‘Het leven zelf is intrigerender dan de grootte van het heelal’

10/06/2008

 ‘Het leven zelf is intrigerender dan de grootte van het heelal’

Als iemand weet hoe operaties in de toekomst gaan verlopen, is het Wiro Niessen. De 38-jarige hoogleraar leidt een vakgroep die beelden onderzoekt van het menselijk lichaam. Daarnaast ontwikkelt hij een 'TomTom' voor chirurgen. 'Ik heb het gevoel dat er een groot gat zit tussen wat technisch kan en wat werkelijk gebeurt in de medische wereld.'

Wie Rotterdam wil bewonderen, moet eens op de werkkamer van Wiro Niessen gaan kijken, op de achtste verdieping van het Rotterdamse Universitair Medisch Centrum. Van Euromast tot de haven, hij heeft overal uitzicht op. ‘Goed hè’, grijnst hij. ‘Wacht, ik laat je meer zien.’ En hij leidt zijn bezoek naar een ruimte verderop in de gang waar tot zijn verbazing iedereen met de gordijnen dicht zit te werken. ‘O, sorry dat ik ze even open doe. Maar kijk! Hotel New York!’ En tot zijn collega’s: ‘We gaan weer, hoor. Dan storen we jullie verder niet.’

Hij is jongensachtig en hoffelijk tegelijkertijd. Blauwe ogen die een tikje onzeker naar zijn gesprekspartner kijken, maar ook strak in het pak, want hij weet zichzelf wel te presenteren. Hij formuleert zorgvuldig, weegt zijn woorden. Als het echter over zijn vakgebied gaat, worden zijn zinnen langer en gesticuleert hij meer en meer.

Een jongen is hij, maar met het verstand en de ervaring van een professor.

Wie is Wiro Niessen?

Geboren: 15 november 1969, Geldrop

Opleiding: 1993 studeerde cum laude af in Utrecht in de Natuurkunde 1997 promotie, eveneens cum laude, in de Medische Beeldverwerking aan de Universiteit van Utrecht.

Carrière: Na zijn promotie werd hij postdoctoraal onderzoeker, vervolgens universitair docent en universitair hoofddocent van het Image Science Institute aan de Universiteit van Utrecht. In 2005 werd hij benoemd tot hoogleraar in de biomedische beeldverwerking in de afdelingen Radiologie en Medische Informatica aan het Erasmus MC. In datzelfde jaar werd hij ook benoemd tot hoogleraar in Delft, aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen.

Wiro woont samen, en heeft twee kinderen, een zoon van 6 en een dochter van 4 jaar.

Eerste vraag: hoeveel is 312 maal 125?

(Hij schiet in de lach, maar slaat meteen aan het rekenen.) ‘Eeeeeh, 39.000.’

Indrukwekkend.

‘Vroeger was ik er sneller in, hoor. Het wordt steeds minder.’

Slaat het verval nu al toe?

‘Volgens mij is het zowel ouderdom als training. Het is natuurlijk tegenwoordig vrij onzinnig om te hoofdrekenen, dus doe ik het nog zelden. Op mijn vijftiende was dat anders, ik had destijds echt iets met cijfers. Onze middelbare school was gelieerd aan een school in Burkina Faso, en we hadden een ‘Wedden dat ...’ georganiseerd om geld in te zamelen. Ik heb toen de wiskundesectie uitgedaagd om tegen me te hoofdrekenen.’

En? Gewonnen?

‘Ik geloof het wel. Maar achteraf bekeken denk ik dat die leraren dat prima vonden. Toen zag ik het als een echte strijd, nu realiseer ik me dat mijn leraren het waarschijnlijk gewoon leuk vonden om het mij goed te laten doen, haha.’

Wat had je destijds voor toekomstplannen? Je werd vast niet op een morgen wakker en dacht: later word ik hoogleraar medische beeldbewerking in de radiologie en medische informatica.

‘Nou nee, maar ik was wel al gefascineerd door natuurkunde. Het is zo wonderlijk hoe de wereld functioneert, hoe alles in elkaar steekt, wat tijd is. Dat is allemaal zo onvoorstelbaar.’

En gaat veel mensen boven de pet. Waarom wilde jij dat juist bestuderen?

‘Ik denk uiteindelijk om begrip te krijgen voor de wereld om me heen. Want bij zo’n studie blijken mensen de prachtigste theorieën te hebben. Het feit dat het heelal uitdijt en heel groot is, het feit dat er in één kubieke millimeter structuren zitten die 10 tot de 23ste keer zo klein zijn, daar wordt allemaal over nagedacht. Heel mooi is dat.’

Was je een nerd?

‘Nee.’

(Hij formuleert nu even omslachtig.) ‘Kijk, er zijn natuurlijk in de abstracte vakken relatief meer mensen die bepaalde karakteristieke eigenschappen hebben die een beetje nerdachtig lijken, maar er zitten ook veel leuke, vlotte, grappige mensen bij.’

En jij schaart jezelf in de laatste categorie.

‘Dat soort dingen moet je niet van jezelf zeggen, maar ik zal mezelf in ieder geval niet als nerd bestempelen.’

Je hebt in Amerika aan de universiteit van Wisconsin en aan Yale gestudeerd en bent uiteindelijk cum laude gepromoveerd. Lokte toen het grote geld niet?

‘Ik wist al snel dat ik waarschijnlijk gewoon onderzoek wilde blijven doen, maar ik heb serieus gekeken naar alternatieven. Ik heb onder meer gesolliciteerd bij Shell en Philips en ik ben echt met die sollicitaties tot het einde doorgegaan om te weten of het iets voor mij zou zijn. Ik kon ook bij beide aan de slag. Uiteindelijk heb ik mijn fiets gepakt en ben ik een stuk door Utrecht gaan fietsen. Tijdens dat tochtje heb ik mijn besluit genomen: ik wil graag academisch blijven.’

Wat gaf de doorslag?

‘De academische wereld is een plek waar mensen werken vanuit zelfmotivatie en niet vanwege het geld. Dat is belangrijk voor me. Als er nu een industrie komt die me twee keer zo veel salaris biedt, zou dat voor mij geen reden zijn hier te vertrekken.’

En nu zit je als natuurkundige in de medische wereld. Ben je niet wat afgedreven?

‘Nee, ik vind het juist prettig. Natuurkunde is prachtig. Alleen gaat het meestal over materie. Heel veel van wat ik nu doe gaat over mensen. Het leven zelf is denk ik nog intrigerender dan de grootte van het heelal.

(Met pretoogjes:) ‘Hoe cellen zich kunnen delen, dat uit dat ene paar cellen een heel lichaam kan groeien, dat is natuurlijk enorm fascinerend.’

Leg nou eens aan mij – als leek – uit wat jullie precies doen.

‘Wij gebruiken beelden, imaging zoals dat wordt genoemd, om het lichaam te analyseren. Ik zal je een voorbeeld geven. Wij zijn heel erg geïnteresseerd in het analyseren van het vatenstelsel van mensen en proberen op basis van afbeeldingen die we maken van de vaten te voorspellen of iemand misschien een beroerte krijgt.’

Hoe worden die afbeeldingen gemaakt?

‘Er zijn verschillende technieken. Het is mogelijk om een katheter in te brengen. Op die katheter zit dan bijvoorbeeld een echokop en daarmee kun je binnen, vanuit het vat, een echo-opname maken. Je kunt ook een katheter inbrengen, contrastvloeistof inspuiten, en een röntgenopname maken. Maar dat zijn beide technieken waarbij je al bezig bent met een interventie in het lichaam, het is eigenlijk een soort behandeling.’

En dat willen jullie niet?

‘Liever niet natuurlijk. Wij kijken naar nieuwe technieken waarmee je de patiënt geen behandeling hoeft aan te doen om beelden te maken. De beste voorbeelden daarvan zijn MRI (magnetische resonantie-beeldvorming, een schuivende tafel, die gebruik maakt van magnetisme, red.) en CT (computertomografie, een systeem dat röntgenstraling gebruikt, red.).

‘De beelden die daarmee worden gemaakt analyseren wij. Wij kijken bijvoorbeeld naar afwijkingen in de samenstelling van de vaatwand. Is er aderverkalking? Zit er veel vet? Samen met klinische onderzoekers leggen we grote databases aan van al deze patiënten. Vervolgens kijken we wat er in de jaren daarop met die mensen gebeurt. Wie krijgt er een beroerte en wie niet?’

Wat is het nut daarvan?

‘Op een gegeven moment kun je misschien aan de beelden al zien hoeveel risico iemand loopt op zo’n beroerte. Het grote voordeel is dat je dan vaak op tijd kunt ingrijpen nog voor die hartaanval of beroerte komt.

‘En dat imaging kunnen we ook gebruiken om te kijken of een therapie aanslaat. Dat doen we bijvoorbeeld met kanker. Wij proberen na te gaan of de chemotherapie bij een patiënt werkt of niet.’

Jullie ontwikkelen toch ook operatie-tools?

‘Ja, ik noem dat altijd oneerbiedig de TomTom voor chirurgen. We kunnen tegenwoordig de positie van een instrument projecteren op een MRI-beeld. Zo kan een chirurg precies zien waar hij in het lichaam bezig is.’

(Met zijn handen geeft hij precies aan wat de chirurg zoal doet.) ‘Nou ja, en daardoor hoeft hij niet meer een enorme opening in iemand te maken. Hij brengt zijn instrument in door een klein sneetje en kijkt verder op het beeld waar het zich precies in het lichaam bevindt. Dat is veel prettiger voor de patiënt natuurlijk.’

Je vertelt heel enthousiast en het klinkt geweldig, maar de medische wereld staat niet bekend als de vooruitstrevendste plek op aarde. Merk je weerstand bij artsen tegen al die nieuwerwetsigheden waar jullie onderzoekers mee komen?

‘Ik denk dat de meeste artsen inderdaad een verstandig conservatieve houding hebben ten opzichte van technologie.’

Je drukt je diplomatiek uit.

‘Nou ja, je moet ook best voorzichtig zijn met nieuwe technologieën. Je werkt natuurlijk met mensen. En ik heb het idee dat artsen terdege beseffen dat de introductie van nieuwe technologieën onontkoombaar is, dus er wordt door artsen heus met ons meegedacht.

(Aarzelend) ‘Maar... ik heb wel het gevoel dat tussen wat kan en wat er daadwerkelijk gebeurt in de medische wereld een heel groot gat zit. Af en toe denk ik: jee! Ongelofelijk dat we bepaalde dingen nog zo simpel meten in de kliniek terwijl het technisch gezien al heel anders kan.’

Noem eens een voorbeeld.

‘Denk aan de progressie van kanker. Wij kunnen tegenwoordig een tumor helemaal 3D in beeld brengen. We kunnen niet alleen zien hoe groot-ie is, maar ook hoeveel zuurstof erin komt, we kunnen naar de microstructuur kijken en ga zo maar door. Maar als ze in de kliniek willen nagaan of een behandeling aanslaat of niet, trekken ze alleen maar een lijntje op zo’n foto om te kijken of de tumor gegroeid is of niet.

‘Er kan zó veel meer, denk ik dan. Het duurt gewoon lang voordat technieken die wij bedenken werkelijk worden toegepast.’

Vind je het weleens een nadeel dat je zelf geen arts bent?

‘Ja. Ik ken mensen die zowel geneeskunde als een andere studie hebben gedaan en dat was me nu erg van pas gekomen. Ik zou best willen dat ik me dat eerder had gerealiseerd. Maar aan de andere kant: misschien was ik te lui geweest om die twee studies te doen, hoor.’

Wat mis je zonder die geneeskunde?

‘Het mooie van artsen is dat ze aan de ene kant bezig zijn met onderzoek, maar aan de andere kant ook veel direct contact hebben met de patiënt. Dat hebben wij niet.’

Jullie abstraheren de patiënt naar een plaatje. Jullie zien niet tante Truus voor je in een groot wit ziekenhuisbed.

‘Nee dat klopt. Voor ons is een beeld van een patiënt op een gegeven moment niets meer dan een foto op de computer. Maar goed, de motivatie om dit werk te doen komt natuurlijk wel echt voort uit het feit dat je er mensen beter mee kunt maken. Wij hebben het misschien niet over een bepaalde patiënt, maar realiseren ons goed de maatschappelijke relevantie van wat we doen en dat we straks mede door ons werk bepaalde ziektes beter kunnen diagnosticeren of behandelen.’

Hoe ziet jouw werkdag er uit?

‘Ik werk één dag in de week thuis, één dag in Delft en de rest van de tijd hier op het Erasmus MC in Rotterdam. Daarvoor zit ik een uur in de trein – ik woon niet in de buurt – maar dat is altijd een lekker uurtje om stukken door te nemen. De rest van de dag heb ik veel afspraken.

‘Primair onderzoek doe ik eigenlijk nauwelijks meer, ik ben als hoogleraar nu vooral bezig met anderen begeleiden, onderzoeksplannen bijschaven en nieuwe projecten realiseren. Uiteindelijk ben ik ’s avonds rond zeven uur thuis, dan gaan de kinderen naar bed en later op de avond lees ik meestal nog wat stukken.’

Je maakt lange dagen.

‘Ja, maar er zijn denk ik weinig hoogleraren die slechts 40 uur per week werken. Ik ken ze niet.’

Hecht je aan de status van dat hoogleraarschap?

‘Poeh, moeilijk....

(Voor het eerst aarzelt hij echt.) ‘Ik heb het er niet om gedaan, het was niet mijn ultieme doel. Maar ik merk dat mensen het best leuk en interessant vinden dat ik hoogleraar ben en het zou niet eerlijk zijn als ik nu zou beweren dat ik dat niet leuk vind.’

Heb je het gevoel dat je hard hebt moeten werken om dit te bereiken?

‘Ik denk het wel. Hoewel ik me dat niet zo bewust ben geweest. Het is een beetje vanzelf gegaan allemaal, omdat ik dit vakgebied zo leuk vind. Maar ik heb best veel uren gemaakt.’

Dus dat je jezelf daarnet lui noemde is onzin.

‘Mmm, dat valt inderdaad misschien wel mee, ja.’

Wat vind je het moeilijkste van je werk?

‘Twee dingen eigenlijk. Ten eerste het aansturen van mensen. Ik ben iemand die erg van zelfstandigheid uitgaat en laat mensen ook best vrij. Maar iedereen is anders. Sommigen mensen hebben gewoon meer behoefte aan iemand die de vinger aan de pols houdt. Ik vind dat lastig. Het tweede lastige is het verdelen van mijn tijd. Ik ben bezig met de mensen hier, maar ik moet tegelijkertijd erg naar buiten gericht zijn, want ik moet simpelweg geld binnenhalen voor onderzoeken. Ik moet meepraten met discussiegroepen, met ministeries, ik moet lobbyen voor het onderzoek dat wij doen en ga zo maar door. Alle tijd die ik daarmee bezig ben, kan ik niet besteden aan een promovendus hier. Dat is schipperen.’

Dat geld binnenhalen, hoe gaat dat in z’n werk?

‘Wij worden vooral gesponsord via het NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, red.) en door EU-projecten. Zij doen dat beide via open competities. Je dient een voorstel in. Alle voorstellen in een ronde worden door reviewers uit het vakgebied, onderzoekers uit bijvoorbeeld Amerika, Japan of Frankrijk, beoordeeld. Op basis van hun commentaren maakt een commissie een ranglijst en alleen de best beoordeelde projecten krijgen het geld om het onderzoek uit te voeren.

‘En verder komt er ook geld binnen via Economische Zaken. Je merkt dat de politiek steeds meer een sturende rol heeft, dat bepaalde thema’s opeens populair zijn en veel geld krijgen.’

Je golft mee met de modes in Den Haag.

‘Tja, je merkt dat minister Van der Hoeven andere aandachtsgebieden heeft dan bijvoorbeeld minister Plasterk. Dat heeft ook invloed op ons.’

Hoe ligt imaging nu in Den Haag?

‘We hebben de wind mee. Het is een gebied dat economisch belangrijk is voor Nederland. Philips draagt er bijvoorbeeld aan bij, maar ook andere industrieën. Het is natuurlijk boeiend voor het ministerie van VWS en daarbij is het wetenschappelijk interessant omdat Nederland wereldwijd tot nu toe goed scoort met onderzoek in imaging. Dus we staan niet slecht bekend, dat helpt.’

Hoe opereren artsen straks in 2025?

‘Ik denk dat er heel veel gaat veranderen. Ik denk sowieso dat het aantal operaties vermindert doordat we kwalen steeds eerder zullen opsporen en daardoor meer aan preventie kunnen doen. Maar als iemand dan toch op de operatietafel komt, denk ik dat het aantal technologieën om minimaal invasief een operatie te doen, enorm toeneemt.’

En dat is in gewone mensentaal?

‘Er hoeft steeds minder te worden gesneden door de beelden die wij analyseren. Al met al denk ik dat er grote veranderingen aanstaande zijn. We staan aan de vooravond van een beeldenstorm, dat weet ik zeker.’

Bodyscans


‘Het wordt steeds populairder om een total bodyscan te maken, iets wat mensen op eigen houtje laten doen. Ik ben daar geen voorstander van. Ik vrees dat er heel veel onzinnige bodyscans worden gedaan. Het probleem is: we weten inmiddels steeds meer van mensen met bepaalde symptomen en de beelden die daarbij horen. Maar van beelden van mensen zonder symptomen weten we veel minder. Dus er is een groot risico dat we beelden gaan genereren bij bodyscans en allemaal dingen zien waarvan we geen flauw benul hebben wat we ermee moeten doen of wat het betekent. Je hebt nu al allerlei mensen die in het buitenland een scan laten doen waar ‘iets’ op waar te nemen is. Die mensen gaan ongerust naar hun huisarts die ook niet weet wat dat ‘iets’ is, die verwijzen weer door naar het ziekenhuis en ga zo maar door. Je krijgt een hele groep nieuwe patiënten die geen symptomen hebben maar alleen ‘iets’ op de foto.’

Tip

‘Wat je in je moet hebben om carrière te maken in de academische wereld? Twee dingen. Je moet redelijk goed zijn in onderzoek. Je moet kunnen abstraheren en kunnen schrijven. Maar daarnaast – en dat wordt nog wel eens vergeten – moet je vooral goed kunnen presenteren. Het prototype verstrooide, maar geniale wetenschapper die door niemand begrepen wordt is achterhaald. Mensen die heel intelligent en goed in hun vak zijn maar het niet kunnen uitleggen hebben het tegenwoordig heel moeilijk in de academische wereld.’

EscenicId: 719793


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Alles over

Zoek artikel

Nieuws , Carrièretips , Columns , Interview , Leukste baan , Hoe zit het met mijn pensioen , Webspecial Nederlandse studentenonderzoek 2011 , Verdien ik wel genoeg , Migratiewijzer , Juridisch advies , Ontslag
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP