
Antoine Bodar (62) is een paar keer ontslagen, was depressief en schopte als priester heilige huisjes om. wat wil hij bereiken? ‘Ik denk niet in maatschappelijke ambities. Liefde gestalte geven, dat past meer bij me.’
Waarom wil een jongetje van 6 priester worden?
‘Vanaf het moment dat ik als kind werd meegenomen naar de kerk was ik ervan onder de indruk. U moet weten, ik ben een estheet, dus al die schoonheid, de muziek, liturgie, bloemen, kaarsen en wierrook hebben mij bijzonder aangesproken. Dat zal wel het uitgangspunt zijn geweest.’
Een 6-jarige estheet.
‘Ja. Vindt u dat raar? Ik niet hoor. Daar komt bij dat ik een zekere aanleg tot bidden had. Dat naar binnen keren beviel me. Er waren zondagen dat ik de hele dag in de kerk zat.’
Was u leergierig op school?
‘Ja, ik was vaak de eerste van de klas. Maar ik ben op de middelbare school behoorlijk mislukt. Ik was te dom voor het gymnasium, werd mij toen verteld.’
Was dat terecht?
‘Nee, dat is later wel gebleken. Maar ja, ik was een dromer, had heel andere prioriteiten dan de mensen om me heen. Ik kan mij herinneren dat een leraar op school een keer vroeg: ‘Antoine, wanneer ga je nou eens wat doen?’ Ik was diep beledigd want ik dacht dat ik altijd al wat deed, ik was immers aan het dromen. Maar woordjes leren en wiskundesommen maken of al die flauwekul meer, dat vond ik allemaal niet belangrijk.’
Vond u het erg dat u van het gymnasium af moest?
‘Ja, heel erg. Het heeft me ook ernstig achterop gebracht toen, omdat ik daadwerkelijk begon te geloven dat ik een domme jongen was. Komt nog eens bij dat ik ook niet goed in de maatschappij functioneerde, ik was geen ravottende gymnasiast zal ik maar zeggen, leefde vrij geïsoleerd. Uiteindelijk was mijn vader heel kordaat en zei: ‘Die jongen moet gaan werken, daar wordt ie weerbaar van.’ Zo ben ik terechtgekomen bij uitgeverij Meulenhoff en ging ik ’s avonds naar de HBS, waardoor ik helemaal geen tijd meer had om te dromen.’
Met dat studeren is het behoorlijk goed gekomen.
‘Ja, na mijn staatsexamen gymnasium heb ik aan één stuk door gestudeerd. Theologie, filosofie, literatuurwetenschap, kunstgeschiedenis. Maar dat klinkt indrukwekkender dan het is hoor, het heeft immers allemaal wel met elkaar te maken.’
Bagatelliseert u uw prestaties nu niet een beetje?
‘Neuh, het is een kwestie van het ene boek openen en het andere dicht doen. Bovendien had ik veel tijd. Ik maakte wat tv-programma’s maar werkte freelance.’
U bent ook les gaan geven op diverse universiteiten. Was u daar goed in?
‘Met enige onbescheidenheid durf ik te zeggen van wel. Mijn uitgangspunt is altijd niet zozeer de overdracht van kennis geweest maar meer de algemene vorming. Ik heb vaak tegen studenten gezegd: Stel dat u straks geen baan kunt vinden en bij C&A aan de slag moet, dan hebt u toch een prachtige opleiding gehad. En daar gaat het om.’
Wanneer kwam de priesterroeping weer bovendrijven?
‘Die heeft mij eigenlijk nooit verlaten, al heb ik hem wel een tijdje begraven. Maar tijdens al mijn studies heb ik mij veel met de Middeleeuwen bezig gehouden en dat maakte in mij zo’n diepe heimwee wakker dat ik in 1985 besloot mij weer tot het priesterschap te wenden.’
U bent binnen de rooms-katholieke kerk bepaald niet met open armen ontvangen.
‘Nee, ik ben erg tegengewerkt. Ik kwam op televisie, ik was docent aan de universiteit, ik publiceerde veel, waarom moest ik nou zo nodig priester worden, was het idee. Ik bedoel: een priester had vroeger een zekere status in Nederland, maar dat beeld is verdwenen. Nu zien veel mensen een priester eerder als iemand die niet goed bij zijn hoofd is. Waarom zou ik mijn geslaagde carrière opgeven voor zoiets? De kerk wantrouwde mijn goede bedoelingen.’
Waarom hebt u toch doorgezet?
‘Ik kon niet anders, zoals Luther zei. Al die tegenwerking vond ik kleinburgerlijk gedoe en daar ga ik niet voor opzij.’
U bent in uw carrière een aantal keer ontslagen.
‘Ja. Dat komt doordat ik geen blad voor de mond neem.’
Dat doen wel meer mensen niet.
‘Nou ja, de rode draad is denk ik mijn maatschappelijk onaangepast zijn. Ik ben bepaald geen afgezant van het poldermodel. Daar hangt mee samen dat ik een vrolijke manier heb om naar buiten te treden. Mensen denken altijd dat ik een zondagskind ben, dat alles mij komt aanwaaien en dat wekt jaloezie op. Maar ik ben helemaal geen zondagskind. Ik ben een weekdagskind. Ik moet hard werken voor alles wat ik doe.’
Waarom ziet niemand dat?
‘Omdat ik het niet laat zien. In mijn leven heb ik forse periodes van diepe depressie gekend, maar als ik op tv verscheen merkte niemand daar wat van.’
U kunt het goed verbloemen.
‘Ja, behoorlijk. Ook als ik weer eens midden in een rel stond, liet ik niet zien wat het met mij deed. Ik heb een keer in Trouw een open brief aan God geschreven en als gevolg daarvan is er vanuit diverse kanten verschrikkelijk op mij gescholden. Op zo’n moment lijd ik daar onder, want ik ben een zachtmoedig type, maar ik liet niemand merken dat ik er van wakker lag. Mensen denken daardoor dat niets mij raakt en dat maakt ze jaloers. Dat is een reden geweest waarom ik bij de Krijtberg, een Amsterdamse kerk, ben weggestuurd. Ik had daar veel succes, deed mooie vieringen in het Nederlands, predikte, zong zelf, zag er redelijk goed uit. Dat werkte op de zenuwen bij bepaalde mensen.’
Alleen dat?
‘Ja, want men dacht dat ik daardoor te weinig inhoud had. Ik snap als man heel goed wat vrouwen meemaken wanneer ze worden uitgemaakt voor ‘dat domme blondje’.’
Men zag u als het domme blondje van de katholieke kerk.
‘Nou ja, met al mijn studies was dat wat lastig, maar ik werd wel te frivool en te lichtvoetig bevonden.’
U speelt uw critici ook in de kaart door open brieven aan God te schrijven of voor een Postbankreclame bij Jan Mulder achterop de scooter te gaan zitten.
‘Wat die open brief betreft: ik vond dat dat zin had, het was niet bedoeld als provocatie.’
En wat is de zin van leningen aanprijzen voor de Postbank?
‘Ik wilde aangeven dat ook ik als priester midden in het leven sta. Bovendien kankert Jan Mulder altijd zo op het geloof dat het mij geweldig leek uitgerekend met hem samen in zo’n spot te zitten. En daarnaast heb ik mijn salaris voor die spot, 60 duizend euro, kunnen doneren aan de Sint Jan in Den Bosch. Prachtig toch?’
Vindt u het niet vervelend dat er dan toch weer zo veel gedoe rondom u is?
‘Dat had ik voorzien. Ik ga niet iets nalaten omdat mensen boos worden, dan kun je beter een grijze muis worden.’
Zijn er beslissingen in uw carrière waar u spijt van hebt?
‘Ik heb er spijt van dat ik niet eerder ben gaan schrijven want dat doe ik erg graag. En dat ik mijn studie rechten niet heb afgemaakt. Ik had graag meer van juridische zaken geweten, dat maakt een mens onafhankelijk.’
Hoe bedoelt u dat?
‘Veel weten over recht kan je weerbaarheid vergroten. Dat zou prettig zijn. Ik ben geen weerbare man.’
Wat is uw grootste ambitie nu?
‘Het leven zo voltooien dat de Lieve Heer met mij tevreden is.’
En wanneer is dat?
‘Dat weet je nooit. Ik denk eerlijk gezegd niet zozeer in maatschappelijke ambities. Leven vanuit verdraagzaamheid, liefde gestalte geven, dat past meer bij me. Ik moet me simpelweg kwijten aan de taken die ik nu heb en proberen daarin gelukkig te zijn. Ik voel me bevoorrecht, hoor. Ik woon ook niet onaardig zoals u ziet.’
Zeg het niet te hard, want dan worden ze weer jaloers.
‘Ja, daar heeft u gelijk in, dat heb ik ook geleerd van een jongere collega van mij uit Leiden, met wie ik vaak op reis ging. Hij zei: ‘Ik praat nooit over mijn successen, dat maakt de mensen maar kwaad.’ Dat vond ik een wijze les. Och, verder zie ik het wel. Ik vind het op zich mooi dat ik die leerkruk heb gekregen in Tilburg, maar dat is geen hoofdzaak. Ik ben tevreden met mijn leven en heb ook niet zo veel nodig. Ik vind het prettig in dit huis in Amsterdam te zitten en ik ben net van kamer veranderd in Rome. Op beide plekken zorg ik ervoor, als echte estheet, dat het er goed uitziet, dat het schoon is en dat ik geen kitsch om me heen heb, geen rommel. Ik heb liever niets in mijn omgeving dan iets dat lelijk is.’
|
Tips van Antoine Bodar 1. Slaap goed 2. Wees zorgvuldig 3. Wees wellevend. Met dat laatste bedoel ik dat je, zoals het in de heilige schrift staat, de ander altijd hoger moet achten dan jezelf. Je moet dus nooit op je werk denken: ‘Dat is maar de derde poetsvrouw’ ofzo. Ik heb in mijn carrière vaak mijn hoofd boven water weten te houden omdat ik een pact wist te sluiten met studenten, de koffiejuffrouw, mensen van de administratie. Zij zijn je uiteindelijk het meeste trouw. |
Wie is Antoine Bodar? Geboren: 28 juli 1944 in Den Bosch. Opleiding: Perswetenschappen (UvA), Geschiedenis (UvA), Rechtswetenschap (UvA), Filosofie (Leiden), Kunstgeschiedenis (Leiden), Literatuurwetenschap (Leiden) en Theologie (Katholieke Theologische Universiteit Utrecht en momenteel aan de Pontificia Universita Gregoriana in Rome). Carrière: Na een baantje bij een uitgeverij werkt Bodar in de jaren zestig als journalist voor diverse radio- en televisieprogramma’s. In 1978 wordt hij docent Kunstgeschiedenis en Esthetica in Leiden. Na een korte periode van lesgeven aan de Open Universiteit, keert hij terug naar Leiden, waar hij tot 2003 lesgeeft. Intussen werkt hij van 1992 tot 1996 als priester in De Krijtberg in Amsterdam. Na zijn ontslag daar vertrok hij naar de Chr’ geboorte in Amsterdam. Onlangs werd Bodar benoemd tot bijzonder hoogleraar Christendom, Cultuur en Media aan de Universiteit van Tilburg. Ook woont hij jaarlijks acht maanden in een priesterhuis in Rome. |
In het weekblad Volkskrant Banen staan elke week interviews met prominente werknemers of werkgevers. Dit is een verkorte versie van het uitgebreide vraaggesprek van deze week.
EscenicId: 577504
Om erachter te komen waar je precies gelukkig van wordt op je werk, is het ...
Docenten hebben een belabberd imago. Het gevolg, zegt Nederlands bekendste ...
Voor het eerst staat een Chinese topbankierster, Xiaoyan Yan, een westerse ...
Amazon is voor veel bedrijven een goudmijn geworden: de winkel deelt ...
Ze was een van Nederlands invloedrijkste ambtenaren, maar een ...