen en zich beroepen op zijn basiskennis van spelcomputers – uiteindelijk wil hij het nieuwe spel spelen, en winnen. In de klas is het niet anders. Je moet een leerling leren ‘ontdekken’ op basis van de voorkennis.
Onderzoek plegen motiveert, creëert betrokkenheid, is vaak leerlinggestuurd en wordt zelfstandig, vaak samen met anderen, uitgevoerd. Leerlingen ervaren dat het om hun ‘eigen’ onderzoek gaat: zij zijn zelf verantwoordelijk voor een positief eindresultaat.
Bij het onderzoekend leren gebruiken leerlingen zowel kennis uit dimensie 2 (inhoudelijke kennis en vaardigheden) als uit dimensie 3 (de hogere denkvaardigheden). De kennis uit dimensies 2 en 3 is altijd nodig voor het producerend leren dat in feite in deze dimensie wordt behandeld.
Presenteren, reflecteren, samenwerken en communiceren in relatie tot toepassing van kennis: daar gaat het in deze dimensie om.
|
Zie ook: Leren in vijf dimensies deel 1: Motivatie Leren in vijf dimensies deel 2: Nieuwe kennis verwerven en integreren Leren in vijf dimensies deel 3: Kennis verbreden en verdiepen Leren in vijf dimensies deel 5: Reflectie |