Bastiaan is niet bang voor criminelen

21/08/2007

Bastiaan is niet bang voor criminelen

Geen vraag zo interessant als: wat doet je buurman? Negen schrijvers belden voor deze zomerserie van Volkskrant Banen aan bij hun naastgelegen deur. Deze week: Florence Tonk.

Een week geleden klopte ik op voordeur van mijn buurman. Ik wilde hem vragen wat hij deed en of ik eens mee mocht naar zijn werk. Ik kende hem al een beetje. We zeggen altijd vriendelijk gedag op onze gedeelde trap en vaak zie ik hem ’s ochtends vroeg zijn jonge zoontjes in de bakfiets laden om ze, voor hij naar zijn werk gaat, naar de crèche te brengen. Mijn buurman heet Bastiaan van Merwijk, is 34 jaar oud, en rechter bij de rechtbank Amsterdam. Een dag per week zorgt hij thuis voor zijn kinderen. Dat vind ik wel bijzonder voor een rechter. Zelf vindt hij het heel gewoon: ‘In de rest van het land is het misschien wat minder, maar een rechter-commissaris met een vierdaagse werkweek is in Amsterdam al vrij normaal.’

Vandaag ben ik uitgenodigd voor een lunch in het restaurant van de rechterlijke macht en het openbaar ministerie. De rechtbank Amsterdam ligt in Zuid en is opgetrokken uit spiegelglas en witte tegels. Bastiaan loodst me moeiteloos langs de forse rij voor de beveiliging. Binnen is het een labyrint van gasbeton en linoleum met de geur en sfeer van een modern ziekenhuis. Via gangen, ingewikkelde sluisconstructies van beveiligde deuren en stalen poortjes komen we in de kantine. Ik speur vergeefs naar toga’s of kekke mantelpakjes, maar tref voornamelijk de alledaags geklede medewerkers van de rechtbank die net hun laatste sneetje brood wegwerken.

Mijn buurman vertrouwt me toe dat zijn werkomgeving in vergelijking met rechtbanken elders in Europa wat sober afsteekt. Vanwege internationale getuigenverhoren is hij regelmatig in heel Europa te gast. ‘Zelfs in Bulgarije luncht de rechterlijke macht met meer stijl: warm eten met een glas wijn of bier erbij en service aan tafel.’ Bij bezoek van collega’s uit het buitenland neemt Bastiaan hen soms op eigen kosten mee lunchen bij een restaurant in de buurt. ‘Het heeft z’n charme om te zien hoe je collega’s van de magistratuur braaf hun dienblad staan af te ruimen bij de afwaskeuken. Maar als er buitenlanders op bezoek zijn, vind ik het wel erg onopgesmukt.’

Bastiaan werd op zijn dertigste benoemd voor het leven. Hij was daarmee een van de jongste mensen ooit die het raio-traject (rechterlijke ambtenaar in opleiding) had afgerond en als rechter werd benoemd.

Sinds drie jaar is hij rechter-commissaris strafzaken, en maakt hij deel uit van een team van rechter-commissarissen die tijdens opsporingsonderzoeken beslissingen nemen over zaken waar de officier van justitie geen bevoegdheden over heeft. Moet een verdachte langer dan drie dagen in hechtenis blijven? Mag een huis worden doorzocht? Kan er afluisterapparatuur worden geplaatst in een auto?

Beslissingen nemen moet heel snel in dit vak. ‘Het gaat altijd over balanceren: ken ik het dossier voldoende om dit verhoor aan te gaan; wat is verantwoord? Neem je meer tijd om te lezen, dan kunnen er minder andere werkzaamheden worden gedaan.’ Bastiaan houdt van die snelheid en het beslissen op gut feeling. Ook houdt hij – als hij heel eerlijk is – van de macht die je als rechter hebt over het verloop van een zaak. ‘Ik ben de laatste jaren heel erg gehecht geraakt aan het feit dat mijn mening over een zaak doorslaggevend is. Daar raak je een beetje verslaafd aan. Dat klinkt misschien naar, maar zo bedoel ik het niet. Natuurlijk kun je macht ook gebruiken om iets goeds te doen, om je idealen te bevechten. Maar de basis blijft toch dat die machtspositie ook prettig is.’ Ik vraag of dit bij zijn karakter past. Hij moet lachen, knikt ja en zegt dat ik dat maar eens aan zijn ouders en aan zijn vrouw moet vragen.

Een rechter-commissaris zit geen zittingen voor. Hij hoort wel getuigen en schrijft hierover een verslag voor een zittingsrechter. Dat heeft met name praktische redenen. Bij veel rechtszaken is het niet te doen om alle getuigen tegelijkertijd op een zitting te laten verschijnen. Tijdens getuigenverhoren verandert de kamer van de rechter-commissaris in een minirechtbank. Er worden kritische vragen gesteld door de verdediging en de officier van justitie. De rechter-commissaris doet ook mee maar moet daarnaast de orde zien te bewaken en tegelijkertijd alle belangrijke feiten noteren voor zijn verslag.

