
Na je ontslag voor jezelf beginnen is niet zo bijzonder. Maar er zijn ook mensen die hun oude collega’s zo gek krijgen om met z’n allen opnieuw een bedrijf te beginnen. De resultaten lijken veelbelovend.
‘We gaan door. Dat hebben we vanochtend met z’n allen besloten.’ Gaby van de Waal meldt het vol trots terwijl hij plaatsneemt aan een lange tafel in de kantine van SupPack. Alle twintig werknemers, tevens mede-eigenaren van het verpakkingsbedrijf in Nijkerkerveen zijn op 1 oktober voor zichzelf begonnen. Hun oude werkgever Unilever betaalt nog tot 1 april de salarissen, maar het gaat zo goed, dat ze het aandurven om op eigen kracht verder te gaan.
SupPack is een van de bedrijven waar werknemers zelf succesvol een doorstart hebben gemaakt. In Emmen zijn ingenieurs van de failliete kunststofgarenfabriek Diolen zelf verder gegaan onder de naam API-Emmen en in Limburg is uit de as van papierfabriek Favini het nieuwe bedrijf Meerssen Papier herrezen. Sinds een paar weken werken daar weer zeventig werknemers die een jaar geleden op straat kwamen te staan na het faillissement van Favini. Veel meer voorbeelden zijn er nog niet voorhanden. De reden: voor een dergelijke doorstart is veel geld, veel materiaal en vooral veel goodwill van alle betrokken partijen nodig, niet in de laatste plaats van de ex-werkgever en overheidsinstanties als het UWV en de Belastingdienst.
Complimenten
Toen unitleider Gaby van de Waal en zijn Unilever-collega Patrick Spakman
hoorden dat ze hun baan kwijt zouden raken, waren ze natuurlijk helemaal
niet blij. Maar nu SupPack op eigen benen staat, hebben ze er geen moeite
mee hun voormalige werkgever Unilever de nodige complimenten te geven.
Eind 2007 maakte de multinational bekend dat er drie fabrieken dicht zouden gaan, waaronder die van Calvé in Delft, CIF in Vlaardingen en de vestiging van Knorr in Loosdrecht. Er werd goed voor de ontslagen mensen gezorgd; de afkoopsommen waren niet kinderachtig en er was hulp bij het zoeken naar ander werk. Ook werd er een Club van 100 ingesteld van mensen met ‘een vlekje’ die het vanwege een lichamelijke of andere beperking moeilijk zouden krijgen om nog aan werk te komen. Voor hen was een extra potje met geld beschikbaar.
Zelfstandig verder
Gaby van de Waal was voorzitter van de ondernemingsraad tijdens de sluiting.
Hij had al een andere baan op zak toen hij op een vrijdagmiddag het idee
kreeg om juist met mensen uit die Club van 100 voor zichzelf te beginnen,
als zelfstandig bedrijf. Aanvankelijk werd er lachend op gereageerd, maar
toen hij maandagochtend niet van gedachten bleek te zijn veranderd,
verklaarde iedereen hem voor gek. Maar hij was niet gek. Hij kreeg gedaan
dat Unilever een haalbaarheidsonderzoek financierde.
Terwijl hij het vertelt kijkt Van de Waal tevreden om zich heen. De tafels en stoelen in de kantine, maar ook de machines in de bedrijfshal zijn allemaal afkomstig van Unilever. ‘Toen bleek dat ons plan haalbaar was, zijn Patrick en ik de kar gaan trekken. Patrick is de technische man. Hij heeft 25 jaar ervaring als productieleider. Unilever beloofde dat we alle spullen die zij niet meer nodig hadden gratis mochten meenemen. Zelfs de witte jassen waarin we in de Knorr-fabriek werkten mochten we houden, op voorwaarde dat we het Knorr-logo er af zouden halen. We hebben ons eigen logo laten maken en zetten hier in de kantine een strijkmachine neer. Iedereen streek zelf de nieuwe badge op zijn jas.’
Maatschappelijk verantwoord
Het knaloranje embleem van SupPack spat van de witte jassen van de medewerkers
die in de grote productiehal verschillende producten inpakken. In een hoek
zet een groepje mensen flesjes appelsap op een tray en haalt het door een
plastificeerapparaat. Iets verderop worden koperen koppelingen voor
warmteketels in doosjes gedaan.
‘Wij zijn net zo duur als andere aanbieders in onze markt’, zegt Spakman ‘Onze kracht is dat we maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daar komen onze klanten ook op af.’
Valse hoop
Aanvankelijk kregen de beide mannen veel kritiek op hun plannen: ‘We zouden
deze mensen valse hoop geven’, zegt Van de Waal. ‘Maar ik vind dat veel te
gemakkelijk. Als je wereld instort omdat je te horen krijgt dat je je baan
kwijt raakt kun je twee dingen doen; bij de pakken neerzitten en wachten tot
er iets gebeurt. Of zelf het heft in handen nemen en aan de slag gaan.’
De twintig mensen die uiteindelijk mee gingen werden allemaal eigenaar van het nieuwe bedrijf. Ze gingen 30 procent minder verdienen, maar mochten hun ontslagvergoeding zelf houden. Als volgens planning eind 2011 de eerste winst wordt gemaakt, deelt iedereen daar in.
Zonder de medewerking van Unilever zouden ze het niet hebben gered, daar zijn Van de Waal en Spakman duidelijk over: ‘We hebben een vliegende start gehad doordat alle machines en materialen die we nodig hadden gratis konden overnemen. Dat hadden we nooit allemaal zelf kunnen financieren.’
Duizenden ontslagen
Diezelfde ervaring heeft Bas Krins van API-Emmen. Van huis uit is hij
ingenieur, maar dezer dagen brengt hij bijna zijn hele werkdag in de auto
door, op weg naar nieuwe klanten. Tot augustus vorig jaar werkten Krins en
zijn collega’s voor kunststoffabrikant Diolen waar polyestergarens werden
gemaakt voor onder meer autogordels en kabels voor booreilanden. Diolen ging
failliet, er vielen duizend ontslagen, waarvan ruim vierhonderd in Emmen.
Het grootste deel van hen deed productiewerk, maar Diolen beschikte ook over een hoogwaardig researchcentrum. Voor drie medewerkers was het ‘onverteerbaar’ als dat in rook zou opgaan. ‘Toen duidelijk werd dat Diolen niet meer te redden was, ontstond het idee om een eigen researchbedrijf te beginnen’, aldus Krins. ‘Wij gaan producten ontwikkelen die anderen niet maken.’
Geluk bij ongeluk
Krins en zijn compagnons Jan Jager en Jan Veurnik hadden het ‘geluk’ dat
tegelijk met Diolen nog een grote werkgever in de regio failliet ging. Onder
andere het UWV, de gemeente Emmen en de provincie Drenthe zetten een
mobiliteitscentrum op om de honderden werklozen zo snel mogelijk weer aan de
slag te krijgen.
Toen het plan voor een doorstart op tafel kwam, konden de nieuwe ondernemers op alle medewerking rekenen. Ze mochten aan de slag met behoud van uitkering, overnemen van oude klanten en relaties was geen probleem, en de mannen sloten een gentleman’s agreement met de curator die toestond dat ze gebruik maakten van de machines en gebouwen van de failliete boedel. ‘We maakten daardoor minimale kosten en konden snel aan de slag’, zegt Krins. Net als bij SupPack heeft dat voor het jonge bedrijf de doorslag gegeven.
Inmiddels heeft API-Emmen veertig nieuwe klanten weten te werven. Ze hebben de markt mee, merkt Krins: ‘Veel bedrijven realiseren zich dat als ze uit de crisis willen komen, ze nieuwe, hoogwaardige producten in de markt moeten zetten.’
Idioten
Voor overnames als deze is geld, doorzettingsvermogen en vooral veel hulp van
overheden en de oude werkgever nodig. ‘En idioten zoals wij, die bereid zijn
de kar te trekken’, zegt Gaby van de Waal van SupPack.
Juist dat soort ‘idioten’ kunnen de doorslag geven. Jack Giesen is ook zo iemand. De Limburger is zijn hele werkzame leven al actief in de papierbewerkende industrie, een bedrijfstak die in Zuid-Limburg bloeit. Tien jaar geleden begon hij voor zichzelf, via een management buyout van een onderdeel van de papierbewerkingsfabriek waar hij werkte.
De rest van het bedrijf – na het vertrek van het onderdeel van Giesen omgedoopt naar Favini – ging vorig jaar failliet. Het ging Giesen aan het hart zijn oude bedrijf verloren te zien gaan. ‘Er zijn over de hele wereld maar een stuk of vijf van dit soort ondernemingen. Ze maakten er menukaarten voor Downingstreet 10, archiefdozen voor het Vaticaan... Dat mag je niet zomaar verloren laten gaan.’
Unieke producten
Hij zette alles op alles om Favini over te nemen. Dat ging uitermate moeizaam,
ook omdat het Italiaanse moederbedrijf niet mee wilde werken. Maar dankzij
hulp van onder andere de provincie Limburg, was Giesen nog net op tijd om de
monteurs tegen te houden die de drie unieke machines gingen ontmantelen.
Sinds februari van dit jaar draait het bedrijf weer, nu onder de naam
Meerssen-Papier. Van de 150 man die vorig jaar werden ontslagen, zijn er
zeventig weer aan de slag. Giesen: ‘Als we nou beeldbuizen hadden gemaakt
voor zwart-wit tv’s, dan kun je zeggen; jammer, je tijd is voorbij. Maar wij
maken unieke producten, en dat kunnen we nu gelukkig blijven doen.’
Patrick Spakman van SupPack denkt dat meer werkgevers die mensen moeten ontslaan een dergelijk doorstartscenario zouden kunnen overwegen: ‘Het is een goede manier om de negatieve publiciteit rond zo’n reorganisatie of faillissement een positieve draai te geven.’
Werknemers aannemen
Binnenkort hoopt Spakman een aantal werknemers van sleutelfabrikant Nemef te
kunnen aannemen en er zijn meer bedrijven langs geweest om te praten.
Collega Van de Waal is ervan overtuigd dat ze bij SupPack inmiddels een
goede formule in handen hebben die ze overal kunnen toepassen. ‘Geeft mij
een pand in Rotterdam of Groningen en een stel enthousiaste mensen ‘met een
vlekje’ en we kunnen binnen een week aan de slag. Gewoon copy-pasten.’
EscenicId: 739975
Op de Nederlandse snelwegen stond vanmiddag op het hoogtepunt 831 ...
Sommige mensen opperen dat een opgeruimd bureau zorgt voor effectiever en ...
40 procent van de werknemers wil liever niet werken voor een werkgever die ...
De werkloosheid onder westerse en niet-westerse allochtonen is het ...
Een Italiaanse vrouw kon het niet meer aanzien dat haar zoon zonder werk ...