
Zes jaar stond ze naast ‘Paradevader’ Terts Brinkhoff. Nu is Nicole van Vessum (42) eindelijk echt de baas van het rondreizend theater. Met de hoge hakken in de modder. ‘Organiseren is: nooit nee accepteren.’
Na zes jaar programmeren naast Paradevader Terts Brinkhoff heb je het roer overgenomen. Voelt dat ook zo?
‘Het is wel wennen dat ik nu overal iets van moet vinden. Als artistiek leider moet je je overal mee bemoeien, ook met de sponsoring, techniek en horeca. Althans, die zaken regelt het productieteam, maar ze overleggen alles met mij.
‘Ik kon me altijd lekker achter Terts verschuilen. Ineens ben ik de échte spreekbuis, het gezicht van de Parade. Laat mij maar achter de schermen, dacht ik altijd, maar nu moet ik wel in beeld. Als ik een toespraak moet geven, dan zie ik al die mensen en denk ik: oooooh, help. Het is doodeng, maar uiteindelijk ook wel ontzettend leuk.
‘De laatste jaren nam ik de programmering steeds meer over. Voorstellingen werden al bestempeld als ‘Tertsjes’ of ‘Nicoletjes’. Nu heb ik zijn kindje gekregen om te beheren en te verzorgen.
‘Alleen kom ik nu niet meer zo vaak in de Smoeshaan (theaterkroeg, red.). Ik heb veel mensen teleurgesteld, en die vinden mij natuurlijk een vervelende dame.’
Je hebt ook zes jaar de Uitmarkt op poten gezet. Wat is er zo leuk aan organiseren?
‘Ik bemoei me graag overal mee. De ivoren toren, dat ligt me niet. Met de voeten in de modder, dat doe ik het liefste. Ik vind het ook leuk om in vrachtwagens te rijden en om in tenten te klimmen, of als een kraampje omdondert het even snel rechtop te zetten. Zo zie ik er misschien niet uit met mijn blonde haren, rode lippen en hoge hakken, maar zo is het altijd geweest. Ze vinden me op de Parade een enorme tut. Ik loop altijd op hoge hakken. Daarmee klim ook intenten.’
‘Organiseren is volgens mij: nooit nee accepteren, don’t take no for an answer, altijd kijken of je het op een andere manier voor elkaar kan krijgen. Als iets lukt, dan geeft dat een enorm euforisch gevoel: al die slapeloze nachten zijn niet voor niks geweest.’
Hoe ben je eigenlijk in dit wereldje terechtgekomen?
‘Na de middelbare school ging ik naar de modeacademie in Amsterdam. Maar ik had daar al snel zoiets van: dit is niets voor mij. Toen ben ik via via terechtgekomen bij Bram Vermeulen. Gewoon in het uitgaanscircuit: aan de bar, zeg maar. Via hem kwam ik bij het Werkteater terecht en bij de Boulevard of Broken Dreams, de voorloper van deParade. Daar heb ik Terts ook leren kennen. Ik was daar begin jaren tachtig de eerste vrouwelijke tentenbouwer.
‘Ik had geen enkele ervaring. Je moet jezelf als meisje gewoon goed verkopen, een beetje stoer doen. Dat vind ik leuk.
‘Na een paar jaar kluswerk wilde ik toch iets voor mezelf doen, een opleiding. Het werd de Kunstacademie. Vervolgens heb ik hbo culturele bedrijfsvoering gestudeerd.
‘Tijdens mijn studie ben ik zes jaar ouvreuse bij de Kleine Komedie geweest. Ik heb toen heel veel voorstellingen gezien en ken daar ook veel mensen van. Wel grappig eigenlijk dat zo’n studentenbaantje zoveel invloed heeft, dat het steeds weer terugkomt.’
Dat klinkt niet echt als een opeenvolging van bewuste keuzes. Ben je altijd overal toevallig ingerold?
‘Absoluut. Ik neem alleen maar emotionele beslissingen. Ik kwam altijd gewoon mensen tegen die zeiden: is dat niks voor jou? En dan dacht ik: ja, dat lijkt me wel wat.
