In het Zuid-Franse Technology Lab van Accenture worden de nieuwste technische snufjes ontwikkeld. Onderzoekers zoeken er niet alleen naar oplossingen, maar ook naar ‘problemen, die ooit op te lossen zijn’.

Een mobieltje dat je waarschuwt als in je eten pinda’s zijn verwerkt. Of een
camera die de manager van een supermarkt meldt dat een pak cornflakes niet
op de juiste plaats in zijn winkel staat.
|
Accenture Technology Lab |
Bekijk een video over het mobieltje
In vier Technology Labs laat het Amerikaanse Accenture, met 175 duizend medewerkers in 49 landen een van de grootste consultancybedrijven ter wereld, onderzoekers experimenteren met nieuwe technieken.
Accenture heeft twee van zulke labs in Amerika – in Chicago en Silicon Valley – en een derde in Bangalore, de IT-hoofdstad van India. En dan is er ook nog een lab in Europa, in Sophia Antipolis , Zuid-Frankrijk, met uitzicht op de Middellandse Zee.
Minisupermarkt
Robin Groenevelt, een 32-jarige Nederlander die sinds een paar jaar in dit Zuid-Franse Accenture-lab werkt, laat zijn minisupermarkt zien: aan een blinde muur hangt een aantal planken waarop dozen cornflakes en andere winkelproducten staan. ‘Een tijdje geleden hadden we hier een robot rondlopen die we driedimensionale kaarten lieten maken’, vertelt hij.
Twee collega’s moeten even plaatsmaken, want zo groot is het kantoortje annex laboratorium nu ook weer niet. ‘We gebruiken het ook als meeting room’, zegt hij lachend.
Beeldherkenning
Groenevelt, die bedrijfswiskunde en informatica én wiskunde studeerde in Amsterdam, houdt zich momenteel bezig met beeldherkenning. Hij probeert met collega’s een systeem te maken dat met camera’s de schappen in een supermarkt in de gaten houdt en waarschuwt als iets niet in orde is. Is een product op, staat iets op de verkeerde plek of staat een fles frisdrank niet netjes op de plank, dan slaat het systeem alarm. Het lijkt simpel: de beelden van de camera’s worden continu vergeleken met foto’s van de schappen zoals ze er uit zouden moeten zien. Lastig is het om een computer het verschil te laten opmerken tussen het ene pak koekjes en het andere.
Cola raakt op
Al jaren gebruiken winkeliers computers om hun inventaris in de gaten te houden. Steeds vaker krijgen producten in winkels rfid-tags, een soort kleine chips, zodat een computer kan tellen hoeveel er binnenkomen en hoeveel er de deur uitgaan. Dan weet de winkelier precies als op een mooie zomerdag de cola op begint te raken.
‘Een voordeel van ons systeem is dat het ook in de gaten kan houden of in een winkel reclameartikelen wel op de juiste plek staan’, legt Agata Opalach (39), een Poolse collega van Groenevelt, uit.
Filiaalhouders volgen niet altijd netjes de opdrachten van winkelketens op.
Dat kost omzet. Stel dat Albert Heijn het systeem zou gebruiken, dan krijgt
het hoofdkantoor een signaal als een winkel in Purmerend het rek met
paaseitjes niet bij de kassa heeft staan. Nu rijden controleurs vaak bij de
filialen langs.
Prototype
De camera’s zijn nog nergens in gebruik. Voor wat in de Labs van Accenture wordt ontwikkeld, is niet altijd een klant te vinden. ‘Ik los problemen van bedrijven op, maar ik probeer ook zelf problemen te vinden die op te lossen zijn’, legt Groenevelt zijn werk uit. Daarbij krijgt hij veel ruimte. Een klant kan een probleem aandragen, maar dat hoeft niet. Soms bedenken ze zelf iets dat ze willen ontwikkelen.
‘De Labs werken een jaar of vier, vijf vooruit’, vertelt Michael Widjaja (37), die een jaar of tien geleden als consultant werkte vanuit het Europese lab van Accenture. Inmiddels is hij Executive Partner bij Accenture Nederland, verantwoordelijk voor Technology Architecture: hij adviseert bedrijven hoe ze ict kunnen inzetten om beter te presteren. Hij heeft voorbeelden van in het lab ontwikkelde technieken waarvoor geen klanten te vinden waren. ‘Halverwege de jaren negentig was in het lab een prototype gemaakt van een winkel op internet.’ Het was te vroeg. Klanten waren er nog niet klaar voor. ‘En ik kan me een prototype herinneren van een camera waarmee je mensen in een winkel kunt volgen. Dan zie je dat een persoon heel geïnteresseerd is in een product en kun je bepaalde reclame laten zien. De IT is prachtig, het bedrijf vindt het prachtig, de kosten zijn prachtig. Maar mensen willen niet zo worden bekeken in een winkel.’
'Pocketsupercomputer'
De Zweed Fredrik Linaker werkt in het lab in Sophia Antipolis aan wat hij een ‘pocketsupercomputer’ noemt. ‘Wat als je iets ziet en je daar iets over wilt weten? Een restaurant, een schilderij, een gebouw of een product in een supermarkt?’ Hij laat een gewoon mobieltje zien en richt de camera op een boek. Hij drukt op een knop, en even later verschijnt op het beeldschermpje van de telefoon de prijs van dat boek op de Amerikaanse webwinkel Amazon. Daarna houdt hij een zakje met Japanse tekens erop voor de camera. Het blijkt soep te zijn. De telefoon waarschuwt: er zitten pinda’s in. Dat kun je zo instellen. Handig om te weten als je daarvoor allergisch bent.
Een deel van de techniek is er al een paar jaar. ’Met veel telefoontjes kun je videobellen. Dat wordt niet veel gebruikt, en is vrij goedkoop’, legt Linaker uit. ‘Je maakt een video call naar een computer, die stuurt relevante informatie terug.’
Een klant heeft al bedacht waarvoor hij het zou kunnen gebruiken, vertelt
Linaker. Met een telefoontje in de hand kunnen nieuwe medewerkers
verschillende soorten gereedschap herkennen. Het maakt het inwerken van
nieuwe collega’s een stuk makkelijker.
Terug naar boven, naar de homepage