Een experiment van het ministerie van OCW: een doorlopende leerlijn van vmbo naar mbo.
Volgens Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, zijn de ‘problemen in het mbo en vmbo vele malen ernstiger dan die van de arbeidsmarkt’ (Trouw, 15 januari 2008).
‘Het vereist moed van de overheid om in te grijpen waar het fout gaat, zoals nu bij de aansluiting vmbo-mbo,’ aldus Theo van Batenburg van GION, het Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs in Didaktief van september 2007. Een belangrijke oorzaak is volgens hem: ‘Onder de ongediplomeerden (en onder de gediplomeerden) is een sterke opstroom te zien van de lagere vmbo- naar de hogere mbo-niveaus.’ En dan komt volgens Van Batenburg omdat de doorstroom naar mbo-niveau’s 1, 2 en 3 (vrijwel) drempelloos is. ‘Het vmbo-diploma is slechts symbolisch’.
'De helft sneuvelt'
Van Batenburg vindt dat nu, een jaar later, nog steeds. ‘Dat geldt niet voor
de leerlingen van de theoretische leerweg (TL) op het vmbo, die grotendeels
doorstromen naar niveau 4 van het mbo. Ik heb het over de drie andere
niveau’s van het vmbo. Daar is de uitval in het mbo bijna 50 procent,
terwijl 95 procent van de leerlingen het examen van het vmbo wel heeft
gehaald.’ Waarmee Van Batenburg maar wil zeggen: het vmbo-examen suggereert
een hoog aantal aspirant mbo-leerlingen, maar in het mbo sneuvelt de helft.
‘In het rapport uit 2007 van het GION
uit 2007 bevelen wij het aan om op het vmbo een goed landelijk portfolio
samen te stellen, in plaats van het huidige Centraal Schriftelijk Examen.
Als uit de toetsbank blijkt dat dat de leerling een bepaalde eindterm heeft
behaald, wordt dat in het portfolio opgenomen. Wanneer alle termen zijn
behaald, kan een diploma worden uitgeschreven. Dan kunnen vmbo-ers beter
instromen.’

Om een mogelijke oplossing te bieden aan het probleem van de hoge uitval is per 1 augustus 2008 begonnen aan een experiment van het ministerie van OCW: een doorlopende leerlijn van vmbo naar mbo. In de omschrijving van het experiment van het ministerie valt te lezen: ‘De bovenbouw van de opleiding vmbo-basisberoepsgerichte leerweg wordt samengevoegd met de opleiding mbo-niveau 2. Er ontstaat daardoor één nieuwe opleiding. Leerlingen hoeven niet over te stappen. Ze krijgen op één locatie les, met één pedagogisch-didactische aanpak, met een zelfde team vmbo- en mbo-docenten. Dat vergroot de kans dat leerlingen een diploma mbo-niveau 2 halen. Het uitgangspunt van de nieuwe leergang zijn de eindtermen of het kwalificatiedossier voor een mbo-niveau 2 opleiding.’
'Schaf het examen af'
Toch is dit experiment alleen voor de basisberoepsgerichte leerweg van het
vmbo. 20 scholen doen nu mee. Jaap Slob, directeur vmbo van Het Westeraam in
Elst, zegt in het tijdschrift Over
Onderwijs: ‘Overigens vind ik dit experiment nog te smal. Wat mij
betreft gaat het niet alleen om de basisberoepsgerichte leerweg, maar ook om
de kadergerichte en theoretische leerweg’. De tijdrovende, maar inhoudelijk
weinig waardevolle examens kunnen wat hem betreft overboord. ‘De route
vmbo-mbo is pas een doorlopende leerweg als het vmbo-eindexamen er tussenuit
is.’
Theo Van Batenburg: ‘Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.’ Op een mogelijk herstel van de mavo, zoals bijvoorbeeld D66 suggereert, reageert Van Batenburg: ‘De mavo is eigenlijk niet weggeweest. De grote scholengemeenschappen die vroeger mavo, havo en vwo aanboden, bestaan nog steeds. Alleen noemen ze het nu vmbo-TL in plaats van mavo, Overigens noemen sommige scholen het zelfs nog mavo. Maar bij die groep zit zoals eerder gezegd ook helemaal niet het grootste probleem, want de doorstroom naar het mbo op niveau 4 is redelijk goed.’