Na de lunch loop ik mee naar de kamer van Bastiaan in het strengbeveiligde souterrain van de rechtbank. Er staat een enorme werktafel met acht stoelen. Lage ramen van gewapend glas bieden uitzicht op een grasveld en een puntig hekwerk. De kamer ligt op twintig meter van een cellenblok waar dagelijks verdachten wachten tot ze worden voorgeleid bij Bastiaan of een van de andere rechter-commissarissen. Hoe zo’n voorgeleiding in zijn werk gaat zie ik diezelfde middag. De verdachte is een klassieke junk, aangehouden na het stelen van een zak krentenbollen, een kuipje boter en wat kaas. Hij heeft een strafblad vol met typische kleine vergrijpen van een verslaafde, veelal diefstal. Hij oogt sloom, gelaten, gedeprimeerd en heeft dit duidelijk vaker meegemaakt. De voorgeleiding wordt snel afgehandeld. Bastiaan vraagt de man of hij gebruik maakt van hulpverlening. De junk antwoordt vaag en onverschillig. Zijn advocaat pleit voor schorsing van het voorarrest. Ze heeft haast, moet weg naar een zitting. Voor ze opstaat vist ze een krentenbol uit haar tas en geeft deze aan de verdachte. Kauwend luistert de verdachte naar de beslissing van de rechter-commissaris. Hij moet in hechtenis blijven tot hij volgende week bij de snelrechter kan verschijnen. ‘Anders zou hij toch nooit naar de zitting komen’, licht Bastiaan later toe. Bastiaan ziet dit soort mensen dagelijks in zijn werk. Arme sloebers, verslaafden, kleine kruimeldieven, vandalen, mannen die hun vrouw slaan, illegalen met kleine vergrijpen op hun geweten. Hij ligt er al lang niet meer wakker van. Alleen huiszoekingen blijft hij ingrijpend vinden: ‘Probeer je maar eens voor te stellen dat er om zes uur ’s ochtends negen man in je woning staan. Je mag niets meer en niemand vertelt waar het precies voor is. Ze halen alles overhoop. Wij zien alles van deze mensen: hun onderbroeken, seksartikelen, hoe vuil of schoon ze leven.’ Het moeilijkst vindt Bastiaan het als er kinderen bij zijn. ‘Dat wordt nooit normaal. Ik probeer daar rekening mee te houden bij de leiding die ik geef aan de politie. Soms zeg ik: geen grappen maken binnen gehoorafstand, of trek je schoenen uit als je op dat bed gaat staan.’

Verandert je beeld van de stad als je dit werk doet? Mijn buurman weet als geen ander wat er zich achter de gevels afspeelt: wordt hij daar angstiger van? ‘Toen mijn zusje in een bepaalde wijk in Amsterdam wilde gaan wonen was ik niet enthousiast omdat ik weet wat er daar gebeurt. Je gaat meer uit je doppen kijken, vooral in bepaalde buurten. Je hebt meer oog voor zakkenrollers, mensen die problemen maken, dealers. Toch vind ik het als Amsterdammer niet bedreigend.’ Angst is een modeverschijnsel. Bastiaan vindt dat jammer. ‘Het merendeel van de daders die ik te zien krijg vind ik niet afschrikwekkend. Ik kom juist erg veel zielige mensen tegen in mijn werk.’

Dat angst ook de rechterlijke macht in zijn greep kan krijgen, merkte de rechter-commissaris na de moord op Theo van Gogh. ‘Er heerste toch wel iets van hysterie. Opeens moesten overal huiszoekingen worden gedaan.’Dat leidde af en toe tot buitensporige actie, vertelt Bastiaan. ‘Ik leidde eens een doorzoeking bij een straatarm gezin met acht kinderen in Amsterdam-West. De verdachte uit het gezin zat al in hechtenis.’ Er hoefde dus niemand te worden aangehouden, toch kwam de politie met een enorme overmacht aanzetten. Op Bastiaan na droeg iedereen kogelvrije vesten, er was een explosievenhond en op straat werd een legertje ME’ers achter de hand gehouden. Bastiaan: ‘Er was al eerder een huiszoeking gedaan en de spullen van de vorige keer waren teruggebracht en lagen nog in verzegelde zakken in een kast. De politie wilde die zakken opnieuw openmaken en meenemen. Ook wilde iemand uit de slaapkamer van de kinderen schoolschriftjes meenemen met tekeningen, plakplaatjes en Arabisch schrift. Je weet nooit wat erin staat, was het argument. Toen ben ik op mijn strepen gaan staan. Ik vond dat we te ver waren gegaan.’

Ondanks zijn ervaringen als rechter-commissaris vindt mijn buurman het leven in de grote stad fantastisch, ook voor zijn twee zoons van drie en anderhalf. ‘Ik leef zelf graag in de stad en wil ook dat mijn kinderen hier opgroeien. Je moet wel uitkijken en een beetje weerbaar zijn.

Maar ik hou van die dynamiek van Amsterdam. Het echte leven bestaat niet alleen uit aangeharkte tuintjes en mooie parken, maar ook uit een hoop ellende. Ik vind het boeiend om te zien hoe zo’n stad, met al die verschillende mensen, toch in evenwicht blijft. In feite draagt het strafrecht ertoe bij dat zo’n evenwicht kan blijven bestaan.’

De Japanse dichter Matsuo Basho (1644–1694) verwoordde het in een van zijn befaamde haiku’s zo:

aki fukaki

tonari wa nani wo

suru hito zo

Ofwel:

ver in de herfst is het

wat zou mijn buurman doen

hoe zou die leven

EscenicId: 700702


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP