André Kuipers: 'Ik hoop nog op een ruimtewandeling'

07/10/2008

André Kuipers: 'Ik hoop nog op een ruimtewandeling'

Als 12-jarige wilde André Kuipers (50) al de ruimte in, pas vier jaar geleden was het eindelijk zover. Nederlands tweede austronaut traint voor een tweede vlucht, maar denkt altijd verder vooruit: 'Ik hoop de landing op Mars nog mee te maken in het bejaardentehuis.'

‘Toen Wubbo Ockels werd uitgekozen, dacht ik: dat kan ik dus ook’, weet André Kuipers nog. Dat jongeren nu hetzelfde denken als zijn hoofd op tv verschijnt, kan Nederlands tweede astronaut – als je Lodewijk van den Berg niet meerekent (de Zeeuw die met een Amerikaans paspoort nog vóór Ockels de ruimte in trok) – zich voorstellen. Meer dan tweehonderd jonge Nederlanders meldden zich deze zomer bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, die voor het eerst in zestien jaar nieuwe astronauten zoekt. Intussen zijn er daar nog maar een handvol van in de race.

Kuipers (50) weet wat die kandidaat-astronauten doormaken. ‘Je gaat nog net niet over lijken, maar zelfs je partner kan je niet tegenhouden. Je hebt hier álles voor over.’ Hij wil best praten over zijn droombaan en de lange weg ernaartoe. Maar dat moet dan wel telefonisch. Want de Amsterdammer, die in 2004 voor het eerst een ruimtevlucht maakte, is als reserve in training voor een vlucht naar het internationaal ruimtestation ISS in 2009, en is daardoor bijna nooit in Nederland.

Wie is André Kuipers?

Geboren: 5 oktober 1958, Amsterdam

Opleiding: atheneum-B (1977), geneeskunde aan de UvA (1987)

Carrière:
1987-1988 afdeling Luchtvaartgeneeskunde bij de Luchtmacht

1989-1990 onderzoek en ontwikkeling bij vliegmedisch expertisecentrum Aeromedisch Instituut in Soesterberg

1991-1998 coördinatie en uitvoering medische experimenten bij de ESA

1998-2008 lid van het Europese Astronautenteam

2004 eerste en tot nu toe enige ruimtevlucht

Hoe ziet je leven er nu uit?

‘Zolang ik in training ben: paar weken Houston in de VS, paar weken Sterrenstad bij Moskou, een week in Keulen en dan weer bijvoorbeeld twee weken Japan. En dan nog af en toe naar Canada om met de robotarm van het station te leren werken. Tja, mensen die astronaut willen worden, kunnen zich voorbereiden op hard aanpoten. Áls ik al in het land ben, is dat niet meer dan een weekendje om vrouw en kinderen te zien.’

Wat doe je allemaal tijdens de training?

‘Van alles. Deze week ben ik een paar keer in het gips gegoten, zodat ze de stoelbekleding in de landingscapsule op maat kunnen maken. Gisteren leerde ik nog hoe ik één bepaalde bout uit de Sojoezcapsule kan halen. De Russen vliegen al sinds 1967 met de Sojoez, over elk schroefje is nagedacht.’

De ESA heeft geen eigen lanceerbasis voor bemande vluchten. Daarom vliegen Europese astronauten mee met de Russische Sojoez óf de Amerikaanse spaceshuttle, die heel anders in elkaar zit. Kuipers is enkel opgeleid voor de Sojoez, de ruimtecapsule die de Russen gebruiken om naar het internationaal ruimtestation te gaan.

‘De commandant is altijd Russisch, de co-piloot/boordingenieur kan ook een ESA-astronaut zijn. Maar dan moet je natuurlijk wel weten hoe elk onderdeel van de capsule werkt. Je moet die hele Sojoez-raket leren kennen, van de motor en de koeling tot de noodsystemen. En dan ook nog eens het technisch jargon onder de knie krijgen, in vloeiend Russisch.’

Vorige week leerde Kuipers in de Zwarte Zee weer ontsnappen uit een zinkende capsule – ‘wateroverlevingstraining’, zoals het officieel heet.

Wat leer je tijdens een training ‘wateroverleving’?

‘Wat je moet doen als je in een ijskoude oceaan neerstort. Omdat dat levensbedreigend kan zijn, hebben we aan boord van het ruimtevaartuig speciale droogpakken. Je moet je dus uít je ruimtepak zien te wurmen en ín zo’n droogpak. Onder dat pak moet je ook nog eens dikke winterkleding dragen. En dat met drie astronauten in een ruimte zo groot als een autootje.’

Omdat de oefening in de zomer op de Krim plaatsvond, noemt Kuipers het ‘de zwaarste oefening die er is’. ‘Bij lichaamstemperaturen van 39 graden verlies je zóveel vocht. Ik ben 3,5 kilo verloren in één dag tijd.’

Onvoorstelbaar. Word je die trainingen nooit zat?

’Soms heb ik het er weleens mee gehad: ben je 50 en zit je nog altijd de hele tijd in de klas. Van de andere kant: zo blijft het wel afwisselend. Boeiend.’

Het is een klassiek verhaal, noemt hij het zelf. Kuipers raakte ‘besmet’ toen hij als 12-jarige een paar sciencefictionboekjes van zijn oma kreeg. Sindsdien was het Amsterdamse joch gebiologeerd door alles wat met ruimtevaart te maken had. Zijn kamer werd volgepropt met modelraketten en Thunderbirds, aan de muur hing een – lichtgevende – poster van het heelal. Rond zijn 16de werd hij vast onderdeel van het decor bij alle lezingen van de Nederlandse Vereniging voor Ruimtevaart.

Toch koos je na de middelbare school voor geneeskunde.

‘Ruimtevaart was toen nog iets voor Amerikaanse testpiloten, en dus koos ik voor een andere passie die ik ook aan de boekjes van mijn oma had overgehouden: de geneeskunde. Ik wilde deel uitmaken van de nieuwste ontwikkelingen, van de toekomst.

‘Maar toen ik net begonnen was met mijn studie kwam Ockels dus in beeld. Ik dacht: hé, een Nederlandse wetenschapper. Dan heb ik ook een kans. Waarschijnlijk lukt het niet, maar als ik het niet doe, heb ik daar voor altijd spijt van. En dus ging ik werken aan een cv waar de ESA niet omheen zou kunnen.’

Hoe deed je dat precies?

‘Ik wilde klaar zijn als er ooit een volgende selectie kwam. Ik zocht uit wat je moet kunnen om astronaut te worden, haalde een duik- en een vliegbrevet. Na het lezen van een krantenartikel ben ik zelf op Wil Oosterveld afgestapt, een prof op mijn universiteit die jaren bij NASA had gewerkt, en heb ik hem gevraagd wat ik moest doen om zelf ook in de ruimtevaart aan de slag te kunnen.’

‘Je ontmoet zelden studenten met zoveel enthousiasme, die moet je dan steunen’, zei Oosterveld daar een paar jaar geleden over. Wat was zijn advies?

‘Hij raadde de luchtmacht aan. Via de luchtmacht kwam ik terecht bij het toenmalige Nederlands Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum in Soesterberg. Daar deed ik onderzoek naar contactlenzen voor piloten en naar problemen die optreden tijdens verblijven in de ruimte door gewichtloosheid, luchtdrukverschillen, zuurstoftekort, trilling of straling. Terwijl ik congressen en symposia over ruimtevaartgeneeskunde bijwoonde, ontmoette ik mensen die bij de ESA werkten.

‘Zij hadden mensen nodig en boden me een baan aan bij ESTEC, de grote ESA-vestiging in Noordwijk. Ik kon er coördinator worden van medische experimenten. Dat was prachtig voor mijn cv natuurlijk.

