
De arbeidsmarkt in het voetbal bestaat alleen in de zomer en in januari. Dan kunnen spelers wisselen van club, tussendoor niet. En in januari is het extra spannend, want dan loopt de competitie nog.
Ongeveer een halve seconde duurt het, voordat voetbalmakelaar Kees Ploegsma jr. op 28 december zijn telefoon heeft opgenomen. Hij is met vakantie in Madrid, maar een voetbalmakelaar is eigenlijk nooit met vakantie. ‘Alles kan altijd gebeuren’, zegt hij, ‘dus ik neem altijd mijn telefoon op. Het is altijd een goed moment om geld te verdienen’, zegt hij met gulle lach.
Cruciaal
Nu de transferperiode is begonnen, kan elk telefoontje cruciaal zijn. Sinds
maandag – om precies te zijn om twaalf uur in de nacht van zondag op maandag
– is de nationale en internationale transfermarkt weer opengesteld. Tot 1
februari kunnen clubs spelers van andere clubs aantrekken. Daarna kan het
pas weer na afloop van de competitie – zo schrijven de regels van de UEFA en
de FIFA het voor.
Vandaar dat de makelaars/ zaakwaarnemers hun mobieltjes goed in de gaten houden. Op oudjaarsdag kreeg Ploegsma wederom een telefoontje, dat hij wederom snel opnam. VVV Venlo, de club van Keisuke Honda, één van de spelers uit de ‘stal’ van Ploegsma, was tot een akkoord gekomen met de Russische club CSKA Moskou. Na wat heen en weer gefax – voetbalclubs houden van faxen – tussen Moskou, Tokio, Madrid en Venlo was het die dag nog een feit: per 4 januari speelt Honda in Moskou.
Stressvol
De afgelopen jaren is januari een stressvolle maand geweest voor spelers,
coaches, bestuurders, makelaars, en niet in de laatste plaats supporters.
Vaak worden deals op het laatste moment gesloten, als slotstuk van een
zenuwenstrijd tussen clubs, zaakwaarnemers, en voetbalmakelaars die
steggelen over ‘afkoopsommen’.
Vaak is het spannend. Zo belde Manchester City in januari 2008 om vijf voor twaalf in de avond – vijf minuten voor het verstrijken van de deadline – met het bestuur van Portsmouth omdat ze de speler Benjani (de verkorte naam van de Zimbabwaanse speler Benjamin Mwaruwari) wilden kopen. Een minuut later belde Portsmouth met het bestuur van Tottenham Hotspur, omdat zij ter vervanging van Benjani graag de speler Jermain Defoe – overbodig bij Tottenham – wilden hebben. Vier minuten daarna wist Benjani dat hij de zuidkust zou verlaten voor Manchester, en Defoe dat hij Londen zou verlaten voor Portsmouth.
In strijd met gewoon arbeidsrecht
Dit soort taferelen zijn het gevolg van een arbeidsmarkt die alleen in de
zomer en in januari bestaat. Dat spelers alleen in de twee transferperiodes
van club (werkgever) kunnen wisselen, wringt met het gewone arbeidsrecht,
waarin iedere werknemer op elk moment – met inachtneming van de opzegperiode
– kan wisselen van werkgever.
Maar de Europese Commissie gaf aan deze inperking – in overleg met de voetbalbonden – in maart 2001 goedkeuring. Ietwat vreemd was dat wel: de Commissie was de discussie zelf begonnen, omdat ze spelers dezelfde rechten wilde geven als alle andere werknemers. Ook voetballers moesten, vond de Commissie, het hele jaar door hun diensten kunnen verkopen aan de hoogste bieder.
Compromis
Uiteindelijk – naar verluidt mede onder druk van clubs, bang als die waren
voor permanente onzekerheid, en de voetbalminnende premiers Tony Blair en
Gerhard Schröder – kwam het tot een compromis. Voetballers verwierven
weliswaar enkele rechten, maar de transferperiode werd juist ingekort tot de
twee periodes in de zomer en de winter.
Toch vinden ook sportjuristen dat de afgebakende periodes te rechtvaardigen zijn. Die beperking voorkomt dat er aan het einde van het seizoen – als de beslissingen vallen – geen competitievervalsing optreedt. Stel bijvoorbeeld dat PSV in april, met nog vijf wedstrijden te gaan, in een race om het kampioenschap is verwikkeld met FC Twente. Als PSV – of een andere club – op dat moment de beste spelers van Twente koopt (of andersom), dan verandert het karakter van de race.
Sterker nog, zegt sportjurist Pim de Vos, de transferperiode in januari zou afgeschaft moeten worden. ‘Het is toch onbestaanbaar dat Ajax destijds halverwege het seizoen de beste speler van Heerenveen kocht, Klaas-Jan Huntelaar? Dat is pure competitievervalsing!’ Ook sportjurist Frank ter Huurne vindt dat het transfer window van januari opgeheven zou moeten worden. ‘Al zijn er ook argumenten vóór te noemen. Zo is Robin van Persie (Nederlandse spits, red.) tot mei geblesseerd, en zijn club Arsenal zou toch de mogelijkheid moeten hebben een vervanger voor hem te kopen.’
‘Bizar’
Die inperking van het arbeidsrecht van voetballers is dus te billijken. Niet
te billijken zijn volgens De Vos echter de zogenoemde transfersommen. Dat is
het bedrag dat club X moet overmaken aan club Y als ‘schadevergoeding’, als
speler Z vóór het einde van zijn contract naar club X wil. ‘Die sommen zijn
vaak bizar. Tien of zelfs twintig miljoen vragen voor een contract dat nog
een jaar duurt, dat slaat nergens op’, zegt De Vos. ‘Het is volstrekt niet
in verhouding met de waarde van het contract en blokkeert een carrièrestap
van een speler. Het voetbal is wat dat betreft nog een moderne vorm van
slavernij.’
Speler Z wordt op die manier ervan weerhouden om naar een andere, mogelijk voor hem betere club te verhuizen, betoogt De Vos. Zou dit systeem dan voor de rechter aangekaart moeten worden? Directeur Ko Andriessen van de spelersvakbond ProProf vindt het ‘een moeilijke kwestie’. Ja, aan de ene kant kan een hoge transfersom een carrièrestap van een voetballer in de weg staan.
‘Maar aan de andere kant: Luis Suarez (Uruguayaanse spits, red.) vertrok in 2007 voor een fors bedrag van Groningen naar Ajax. Dat hoge bedrag leek eerst een transfer tegen te houden, maar Ajax betaalde alsnog. Met dat geld kon Groningen wel weer andere voetballers kopen, of de bestaande voetballers een beter salaris bieden. Dus ja, wat moet je dan als vakbond vinden? Wij zijn er voor alle spelers, niet alleen voor de individuele gevallen.’
Minder geld
Of januari een drukke transfertijd wordt? Andriessen weet het niet. Er is
misschien minder geld beschikbaar dan eerdere jaren, ‘maar juist daarom,
omdat ze geld nodig hebben, kunnen clubs ook spelers aanbieden onder de
marktwaarde’.
Op de transfer van Honda na verwacht Ploegsma weinig beweging op de Nederlandse markt. ‘De grote clubs die geld hebben zoals PSV en Ajax doen het goed, en hebben dus geen reden om spelers te kopen.’ Al kan, zoals hij herhaalt, ‘alles altijd gebeuren. Als een club echt een speler wil hebben, dan vinden ze altijd wel geld. Dus als een buitenlandse club een enorm bedrag biedt voor een topspeler van een Nederlandse club, dan draait de carrousel weer.’