‘Uiteindelijk komt het gewoon neer op dingen doen. Je pikt overal wel wat door op. Ik ben altijd een doener geweest. Ik heb zoveel baantjes gehad: ik heb haringen schoongemaakt, tienduizend lakriemen door broeken gehaald, in een kantine, een café en bij de vuilnisreiniging gewerkt, bij de opera achter de telefoon gezeten. Zo doe je een brede mensenkennis op, en weet je ook wat er onder de bevolking speelt.
‘Ik heb nooit een duidelijk carrièreplan gehad en nu eigenlijk nog steeds niet. Als mensen vragen wat ik ooit nog zou willen doen, dan heb ik eigenlijk geen antwoord. Misschien wel directeur worden van een schouwburg, maar dat weet ik eigenlijk ook niet. Ik blijf niet heel mijn leven bij de Parade, maar wat ik dan wel moet worden, weet ik niet.’
Heb je als kind nooit gedacht: dit wil ik later worden?
‘Nee, helemaal niet. Wel altijd iets creatiefs, zoals schoenmaker, iets artistieks. Ik zat bij theaterclubjes, tekende, maar welke kant het opging, nee, dat wist ik nooit. Mijn moeder is ook creatief. Ze werkte als directiesecretaresse, maar had bijvoorbeeld een droogbloemenwinkel in de garage. Dat soort activiteiten, een hoog knutselgehalte.
‘Daarom heb ik ook nog een decorbedrijfje. Als het wat rustiger wordt rond de Parade, in de maanden november en december, zet ik wat decors in elkaar. Heerlijk: laat mij maar timmeren, schilderen, dingen uitzoeken.
‘Ik ben dol op creëren. Daarom vind ik de Parade ook zo fijn. Dat is eigenlijk een soort knutselen met voorstellingen: zoveel mogelijk voorstellingen in zo weinig mogelijk dagen proppen, en toch mensen tevreden houden.’
Zijn de artiesten soms lastig?
‘Gruwelijk! Niet allemaal natuurlijk, maar je hebt er altijd die meer voorstellingen willen of een grotere tent. Alleen: ik bepaal waar je staat, en als het je niet bevalt, ga je maar ergens anders heen. Van alle aanmeldingen krijgt überhaupt maar tien procent een plekje op de Parade.
‘Artiesten denken ook altijd dat ze heel veel kunnen verdienen op de Parade.’
Maar dat is niet zo?
‘Als het een heel goeie zomer is wel. Maar ja, kijk naar buiten... (wijst op de grauwe lucht) Slecht weer betekent weinig mensen. En geen publiek, geen geld.’
Krijg jij dan ook geen geld?
‘Nee, we dragen allemaal samen het risico. Ook de artiesten natuurlijk, die laten een decor bouwen en staan daar toch maar elke avond.’
Waar leef je dan van?
‘Ik krijg een vast bedrag voor het programmeren en de artistieke leiding, en daar doe ik het mee. Af en toe doet de stichting Mobile Arts andere klusjes, zoals bedrijfsfeestjes, die ondersteunen eigenlijk de Parade. En als het dan een mooie zomer is, krijgen we nog wat extra geld.’
Nooit gedacht: ik ga iets heel anders doen?
‘Ik heb wel gedacht: misschien moet ik maar eens een fatsoenlijke baan nemen. Ik werk altijd in de zomer. Mijn gezin is daar helemaal niet blij mee. Daarom ben ik ook gaan rondkijken naar een 9 tot 5-baan, met meer structuur. Mijn familie moet zich altijd aan mij aanpassen. Ze zijn net twee dagen in Den Haag geweest, maar daarna moeten ze ook echt weg van mij. Ik kan simpelweg niet werken met twee kleine kinderen in de buurt.
‘Toen de jongste geboren werd, werkte ik net een jaar bij de Parade. Hij is geboren in juli. Had ik aan de lopende band bekeuringen omdat ik ‘s nachts naar huis racete om borstvoeding te kunnen geven.
‘Uiteindelijk ben ik enorm opgelucht dat ik bij de Parade ben gebleven. Dit hoort toch meer bij mij. Dan moet ik maar afdwingen: jongens, gaan jullie maar alleen op vakantie. Ik ben er af en toe niet.’
Waarom hoort dit meer bij je?
‘In het theater heb je veel meer structuur, zaken waar je rekening mee moet houden. Je moet verantwoording afleggen aan je subsidiegevers. Hier hoef ik aan niemand wat uit te leggen: ik heb een prachtig speelveld om alles uit te proberen wat ik wil: dingen die in het theater geen kans krijgen maar die bij ons ontstaan. En het buitenspelen natuurlijk, dat vind ik fijn.’
Zit je man ook in de theaterwereld?
‘Nee, hij is grafisch vormgever. Omdat hij eigen baas is, kan hij zijn tijden makkelijk zelf indelen om op onze kinderen te kunnen passen. En ik heb een fantastische moeder en zus. Als je geen goed vangnet hebt, kan dit natuurlijk helemaal niet.
‘Vrienden vinden dat ik het enorm getroffen heb, omdat ik altijd precies doe wat ik wil. En dat is natuurlijk ook zo, alleen heb je niet altijd zo’n zin om dat toe te geven. Zo hoort het te gaan, vind ik dan.’
Krijg je daar meer commentaar over omdat je een vrouw bent, denk je?
‘Natuurlijk. Mijn kinderen hebben een heel goede vader, maar ik vind mezelf niet zo’n goede moeder. Ik hou ontzettend veel van ze, maar kan mezelf niet wegcijferen. Soms laten mijn kinderen me dat voelen ook: ‘Ga je nou wéér naar je werk?’.
‘Vroeger regelde ik al mijn zaken vanuit de kinderkamer, maar met deze baan wordt dat moeilijk. Je bent eigenlijk nooit klaar. Daarom heb ik sinds kort een eigen kantoor, het was tijd om mezelf serieuzer te nemen.
‘Ik moet ook veel ‘s avonds werken: ik ga drie à vier keer per week naar voorstellingen, om op de hoogte te blijven.’
Dat kost je geen moeite.
‘Dat vind ik absoluut geen straf, nee. Als er de hele tijd aan je getrokken wordt , is het soms wel lekker dat je tijdens zo’n voorstelling een beetje tot jezelf kunt komen.
‘Natuurlijk klaagt mijn man: moet je nou wéér naar die première? En dan zeg ik: ja, want in deze functie moet je wel je gezicht laten zien.’
En dat geeft soms strubbelingen?
‘Hij wil graag op het platteland wonen, omdat hij altijd op de kinderen moet passen. Hij werd in de zomer gek in deJordaan, met die kinderen. En toen moest ik dus mee naar het Noord-Hollandse platteland, hebben we een jaar aan huizenruil gedaan.
‘Daar werd ik dus gek: keek ik naar buiten, zag ik alleen maar koeien. Ik kreeg er helemaal geen inspiratie meer. Ik heb de impulsen van de stad nodig. Ik móest gewoon terug.
‘Nu wonen we weer in de Jordaan. In die zin ben ik eigenlijk de man in huis: ik ben degene die beslist.’
Vind je dat belangrijk om zo onafhankelijk van een man te zijn?
‘Ik geloof het wel, ja. Soms ben ik wel jaloers als ik van die stelletjes zie die echt alles samen doen. Maar zo zit ik niet elkaar. Ik ben best egoïstisch.’
Is het als artistiek leider van de Parade een voordeel om een vrouw te zijn?
‘Jaaa. Als je blond haar hebt en rode lipstick en nagellak draagt, zoals ik, kun je je een hoop permitteren: je kunt vriendelijk zijn, charmant of een bitch, uiteindelijk krijg je toch meestal je zin.
‘Vrouwen en homo’s hebben toch meer fingerspitzengefühl. Creativiteit in hun denken. Maar mannen zijn ook noodzakelijk, hoor: zij zijn van het grote overzicht. Als er een gasfles lekt, dan rennen wij allemaal hard weg; zij draaien die gewoon dicht.’
Wie is Nicole van Vessum?
Tips van Nicole van Vessum