‘Toen de ESA in 1992 op zoek ging naar nieuwe astronauten, waren mijn motivatie en interesse duidelijk. Mijn cv liet zien dat ik goed genoeg was om op zijn minst uitgenodigd te worden.’

Kuipers ging erheen met de gedachte: waarschijnlijk red ik het niet. Maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd, zodat ik mezelf niets kan verwijten. Tot zijn verbazing kwam hij steeds verder. ‘Eerst zat ik bij de vijf Nederlanders die doorgingen naar de Europese selectie, daarna kwam ik daar ook – allround – als een van de besten uit de bus. Zat daar een man die F16-piloot én ingenieur was, én nog aardig was ook, en mocht die niet door...

‘In het Europese astronautencentrum in Keulen zat ik tussen allemaal mensen die al de ruimte in waren geweest. Wat doe ik hier, dacht ik toen wel even. Maar de ESA was op zoek naar frisse, onervaren kandidaten, en dus werd ik gekozen uit die groep, against all odds.’

Bij de allerlaatste selectieronde viel Kuipers, toen 34, toch af. ‘Als er nog maar 25 kandidaten overblijven, telt ook je paspoort. Kandidaten uit kleine landen moeten dan wel heel goede papieren hebben.’ Hij kan het nog altijd uit zijn hoofd opsommen: ‘Ze kozen mensen uit Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Spanje. Die Belgische was pilote én arts, ik dacht al vanaf het begin dat zij een grote kans maakte.’

Hoe voelde het om helemaal op het eind buiten de boot te vallen?

‘Natuurlijk was het een bittere pil. Maar er was ook hoop: ze zeiden dat ze me weer zouden uitnodigen als ze een paar jaar later extra astronauten nodig hadden. En dus bleef ik bij ESTEC aan het werk, zodat ik in the picture bleef.’

Kuipers gaf niet op en werkte keihard door. In 1998 was het zover: de ESA zocht twee extra ruimtevaarders, en viste hem samen met de Belgische astronaut Frank De Winne op uit de vijver veelbelovende reserves uit de lichting van 1992. ‘Gelukkig maar’, zegt hij daarover. ‘Kandidaat- astronauten zijn tussen de 27 en 37. In 1998 was ik al 40. Ik zou dus anders te oud zijn geweest.’

Hoe denk je daaraan terug?

(lachje) ‘Ik krijg nog altijd buikpijn als ik aan dat fantastische moment denk.’

De euforie zakte weg toen Kuipers zoet werd gehouden met paraboolvluchten en medisch coördinatiewerk. ‘Pas veel later kreeg ik mijn basistraining in Rusland. Het was een tijd van wachten en nagelbijten.’ Nadat Frank De Winne van België een nationale vlucht kreeg, ‘kocht’ ook Nederland bij ESA een trip voor Kuipers. In april 2004 vertoefde hij elf dagen in de ruimte, waar hij ook experimenten uitvoerde voor Nederlandse en buitenlandse universiteiten, instituten en bedrijven.

Hoe vond je het die eerste keer?

‘Je hebt een droom, een bepaald beeld van een baan. Daar doe je het allemaal voor: het voortdurend studeren, het zwoegen, het ver van je familie verwijderd zijn, de vergaderingen, de stress, de jetlags, de ruimteziekte. Daarom was ik van tevoren een beetje bang dat het misschien niet zo leuk en bijzonder zou zijn als ik altijd had gehoopt. Maar ik vond het fantastisch.

‘Acht, negen uur per dag moest ik gewoon werken. Dan ben je bezig met een experiment dat plots misgaat, zeuren ze op de grond of heb je last van buikpijn. Maar er waren gelukkig ook momenten dat ik besefte dat ik van de planeet af was. Dan zie je die kleine dunne dampkring, en die prachtige kleuren. De kwetsbaarheid ervan ook. Dan denk je: die SF-droom die ik als kind had, die beleef ik nu. Je voelt je dan zó heerlijk. Je moet veel te snel terug. Hoewel de landing ook spectaculair is, hoor. Je schiet als een vuurbal door de dampkring heen, de vlammen en vonken zie je vlak naast je door het raam.’

Voor welke vlucht train je momenteel?

‘Op dit moment ben ik reserve voor de tweede vlucht van mijn Belgische collega Frank De Winne, die in mei 2009 voor zes maanden naar het internationaal ruimtestation vertrekt.

‘Hij maakt deel uit van de eerste bemanning onder de nieuwe regels, waarin de crew van het ruimtestation als alles volgens plan verloopt wordt uitgebreid van drie naar zes. Ik hoop dat het lukt, want dan komen we allemaal eindelijk wat sneller aan de beurt. Ik ben reserve voor Frank, maar hoop net zoals vorige keer twee jaar na hem zelf ook te kunnen vliegen.’

Kuipers doet alle trainingen die De Winne ook doet. En dat is geen formaliteit, benadrukt hij. ‘De commandant van Frank mocht eerder vliegen dan gepland en dus krijgt hij nu zijn reservecommandant. Bij mijn eigen vlucht kreeg de mij toegewezen Amerikaanse collega vier maanden voor de vlucht hartritmestoornissen, en toen werden zowel hij als mijn Russische commandant vervangen, omdat ze niet op elkaar waren ingespeeld en hun karakters misschien zouden botsen.’

Maandenlang van huis zijn, rondzwervend over de wereld... hoe lang houd je zo’n bestaan vol?

‘Als astronaut leg je ook op aarde heel wat afstand af, ja. Dat is een behoorlijke belasting op je sociale leven, veel meer dan de ruimtevluchten zelf.

‘Lichamelijk kun je net zo lang de ruimte in als je gezond bent. Denk maar aan de Amerikaanse ruimtevaarder John Glenn, die vloog nog een keer toen hij al dik in de zeventig was. Maar op je 60ste moet je als astronaut bij ESA normaal met pensioen. Als je geluk hebt, mag je nog twee jaar langer blijven. Ik ben nu 50, ik zou graag nog één keer vliegen.’

Wat zou je ultieme droom zijn?

‘De kortere nationale ‘landenvluchten’ bestaan niet meer. En omdat ik niet opgeleid ben voor de Amerikaanse Space Shuttle, is de enige manier om terug de ruimte in te gaan met de Sojoez naar het ISS en er zes maanden blijven. Inbegrepen een ruimtewandeling, hoop ik.’

(met spijt in de stem) ‘De maan zit er voor mij helaas niet meer in. De Amerikanen stoppen in 2010 met het Shuttle-programma om een nieuwe maanlander te bouwen. Maar voor ze zover zijn... ik verwacht dat ze mikken op 2019, dat is vijftig jaar na de eerste landing van de Apollo in 1969. En dat is voor mij waarschijnlijk te laat.’

Kuipers is aanbeland bij een onderwerp waar hij graag over uitweidt. ‘We hadden alláng een maanbasis kunnen hebben. Toen de Amerikanen eenmaal bewezen hadden dat ze technologisch verder stonden dan de Russen, zijn ze gestopt met hun maanvluchten. Na 1972 heeft niemand nog een voet op de maan gezet. De prioriteiten liggen anders nu: de VS geven per dag miljoenen euro’s uit aan hun leger, dat geld kun je ook in technologie stoppen.

‘En voor Europa geldt dat helemaal: we zijn net zo groot als de VS en hebben nog meer inwoners, maar aan ruimtevaart besteden we maar een schijntje. Ruimtevaart is heel zichtbaar, maar eigenlijk is het helemaal niet zo duur: twee zakken chips per inwoner van Europa per jaar. Aan landbouwsubsidies wordt vele malen meer geld uitgegeven. Ik vind het gevaarlijk veel geld in subsidies te stoppen, in plaats van in nieuwe technologieën. We hebben al een tekort aan technologisch geschoolde mensen. Als we niets doen, raken we achterop, zeker in vergelijking met Azië.’

Geestdriftig: ‘Als er eenmaal een basis op de maan gebouwd is, kunnen sterrenkundigen er het heelal beter bestuderen, omdat er geen dampkring is. We kunnen er leren hoe het zou zijn om op Mars te leven en te werken. De mensheid kan er ook aan delfstofwinning doen: het helium-3 ligt er voor het oprapen. Dat is een pure brandstof voor kernfusie, een proces dat we eerst natuurlijk nog onder de knie moeten krijgen. Het klinkt nu nog als sciencefiction, maar wie weet hoe het dan is. Als we het niet proberen, komen we nooit ergens.

‘Mars is helemaal toekomstmuziek: ik hoop de landing daar nog mee te kunnen maken vanuit het bejaardentehuis.’

Zie je er niet tegenop zes maanden opgesloten te zitten in een ruimtecapsule?

‘Een half jaartje in de ruimte is niet lang. Ik zie er niet tegenop, dat is zo voorbij. Ik mis mijn gezin natuurlijk, maar je kunt ze bellen, je kunt ze zien met de webcam.’

Kuipers’ dochters uit zijn eerste relatie, inmiddels 15 en 17, waren in 2004 bij de lancering van zijn eerste vlucht vanaf Bajkonoer in Kazachstan. Intussen heeft hij nog een zoontje van 2,5 en een dochtertje van vier maanden, dat hij – in totaal – nog maar een paar weken heeft gezien.

Hoe vind je het om ze zo weinig te zien?

‘Ik msn, skype of telefoneer met mijn gezin. En heel af en toe zie ik ze ook, maar dat is op dit moment echt weinig. Natuurlijk is dat moeilijk. De training vergt meer opoffering dan de vlucht. Mijn oudste dochter heeft weleens gezegd: waarom zoek je geen andere baan?’

Ondertussen moeten wel twee pubers en twee baby’s opgevoed worden, en dat, geeft Kuipers toe, ‘komt nu allemaal neer op de schouders van mijn vrouw. Daar heb ik heel veel respect voor. Ze is zelf reisjournaliste, maar heeft haar eigen carrière even op een laag pitje gezet, omdat ze begrijpt dat ik mijn droom wil nastreven. En het plan is dan wel dat ik over twee of drie jaar weer bij de ESA in Noordwijk ga werken, zodat zij de draad weer kan oppakken.

‘Tenzij de ESA nog een keer beroep op me doet natuurlijk. Er zijn maar weinig mensen die zin hebben in dit soort leven. O ja, en ténzij de ESA naar de maan gaat. Mijn vrouw weet ook wel dat ze me dan niet kan tegenhouden.

(lacht) ‘Dan ga ik zo weer drie jaar trainen.’

Opvolgers voor de ESA

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA, die haar astronautenkorps wil uitbreiden en verjongen, is voor het eerst in zestien jaar op zoek naar opvolgers van André Kuipers en consorten.

De ideale kandidaat-astronaut is tussen de 27 en 37 jaar, opgeleid en bij voorkeur gepromoveerd in natuurwetenschappen, techniek, genees- of wiskunde én heeft een uitstekende conditie. Hij of zij moet een certificaat kunnen voorleggen van een medische keuring gericht op piloten. Sporten wordt daarom aangeraden, zonder te overdrijven: te sterk ontwikkelde spieren zijn een nadeel in gewichtloze toestand. Hij of zij moet een paar vreemde talen kennen, waarbij Russisch, de voertaal in ruimtevaartcapsule Sojoez, een pre is.

De selectie zit ondertussen in een vergevorderde fase. Kuipers’ raad voor jongeren die in een verdere toekomst astronaut willen worden: ‘Ga actief aan de slag, bouw een indrukwekkend cv op. En zorg dat je er zelf klaar voor bent.’

EscenicId: 730556


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP